Upcoming (deel 3 van 10): Biserka Šuran

Dit is deel drie van een zomerserie interviews waarin tien regisseurs uitgebreid vertellen over onder andere de opleiding die ze volgden, hun afstudeerfilm, hun voorbeelden en hun plannen voor de toekomst.

Biserka Šuran studeerde dit jaar af aan de Filmacademie met haar film Allez, Viens!, een documentaire over woongroep De Mandril in Maastricht. Biserka komt op het IVKO voor het eerst in aanraking met film. Op haar zestiende meldt ze zich aan voor de Filmacademie, maar wordt niet aangenomen. Ze gaat Media en Entertainment Management studeren en maakt in het kader van die opleiding de documentaire Uit Liefde over mannen die mishandeld worden door hun vrouwelijke partner. Met die film – in mei 2012 uitgezonden door de VPRO – wordt ze aangenomen.

BISERKA_2131_900

Hoe heb je Uit Liefde gemaakt?

“Ik deed scriptcontinuïteit op een set en ontmoette een heel aardige cameravrouw. Toen ik vertelde over mijn idee zei ze dat ik haar altijd kon bellen. Met een beetje hulp van een producent die ik kende, heb ik het eigenlijk helemaal zelf geproduceerd. Ik had ook hulp van iemand die van de Filmacademie kwam. Zij stuurde een voorbeeld van haar filmplan en op die manier kon ik zien hoe dat moest. Op de website van de Filmacademie zocht ik alumni op. Daar stonden vaak nog telefoonnummers bij, dus ik kon ze zo opbellen. Voor een camera ben ik naar Cam-a-lot gegaan. Als ik erop terugkijk denk ik: dat was best brutaal eigenlijk.

“Nadat ik de eerste keer aanmelding had gedaan waren er vijf jaar voorbij gegaan, maar het was al die tijd een grote droom van me gebleven. Ik dacht: ‘kan ik dat wel’? Het was alles of niets, zo’n gevoel was het: ‘Of ik word nu aangenomen, of ik moet het uit mijn hoofd gaan zetten’.”

Weet je nog op basis waarvan je werd aangenomen?

“Dat hebben ze niet expliciet gezegd, maar ze waren wel onder de indruk dat ik iedereen zelf had gezocht. Ik denk dat ze je vooral aannemen als ze zien dat je echt doorzettingsvermogen hebt, dat je het echt wilt. Het maakt natuurlijk wel een beetje uit wat je maakt, het moet geen onzin zijn, maar het is niet eens zo heel belangrijk, denk ik.

“De school is heel vakgericht, heel praktisch en dat is niet altijd interessant als je bezig bent met het ontwikkelen van ideeën. Soms had ik een beetje het gevoel dat we het wiel opnieuw aan het uitvinden waren. En als we wat meer gekeken zouden hebben naar wat er in de kunstgeschiedenis gemaakt is, had ons dat heel veel inspiratie kunnen geven, maar dat kregen we niet aangereikt.”

En toen kwam je afstudeerfilm. Hoe ontstond dat?

“Voor de zomervakantie 2014 gingen we op kamp, naar Texel. Daar moesten we al ideeën hebben en dat uitwerken. Je moest met je producent een plan bedenken. Ik was nog bezig met m’n stage en ik had er nog helemaal niet over nagedacht. Tot in september had ik stress, want in september moesten we pitchen bij de omroepen en dan moet je echt iets hebben, maar ik had nog steeds niet echt een concreet idee; behalve dan dat ik op zoek was naar een bijzondere woongroep. Na het pitchen kwam er meer lucht en had ik een paar maanden de tijd om de mensen te vinden en research te doen.

“Tijdens de pitch kon ik niet echt mensen overtuigen. Dat maakt op zich niet zo veel uit, want je krijgt sowieso een omroep toegewezen, maar je voelt je wel een beetje voor lul staan. Ik voelde me daar gewoon heel slecht over. Sta je daar in Hilversum en je bent er niet klaar voor. Het was een gemiste kans.

“Dat vond ik ook het moeilijkste aan de school, dat je niet je eigen tempo kunt volgen. Je zit in een traject en dat is heel strak. Sommige mensen kunnen daar prima in werken, die gedijen daar goed in, maar voor mij was het best wel een hel om te moeten presteren, ik heb m’n eigen ritme, m’n eigen werkwijze.”

