De denkende filmer

Driedaags filmprogramma KEES HIN in EYE

Van 15 t/m 17 januari presenteert EYE een drie dagen durend programma met films van de eigenzinnige filmmaker Kees Hin (79), een van de belangrijke cineasten van naoorlogs Nederland. Het oeuvre van Hin is een schatkamer die een halve eeuw Nederlandse geschiedenis en cultuur weerspiegelt. Voor zijn gehele oeuvre ontving hij in 1985 de L. J. Jordaanprijs. Een selectie uit Hins oeuvre van 115 titels is te zien. Een gecomprimeerd retrospectief, want een heel retrospectief zou enkele weken duren. Naast de screenings in Eye zijn er ook een aantal films van Hin online te bekijken op de website van EYE.

/ door Peter Dop

 

Ik werd in 1984 door iemand anders gevraagd om mee te werken aan een film getiteld Soldaten zonder Geweren. Een reconstructie van de Februaristaking met interviews met Februaristakers. Kees’ werk kende ik niet. Toen ik tijdens de première de film zag, zag ik een totaal andere film, dan ik verwachtte. Geen didactische documentaire reconstructie van de Februaristaking, maar een fictieve weduwe van een Februaristaker (actrice Elisabeth Andersen), die anno nu worstelt met haar herinneringen aan haar gefusilleerde echtgenoot. Enigszins in verwarring en niet wetende wat ik van de film moest vinden, stond ik na de film naast een groepje communistische dames. Ze waren uiterst geëmotioneerd door de film. Door de zijwaartse beweging van perspectief die Hin met zijn onderwerp had gemaakt van een gebeurtenis in 1941 naar de worsteling van een vrouw anno nu, had hij juist daardoor blijkbaar de dames weten te raken.

 

 

Kees Hin is niet de filmer van hapklare brokken. Zijn films geven de kijker een grote mate van vrijheid van interpretatie. Het is onmogelijk Hins oeuvre van meer dan 100 titels onder een noemer te brengen. In 50 jaar maakte Hin in de marge van de filmindustrie een groot aantal opmerkelijke eigenzinnige documentaire opdrachtfilms (voor het Rode Kruis, de Nederlandse Gasunie, Rijkswaterstaat, etc.), een grote hoeveelheid films voor kunstrubrieken als De Ivoren Toren en vooral Beeldspraak en talloze ‘vrije’ films. Met een grote verscheidenheid aan onderwerpen op artistiek, historisch en sociaal gebied. En vooral met een gevarieerd gebruik van, in elk product zeer op de voorgrondtredende, filmische middelen. Dat maakt het moeilijk zijn werk te typeren. Geen enkele film lijkt op de andere, zou je kunnen zeggen. En elke film afzonderlijk onttrekt zich aan een eenduidige benoeming. Hij laat zich niet de wet voorschrijven door ingeburgerde tradities binnen de filmpraktijk. En hij benadert het onderwerp niet vanuit het standpunt van de opdrachtgever, als daar sprake van is, of vanuit de verwachting van het publiek. Lastig voor die opdrachtgevers (sommige films werden geweigerd), maar ook lastig voor subsidiegevers, die iets meer ‘ingebed’ zijn in de huidige filmindustrie.

Voor Hin is het onderwerp van een documentaire eerder het startpunt, een aanleiding om afzonderlijk mensen die toevallig of zijdelings bij het onderwerp betrokken zijn, te observeren. Al die levens worden niet gebruikt om het onderwerp in te vullen. Maar hij maakt ze tot dragers van het onderwerp. Het resultaat van die methode is geen invulling van het onderwerp, maar een visie. De telkens weer andere filmische middelen, die hij gebruikt, de presentatie, laat de kijker uiteindelijk een grote vrijheid van interpretatie.

 

 

Zo wordt Soldaten zonder Geweren niet een reconstructie van de Februaristaking. Maar via de omweg van een spoor uit het verleden, in dit geval een reëel bestaand nagelaten afscheidsbriefje van een gefusilleerde Februaristaker, wordt het verleden benaderd. Een film over bijv. het weekblad De Groene wordt niet een film over al die intelligente redacteuren, maar een portrettering van de lezers van De Groene. Met geënsceneerde flarden Hamlet, gespeeld door een acteur. Het misschien niet zo voor de hand liggend opvoeren in een documentaire van iemand als Hamlet, net als De Groene redactie op zoek naar de waarheid, zorgt voor die vrijheid van interpretatie.

