Ena Sendijarevic: je moet de kijker niet onderschatten

Deel drie in de serie Filmmakers van Morgen. Ena Sendijarevic (30) kwam op haar zevende uit Bosnië naar Nederland om de oorlog daar te ontvluchten. Via een studie Filmwetenschappen in Berlijn kwam zij op de Nederlandse Film Academie in Amsterdam. Haar korte film Import werd geselecteerd voor  de Quinzaine des realisateurs in Cannes. Daarnaast won zij voor haar films handenvol prijzen op internationale filmfestivals. Onlangs voltooide zij voor Pupkin Film haar eerste lange speelfilm Take Me Somewhere Nice

Je hebt je eerste speelfilm gemaakt Take Me Somewhere Nice. Is de montage al klaar?

Ena Sendijarevic: ‘De film is voor 99 % af. De montage en mix zijn klaar. Ik ben nu heel druk bezig met de poster, de trailer en het regie statement. Dat is nodig voor filmfestivals waar de film naar toe gaat. We gaan eerst een internationale première organiseren en dan komt de film in Nederland uit. Daarna komt hij in de bioscoop en waarschijnlijk bij de VPRO op televisie.

Waar gaat de film over?

Het gaat over een Bosnisch-Nederlands meisje dat een tijd doorbrengt in Bosnië. Het hoofdthema is identiteit, zowel nationale- als ook seksuele identiteit. De film werd in Bosnië en Nederland gedraaid. Het gaat ook over tussen twee culturen in zitten. De toon van de film is vervreemdend, speels. Komisch en ongemakkelijk tegelijkertijd, net zoals mijn eerdere werk. Ik vond de draaiperiode en het maakproces soms best zwaar. Ik haalde troost uit een citaat van Camus: ‘Any honest attempt of autobiography  is self destruction.’

Zelfdestructie, dat hoeft toch niet perse, het kan ook een catharsis zijn.

Als je eerlijk bent, kun je niet om je donkere kanten heen en het doet pijn om die onder ogen te zien. En om die te delen met de wereld. Uiteindelijk kan het leiden tot een catharsis. Eerst moet er iets schoongemaakt worden, je moet door het duister heen, voordat je bij de catharsis, de reiniging, uit kan komen.

Gaat de nieuwe film zijdelings over hoe het is om vluchteling te zijn?

Mijn film Import was iets explicieter over het vluchtelingschap, terwijl het eigenlijk meer over integratie gaat. Een jong gezin dat in een Nederlands dorp beland na de vlucht uit Bosnië. Hoe pas je je aan een nieuwe cultuur aan is het thema. De vlucht zelf doe je in een roes, er is een duidelijk doel: overleven. Maar tijdens het integratieproces worden de dingen troebeler, de doelen onduidelijker.

Fernweh gaat over een meisje uit een pleeggezin, dat niet kan aarden. Ik weet niet of het vluchten an sich mijn thema is, het heeft wel invloed op mijn werk denk ik. Import is op een bepaalde manier meer autobiografisch, deze nieuwe film is meer een onderzoek naar verlangen en herkomst.

Op je 7e jaar kwam je uit Bosnië naar Nederland?

In Take Me Somewhere Nice vraag ik me af, wat het betekent om onderdeel van een land, een natie te zijn. En wat er gebeurt wanneer je dat niet altijd zo voelt. Ik zie het niet slechts als vervelend, maar ik vind het interessant om al die tegenstrijdige kanten ervan in een werk te stoppen. Het is een groot verschil of je uit Finland of Alaska naar Nederland komt of uit Bosnië. Het is mijn lot geweest om hier in Nederland te komen; er zijn specifieke elementen aan de Bosnische en Nederlandse cultuur. Mijn ouders kozen voor Nederland.

Still uit Import

Het is opmerkelijk dat je in Import kiest voor een vorm met subtiele humor en absurdisme.

Ik vind mijn film gevoelsmatig realistischer dan wanneer je er een eenzijdig zware film over zou maken. Juist als mensen in een moeilijke situatie zitten, is het belangrijk dat het niet alleen als  donker en zwaar wordt ervaren. Dat is het cliché beeld. Het is de taak van de filmmaker om die gevoelens wat exacter te ontleden.

Een goed voorbeeld voor mij is de schrijver Albert Camus van De Vreemdeling (L’étranger). Maar ook Marguerite Duras ( L’amant). Deze schrijvers onderzoeken in hun literatuur hun existentie, vaak tussen verschillende culturen, op een speelse manier.

Zij zetten mij ook aan tot absurdisme. Die lichtvoetigheid laat zien, het leven gaat onverbiddelijk hard door en jij moet je maar aanpassen. Ik denk dat iedereen vroeg of laat de zin van het leven gaat bevragen. Hoe eerder hoe beter denk ik, dat is dan weer een voordeel van een andere jeugd.

In L’étranger sterft de moeder van het hoofdpersonage en in het verhaal gaat hij daar laconiek mee om. Later vermoordt hij nog iemand, maar uiteindelijk wordt hij gestraft voor het laconiek omgaan met de dood van zijn moeder. Het leuke van film maken is dat je kunt ontleden hoe iets er écht uitziet. Dat vind ik boeiender dan een replica maken van wat we al weten.

