Interviews met bestuursleden: Jelle Nesna

Jelle Nesna  zit sinds een jaar of drie in het bestuur van de DDG. Hij werd ervoor gevraagd door voorzitter Martijn Winkler en dacht: hoe komt hij nou bij mij? Wat heb ik te vertellen? Jelle voelt zich absoluut geen bestuurder. Hij is vooral filmmaker. En daarnaast produceert hij films. Dat blijkt een heel handige combi.

Ontwikkelingstrajecten

Ik ben een maker, dus zowel regisseur als creative producer. Zodoende ken ik beide kanten van het verhaal en kan ik me goed verplaatsen in de belangen van beide partijen. Je hebt om het overzichtelijk te houden, twee soorten ontwikkelingstrajecten voor speelfilms. Enerzijds heb je speelfilms waarbij een regisseur – al dan niet samen met een schrijver – een producent benadert en zij gezamenlijk dat plan omarmen en ontwikkelen. Daarnaast heb je producenten die – vaak samen met een schrijver – een plan opzetten en daar dan een regisseur bij zoeken. Tijdens de ontwikkeling van speelfilms is de positie van de regisseur heel belangrijk. Daar probeer ik me binnen het bestuur van de DDG voor in te zetten.

In Nederland gebeurt het nog weleens dat een producent ervoor kiest om, als de beoogde regisseur op het moment van draaien toch niet beschikbaar is, voor de realisering een andere regisseur te kiezen. Door mijn ervaring als creative producer kan ik zeggen dat een producent dat niet zomaar doet, maar hier komt de positie van de regisseur ernstig in het gedrang.

Het is vreemd als je met een filmplan –  ontwikkeld met een goed team bestaande uit schrijver, producent en regisseur – een paar miljoen bij elkaar haalt en dat dan de regisseur die het allemaal moet gaan vormgeven, kan worden vervangen. Als de regisseur de initiatiefnemer is van het project, vind ik dat dit niet gebeuren mag, tenzij de regisseur zelf het project terzijde schuift. In dat laatste geval geeft hij als het ware zijn initiatief, uiteraard tegen een vergoeding van gemaakte uren en rechten, door aan de producent. Maar dit geldt wat mij betreft ook als de regisseur door een producent is benaderd, en hij/zij bijvoorbeeld drie jaar intensief aan de film heeft meegewerkt. Vaak wordt dat werk minimaal vergoed.

Als bijvoorbeeld het draaien van een film meerdere keren is uitgesteld en de regisseur door (werk)omstandigheden niet beschikbaar is komt het voor dat een producent beslist dat er toch ‘nu’ gedraaid moet gaan worden.  Soms wordt er dan een andere regisseur benaderd. Maar wat zijn dan je rechten als regisseur? Dit zou wat mij betreft alleen mogen als de regisseur een vergoeding krijgt voor alle door hem aan het project bestede kosten. Want ik beschouw bij speelfilm de regisseur samen met de schrijver als de motor achter het artistieke plan. Voor hen is, in combinatie met een degelijk financieel plan, het geld vrijgemaakt.’

Huwelijkse voorwaarden

‘In feite zijn de regisseur en de producent tijdens het ontwikkelen van de film getrouwd onder huwelijkse voorwaarde. Beiden brengen hun kennis, hun netwerk en hun expertise mee. En ze investeren tijd. Ik pleit er daarom voor om regisseurs alle tijd die zij aan projecten besteden te registreren, en dat deze tijd en inzet vanaf de eerste begroting als investering van de regisseur in het project worden opgenomen. Mocht dan om wat voor reden dan ook de regisseur vervangen moeten worden, dan is in ieder geval duidelijk wat er op de eerste draaidag aan de ‘niet beschikbare’ regisseur betaald moet worden.

Als bestuurslid krijg ik weleens de vraag hoe hoe wij ervoor kunnen zorgen dat de Nederlandse film internationaal beter mee gaat doen. Ik denk dat als we ons internationaal willen onderscheiden, de visie van de regisseur leidend moet zijn en dat producenten, fondsen en omroepen het risico moeten durven nemen achter die visie te gaan staan. Om dit werkbaar te maken moeten producent, schrijver en regisseur bij de start van de ontwikkeling direct heldere afspraken maken over wat ze gezamenlijk voor ogen hebben.’

