Upcoming (deel 6 van 10): Isabel Lamberti

Isabel Lamberti (half Spaans) maakte Volando Voy, een film over de avontuurlijke tocht die de broertjes Jésus en David afleggen van school naar huis; de sloppenwijk Cañada Real in Madrid. Ze vertelt onder andere over haar interesse in het mengen van documentaire en fictie. Dit is deel 6 van de 10-delige serie over regisseurs van NFA en HKU, lichting 2015.

ISABEL_2138_900

Spanje

“Ik kom elk jaar in Spanje want ik heb daar familie. Ik heb altijd al gezegd dat ik daar mijn eindexamenfilm wilde maken. Toen ik een idee moest gaan ontwikkelen ben ik gaan zoeken naar wat daar in Spanje zoal gaande is. Tijdens mijn research stuitte ik op een artikel over een sloppenwijk in Madrid. Ik wist überhaupt niet dat er een sloppenwijk in Madrid was, dus dat vond ik een interessant gegeven. Het is geen kleine sloppenwijk, er wonen duizenden mensen. Ik wist meteen dat ik geen typische sloppenwijk-film wilde maken. Dus niet een film over hoe arm deze mensen zijn: ‘Kijk in wat voor slechte omstandigheden ze leven…’. Zulke films heb ik al duizend keer gezien en ik vind het niet interessant.

“Ik heb een voorkeur voor het werken met kinderen en jongvolwassenen, dus ik wilde al meteen iets met kinderen doen die daar woonden, maar ik wist niet precies wat. De sloppenwijk ligt heel erg geïsoleerd van scholen, dorpjes en voorzieningen. Het is niet zo dat er een tram voor de deur stopt of dat er een bus naartoe rijdt. Er is een heel slechte infrastructuur. Ik las dat veel inwoners van de sloppenwijk – en dus ook veel kinderen – genoodzaakt zijn afstanden te voet af te leggen.

“Ik zocht een simpele verhaalstructuur; iets dat ik kon gebruiken als vorm. Ik had bedacht dat de film over een voettocht moest gaan, maar vroeg me wel af waar die dan voor moest staan. De afstand tussen de maatschappij en de sloppenwijk is voor mij een heel mooi symbool van marginalisatie, want op die manier worden die twee werelden gescheiden gehouden. En toen dacht ik: ‘Dat is het! Daar moet mijn film over gaan’.

“Tijdens mijn research heb ik besloten om de feitelijkheden los te laten en de tocht als vorm te gebruiken. Binnen die vorm ben ik een verhaal gaan vertellen. Dat verhaal gaat over hoe het is om uitgesloten te worden van de maatschappij. Ik heb de tocht gebruikt als metafoor voor het leven; voor letterlijk het pad des levens.”

Heb jij hun dagelijkse route gefilmd?

“Voor een groot gedeelte bestaat de tocht in mijn film uit de echte tocht die zij lopen, maar we hebben wel degelijk hier en daar een locatie in de buurt gevonden waarvan we dachten dat het de uitsluiting van de samenleving op een mooie manier illustreerde.

“Ik vertel mijn verhaal in principe alleen met beeld, dus zonder voice-over. Het is metaforisch. Dan moet je wel op zoek gaan naar sterke beelden. Je redt het niet met alleen een woestijn bijvoorbeeld. In onze research kwamen we op een gegeven moment een pretpark tegen. We zijn ernaartoe gewandeld en zagen dat enorme pretpark. Toen dacht ik: ‘Dit is perfect, dit hebben we nodig’. Het is een heel krachtig beeld. Alleen al het feit dat daar gelachen en geschreeuwd wordt en dat die twee jongens aan de andere kant van het hek staan. Vooral als kind wil je niets liever dan daar spelen. We zijn op zoek gegaan naar dat soort plekken met in ons achterhoofd de vraag: ‘Hoe kunnen we dit verhaal het beste vertellen?’.

“De film laat door de ogen van een kind zien wat het betekent om buitengesloten te worden. Ook al hebben ze het zelf misschien nog niet zo heel erg door. Op de momenten dat ze letterlijk langs de rand van de maatschappij lopen is er altijd een hek of een bepaalde rand waar zij niet over kunnen of die hen de toegang belemmerd. In het begin van de film zie je dat misschien niet meteen, maar hopelijk wordt dat duidelijk bij het zien van de scène bij het pretpark.”

