VR-installatie Ahorse

Tijdens de komende editie van het Nederlands Film Festival in Utrecht zal de cinematografische VR-installatie ‘Ahorse!’ van regisseur Wendy Gutman te zien zijn als onderdeel van de selectie van de INTERACTIVE Expo bij NFF. Ahorse neemt de toeschouwer mee op een poëtische en filosofische reis door de geschiedenis van onze verbeelding en gebruikt daarbij als vehikel onze verbeelding van het paard. Ahorse onderzoekt hoe het menselijk streven naar lichter en luchtiger heeft geleid tot het medium VR en wat erna komt. Een interview met Wendela Scheltema.

Het zien en beleven van de VR-installatie Ahorse is moeilijk in woorden te vangen. Je moet het ervaren. Hoe leg jij aan mensen uit wat Ahorse is?
Ahorse is een reis door de geschiedenis van de menselijke verbeelding aan de hand van onze verbeelding van het paard. Maar de film gaat eigenlijk over het feit dat wij in staat zijn om dat wat we in ons hoofd zien, werkelijkheid te laten worden; over de vrucht van onze verbeelding. Het feit dat wij daartoe in staat zijn is dat wat ons als mensen onderscheidt van de rest van de natuur. En daar zit een ontwikkeling, maar dus ook een geschiedenis en een toekomst in. Ik wilde vertellen hoe wij ons, als mens, tot de realiteit verhouden. Deze benadering is natuurlijk ontzettend subjectief maar ik heb toch geprobeerd te zoeken naar een vorm waarbij je op gevoelsniveau met de kijker communiceert. Uitgangspunt daarbij is dat er heel veel is dat ons verbindt. Dat merk ik ook aan de reacties op de film. En dan met name de reacties van heel gewone mensen, die zonder ‘intellectuele bagage’ het werk ervaren.


Terug in de tijd: Hoe en wanneer is het idee van de VR-installatie Ahorse ontstaan?

In 1992 zat ik op de filmacademie en maakt ik een film over film. Wat ís film eigenlijk, vroeg ik me toen af. Is het de reflectie van een bestaande werkelijkheid of is er iets aan film dat wij tot nu toe over het hoofd hebben gezien? Ik was op zoek naar een soort holistische waarheid achter het medium. VR was ook toen een enorme hype en sprak bij veel mensen tot de verbeelding. Voor die film interviewde ik mijn jaargenoten van de regieklas fictie. Ik had er een lezing van Henk Oosterling in opgenomen met de titel ‘Film, Snelheid en Lichamelijkheid’. Ook Oosterling zag VR als een manier om het doel van het menselijk streven, namelijk steeds ‘lichter te worden opdat wij dichter bij de goden zouden komen’, te verwezenlijken. Maar twee jaar later taalde niemand meer naar VR. De techniek was onvoldoende ontwikkeld en bovenal ging de belangstelling vlak daarna vooral uit naar het internet.

In 2012 kwam VR opnieuw in de belangstelling door de kickstart van Oculus Rift. Twee jaar later kwam de bril op de markt en werd VR huge. Nu sloeg het massaal aan. Iedereen, elke beroepsgroep, of het nou gamers, autoverkopers, kunstenaars, journalisten, filmmakers, dokters, onderwijzers waren; iedereen kon er opeens wat mee. Het was niet een hype, nee het was een nieuwe religie!

Ik vond dat enorm fascinerend en vroeg me af waarom dat was. Wat was er gebeurd tussen 1993 en 2015 dat maakte dat het medium nu wél aansloeg? Welke ontwikkelingen hebben ertoe bijgedragen dat mensen nu wél die bril op gingen zetten, zich totaal van de buitenwereld afzonderden en helemaal in die VR opgingen?

