Upcoming (deel 8 van 10): Nina van Oort

Nina van Oort studeerde af met de film Joyland. De documentaire gaat over de Amsterdamse Joey en Sam. Ze hebben een voedselvervangend poeder op de markt gebracht waardoor eten niet meer nodig is. Met de toenemende vraag naar het product lijkt een mooie toekomst voor de jonge ondernemers in het verschiet te liggen.

NINA_2194_900

Hoe begon het verhaal van deze film?

“Sam en Joey, de hoofdpersonages, ken ik uit mijn omgeving. Ik had gehoord dat Joey hiermee bezig was. Ik was nieuwsgierig en dacht: ‘Wat een bizar product; hier wil ik meer over weten’. Toen heb ik een keer met hem afgesproken. Ik zag niet alleen een bizar product, maar ook een heel eigenzinnige jongen. Hij is een tijd kunstenaar geweest. In die periode hing hij zijn eigen selfies op straat. Hij is ook een hele tijd drugsdealer geweest. Op een gegeven moment kwam hij die Amerikaanse voedselvervanger tegen. Hij ontdekte dat dat nog niet in Europa werd verkocht. Meteen toen ik een afspraak met hem had vond ik hem een interessant personage. Hij is iemand die heel veel verschillende kanten in zich heeft en waar je ook naar wilt blijven luisteren. Je vraagt je steeds af wie hij eigenlijk is en wat eronder zit.

“We hebben het bedrijf een maand gevolgd. Ik denk dat je een beeld krijgt van hoe hun start-up eruitziet en wat de potentie is voor de toekomst. Tijdens het draaien was het idee om hen gelijkwaardig te maken. In het bedrijf is Joey de frontman en doet Sam de back-end. Zo zitten hun karakters ook in elkaar. Het ging vrij natuurlijk dat Joey een grotere rol in ging nemen. Het idee om het product zelf te gaan maken komt van hem.

“Het zijn twee jonge ondernemers. Ze hebben een enorme drive om heel snel heel ver te komen. Ze hebben veel energie en lef. Een ongeremdheid waar ik zelf wel wat van zou willen hebben. Maar op sommige vlakken dacht ik ook: ‘Shit, ben ik het hier wel mee eens?’. Alsof ik even niet zo goed wist hoe ik me tot hen moest verhouden. Niet dat ik geen respect voor hen had, want er waren bepaalde dingen aan hen die ik heel goed snapte en heel tof vond ook, maar ik ben een heel ander persoon dan zij.”

 

“Het product dat ze maken roept allemaal vragen op; onder andere of het wel gezond is. Daar krijgen de jongens op een gegeven moment ook mee te maken. Daarnaast zijn er heel veel manieren om dat product in de markt te zetten. Daar worden ze op een gegeven moment mee geconfronteerd en de vraag is dan hoe ze daarmee omgaan. Dat is waar de film over gaat: Hoe kijk je ernaar, hoe verhoud je je ermee, wat zou je zelf doen, dat soort vragen. Er zitten in de film een paar momenten waarbij ik dacht: ‘Wow, dit zou ik compleet anders aangepakt hebben’. De vraag is dan hoe je jezelf positioneert als maker tegenover je onderwerp.

“Ik hou heel erg van onderwerpen die dat in zich hebben. Dus dat je niet zo goed weet wat je ervan moet vinden. Dat je niet weet of je er respect voor hebt of dat je er juist helmaal niks mee kunt. Als je aan het monteren bent dan is het natuurlijk wel heel belangrijk dat je gewoon weet waar je staat in zo’n verhaal. Ook hoe je je verhoudt tot de scènes, hoe je je verhaal gaat indelen en welke richting het gaat krijgen. Films die ik eerder maakte waren vaak rechtlijniger. Bij die films wist ik: ‘Ik vind jou fantastisch, ik hou van jou als personage’. Dat is makkelijker, want dan weet je waar je staat. Maar ja, dat zijn niet altijd de meest interessante verhalen.

“Wat ik heb geleerd is dat het fijn is als je weet dat je respect hebt voor iemand. Dan heeft iemand nog steeds slechte of goeie eigenschappen of dingen die je wel of niet snapt, maar dan komt dat alles vanuit respect voort. Daar zat ik soms een beetje mee in de knoop bij deze jongens.”

Joyland

Kon je alles filmen wat je wilde filmen?

“In principe wel, want ze hebben hun bedrijf helemaal open gezet, dus de mogelijkheid om alles te filmen lag er. Aan de andere kant waren ze ook wel erg bezig met wat ze wilden communiceren naar de buitenwereld. In die zin had ik wel wat dichterbij hen willen komen. Het zijn echt super recht-toe-recht-aan jongens en ook nog eens heel jong. Ze zijn dus nog niet zo getraind als bij Shell, maar heel soms kwam ik dat getrainde tegen en dacht ik: ‘Ja, dat is wel een beetje lastig, een beetje jammer’.

“Je stapt een maand een commercieel bedrijf binnen. Of het nou goeie aandacht is of slechte aandacht, het is in ieder geval aandacht voor hun bedrijf. Zij vonden alle aandacht prima. Ik had soms wel het idee dat dat het draaien in de weg zat. Bijvoorbeeld in de manier waarop ze hun woorden kozen. Ik weet niet hoe bewust dat was en of daar heel erg over nagedacht was, maar dat voelde ik wel. Ik denk dat ze naar hun idee veel van zichzelf hebben gegeven. Maar jonge jongens filmen is iets anders dan jonge jongens filmen die een booming bedrijf runnen dat ze ook graag booming willen houden.”

Je hebt stage gelopen bij Tom Fassaert, wat heb je van hem geleerd?