Er is sprake van speelsheid en luchtigheid. Die speelsheid zit hem dan meestal in het gebruik van filmische middelen. In Hins klassieker Roodkapje, verteld door 160 Nederlanders (naar een oorspronkelijk idee van K. Schippers) zet hij één voor één mensen uit eenzelfde straat in Haarlem op een stoel, terwijl hij ieder vijftien woorden uit het sprookje van Roodkapje laat zeggen, achter elkaar, totdat het uit is. Iedereen kan zijn zin door Hins ingreep nooit afmaken; er zit alweer een ander op de stoel. Taal, manier van spreken, oogopslag, houding, het worden kwetsbare details. Hoe kom je er op?

 

 

In een andere film (misschien was het net iets anders, maar het geheugen gaat nu eenmaal aan de haal met de realiteit) zien we een vrouw op een fiets, die vanuit een tamelijk hoog standpunt gefilmd en geïnterviewd wordt. Ze heeft er behoorlijk de vaart in. Als kijker denk je: ‘Hoe heeft die Hin dat prachtige shot in godsnaam voor elkaar gekregen?’ Onze goochelaar is niet te beroerd om zijn truc te verklappen. We krijgen vervolgens een totaalshot te zien, waarin Hin met cameraman en een hoog uitgeklapt statief op een bakfiets voor de fietsende vrouw uit met razende vaart door een groen polderlandschap sjeest. Wat we zien is Poor man’s cinema van een hoog Laurel en Hardy-gehalte.

Ik beweer al het bovenstaande allemaal wel zo, maar is het ook waar? Wat vindt Kees er zelf van?

Hin: “Doordat de films bestaan, kan ik me herinneren dat ik op dat moment van het maken van sommige films tevreden was. En nu laat ik zo’n film zien als een stukje van een groter geheel. Het is een retrospectief moment. Ik hoop dat alle filmers van Nederland via zo’n filmmuseum ook zo’n moment meemaken. Ik heb meer dan 100 films gemaakt. Ik heb geprobeerd alle films de toverkracht van een beeld te geven. Bij het maken van een film is er het moment, zoals je een berg beklimt, dat je het haalt. Hoe simpel een film ook is, het moet altijd tot een bespiegeling over het onderwerp komen. En de een heeft drie films gemaakt, maar daar zit dan de volledigheid van het bestaan in. En ik moest er wel 100 maken om die ladder te beklimmen. Dat is niet bewonderenswaardig, ik had gewoon veel treetjes nodig. Een ander kan het in tien treetjes.

Schaduwrijk_01

Het Schaduwrijk

Er is een installatie te zien, die ik jaren geleden met een aantal mensen heb gemaakt over het concentratiekamp Theresienstadt. De Duitsers lieten de joodse mensen een film maken voor het Zweedse Rode Kruis over hoe goed het daar was. Die joodse mensen maakten die film in de hoop dat ze daardoor gered zouden worden. Maar het eerste wat er gebeurde nadat de film af was, was dat ze op de trein werden gezet naar Dachau. Zestien mensen kijken tegelijkertijd op monitoren naar dat stukje film en reageren daarop. Verder draait Cinema Invisible. Die film gaat over een boek, waarin scenario’s verzameld zijn, die nooit tot een film gekomen zijn. De Gevoelige Plaat wordt vertoond in dat grote café/restaurant. Die film is toch zonder geluid, vandaar. Duizenden glasnegatieven, het volledige in een verlaten tramremise gevonden archief van een portretstudio, met gezichten uit de jaren 30, 40 en 50. De geschiedenis die in die duizendkoppige readymade doordringt. En er staan monitoren met films, soms halve films, soms fragmenten. Waar je even als het ware kennis maakt met mijn eenvoudige menselijke universum. Waar Rolf Orthel, K. Schippers, Otto Ketting, Sandra van Beek en noem maar op een rol in hebben gespeeld. Dus het gaat steeds over film. De componist Wagner heeft eens gezegd, misschien citeer ik fout, maar ik doe het toch: ‘In mijn muziek stop ik elementen, die niet helemaal stroken met de hoofdmelodie. Ze schuren tegen de prachtige klanken, maar kondigen ook een volgend deel aan.’ Nu eindelijk heb ik de goede formulering te pakken. Dat doe je bij film ook. Haakse elementen krijgen hun functie in volgende delen. Dat levert een spannende montage op. Een beetje verstopt, zoals een goochelaar dat doet.”