Producent, scenarist en regisseur gelijkwaardige partners

‘In overeenkomsten schijnt het contract-technisch beter te zijn als de regisseur opdrachtnemer wordt genoemd. Dat klopt niet met de werkelijkheid. Ik ben meestal niet de opdrachtnemer, maar de initiatiefnemer. Zelf kan ik niet zonder schrijver en niet zonder producent. Het is een driehoek. Dus ik denk dat een betere term om de verhouding weer te geven een samenwerkingsovereenkomst is, waarin de drie partijen allemaal een eigen verantwoordelijkheid hebben. In mijn samenwerking met Renier Selen van Rinkel Film, heb ik te maken met een inhoudelijk gedreven en meedenkende producent met een groot internationaal netwerk. Dat heb je nodig als maker. Zelf vind ik een inhoudelijk meedenkende producent erg prettig. Want zo vorm je een team. Als het goed is, is de producent dienstbaar aan de visie van de regisseur, steunt hem, geeft de grenzen aan van wat haalbaar is binnen het vastgestelde budget en is financieel eindverantwoordelijke.’

Focusgroepen

‘Er zijn DDG-focusgroepen voor fictie en docu. Die groepen bestaan uit ongeveer 15 mensen. Als je die uitnodigt dan komen er vier of vijf mensen en met dat groepje gaan we dan praten over iets dat speelt of we bereiden een vergadering voor die gaat plaatsvinden met andere organisaties. Als je dan bijvoorbeeld bij het Filmfonds of het NPO-fonds aan tafel zit, dan kan ik spreken namens de mensen die ertoe doen, de wat belangrijkere regisseurs, zeg maar. Het is handig als er meerdere regisseurs hebben meegedacht en niet alleen de regisseurs die toevallig in het bestuur zitten.

Arno Dierckx zei tijdens zo’n bijeenkomst bijvoorbeeld – en dat nemen wij dan als bestuur over – dat producenten vaak zeggen dat zij het risico dragen. Dan hebben ze het over financieel risico. Dat is natuurlijk waar, want een film kan over het budget gaan. Als het helemaal misloopt kan het zijn dat een producent failliet gaat. Dat is een groot drama. Voor de producent zelf en zijn staf, maar ook voor de films die op dat moment in productie zijn. Daarom vind ik ook dat je als regisseur heel goed moet luisteren naar je producent als het gaat om de beperkingen van de begroting. Als regisseur maak je een film met een artistiek team: de art-director, de cameraman, enzovoort. Iedereen die geld uitgeeft binnen de productie heeft ook een financiële verantwoordelijkheid. Iedereen moet creatief oplossingen bedenken om binnen de begroting het maximale eruit te halen; alles ten behoeve van de visie van de regisseur en de realisering van het filmplan. Maar wel binnen het budget. Als regisseur loop je op een andere manier veel risico. Want als je een film maakt en het is geen succes, dan heb je mogelijk de komende jaren geen werk meer.

Ik vond dat Arno dat heel scherp zag. Het is verhelderend om met collega-regisseurs te overleggen die dat soort inzichten naar voren brengen. En vanaf nu zeggen we als DDG ook tegen elke producent die roept dat vooral zij het risico lopen, dat de regisseur zelf ook risico loopt. En dat helpt, omdat nu ook het Filmfonds en iedereen hoort: hoor eens even, regisseurs lopen, hoewel moeilijk te vergelijken, evenveel risico als de producent; zo niet nog meer. Ik vind het belangrijk dat zoveel mogelijk instanties – omroepen, fondsen etc – zich dat realiseren.’

Checklist

‘Ik heb ook nog meegewerkt aan een stuk dat we hebben geschreven dat als leidraad geldt voor regisseurs als ze een producent gaan benaderen. Er staat in welke punten je allemaal moet bespreken voor je met een producent in zee gaat. Ook bij dit stuk hebben we de focusgroep mee laten lezen en mee laten denken waardoor het een stuk beter is geworden. Zo verandert een opzet met behulp van anderen in een complete checklist.