Ena: foto van Imke Panhuijzen

Het bijzondere in jouw korte films die ik heb gezien, Reizigers in de nacht, Fernweh en Import, vind ik dat je open plekken in het verhaal laat, zodat de kijker zelf kan interpreteren.

Ik vind dat je de kijker niet moet onderschatten. Ik denk niet dat de kijker dommer is dan ikzelf; als ik iets voel of denk dan verwacht ik dat de filmbezoeker dat begrijpt. Als je hem/haar wel onderschat, krijg je een vervelende wereld waarin alles uitgekauwd wordt en je je fantasie niet hoeft te gebruiken. Als ik zelf een boek lees of een film zie en merk dat de maker de kijker niet onderschat, dan krijg ik daar energie van en voel ik liefde voor die persoon. Het is de uitdaging van de filmmaker om de balans te vinden tussen soms open laten, maar ook richting en structuur geven.

Je moet wel communiceren.

Precies, uiteindelijk moet je wel communiceren. De kijker volgt jou in het verhaal, maar je weet soms niet precies waar je naar toe gaat in het verhaal. Het gebied van het niet weten, moet je niet te snel op willen vullen. Soms moet je het eerste antwoord dat opkomt weglaten, als je het gevoel hebt dat er iets beters gaat komen.

Iets over actrice Bien de Moor, zij speelt zowel in Reizigers in de Nacht als Fernweh. Zij heeft een bijzondere uitstraling, zeker een gezicht wat je bijblijft. Het acteren in jouw films vind ik ijzersterk op alle fronten.

Ik probeer de donkere kant van het leven ook een plek te geven in mijn werk. Bien was daar ook een middel toe. Zij heeft een bepaalde mystieke uitstraling. Zij straalt een verlangen uit. Ik voel me aangetrokken door dingen die we niet helemaal kunnen begrijpen. Ik wil in de casting niet al te veilige keuzes maken om ook die duistere kant toe te laten. Ik werk nu met een meisje van 17 in mijn nieuwe film, Sara Luna Zoric, een heel bijzonder mens. Zij combineert in haar ogen het donkere en het onschuldige.

Ik probeer dingen in mijn werk te stoppen die je niet in eerste instantie zal verwachten. Casting is daarbij enorm belangrijk, ik werk met een bureau maar maak de uiteindelijke beslissingen zelf. Ook de figuranten kies ik zelf.

Ik begrijp filmmakers die dat overlaten aan een casting director ook niet. Dat is je klei.

Precies dat is je verf en klei, ongelooflijk als je die niet zelf kiest.

Ik las dat je zei dat een goede film op een bepaalde manier persoonlijk moet zijn.

Persoonlijk betekent niet per se autobiografisch. Je voelt in een film of de maker er om geeft of niet. Dat ruik je als publiek, je merkt dat de maker er écht om geeft.

Hoe kun je in hemelsnaam een film maken als je er niet om geeft?

Als je een film maakt die van de lopende band komt, of als de maker zichzelf niet goed kent en iets maakt wat inwisselbaar is.

Ik bestrijd trouwens het idee dat een arthouse film geen groot publiek kan bereiken. Ik vind een film goed als ie wat toevoegt aan de wereld, als die je aan het denken zet. Belangrijk is ook dat de filmmaker verantwoordelijkheid neemt. Je zet iets op de wereld net als een kind. Daarbij komt ook nog dat je belastinggeld krijgt om iets te maken wat de samenleving beter maakt. Het moet uitdagen, maar dat betekent niet dat het saai moet zijn. Een goede film moet wel entertainen, of het nou art-house is of niet.

Een van de filmmakers die jou inspireren is Jim Jarmusch. In zijn film Down by Law is het eerste wat zijn hoofdpersonage doet als hij in de gevangenis beland  een raam tekenen op de muur in zijn cel. Dat is humor!

Het mooie van Jarmusch is dat hij de gekste dingen bedenkt en het gewoon uitvoert. Hij denkt niet dat vinden mensen vast suf, dom of te frivool. Ook dat is een balans, tussen licht en donker. Soms kun je in het scenario wat donkerder zijn, dan in de beelden die je uiteindelijk gaat maken met de camera. Net als er ook een evenwicht moet zijn om bij je eigen idee te blijven, maar ook de verbindingen met mensen op de set aan te gaan. Dat is moeilijk, dat kost het meeste energie. Ik probeer altijd te communiceren dat ik aan het zoeken ben en blijf zoeken. Mijn kracht is het stellen van de juiste vragen, de twijfel omarmen en het overwinnen van angsten.

Wat vind je van de DDG?

Ik heb mij aangemeld na mijn afstuderen op de Filmacademie. Mijn focus ligt nu meer op het starten van mijn carrière. Ik heb wel een keer gebruik gemaakt van de juridische adviezen bij de DDG. Ook ben ik geweest op een avond over auteursrechten.

 

Author: Jaap Mees

zie www.free-spirits-film.eu

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.