Je film gaat over een woongroep in Maastricht. Waar kwam dat idee vandaan?

“Ik maak me vaak boos over dingen die ik zie. Maatschappelijke zaken en over hoe de wereld in elkaar zit. Bijvoorbeeld over dat er zo weinig geprotesteerd wordt. Zelfs niet tegen ontwikkelingen die onze generatie aangaan. De maagdenhuis-bezetting stelde me een beetje gerust, maar goed, mijn research-fase was een jaar eerder. Het is niet leuk om vanuit iets negatiefs te werken of om uit te gaan van een gemis. Interessanter is het om mensen te laten zien die het anders doen. Op die manier hoop ik anderen te inspireren.”

Hoe heb je de woongroep gevonden?

“Ik ging bij heel veel groepen langs. Een hele tijd was ik bezig met Ecodorp Bergen. Die mensen zijn het eerste Ecodorp van Nederland aan het oprichten en daar was ik lang research aan het doen. Toen kwam daar asbest op het terrein, dus zij moesten hun caravans uit. Dat was jammer, want die groep vond ik interessant omdat ze zo’n hele grote droom hebben en er tegelijkertijd ook heel veel frictie was in de groep. Plan B was de Mandril; politiek en cultureel centrum in Maastricht. Die groep bestond uit meisjes van mijn leeftijd, of eigenlijk jonger nog: zo tussen de 20 en de 25. Ik vond hen heel leuk, maar ik twijfelde of er echt een verhaal in zat. Ja, er was vast wel een conflict, maar kun je daar bij komen? Omdat er dus asbest kwam in dat Ecodorp, werd ik gedwongen te switchen. Dat is me heel goed bevallen. Ik ben heel blij dat zij het uiteindelijk zijn geworden.

“Ze leiden zelf dat politiek en culturele centrum, waar ze van alles organiseren. Ze zijn heel politiek actief: organiseren concerten en workshops en ze wonen met z’n allen heel bewust in een woongroep. Ze proberen een anti-kapitalistisch leven te leiden door al hun kleren te delen. Eten verzamelen ze door te dumpster diven. Alles doen ze heel intens en heel bewust. Daar wilde ik een film over maken.”

Over vorm

“Ik heb de vorm van de film merendeels laten afhangen van wat ik zou vinden. Ik wilde dat je er in de film als kijker bij bent, dat je echt aan de keukentafel zit; als een vlieg op de muur. Dat was bij beide groepen het uitgangspunt; erbij zijn, zonder te veel aanwezig te zijn. Op een gegeven moment merkten we wel dat als mensen altijd in een groep zijn, het soms moeilijk is om ze individueel naar voren te laten komen. Uiteindelijk hebben we nog op een van de laatste dagen aparte scènes gedraaid waarbij ze twee aan twee met elkaar in gesprek zijn.”

En dat heb je ook een beetje geregisseerd?

“Ik heb vragen bedacht en die stellen ze aan elkaar.”

En is dat voor de kijker duidelijk?

“Dat is heel duidelijk. Het is ook een stijlbreuk.”

En dat werkt?

“Ja, ik hou wel van stijlbreuken. Je moet ervan houden.”

 

Hoe lang heb je gedraaid?

“We hadden 21 draaidagen in vier weken. Na afloop dachten we aanvankelijk dat we vijftien uur ruw materiaal hadden. Op een maandag waren we gestart met spotten. Donderdag om vijf uur dachten we: ‘hee. we zijn nu nog steeds aan het kijken, hoe kan dat?’ Toen bleken het 25 uur te zijn.

“Eigenlijk ging ik daarheen met een bepaald idee over de groep, vooral wat ik wilde vertellen. Maar in de realiteit was er iets anders aan de hand: ze gingen uit elkaar. Een paar bewoners studeerden af en die zouden vertrekken. Dat is wat er leefde in de groep; het idealistische stond even op een laag pitje.