En stel dat je je had beperkt tot de route die ze elke dag lopen?

“Dan was de film niet interessant geweest. Dan krijg je een woestijn en een snelweg. Dan zou het een feitelijke reportage worden. Het pretpark had ik nodig. Ik vind dat het een fantastisch mooie scène heeft opgeleverd. De manier waarop zij van dat hek hun eigen attractie maken, dat is goud. Het vertelt dat de kinderen op hun eigen manier en met heel weinig middelen plezier kunnen hebben. Ik had dat pretpark zeker nodig omdat dat voor mij heel goed illustreerde wat ik wil vertellen. En dan vind ik dat je dat kunt doen. Het speelt zich in de omgeving van de sloppenwijk af. Ik ben er niet heel erg ver vandaan gegaan.

“Verder vind ik sfeer heel belangrijk. En ik vind het belangrijk om consequent te zijn in het neerzetten van een wereld. Je moet dan heel erg oppassen met wat je wel en niet laat zien. Op het moment dat je een plek kiest waar je lantaarnpalen en dergelijke ziet, dan is het niet meer de rand van de maatschappij. Dat idee hebben we bewust en secuur in de film doorgevoerd. Ook zie je geen andere mensen in de film. Net als in de sloppenwijk is het een een wereld waar je in vastzit, een no man’s land als metafoor.”

 

Meng je in jouw film fictie met documentaire?

“Een documentaire is altijd een verbeelding van een maker; dat is nooit helemaal de pure waarheid. Mijn film verbeeldt iets dat plaatsvindt in de realiteit en is daarom naar mijn mening documentaire. De jongens komen uit de sloppenwijk en worden gemarginaliseerd en uitgesloten. De vraag is: ‘Op welke manier ga je dat vertellen?’ Ik vind het narrow-minded om te denken dat dat maar op één bepaalde manier kan. Ik denk dat daar heel veel verschillende manieren voor zijn. De vraag is: ‘Hoe ga ik dit verhaal op een nieuwe, originele en verfrissende manier vertellen?’. Dat is voor mij regie. Dat is voor mij creativiteit.”

Cross-over

“Bij het maken van documentaires werk ik niet met acteurs, dat is mijn voornaamste standpunt en daar hou ik me wel aan. Maar voor de rest vind ik het fijn om echte elementen en gezochte elementen bij elkaar te brengen. Want ik denk dat het voor mij werkt om een film op die manier naar een hoger niveau te tillen. Ik gebruik altijd een mengeling tussen documentaire en fictie. Ik maak daar ook geen onderscheid in. Als mensen vragen of ik documentaire maak of fictie, dan zeg ik: ‘ik ben een filmmaker’.”

Montage

“Deze film had heel veel praktische moeilijkheden. We hebben drie weken gefilmd. De periode die de film weergeeft bedraagt ongeveer drie uur. We hadden twee grote problemen. Het eerste probleem was het licht. Het was oktober dus we hadden heel zonnige dagen en heel regenachtige dagen. We hebben zelfs een week niet kunnen draaien omdat het aan het stortregenen was terwijl we juist een woestijn wilden filmen. Aan het eind van de draaiperiode hadden we scènes die in de felle zon waren gedraaid en scènes die bewolkt of regenachtig waren. Die kun je niet achter elkaar plaatsen. Al helemaal niet in de volgorde zon, regen, zon, regen, zon. Continuïteit, dat was een belemmering in de montage.

“Tweede grote belemmering was dat de film een weergave is van een tocht. Dan moet je op zoek naar een balans tussen verschillende type beelden. We konden het heel goed verdelen in loopshots, wijde loopshots, achter-ze-aanlopen-loopshots, scènes en landschapsshots. Het lopen moest er continue in om de voortgang van de tocht, de lengte en de afstand voelbaar te maken. Het was niet zomaar even een beetje lopen en dan komen ze thuis; je moest voelen dat het lang was.

