Kinder- en jeugdfilms doen het goed!

Dat de Nederlandse kinder- en jeugdfilm zeer succesvol is, was al bekend. Bijna een kwart (23%) van alle Nederlandse films in de afgelopen 10 jaar was een jeugd- of familiefilm. Samen trokken deze films bijna de helft (45%) van het totaal aantal bezoekers aan een Nederlandse film. Op dit moment draaien de films Oorlogsgheimen en Loenatik, te gek! in de bioscoop en later dit jaar worden onder andere Wiplala, Mees Kees op de Planken, Het leven volgens Nino en Boy 7 verwacht.

Ook in de rest van Europa doet de kinderfilm het goed. Uit het onlangs gepubliceerde onderzoek van het European Audiovisual Observatory (The theatrical circulation of European children’s films) blijkt dat voor Europese kinderfilms gemiddeld 5x zoveel kaartjes worden verkocht in Europa als voor films gericht op andere doelgroepen. Gemiddeld zijn 70 Europese kinderfilms goed voor 11% van het totale jaarlijkse bioscoopbezoek in Europa.

Kinderfilms worden verhoudingsgewijs beter verkocht in Europa dan films voor volwassenen. Bijna 71% van alle Europese kinderfilms geproduceerd in de onderzoeksperiode, werd uitgebracht in ten minste 1 ander land. Hier tegenover staat een exportcijfer van 49% voor andere Europese films. Bovendien werden kinderfilms uitgebracht in gemiddeld 3,4 landen. Voor andere Europese speelfilms is dit aantal 2,2. 

Animatiefilms voor kinderen presteren internationaal aanzienlijk beter dan live-action films.

Animatiefilms voor kinderen zijn  in gemiddeld 4,6 landen in Europa uitgebracht tegenover een uitbreng in 2,6 landen voor live-action films. De helft van het totale aantal bezoekers voor animatiefilms werd behaald buiten de nationale markt, voor live-action kinderfilms was dit 29%. De cijfers geven daarmee duidelijk aan dat Europese animatiefilms voor kinderen relatief veel bezoekers trekken in andere landen, terwijl live-action films meer steunen op het nationale succes.  

Het onderzoek is bedoeld om de verspreiding en het succes te analyseren van Europese kinder- en jeugdfilms in bioscopen en filmtheaters, d.w.z. live-action en animatiefilms voor kinderen tot 12 jaar tegenover fictiefilms voor oudere doelgroepen. In totaal werden 648 kinderfilms en meer dan 8 700 fictiefilms voor (jong) volwassenen bestudeerd in de periode 2004 – 2013. Het rapport bevat een volledige lijst met de bezoekersaantallen per titel van alle 648 kinderfilms die in de verslagperiode 2004-2013 zijn benoemd.  

Klik hier voor het volledige rapport.  

Link naar de presentatie van het rapport door Martin Kanzler tijdens het Cine Regio Forum in Erfurt. 

Het European Audiovisual Observatory  (Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector) is een Europees overheidsorgaan dat gevormd wordt door 40 lidstaten en de Europese Unie, vertegenwoordigd door de Europese Commissie. Het centrum opereert in het kader van de Raad van Europa en werkt samen met partners in de audiovisuele industrie, alsmede met een groot netwerk van correspondenten. Het Observatory is een kenniscentrum waar statistieken worden verzameld en gepubliceerd over de audiovisuele industrie in Europa.  Naast het organiseren van conferenties, zijn  de belangrijkste andere activiteiten de uitgave van een jaarboek, nieuwsbrieven en rapporten, het verzamelen van informatie, het beheren van databases en de voorlichting op de site van de Observatory:  www.obs.coe.int.

Bron: Nederlands Filmfonds

(still uit Mees Kees, regie Barbara Bredero)

 

Author: DDG

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.