“Tijdens het draaien dachten we al dat de kans groot zou zijn dat de film uiteindelijk over afscheid zou gaan. Het viel mijn editor gelijk op. Toen zijn we op dat spoor verder gegaan. We merkten dat we maar één ding konden vertellen in de 25 minuten die we hadden. Zodra we nog een ander spoor erbij wilden doen, over het idealisme of over al die andere dingen die ze doen, dan kregen we dat niet uitgelegd. Daar konden we niet op terugkomen, dus dat sneuvelde.

“Het switchen klinkt misschien een beetje als een zwaktebod. Zo kan het voelen: dat het niet is gebeurd zoals je had bedacht. Maar dat we overgegaan zijn op iets anders voel ik juist als iets heel sterks. Dat we echt documentaire aan het maken zijn, echt in hun leven zijn gedoken. Wat we ervoor terugkregen was een emotionele lijn. En dat is wat je nodig hebt in een film.”

Mocht je alles filmen? Kon je overal bij?

“Ik wilde heel graag een groepsvergadering filmen, maar dat vonden ze te privé. We hebben er eentje gefilmd. Ze wilden dus niet alles doen. Misschien had ik nog meer vertrouwen kunnen winnen. Pas in de derde en laatste week waren we helemaal geaccepteerd en dachten ze met ons mee. Dat had dus best wel veel tijd nodig. We kregen van de opleiding een maand om te draaien, dus het is een heel geconcentreerde tijd. Als je een paar maanden zou hebben en je iedere maand vier dagen zou gaan draaien en je hebt tussendoor contact en je gaat er langs, dan heb je een heel ander proces. We hebben nu een maand hun leven bepaald en dat was niet altijd leuk.”

Heb je druk gevoeld op de academie?

“Ja, er is wel competitie. En je zit met tijdsdruk. Je wilt geen slechte film maken die niemand wil zien. Je wilt niet de mislukkeling van de lichting zijn.”

Zijn er mensen die daar veel mee bezig zijn?

“Ja, er is wel competitie. Je hebt verschillende mensen in de klas die heel duidelijk weten wat ze willen en zichzelf heel goed kunnen verkopen. Anderen zijn daar minder goed in. Beide is goed. Het is dan ook fijn om tijdens pitches te zien dat we niet allemaal een verkoper hoeven te zijn. De omroep vindt het ook interessant als je wat schuchterder bent; daar kunnen ze doorheen kijken.”

Welke films vind je interessant?

“Ik hou heel erg van Franse films. Hiroshima Mon Amour [Alain Resnais, 1959] is mijn lievelingsfilm. En ik hou heel erg van essayistische films. Die van Chris Marker bijvoorbeeld. Dat is ook wel iets waar ik in verder wil gaan: essayistische films. Die heb ik op de academie ontdekt. Verder vind ik de films van Johan van der Keuken heel mooi.

“Ik vind het heel interessant om vormen te mengen. Een goed voorbeeld is Gummo [Harmony Korine, 1997]; zo’n gekke film is dat. Super interessant qua vorm en wat betreft de mix van fictie en documentaire.”

Hoe zie je de toekomst?

“Ik heb heel veel zin in de toekomst. Ik heb heel veel zin om klaar te zijn, om niet meer in een systeem te zitten. Ik heb nu acht jaar achter elkaar gestudeerd dus ik verlang ernaar om op eigen benen te staan en ook om te reizen. Het is super de lux wat je allemaal wordt aangeboden op de Filmacademie, maar nu wil ik rommelen en de tijd nemen om het zelf uit te zoeken, om fouten te maken. Of eerder nog: ervan genieten dat ik eigenlijk geen fouten meer kán maken. Mijn eigen ding doen, daar heb ik zin in. Natuurlijk heb je dan ook te maken met deadlines, maar ik heb het gevoel dat het toch anders is. Dat je je niet altijd hoeft te verantwoorden.”

Is het belangrijk dat je meteen een traject in gaat met producent, omroep en fonds?

“Waarschijnlijk wel, maar ik ga eerst even rommelen.”

 

Voor meer informatie over Allez, Viens! klik op: Allez, Viens!

Kijk Allez, Viens! in zijn geheel via:

http://www.npo.nl/filmlab-allez-viens/13-09-2015/VPWON_1239764

Author: Sander Houwen

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.