Jonge makers vinden het leuk als ze door producenten interessant gevonden worden en dat vond ik vroeger ook leuk. Maar ik ben wel blij dat ik toen met René Scholten ging samenwerken, want dat was een integer mens. Als je als jonge maker een plan hebt, moet je langs vier of vijf producenten gaan en ontdekken bij welke producent je je senang voelt. Hopelijk schat je dat dan goed in en kun je er een band mee opbouwen en aan de slag gaan. Dat bewustzijn, daar zou ik nog wel wat meer in kunnen doen.

Ik ben tegen de vete die er aldoor maar is tussen producenten en regisseurs. Ik wil graag dat het beter wordt. En daarvoor moet je argumenten hebben en je moet ook verantwoordelijkheid willen nemen.

Door schade en schande heb ik geleerd dat je als regisseur ervoor moet zorgen dat je plannen realistisch zijn, ook in relatie tot de begroting. En in Nederland is de begroting altijd laag, dus heel veel regisseurs kunnen daar ook mee werken. Maar je hebt een keus; zorg ervoor dat als je project groen licht krijgt er een balans is tussen budget, artistiek plan en draaiplanning. Als regisseur ben je, al is het niet op papier, ook financieel medeverantwoordelijk voor de productie.

Het werk van het bestuur is echt wel belangrijk. Het gaat over essentiële zaken. En je hebt niet altijd de invloed die je zou willen, maar het is wel goed dat we bij organisaties aan tafel zitten, blijven herhalen en blijven zoeken naar meer invloed en een betere positie van de regisseur.’

Filmfonds

‘Als ik de baas zou zijn van het Filmfonds? Ik zou zorgen dat de positie van regisseurs belangrijker wordt. Ook juridisch. En als een film succesvol is, dat dan ook de regisseur en de schrijver daarin proportioneel meedelen. Voor het Filmfonds moet je nu als regisseur wel een begroting ondertekenen. Vaak wordt een financieringsplan veranderd voordat het een zogenaamde definitieve begroting is en naar het Filmfonds gaat. Soms zijn er wel vijf versies van een financieringsplan in een week. De producent probeert op allerlei manieren om de begroting van een film binnen alle beperkingen rond te krijgen. Als regisseur moet je je goed inlezen, je erin verdiepen en beseffen dat je film alleen succesvol kan zijn als financiering van je film aansluit bij de ambities van het filmplan.’

Eigen werk

‘Op dit moment doe ik al mijn projecten met Reinier Selen van Rinkel Film. We zijn de speelfilm Rafaël aan het afronden. De film is naar een idee van mij. Tijs van Marle tekende voor het scenario en Ben Sombogaart heeft het geregiseerd. Daarnaast heb ik, samen met Karen van Holst Pelekaan en Rinkelfilm, onlangs een script voor mijn nieuwe speelfilm ingediend met de titel Buiten Is Het Feest, een verfilming van een boek van Arthur Japin. Deze film hoop ik volgend jaar te kunnen gaan draaien. Verder ben ik als creative producer onder andere bezig met een tv-serie voor KRO/NCRV en de  jeugdfilm Rood van scenarist Job Tichelman en regisseur en co-scenarist Camiel Schouwenaar. Rood hebben we net ingediend voor treatment-ontwikkeling.’

‘Artistiek durf ik het er altijd op aan te laten komen en ben ik niet bang. Waar ik me nu door mijn ervaring veel meer bewust van ben, is de verhouding tussen wat je wilt en wat je kunt. De grootste les van mijn vorige film is dat dat niet in balans was. Bij Lucia de B. en Rafaël heb ik er als creative producer voor gezorgd dat die balans zodanig is dat de regisseur op de set zijn werk kan doen. Dus behalve dat het script goed moet zijn en dat er een goede crew is, is het heel belangrijk dat er genoeg tijd is op de set om het verhaal wat je wilt vertellen ook te kúnnen vertellen. En als ik één ding anders doe dan vroeger, dan is het dat ik dat nu al vanaf het allereerste moment steeds in de gaten hou. Dat je niet met zeven ton een film van drie miljoen probeert te maken; dat gaat niet. En dat klinkt heel simpel, maar dat is de les die ik wel geleerd heb. Dat je een film naar zijn begroting moet willen maken. Als dat in balans is, krijg je een evenwichtig product.’

Author: Sander Houwen

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.