“Tegelijkertijd wil je ook niet dat het saai wordt, dus die balans zoeken was heel moeilijk. We hebben scènes gedraaid die heel leuk en avontuurlijk waren, maar de tocht was niet een blije avontuurlijke tocht. Een deel moest ook minder leuk zijn. De scène aan de snelweg illustreert dat heel goed. Aan de ene kant is het een leuke scène, aan de andere kant staan ze wel aan de snelweg. Elke scène moest een dubbel gevoel met zich meebrengen.

“Op een gegeven moment vonden we in die tocht een huisje van een junk waar zij van alles vonden. Het was een leuke scène, maar we dachten: ‘Het wordt nu wel een avonturenfilm’. Dat moest het niet worden. Dat is óók regie: heel erg strenge keuzes maken. Elke scène moet in zich hebben wat je wilt vertellen. Op het moment dat je dat niet doet, dan denk je: ‘Waar zit ik nou naar te kijken?’. Dan gaat het niet wringen; en het moest wringen. Op het moment dat het te leuk werd of te grappig, dachten we: ‘Leuk, maar waar kijk ik naar?’.”

Wat hield regie in bij deze film?

“Voor mij betekent regie: ‘Hoe ga ik een wereld creëren voor mijn kijker?’. Dat is voor mij altijd een wereld die los staat van de realiteit, want die is te groot en te veel omvattend; dat kun je op doek niet vertellen.

“Locaties scouten is een van de belangrijkste elementen. Dat heb ik heel erg uitvoerig gedaan. Met mijn crew heb ik de tocht gelopen en ook met mijn producent ben ik heel veel in die omgeving geweest. Ik heb nagedacht over welke elementen ik wilde laten zien en welke elementen ik er bewust uit zou laten. Daarnaast is er de cast. Wie ga ik casten als mijn hoofdpersonages? Het moeten kinderen zijn, ze moeten in een bepaalde leeftijdscategorie vallen en ze moeten in die sloppenwijk wonen. Ik wilde bij het zien van de kinderen denken: ‘Ja, dit zijn ze, dit zijn mijn hoofdpersonages’. Ze moesten charisma hebben.

“Ik heb een heel geregisseerde film gemaakt. Mijn film is constructie. Mijn film is een tocht die niet per se bestaat uit feitelijkheden. Daarnaast heb ik een heel strakke vorm gekozen. Volgens mij is ook dat regie. Ik zou niet zomaar in het wilde weg achter iemand aan kunnen lopen. Ik moet heel goed weten wat de lijn is in mijn film. We hebben gekozen voor een heel simpele cameravoering. Enerzijds lopen we als een derde persoon achter de jongens aan en zijn we een van hen. Anderzijds nemen we het standpunt in van de wereld: weids en groots. Op die manier laten we zien hoe klein de kinderen eigenlijk zijn.

“Bij het maken van een van de laatste shots waarbij de jongens door de sloppenwijk lopen, stonden er wel veertig mensen mee te kijken. Iedereen wilde weten wat er aan de hand was. Het shot moesten we in één keer goed opnemen, want het werd langzaamaan te donker om te draaien. We hadden maar twintig minuten. Ondertussen was ik al die mensen aan het informeren, de crew aan het instrueren en de kinderen aanwijzingen aan het geven. Op een gegeven moment was ik helemaal kapot. Dat was wel heftig.”

Waar zou je je op willen richten de komende tijd?

“Ik ben nu bezig met een volgende film die ik geheel in een sloppenwijk wil gaan draaien. Het wordt geen sloppenwijk-film, maar wel met de sloppenwijk als decor. Ook nu ben ik bezig met een plan waarin heel erg die tussenvorm wordt belicht. Ik voel me heel erg thuis in het cross-over-genre. Ik wil dus weer een film maken in diezelfde sloppenwijk over tienermoeders die daar echt wonen. Het zal gaan over hoe het dagelijkse leven er daar uitziet, maar wel met een kleine, fictieve verhaallijn. Ik zou het heel interessant vinden om te werken met een scenarist. Ik zou nooit een heel narratief gedreven film maken, maar iets heel kleins lijkt me een heel interessante volgende stap. De ene film zou wat meer docu zijn en de ander meer fictie, maar ik zou in mijn films altijd best of both worlds willen gebruiken.”

Volando Voy WEBSITE / FACEBOOK

Kijk de film via NPO.nl

Author: Sander Houwen

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.