“Ik heb veel met hem gepraat, ook over mijn eigen film. Hij zei: ‘Als je het echt niet meer weet, of je bent even de weg kwijt dan moet je sowieso heel dicht bij jezelf blijven. Daarnaast is het verhelderend om terug te gaan naar je eerste fascinatie’. Bij mij was dat nieuwsgierigheid en het feit dat ik dingen niet snapte. Die dingen kun je gaan analyseren en tegelijkertijd kun je nagaan welke stappen je hebt gemaakt. Dat is een heel praktische les, maar ik vond het heel fijn om op die manier even terug te gaan naar de vraag: ‘Waarom was ik hier ook alweer mee bezig? Wat was mijn eerste plan voordat iedereen er overheen viel en ik het helemaal om ging vormen. En wat is daar dan van overgebleven?’. Dat zijn goeie vragen om jezelf te stellen.”

Kwam je toen tot een bepaald inzicht daarna?

“Ik was best lang bezig met de vraag wat ik ervan moest vinden. Door terug te gaan naar mijn eerste fascinatie ben ik erachter gekomen dat ik in het begin geen mening had over wat er allemaal gebeurde. Ik was gewoon nieuwsgierig omdat het een bizarre arena is waar je instapt en ik het niet helemaal snapte. Dat is ook wat waard, want op het moment dat de kijker dezelfde nieuwsgierigheid voelt en net als ik het wat-moet-ik-hier-nou-van-vinden-gevoel heeft, dan wordt het interessant. Even zat ik dus in de knoop en vroeg me af: ‘Moet ik niet een keuze maken? Of ik vind dit goed, of ik vind dit slecht’. Maar het is niet alsof ik die keuze ben kwijt geraakt; die is er nooit geweest. Het was heel goed om dat te beseffen en om die film dan daarna weer zo vorm te geven dat én die nieuwsgierigheid én die twijfel er mag zijn. Dat heeft me wel geholpen.”

Films kijken

“Wat heel tof is aan de Filmacademie is dat je elk jaar tachtig fictiefilms moet kijken. Daarnaast kijk je nog eens tachtig documentaires verspreid over de eerste drie jaar. Je krijgt een lijst van alle films die je moet zien en je krijgt er tentamens over. Aan het eind van de opleiding heb je de meest interessante documentaires wel gezien en weet je wat je tof vindt. Alles staat op die lijst, ook films van drie uur waar je bijna niet naar kunt kijken, maar die voor die specifieke periode interessant waren. Op die manier weet je waar je het over hebt. Het is bijna jammer dat we dat in het afstudeerjaar niet hoefden te doen.

Joyland_poster

“Wat ik een bijzonder mooie film vind is Titicut Follies van Frederick Weisman. Ik heb de film al heel vaak gezien. Hij heeft midden jaren 60 gefilmd in een gesticht in Amerika. Hij heeft een heel observerende stijl. Eerst heb je het idee dat je naar gekken aan het kijken bent, maar op een gegeven moment verandert er iets in de vertelling waardoor je het gevoel hebt dat de bewakers geschifter zijn dan de psychiatrische patiënten. Dat is zo schrijnend om te zien.

“Andere makers die ik interessant vind zijn Peter en Petra Lataster, Menno Otten, Morgan Knibbe en Tom Fassaert. Ik hou ook veel van fictiefilms. Daar haal ik ook veel inspiratie uit. Misschien nog wel meer dan uit documentaires. Laatst heb ik Der Himmel Über Berlin van Wim Wenders weer gekeken.”

Vind je dat je film geslaagd is?

“Het streven was om met deze film iets los te maken. Dat je na de film naar buiten kunt lopen en genoeg stof hebt voor een goed gesprek. Ik denk dat de meningen wel uiteen kunnen lopen; daarvoor zijn er genoeg ingrediënten. Maar het is ook moeilijk om in te schatten, want hij is nog niet vaak te zien geweest. Dat gaat natuurlijk gebeuren. Ik denk dat de film ontstaat als deze vertoond wordt. De film wordt pas gemaakt als aan het eind van de film discussies gevoerd gaan worden.”

JOYLAND WEBSITE / FACEBOOK

Author: Sander Houwen

Share This Post On

1 Comment

  1. Ze schemert door dat wij ”wel erg bezig waren met wat ze wilden communiceren naar de buitenwereld.” terwijl Nina daar zelf ook voornamelijk mee bezig was. Joyland is meerdere malen oneerlijk gemonteerd om de reactie ‘Wow, dit zou ik compleet anders aangepakt hebben” uit te lokken.

    Om een voorbeeld te noemen: Ik wilde mijn voeding opsturen naar de vluchtelingenkerk. Nina bedacht dat het ‘lekker visueel’ zou zijn als ik er persoonlijk langs zou gaan. Ze vroeg me nadien met mijn werknemer te discussiëren over een Facebook post. Mijn ambitie om hulpbehoevende anoniem te helpen werd vervolgens gemonteerd alsof ik hen voornamelijk wilde helpen om er zelf beter van te worden.

    Een ander voorbeeld: Nina vroeg me hoe mijn product de derde wereld zou kunnen helpen waarop ik allerlei opties deelde. Nina monteerde vervolgens alleen de optie dat mijn persoonlijke gewin extra benadrukt. ‘Als we het hen tegen inkoopsprijs opsturen kunnen wij gratis onze productie opschalen.’

    Ik begrijp uiteraard dat het interessant is om scenes te maken over intrinsieke vs extrinsieke motivaties maar Joyland legt mijn intrinsieke motivatie meerdere keren uit als extrinsiek en dat geeft een oneerlijk zelfzuchtige indruk.

    Post a Reply

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.