Op de Set: De Poel

Midden in de zomer bezoekt de Gazet de set van De poel. Bij een verlaten meertje, ver van de bewoonde wereld, gaan twee gezinnen wildkamperen. Je voelt het al: dit wordt een horrorfilm. Carine Crutzen speelt een hoofdrol: “De film gaat over gewone mensen. De ene helft heeft zin in een vakantie in de natuur en de andere helft niet. En dan gaat het langzaam fout.”

Op het landgoed van de adellijke familie van Van Karnebeek, diep in Overijssel, staan de tentjes van cast en crew opgezet. “Een landgoed was de enige optie,” legt producent Herman Slagter uit, “omdat dat niet open is voor regulier publiek. Bossen zijn te gecultiveerd: overal staan richtingaanwijzers.” Niet alleen in de film, maar ook offscreen wordt er gekampeerd. Men is het erover eens: muggen en teken, díe zijn pas horror. Spuitbussen met Deet gaan veelvuldig rond. Het gebied is getekend door hoge bomen en af en toe een open plek. We verzamelen bij de stallen. Die zijn verbouwd en hebben hoge plafonds. Bij één ervan hangt nog een bordje met een paardenkop naast de ingang.

Jan Doense loopt hier rond, die met zijn productiehuis House of Netherhorror de initiator is van de lowbudgetfilmreeks waar De poel deel van uitmaakt. Hij wil Nederland als horrorland op de kaart zetten. Dit is de eerste van vier griezelfilms: “Ze hebben onderling niets met elkaar te maken. De poel is wat sprookjesachtig: Deliverance meets The Shining; Frank van Geloven maakt Nieuw bloed, een soort actiefilm met vampiers; Erwin van de Eshof en Barend de Voogd werken aan Bijlmer Voodoo, een zombiefilm in de Bijlmer; en Mark Weistra regisseert een spookverhaal dat zich afspeelt in Friesland. Dat gaat In het duister heten.”

Op het terrein duiken hier en daar gebouwen op. Een ervan is rood van kleur. Binnen staan pompeuze leren stoelen en hangen talloze geweien. Nanouk Leopold nam er Wolfsbergen op, maar voor De poel wordt er niet gedraaid. Hier logeren Crutzen en Gijs Scholten van Aschat. Crutzen: “Het is een oud jachtslot met opgezette dieren; er staat zelfs een ijsbeer. Een echt spookhuis dus – als die van de Addams Family – met een krakende wenteltrap en een hemelbedje. Een avond fietste ik terug vanaf de holding en het laatste stukje deed mijn dynamo het niet meer. Toen kreeg ik wel een onbestemd gevoel.” Op de set is ze niet bang geweest.
Ik schrik zelf wel als een klein meisje in haar eentje over het bospad op ons af komt lopen; kleine meisjes zijn volgens de gruwelwetten immers altijd bad news. Gelukkig is ze de dochter van een van de crewleden.

De regisseur en scenarist is Chris W. Mitchell en dit is zijn speelfilmdebuut. Hij is van Britse komaf en heeft in Nederland veel gewerkt als scriptdokter. “Ik woon hier al lang, maar ik blijf heel Engels. Ik heb een aantal satirische elementen in het script verwerkt, die mij als buitenstaander zijn opgevallen. Het belang van koffie in de ochtend, bijvoorbeeld, en hoe bot kinderen met hun ouders omgaan. Dat is zó Hollands. We filmen zoveel mogelijk chronologisch en hebben tijdens de opnames de relatie van enkele personages nog kunnen aanpassen. Twee bijrollen, een vader en zijn dochter, zijn daarom belangrijker geworden dan we dachten. Heerlijk dat dat kan.”

Vandaag wordt er gedraaid op een open plek. De personages zitten verveeld op een boomstam of staan er ongelukkig tegenaan geleund. Het regent zogenaamd, dus ze dragen regenjassen. De camera is achter natte planten opgesteld, zodat je het gevoel krijgt dat iemand het tafereel bespiedt. Aandachtig bevochtigt een runner de bladeren: soms nauwkeurig met een waterspuit, dan weer wat slordiger, met een fles met een gat in de dop. Ook de acteurs worden natgemaakt, zodat het water van hun capuchons afdruppelt. De runner krijgt van Mitchell de Engelse bijnaam ‘waterman’. Eén van de gedeprimeerde personages is Gijs Scholten van Aschat. Hij werkte mee aan het scenario: “We wilden iets maken in de traditie van Alfred Hitchcock en David Lynch. Ik heb nagedacht over de structuur en geprobeerd de voorwaarden voor klassiek drama te verwerken. Wie is de protagonist? Wie de antagonist? Er zit van alles in dat je in klassieke tragedies tegenkomt: driehoeksverhoudingen, een concurrentiestrijd tussen twee broers en een dominante vader.”

Eerst schiet Mitchell de long shots. De geluidsmannen staan op verhoginkjes om met de boom buiten beeld te blijven. Daarna worden de medium shots gedraaid en komt de ‘waterman’ weer in actie. Hij houdt een tak met forse bladeren vast, die hij eerst nat spat. Wanneer Bart Klever aan de beurt is, houdt de runner de tak boven Klevers hoofd en laat het water er langzaam af druppelen, alsof hij hem koelte toewuift. Mitchell vertelt dat hij naarmate het verhaal vordert, meer een handheld-stijl gebruikt: “En we gaan steeds closer draaien. In de eerste scènes zie je telkens, beeldvullend, zes mensen die hun ding doen. Op den duur gaan we er dichter en dichter op. Aanvankelijk weet je daarom zelfs niet wie de hoofdpersoon is. We nemen een risico, maar ik maak liever een interessante mislukking, dan een veilige film die lauw is.”

Verderop ligt het pittoreske meertje dat het belangrijkste decor is. Het is doodstil, de plas beweegt niet en weerspiegelt het bos en het hoge gras. De snoeren die tussen varens door lopen en de platte steen die nep blijkt te zijn, voelen als fremdkörper. Aan de overkant staan twee tenten en er hangt een gigantische Ajaxvlag aan een hijskraan om het licht te filteren. “We doen alsof het fijn is om hier te zwemmen,” lacht actrice Jamie Grant, die de puberende dochter van Klever speelt, “terwijl de drek tot aan je heupen reikt. We moesten een wedstrijdje borstcrawl doen en telkens als je je handen omlaag deed, ging je door die massa heen. Heel smerig. Er zwemmen ook slangen in, maar dat hoorden we pas achteraf. Toch ziet het er heel mooi uit, vooral ’s nachts. Dan ligt er een fabelachtige mist overheen.”

Author: DDG

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.