Het leek me interessant een reactie op mijn film uit 1993 te maken en zo te reflecteren op het medium zelf. Maar dan wel ook in VR. Aanvankelijk zou het alleen een werk worden waarbij je een bril moest opzetten maar gaandeweg kwam ik tot de overtuiging dat als ik dit verhaal over het beleven van realiteit wilde vertellen, er juist ook een fysiek component in moest zitten. Omdat wij een werkelijkheid toch pas als zodanig ervaren als we daarin met ons lichaam en dus de zwaartekracht verbonden zijn.

Kun je iets vertellen over de voice-over? Was het idee van het gebruik ervan en de tekst er vanaf het begin?

Ik heb heel lang gezocht naar een vorm voor dit werk. Uiteindelijk kwam ik uit op wat het nu is: een opeenvolging van iconische ruimtes waarin ik mijn ideeën over die ontwikkelingen kon verbeelden. Ik merkte alleen dat het niet voor iedereen duidelijk was wat mijn redenering was; hoe de ‘verhaallijn’ liep.

Na een aantal viewings besloten we iemand te vragen om er een tekst bij te schrijven. Het klikte heel goed tussen mij en scenariste Lenina Ungari. Ik had haar de film gestuurd. De film had toen al de opbouw die het nu nog steeds heeft. We hebben veel gepraat over waar elke scène over ging. Zij had binnen een week twee versies van een voice-over; een ‘religieuze’ en een ‘existentiële’. Uiteindelijk, na veel schaven hebben we van de twee teksten één gemaakt. We wilden niet iets heel letterlijks, maar iets dat ook weer meer als poëzie dan als een commentaarstem zou werken.

Wat de stem zelf betreft; die werd me in de schoot geworpen. Ik zocht namelijk een tijdelijke ‘English native’ en wij verhuurden indertijd nog een appartement bij ons in het gebouw. Ik heb toen een van de toeristen, een meisje van 19 uit Bristol, m’n huis in gesleurd en gevraagd of ze de tekst even op mijn iPhone wilde inspreken. Karen heette ze. Ze vond het doodeng. En hoewel ze nogal mompelde vond ik haar stem prachtig.

Toen het tijd was om de voice-over voor het ‘echie’ op te nemen heb ik wel vijf professionele actrices gecast en met enkele van hen de tekst opgenomen, maar dat werkte gewoon niet. Die darling kon en mocht ik niet killen. Dus toen heb ik haar achterhaald en gebeld en gevraagd of ik haar in mocht vliegen en het nog een keer met haar mocht opnemen in een de studio van Peter Flamman. Ze is heel erg verlegen en vond het superspannend maar ik ben heel blij dat we dat gedaan hebben. Haar stem is heel bijzonder en het accent maakt het ook heel authentiek.


Ik kan me voorstellen dat Ahorse technisch een enorme uitdaging was. Wist je wat je te wachten stond?

Nee, natuurlijk niet. Maar ik ben nogal nieuwsgierig en pragmatisch dus als ik iets nodig heb zoek ik uit hoe ik het moet doen en dan begin ik gewoon. De film is ook heel erg via trial en error tot stand gekomen. Ik had een klein Samsung 360 cameraatje en daar experimenteerde ik mee. Mijn aanvankelijke idee was om een spiegelfilm te maken; exact dezelfde film als die uit 1993, maar dan in deze tijd. Het leek me heel vet om twee tijdperken in één blikveld te hebben, maar dat werkte voor geen meter.

Ik heb samen met mijn editor Fynn Roovers wel tien versies gemaakt voordat we een vorm hadden die naar mijn idee goed werkte. Dat deden we gewoon in Première en met simpele animaties. Uiteindelijk hadden we een draft waarmee ik naar WeMakeVR ben gegaan met de vraag of zij er voor mij echte VR van konden maken. De kerk die in het verhaal te zien is, is door een briljante student van de KABK in C4D gemaakt; alhoewel hij intussen al een jaar was afgestudeerd toen het klaar was. En het paard is old school opgenomen in een loods in België. We hebben het stereoscopisch en in 8K gefilmd; met twee Reds naast elkaar.

