Het einde van de distributiegarantie?

Het Filmfonds op zoek naar een nieuw distributiemodel voor de artistieke film en documentaire.

Om de vijf jaar is het raak. Dan wordt de noodklok geluid over de Nederlandse artistieke film. Vijf jaar geleden kwam een bomvolle festivaltent in Utrecht tot de conclusie dat marketing de oplossing moest gaan bieden. Exploitanten, producenten en distributeurs moesten een gezamenlijke campagne gaan voeren; er moesten meer keuzes gemaakt gaan worden waardoor er minder films uitgebracht zouden worden. En de makers moesten bij zich zelf te rade gaan. Het in zichzelf gekeerde ‘huiskamerdrama’ zou plaats moeten maken voor films die zich bezig houden met de scherpe kanten van onze maatschappij, en zou gebruik moeten maken van genreconcepten. En om het niet al te somber te maken werd het label Dutch Angle (wie herinnert het zich nog?) in het leven geroepen. Een soort keurmerk van de Bond van Huisvrouwen. Of al die plannen zijn uitgevoerd de afgelopen 5 jaar weet ik niet, maar als het zo is, heeft het blijkbaar weinig geholpen.

Het probleem is eenvoudig te duiden: De artistieke film doet het de afgelopen jaren beter dan voorheen. De kwaliteit is over een lange tijdspanne hoger geworden (al zijn de meningen daarover niet eensluidend); films worden steeds meer uitgenodigd door de internationale festivals; winnen zelfs prijzen, maar de bioscopen blijven leeg. Het merendeel haalt de 3.000 bezoekers niet eens. Overigens een internationaal en niet specifiek Nederlands probleem.

Appels en peren 

Nu werd van te voren de toon gezet door Filmfonds directeur Doreen Boonekamp in het Parool: ‘Op deze manier doorgaan kan niet. Er moeten stappen worden gezet’. Voormalig Motel-producent (als zodanig leverancier van een grote stroom arthousefilms) Frans van Gestel (nu Topkapifilms) deed er een schepje boven op door aan te kondigen geen (of minder) arthouse films te gaan produceren: ‘Je kunt geen films blijven maken, waar niemand naar toe gaat. Dus kiezen we nu voor films met een traditionele drie-akten-structuur, helder drama waarbij de kijker zich kan identificeren met de hoofdpersoon. Of echt extreme arthouse, maar niks er tussen in’ (Volkskrant 1-10-2014). Recensent Jos van der Burg, toch al niet een fan van de Nederlandse film, geeft het Filmfonds er van langs en stelt het succes van de Vlaamse artistieke film als voorbeeld: ‘65% van de subsidie van het VAF gaat naar artfilms en 35% naar publieksfilms. In Nederland is het precies andersom’ (Parool, 17-09-2014). En ondertussen is de weerstand van de distributeurs jegens de arthousefilm groeiende. En niet te vergeten de omroepen, die al lange tijd (wel of niet onder druk van de zendercoördinatoren) in hun ogen risicovolle vrije artistieke producties mijden. De smaak van Hilversum bepaalt wat er in de bioscoop te zien is. Voeg daarbij de gigantische problemen van de documentaire als het gaat om distributie en de ingrediënten voor een heus debat liggen klaar. Vandaar het door het Filmfonds in september tijdens het Nederlands Film Festival georganiseerde besloten debat.

Het Filmfonds koos voor een structuur van het debat waarbij 2 films als case study werden gebruikt. De kwetsbare arthouse film (d.w.z. fictie) Supernova van Tamar van den Dop met in totaal 2600 bioscoopbezoekers. En de wielrendocumentaire Nieuwe Helden van Dirk Jan Roeleven. Via We want Cinema konden wielerliefhebbers aanvullende vertoningen in het land organiseren. Dat en de arbeidsintensieve begeleiding van Roeleven zelf leidde tot bijna 10.000 bezoekers. De combinatie van de twee films leidde tot langdurig appels met peren vergelijken.

 

Banden plakken

Filmjournaliste Dana Linssen was ingehuurd om de middag samen te vatten. Dat deed ze heel treffend: ‘Er is heel veel gepraat over de markt. Met de markt is het m.i. net als het belastingstelsel in Nederland: de markt is verstoord en alles wat ik vanmiddag heb gehoord is een lapmiddel om op de markt in te spelen. Een markt die niet meer zo werkt als 2 of 5 jaar geleden. En ik denk dat dat ons niet veel verder gaat helpen. Bovendien brengt het ook een (ik weet dat het een heel vies woord is) ideologisch conflict aan het licht. Want we hebben het over markt en marketing. We hebben het over een probleem, terwijl we het misschien beter over een culturele uitdaging kunnen hebben. Wat dat betreft is het enige interessante, baanbrekende, dat ik heb gehoord, dat mogelijkerwijs de regels bij het Filmfonds kunnen worden aangepast. Zodat distributiegaranties nog ergens halverwege het proces veranderd of afgezegd kunnen worden. Het publiek is in 2 jaar veranderd, dus jij (Linssen richt zich tot de aanwezige distributeur Pim Hermeling van September Film) zet alleen dingen in de markt, waarvan je zeker weet dat het publiek ze wil hebben. Kortom je bent dienend aan de markt. Is dat niet hoe de markt in economische zin juist niet hoort te werken? Moet je niet je publiek creëren; moet je niet je afzetmarkt zoeken? Daar hebben we iets over gehoord, maar het gaat allemaal niet ver genoeg. Met een beetje rondreizen en straks een film over schaatsen en dan nog eentje over mensen die van hamburgers houden enzo. Natuurlijk vind je daar mensen voor, want die zijn er. En natuurlijk ga ik met een vriendin van mij naar een film over roeien, dan ben ik ook weer blij.’

