Rechtbank doet poging tot oplossing, in de rechtszaak VEVAM vs Ziggo, UPC en RoDAP

Tijdens de behandeling vrijdag van het hoger beroep dat VEVAM ingesteld heeft in het kort geding tegen UPC, Ziggo en RoDAP, om de vergoedingenstroom voor regisseurs weer op gang te brengen, is besloten de rechtszaak aan te houden. De zitting is verdaagd naar 6 januari 2015.

Nadat het Gerechtshof uitgebreid kennis had genomen van de standpunten van beide partijen, over de juridische achtergrond voor het betalen van vergoedingen aan regisseurs of juist het ontbreken daarvan, richtte een van de rechters zich direct tot RoDAP en de kabelmaatschappijen. De rechter merkte op dat er tot 1 oktober 2012 wel vergoedingen betaald zijn aan de regisseurs, maar dat er aan deze vergoedingenstroom, louter vanwege een technische verandering, in 2012 vrij abrupt een einde is gekomen.

RoDAP en UPC c.s. konden niet anders dan erkennen dat een technische reden inderdaad de oorzaak is van het stilvallen van de vergoedingen.

De rechter concludeerde vervolgens dat betrokken partijen het er blijkbaar over eens zijn dat regisseurs aanspraak hebben op een vergoeding, maar dat er desondanks sinds 1 oktober 2012 niets betaald is.

In reactie hierop lieten VEVAM en RoDAP weten sinds enige tijd weer in onderhandeling te zijn maar dat dit nog niets opgeleverd heeft omdat er geen overeenstemming is over de hoogte van de vergoeding.

De rechter opperde toen het idee dat RoDAP, in plaats dat ze de uitspraak van de rechter af zou wachten, alvast een voorschot zou betalen vooruitlopend op het onderhandelingsresultaat, waardoor regisseurs die nu al twee jaar droog staan in elk geval iets van een compensatie ontvangen voor het gebruik van hun werk. De rechter kon zich hierbij voorstellen dat het bedrag dat RoDAP zou betalen een voorschot was op de vergoedingen voor kabeldoorgifte van uitzendingen vanaf 1 oktober 2012 tot 1 januari 2015.

RoDAP én VEVAM lieten weten dat ze bereid waren om hier tijdens een schorsing over na te denken.

Helaas bleek na de schorsing dat er tussen de partijen opnieuw een aanzienlijk verschil van mening was over de hoogte van het voorschot. VEVAM vond dat het gebaseerd moet zijn op het bedrag dat er in 2011 -2012 betaald is, hetgeen ongeveer 4,8 miljoen euro per jaar betekent, terwijl RoDAP zei uit te willen gaan van de vergoeding die in de jaren 2008 – 2010 betaald is, wat volgens hen zou neerkomen op 1,4 miljoen euro per jaar.

Het vooruitzicht regisseurs in ieder geval iets te kunnen betalen voor het gebruik van hun werk, deed VEVAM  na intern beraad besluiten dat ze voor nu  genoegen zou nemen met een minimaal voorschot, te weten een bedrag van 3,15 miljoen euro als aanbetaling voor de vergoeding  voor de periode vanaf 1 oktober 2012 tot 1 januari 2015.
Net op het moment dat de rechtbank en aanwezige regisseurs zich verheugden over deze voorlopige oplossing, liet RoDAP weten dat er sprake was van een misverstand. RoDAP bleek in het geheel niet bereid tot het betalen van een voorschot op de vergoeding voor kabeldoorgifte van uitzendingen vanaf 1 oktober 2012. Ze wilde slechts een voorschot betalen voor uitzendingen in de komende drie maanden, namelijk een bedrag van 315.000 euro.

Aangezien VEVAM met dit bedrag onmogelijk aan de duizenden regisseurs, wier werken sinds 2012 zijn uitgezonden, een redelijk voorschot op hun vergoeding kan betalen, kon Vevam daarom niet akkoord gaan met het voorstel van RoDAP.

Tijdens de zitting werd opnieuw bewezen dat RoDAP en de kabelaars wel zeggen dat ze willen betalen, maar dat ze vervolgens zo’n laag bedrag bieden dat het nauwelijks serieus genomen kan worden. In wezen willen ze dus helemaal niet betalen.

Beide partijen blijven zich nu op de onderhandeling richten, reden waarom er is besloten de verdere behandeling van het appel tot 6 januari 2015 aan te houden.
Hopelijk komt er onder toeziend oog van  het Ministerie van Veiligheid en Justitie, of gedwongen door een nieuwe wet, verandering in de opstelling van de RoDAP partijen.

Ondertussen is het verbazingwekkend dat de kabelaars op dit moment wel de producenten, de componisten en andere auteurs, die betrokken zijn bij het ontstaan van de films, betalen, maar dat ze maar niet bereid zijn tot het betalen van een redelijke vergoeding aan de hoofdmakers van de film; de regisseurs, de scenarioschrijvers en de hoofdrolacteurs. Het is een vergoeding die ook nog eens vrij gering is, slechts een paar procent van de bruto omzet.  Deze vergoeding zal het rendement op investeringen op geen enkele manier in de weg staan, terwijl daarmee filmmakers wel in staat worden gesteld om van hun werk te leven en te functioneren als ondernemers.

We blijven met VEVAM hopen op voortschrijdend inzicht bij de RoDAP partijen.

Author: DDG

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.