Je hebt in alle uithoeken van de wereld materiaal gefilmd en verzameld; onder andere in Egypte, Georgië en Congo. Hoe heb je die plekken uitgekozen? En hoe ging het filmen van het paard?

Ik was eigenlijk toevallig voor werk of vakantie op die plekken. Ik had dan altijd dat 360 graden cameraatje bij me. Je moet toch wat op vakantie. Dat blauwe figuurtje in de tweede autoscène is mijn dochter, ze was toen twaalf. De scène is opgenomen in de Egyptische woestijn, met een gehuurde cabriolet. Ik had bedacht dat wij in die auto heel snel langs haar zouden rijden en dat zij dan achter de auto aan moest rennen. Ik had er alleen niet bij stilgestaan dat zij dan in haar eentje in dat blauwe pak in die woestijn zou achterblijven. Gelukkig is er niets gebeurd.

De kronkelweg die in het verhaal te zien is, is een besneeuwde bergweg in het Noorden van Georgië. Ik heb het beeld negatief gemaakt waardoor het er heel onheilspellend uitziet, maar eigenlijk is het een heel zonnig sneeuwlandschap. Het shot uit Congo is uiteindelijk gesneuveld.

Het filmen van het paard was een hele saga op zich. Via Maarten Treurniet, bij wie ik langsging omdat hij een heel tof VR-filmpje had gemaakt, kreeg ik de tip om met Dietrich Verzele te werken. Hij vond het een mooie uitdaging. Hij is ‘horsewrangler’ en doet alle grote films in Europa waar paarden in voorkomen. Ik wilde dat het paard van heel ver uit het niets op je af zou komen. Maar dat is een heel moeilijk shot om te maken in VR want je wil uiteindelijk niets van de omgeving zien.

Iemand raadde me aan met Reinier van Brummelen te werken, omdat hij zowel camera als compositing doet en technisch heel erg goed is. Nu is hij een van de beste cameramannen van Nederland, dus ik vond het nogal eng hem te benaderen, maar hij zag de draft en was meteen heel enthousiast. We hebben toen echt weken zitten puzzelen hoe we het zouden doen, want er waren natuurlijk behoorlijk budgettaire beperkingen maar ik wilde het per se in 3D en haarscherp, zodat je de vacht van het paard zou kunnen zien trillen.

Nu wilde het toeval dat Diettrich om de paar jaar in een loods een soort theaterspektakel met paarden doet. En toevallig was het net in de periode dat ik Ahorse aan het maken was. Hij bood aan dat we die opname dan net voor zijn show konden doen, dus daar hadden we enorm geluk mee.

Uiteindelijk hebben we het shot op twee REDs, side-by-side gedraaid. Op de set stonden tien man. Maar toen was het toch mis gegaan met die omgeving en heb ik het shot met een bedrijf in India, dat compositing doet nog helemaal moeten rotoscopen. Dat was drie maanden werk.

Uit het materiaal dat cameraman/regie-assistent Stijn van Santen voor ‘the making of’ heeft gedraaid hebben we uiteindelijk de trailer gemonteerd. Aanvankelijk omdat het me zinloos leek beeld uit de film te gebruiken, omdat je er zonder context toch niets van zou snappen. Maar ook dat was weer een blessing in disguise, omdat die beelden eigenlijk het hele verhaal van de film vertellen, maar dan op een andere manier.

Heb je geworsteld met ‘show don’t tell’ enerzijds en zo realistisch mogelijk verbeelden anderzijds?

Ja en nee. Enerzijds heb ik kladblokken vol geschreven over wat ik nou eigenlijk wilde vertellen, anderzijds wel tien versies in film gemaakt van hoe het beeld zou moeten worden. Toen de vorm er eenmaal was, was realistisch verbeelden niet meer echt een issue, omdat ik eerder werkte vanuit de vraag ‘hoe verbeeld ik een gedachte, een idee in één scene?’. Bijvoorbeeld het idee van individualiteit in combinatie met de gedachte dat de moderne commerciële maatschappij daar een funeste rol in speelt.