Het is heel divers wat je hebt gemaakt. Ik bedoel niet zo zeer de vele genres, maar meer dat alle films afzonderlijke films lijken te zijn. Het is moeilijk om een typische Hin-film te duiden. Het zijn films die zich moeilijk op een eenduidige manier laten benoemen. Kan je je daarin vinden?
Hin: “Ja. Dat vind ik ook het mooie aan film. Het is van alles wat. Zo beschouw ik het tenminste. Ik laat me niet alleen inspireren door het onderwerp, maar vooral ook door allerlei creatieve mensen om me heen, die scenario’s schrijven, gedachten op schrijven, muziek componeren, camerawerk doen. En vooral probeer ik door te dringen in de situatie, die gefilmd wordt, en het toch zo gewoon mogelijk te houden. Maar het desondanks te laten trillen. Zodat het gewone bijzonder wordt. En dat houdt in dat je het steeds weer op een andere manier moet proberen. Je kan ook zeggen dat je voor een gigantische muur staat. Je probeert levenslang allerlei methodes uit om er over heen te klimmen. Terwijl er 100 meter verderop, uit je zicht, een grote ijzeren deur in die muur zit, die je makkelijk open kunt maken.”

Je hebt een indirecte manier van vertellen, lijkt het. Een film over een dichter is niet een opsomming van biografische elementen, maar wordt meer een film over zijn buren, die over de dichter vertellen.
“Terwijl je het zegt, denk ik dat ik dan juist de dichter film op zijn geheime momenten. Dat ik hem dan juist even film in een intiem gebaar. De momenten waar hij essentieel is. Dat betekent dat je als het ware langs hem heen moet lopen en net moet doen alsof je hem niet ziet. Dat kan niet, maar die houding moet je hebben. Want dan geeft hij zich bloot. Hij geeft zich bloot door een potlood, of een paar schoenen die ergens staan, of in eens een paar mooie zinnen zegt. Dat indirecte hoort kennelijk bij mijn methode. Maar het is ook de methode van de verlegenheid. Het heeft ook met mijn karakter te maken, die indirecte vorm.”

Over indirectheid gesproken: vaak is je hoofdpersoon al dood. Heeft dat er mee te maken?
“Ja, vroeger zei ik: ‘Iedereen heeft effect op het leven. Al jouw handelingen maken dat de wereld anders draait. Dat is pas af als je dood bent. Dus ik ben geïnteresseerd in de feuilles mortes van ieders leven’. Dat zei ik vroeger, nu denk ik dat niet helemaal meer. Een ander moet maar zeggen of het zo is. Liever maak ik niet een film over een persoon, maar over een verschijnsel dat bij die persoon hoort. Veel films zijn niet zo zeer portretten, maar films over schizofrenie (Een taal met een Vreemde), of over de vraag of muziek politiek kan zijn (Volharding), of over mensen die heel enthousiast in Casanova zijn (Kom, Casanova, kom). Het gaat mij meer om de zijdelingse beweging naar de persoon toe. Personen geplaatst in een omgeving, in een voor hen essentiële hoedanigheid.”

Bij documentaire gaat het vaak over informatieoverdracht. Bij jou niet. Je bevredigt de kijker niet, je port hem op.
“Ik spoor hem aan een eigen vrolijke kijk op het onderwerp te krijgen. Zodat iedereen die de film ziet, op zijn eigen wijze zijn eigen idee over het samengaan van vrolijk en bedroefd kan ontwikkelen. Dat is ook het wezen van de kunst. Je moet niet bewonderend naar een schilderij van Rembrandt kijken. Maar je moet tegen hem praten, je moet hem aanraken. Je moet zien dat Rembrandt doorknokt om schoonheid te maken.”

Wat wil je als filmmaker?
Ik wil mijn eigen reactie op het onderwerp journalistiek en dramaturgisch zo helder mogelijk overbrengen. En alle middelen van ritme en perspectief, van waaruit je iets filmt gebruiken om het geheimzinnige van de wereld te benaderen. Ik ben niet geheimzinnig om de geheimzinnigheid. Het geheimzinnige van het bestaan moeten we te pakken zien te krijgen. Want daarmee kunnen we verder leven.”

Kees praat denkend. Na een vraag valt eerst een stilte. Dan komt er een begin, dat vaak niets te maken lijkt te hebben met de vraag, uitmondend in een gedachtegang. Af en toe, onderbroken met een verheugde uitroep: ‘dat had je niet gedacht, hè!’, of: ‘dat bedenk ik nu voor het eerst!’ Uiteindelijk weet je soms niet meer zeker of dit het antwoord was op de gestelde vraag of een antwoord op een niet gestelde, maar misschien interessantere vraag. Tijdens zijn antwoorden dwalen mijn gedachten soms af. Zoals je tijdens sommige, meestal goede films ook op bepaalde gedachten komt, die los staan van de vertelling. Gedachtezijpaden. Zo komt bij mij tijdens een van zijn antwoorden langzaam de gedachte op: ‘Kees praat zoals hij filmt’. Of andersom: ‘hij filmt zoals zijn gedachten op gang komen.’

 

Kaarten kun je bestellen via deze link https://www.eyefilm.nl/themas/het-werk-van-kees-hin

 

Foto Kees Hin, door Jan Wich

Author: Peter Dop

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.