‘Maar het gaat natuurlijk om deze films zoals Supernova en nog een stuk of vijf die hier in Utrecht in première zijn gegaan. Dat je die kunt bekijken op hun culturele waarde. En dan heb je opeens een ander rekenmiddel, geldmiddel, ruilmiddel nodig dan die euro’s. Dus het lijkt me heel goed dat die regels bij het Fonds worden aangepast. Het lijkt me heel goed dat festivals een belangrijke plek worden voor distributie van films. Straks lopen we allemaal naar beneden en zien we die plaquette van Huub Bals hangen en dan denken we: ‘Hé maar ging Bals niet ooit een distributiemaatschappij beginnen omdat die films naar de mensen moesten worden gebracht?’ Dus ik zou zeggen: ‘ga niet op zoek naar lapmiddelen, maar gooi het systeem echt open. Want elk individueel verhaal hier is alleen maar een verhaal over hoe iemand zijn band heeft geplakt. En het heeft allemaal niets bij te dragen aan hoe wij een nieuwe Nederlandse filmcultuur opnieuw kunnen laten starten en van belang kunnen laten zijn. Als we dat eenmaal gedaan hebben, kunnen we het ook eens een keer over de inhoud hebben.’

En zo lijkt iedereen gevangen in het systeem. Distributeurs zijn gedwongen tot een conventionele manier van uitbreng. Zo kan bijv. directe uitbreng op VoD niet. Want in dat geval verdienen ze hun geld niet terug omdat PayTv de film dan niet meer wil. En zo zijn er meer voorbeelden. Producenten (en in hun kielzog de makers) worden afgerekend op de bezoekcijfers.

Moeten we juichen als een film met een hele hoop moeite geen 3 maar 15,000 bezoekers trekt? Vaak is de investering er ook dan nog niet uit. Jeroen Beker (voormalig compagnon van Frans van Gestel bij Motelfims): ‘Je moet gewoon af van dat systeem waarop je wordt afgerekend. Wat je nu de afgelopen week ziet gebeuren, is dat er allemaal lijstjes verschijnen met hoeveel mensen er naar een film zijn geweest en hoeveel het geïnvesteerde bedrag van de overheid is. Er zijn producenten die gaan roepen: ‘die films ga ik niet meer maken’ en ‘die moeten niet meer gemaakt worden’. En dat zijn net de producenten die ze juist wel zouden moeten doen. En er zijn distributeurs die twijfelen. Terecht want ze kunnen de boel niet meer betalen. Ik zal even in herinnering roepen dat van al die mensen die nu die succesvolle films maken een groot deel is begonnen met een slecht lopende artfilm. Martin Koolhoven, Lodewijk Crijns, Paula van der Oest, noem ze maar op. Als we dat systeem loslaten dat je wordt afgerekend op de bezoekers, dan kunnen we het inderdaad over talentontwikkeling en een soort wederopbouw van de artfilm hebben.’

 

Heel ander licht

Het blijft merkwaardig. Film is de meest toegankelijke vorm van de kunsten. Poetry International heeft er voor gezorgd dat zoiets moeilijk toegankelijks als poëzie zijn publiek heeft gevonden. En wij als sector krijgen niet meer dan 3.000 mensen naar een aardige of goede en niet eens zo ontoegankelijke film of documentaire. We spiegelen ons graag aan een florerend land als Denemarken. Het Deense fonds heeft een aparte sectie geheten talentpool scheme.  Low budget, zonder druk van verplichte uitbreng, zonder druk van de distributeurs. Budget 3.756.000 euro. De makers hebben extreem veel vrijheid en kunnen veel risico nemen. Ook al omdat ze niet over distributie en MG’s hoeven na te denken. Pas als de film af is, wordt er gekeken of hij überhaupt gedistribueerd wordt.

Misschien valt er te denken aan een vorm, waarin we de films zelf uitbrengen zonder de druk van de distributeurs. Hoe erg is het precies als er ook films worden geproduceerd, die niet een bioscooproulatie kennen? En waarbij de keerzijde is dat je een systeem hebt dat veel meer vrijheid en mogelijkheden tot het nemen van risico biedt. De oude Das Kleine Fernsehnspielgedachte: 10 films per jaar. Vijf misschien niet helemaal geslaagde, maar met een interessant idee als achtergrond, drie redelijke en een of twee regelrechte toppers. Stranger than Paradise van de toen volstrekt onbekende debutant Jarmush kwam zo tot stand en was indertijd zo’n verassing. Het raakt de kern van het bestaansrecht van het Filmfonds. De spagaat waarin het sinds de fusie van de twee fondsen verkeert: de spagaat tussen de artistieke film en het soort film dat om economische redenen geïnitieerd wordt.

Documentaireproducent Pieter Van Huystee zag tijdens een expositie over Jean Paul Gaultier een film over de modeontwerper. Hij telde zo’n 150 andere kijkers in de zaal. Terwijl zijn vrouw naar die mooie songfestivaljurk aan het kijken was, ging hij een paar keer terug. Zaten er weer nieuwe mensen. Hij komt tot de rekensom dat zo’n 3 à 400 mensen per dag die film hebben gezien. Zo’n expositie staat er drie maanden; dat betekent zo’n 30.000 kijkers. En gaat vervolgens de rest van de wereld over. Reken maar uit.

Waar hebben we het eigenlijk over? Het merendeel van de films wordt gecofinancierd door TV. Als we die kijkcijfers er bij halen, en dan laten we de verschillende festivals maar ook VoD, internet en weet ik veel buiten beschouwing, gaat het over heel andere aantallen kijkers. Aantallen, die een heel ander licht op het bestaansrecht van deze films doen schijnen.

Author: Peter Dop

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.