Dan krijg je dus een woestijn met een sterrenhemel waarbij dat zwerk opeens om je heen gaat draaien en er vervolgens super irritante roze candy-crush pony’s uit denderen, terwijl de lucht ondertussen oranje kleurt van de industriële luchtvervuiling. En dat vond ik dan heel erg grappig. Maar dat is dus eigenlijk een heel intuïtief beeld. Ik benoem het inhoudelijke niet.

Op een gegeven moment realiseerde ik me dat VR voor mij veel meer een medium is dat werkt zoals literatuur dat doet. Het is een gevoelsmedium. Je vormt je een beeld in je hoofd en dat is een soort eindeloze wereld. Maar dat is ook een ‘gedachtebeeld’ dat veel meer via je gevoel werkt. Ik kan misschien niet echt uitleggen wat ik bedoel, misschien gaat het over intuïtief verbeelden?

Je vertelde dat Ahorse bedoeld is voor een breed publiek. Heb je concessies gedaan?

Nee. Het is denk ik een groot misverstand dat een breed publiek dingen niet zou snappen of niet geïnteresseerd zou zijn in een onderwerp als dit. Dat merk ik heel erg aan de reacties van mensen die je tot dat ‘brede publiek’ zou kunnen rekenen. Men vindt het heel erg leuk om aan het denken te worden gezet. Ik vind wel dat het de taak van de kunstenaar is om zo duidelijk mogelijk te communiceren. Kunst moet je raken, maar het hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Ik haak zelf ook steeds sneller af als ik eerst een half boek moet lezen voor ik een kunstwerk begrijp. Voor wie maak je het dan?

Ik heb wél geprobeerd om een niet heel makkelijk abstract idee naar een vorm te brengen die voor veel mensen intuïtief te begrijpen zou zijn. En ook heel erg geprobeerd om iets te maken waar je met een blij gevoel uit zou stappen. En wat een kind ook zou kunnen zien en ook leuk zou vinden. Maar dat neemt niet weg dat er voor de intellectuelen ook veel te beleven is. Ahorse is wat dat betreft best gelaagd, je kan hem ook een paar keer zien en dan zie je steeds weer andere dingen.

In 1992 was je al in contact gekomen met virtual reality. Ben je er altijd mee bezig gebleven of heb je het medium herontdekt?

Ik ben er niet echt bewust mee bezig geweest, het was toen ook helemaal niet voorhanden. De techniek was volstrekt primitief, je kon er niks mee. Ik las wel altijd de VR-nieuwtjes, als die er waren. Dus ja, ik heb het herontdekt.

Nou moet ik zeggen dat ik het gegeven, de idee van VR, sowieso altijd interessanter heb gevonden dan veel wat er in wordt gemaakt. Uiteindelijk als je er lang mee bezig bent kom je er toch ook achter dat het maar niks is, zo in je eentje in die bril koekeloeren. Wat dat betreft denk ik dat het medium ook enorm overschat wordt en dat je echt moet nadenken wat je wel of niet in VR maakt. Ik heb eigenlijk nog nooit een interessant drama-filmpje in VR gezien.

In 2012 haalde Oculus Rift via Kickstarter 2,4 miljoen dollar binnen en kwam pas in maart 2016 met de eerste consumenten-versie van de VR-bril uit. Heb je enig idee waarom het zolang heeft geduurd voor VR populair werd?

Als ik het me goed herinner waren in 2015 de eerste ‘VR-days’ in VondelCS en daar begon voor Nederland de hype zo ongeveer. Toen waren de VR camera’s nog in elkaar geknutselde GoPro’s op een rig en werd het beeld aan elkaar gestitcht. Maar omdat er zo veel mensen uit zo veel verschillende hoeken op sprongen was het heel erg in de belangstelling. Het idee sloeg bij zo veel mensen aan, heel intrigerend. En vergeet niet alle VR brillen die met een telefoon werkten. En dan had je nog zo’n cardboard viewer met 360-video. Dat was relatief wijd verspreid. Ik heb zelf heel lang gewerkt met de Samsung Gear – dat witte bolletje – en dan zat daar stitch-software bij en klikte je je Samsungtelefoon in zo’n bril met een koptelefoon.

De techniek van Oculus is anders, dat gaat uit van een game-engine. Er was ook een soort richtingenstrijd indertijd wat nou ‘echte’ VR was: 360 video of de game technologie. Uiteindelijk wordt video meer voor documentaire of drama filmpjes gebruikt en game technologie meer voor de kunst, animatie en grafische werken.

In 1992 interviewde je klasgenoten van de Filmacademie over VR en dat iedereen bezig is met het creëren van zijn eigen realiteit. Je concludeert dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan en dat we in een nieuw tijdperk terecht zijn gekomen. Je besluit een nieuwe generatie studenten te interviewen. In de interviews komt het thema individualisme sterk naar voren. Wat is met name het verschil tussen de generaties van toen en nu, denk je?

Ik denk dat de generatie van nu enorm op zichzelf gericht is. Dat bedoel ik niet zozeer negatief, maar wel dat dat veel meer hún referentiekader is: het ik, het individu. Daarnaast is deze generatie natuurlijk opgegroeid in een tijd waarin de beeldcultuur is geëxplodeerd; overal en altijd is beeld, waarvan veel reclame. Veel prikkels, veel keuzes, veel vrijheid. Maar dus ook veel keuzestress. En als alles mag en kan verliezen dingen hun waarde. En maar proberen te genieten! Werkt dat? Dat is denk ik wel een van de effecten van die beeldcultuur.

Ik denk dat die digitale vluchtigheid ze ook steeds het gevoel geeft iets te missen of kwijt te raken, je hebt letterlijk geen grip meer op je bestaan en dat maakt angstig en doet verlangen naar kaders, denk ik. Ik denk dat mijn generatie letterlijk meer vaste grond onder de voeten had. Er waren geen sociale netwerken en als je iemand wilde spreken dan ging je naar iemand toe of je belde iemand op met een telefoon. We waren meer verbonden met de aarde. Voor deze generatie speelt een belangrijk deel van hun leven zich in de digitale wereld af.

Hoe ervaar je het individualisme van deze tijd? Heeft het effect op je? 

Als ik eerlijk ben stoort het me een beetje. Of eigenlijk niet het individualisme an sich, dat moet iedereen vooral zelf weten. Maar het horkerige gedrag dat er soms uit voortkomt daar kan ik me mateloos aan ergeren. Bijvoorbeeld wanneer een kind haar fiets midden op de stoep zet, alsof er geen andere mensen zijn die daar langs moeten, van die dingen. Dus ik loop de hele dag fietsen weg te slepen haha.

VR heeft geen frame en geen grenzen. Voor de ene student was dat angstaanjagend voor een ander juist bevrijdend. Wat doet die grenzeloosheid met jou?

Ik vind die grenzeloosheid heel spannend maar dat komt dus omdat ik zo nieuwsgierig ben. Ik wil altijd weten wat er aan de andere kant van het grid is. Ik weet nog heel goed dat er een paar jaar geleden een VR-installatie bij IDFA was, dan kon je in de ruimte naar twee mannen kijken die daar stonden en dan vond ik het interessant om te kijken wat er gebeurde als ik m’n hoofd door de huid van die mannen stak. Door de matrix, zeg maar.

Je speelt binnen Ahorse met zwaartekracht? Welke filosofie zit daarachter?

De film speelt zich voor een heel groot deel alleen in je hoofd af. Alleen denk ik dat je ervaring van de werkelijkheid, je legitimering daarvan, onlosmakelijk met je fysiek verbonden is. Dus om dit verhaal over wat wij als realiteit ervaren goed te vertellen, moest er een fysieke component in zitten, waarbij je het verhaal, dat zich in je hoofd is begonnen te vertellen, in je lichaam afrondt en ervaart. Los van dat ik het ook heel erg grappig vond.

Hoe heb je Ahorse gefinancierd? Had je een producent en een fonds?

Ik heb de film zelf gefinancierd, door geld van mijn dayjob op te sparen. Ik heb met een aantal heel goede producenten gewerkt om aanvragen in te kunnen dienen bij verschillende publieke fondsen, maar die aanvragen werden afgewezen en toen voelde ik me bezwaard om die producenten nog meer tijd aan mij te laten besteden.

Uiteindelijk heeft het daardoor allemaal wat langer geduurd, maar ik weet wel dat ik na de zoveelste afwijzing dacht: volgens mij kan ik mijn tijd beter besteden aan het ontwikkelen van de film dan aan het schrijven van aanvragen en zelf mijn eigen feedback organiseren. Het was toch onontgonnen terrein. En die VR wereld was een beetje cowboyland en daar hou ik wel van. Dat gaf ook veel vrijheid en ruimte om echt te experimenteren en de grenzen van het medium te verkennen. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment met zo iemand in gesprek zat en die zei ‘VR hoort zo en zo te zijn’. En toen dacht ik hoezo? Hoe kun je dat weten, het is een nieuw medium!

Bij de laatste aanvraag die ik indiende trokken ze in het afwijzing-advies de capaciteit van mijn producent in twijfel, en dat was iemand die al dertig jaar in deze sector werk maakt! Dat gebrek aan vertrouwen vond ik wel shocking.

Hoe bereik je met een VR-installatie je publiek?   

Dat is moeilijk. Je moet VR eigenlijk in een museale omgeving laten zien. Maar dan moet het ook weer thematisch bij dat museum passen. En praktisch gezien moet er ook altijd iemand bij zijn. Gelukkig bevind ik me in de luxe positie dat ik boven een museum woon, met een tuin. Op dit moment kunnen mensen de film in mijn tuinhuisje bekijken. De kleinste bioscoop van Nederland! Ik heb een ticketshop gemaakt en dan kun je daar een slot boeken. Maar ik ben ook bezig met het ontwikkelen van een ‘stand-alone’ installatie, zodat je het ergens neer zou kunnen zetten en mensen alleen op een knop hoeven te drukken om de installatie af te spelen. Maar goed, dat is een toekomstdroom, wie weet.

Je heet Wendela Scheltema, maar je werkt (ook) onder pseudoniem Wendy Gutman. Waarom is dat?
Dat heeft een heel praktische reden. Ik kwam er op een gegeven moment achter dat ik in verband met m’n dayjob heel vaak gegoogled werd. En ik hou die dingen graag gescheiden. Mijn moeders meisjesnaam was Gutman en dat bekt wel lekker. Ook in het buitenland; want wie kan Scheltema nou goed uitspreken?

Wat voor cruciaals vertelde Cleo Campert over je film wat je niet in het dankwoord wilde opnemen? 
Bij de eerste versies van de film was het allemaal heel cerebraal. Een heel zware intellectuele exercitie, vreselijk moeilijk en misschien ook wel heel pretentieus. Ze zei: ‘er moet meer liefde in’. En toen bedacht ik dat paard en dat ik het verhaal via de verbeelding van het paard moest vertellen. Op die manier heb je tijdens het kraken van je hersens in ieder geval iets leuks om naar te kijken.

Ben je al bezig met een nieuw project? Wordt het opnieuw een VR-installatie?
Ik ben nu een beetje aan het nadenken over een nieuw werk. Maar dat wordt iets waar je met anderen in zit. Samen een nieuwe werkelijkheid beleven is nog leuker.

https://www.filmfestival.nl/films/ahorse

Kaarten voor de VR-installatie zijn te koop via:

https://ahorse-vr.avayo.nl/transactions/new/74397


Author: Sander Houwen

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.