Na ruim zeventien jaar neemt Sylvia Brandsteder afscheid als directeur van VEVAM, de Collectieve Beheersorganisatie (CBO) die de auteursrechtelijke vergoedingen voor regisseurs int en uitkeert. In die periode is VEVAM uitgegroeid tot een zelfbewuste regisseursorganisatie die een strak georganiseerde vergoedingenstroom beheert en voor de toekomst probeert veilig te stellen. Bestuurslid Suzanne Raes sprak met Sylvia over haar tijd bij VEVAM.
Nog een paar weken is Sylvia Brandsteder directeur van VEVAM. Caspar de Kiefte (voorheen Kunstenbond) loopt zich warm en zal haar per 1 februari 2026 opvolgen. Sylvia is niet iemand van de premièrefeestjes of de spotlights. Op de meestal mager bezochte jaarvergaderingen van VEVAM zien we de wat onconventionele en ernstige jurist met eindeloos geduld de taaie dossiers toelichten waarbinnen VEVAM opereert. Kabelgelden, VOD, Thuiskopie, Videma, dat soort voor regisseurs misschien weinig aansprekende, maar heel belangrijke geldbronnen. Regisseurs die in de loop van die 17 jaar in het VEVAM-bestuur zaten roemen haar toewijding en gedrevenheid. Tijd om deze stille kracht na zeventien jaar te laten terugblikken op de soms roerige geschiedenis van VEVAM.
Niet helemaal een droombaan
“Ik ben op mijn zeventiende rechten gaan studeren omdat mijn ouders dat wel iets voor mij vonden. En ik begon dat na een jaar flierefluiten ook echt wel leuk te vinden. Zeker toen ik de richting auteursrecht koos. Dat was ook ingegeven door mijn vader, die een platenmaatschappij had. Via hem kwam ik aan een stage bij BumaStemra waar ik vervolgens vijftien jaar heb gewerkt. Nou ja, dat is het walhalla van het auteursrecht. In de muziek is het auteursrecht voor makers zoveel beter geregeld dan bij film. Ik heb in vijftien jaar procederen voor Stemra geen zaak verloren, zo sterk staan die componisten collectief in hun recht.
Toen ik als moeder van drie kinderen mijn werk wat flexibeler wilde inrichten begon ik als zelfstandig juridisch adviseur. Maar ik vind het toch leuker om ergens bij te horen in plaats van in mijn eentje te opereren. Dus toen ik benaderd werd om bij VEVAM te komen werken had ik daar wel oren naar. ‘We hebben eigenlijk een directeur nodig,’ zei bestuurslid Marc Nelissen. ‘Noem me dan maar directeur,’ zei ik. Niet wetend wat er die jaren allemaal overhoop zou worden gehaald.”
Sander Jansen
“Sylvia is menselijk en altijd onverschrokken met het oog op het uiteindelijke doel.”
VEVAM zeventien jaar geleden
VEVAM was zeventien jaar geleden een hele andere organisatie en vertegenwoordigde niet alleen regisseurs maar ook de zogenaamde PIP’s, de Producenten In Persoon, en een groep scenarioschrijvers. Samen met SEKAM, de CBO van de producenten, was VEVAM gevestigd in een mooi pand aan de Keizersgracht waar ook het Service Bureau Filmrechten zat, dat voor zowel VEVAM als SEKAM de uitzenddata verzamelde en de uitkeringen uitvoerde. Bij de regisseurs in het bestuur van VEVAM was het vermoeden ontstaan dat het niet helemaal eerlijk ging bij het verdelen van de gelden. Het bleek dat er inderdaad enorme bedragen naar de PIPS gingen, vaak de directeuren van de grote televisieproducenten, ten koste van het aandeel van de regisseurs en scenarioschrijvers. Die bedrijven kregen daarnaast ook vergoedingen van SEKAM. Bestuurslid Marc Nelissen riep toen bij de ledenvergadering van VEVAM op om enkel als regisseursorganisatie verder te gaan. Dat werd een heftige bijeenkomst in een stampvol West-Indisch Huis. De regisseurs wonnen de stemming en verschillende producenten liepen woedend weg. “Het was een enorme clash.”
“Ik had toen nog de hoop dat als het stof zou gaan liggen dat we dan toch zakelijk konden blijven samenwerken, VEVAM was tenslotte mede-eigenaar van het Service Bureau Filmrechten. Je moet toch dezelfde uitzendgegevens verwerken en daar de rechthebbenden bij zoeken om die gelden goed te verdelen. Dat kan je natuurlijk net zo goed gezamenlijk doen. Maar dat was tevergeefs. Ik werd op straat gezet, zonder data-administratie of ledenbestand. Toen heb ik wel wat slapeloze nachten gehad. Ik dacht het zal me toch niet gebeuren dat VEVAM onder mijn leiding ten onder gaat.”
Het was Hans Bosscher, toen net in het bestuur aangetreden, die een kleine kantoorruimte bij NBF en DDG aan het Rokin regelde om de boel weer op te starten. VEVAM ging vervolgens voor de administratie en uitkering van de gelden een samenwerking aan met Cedar.
“Hans is door al die jaren heen, tot aan zijn dood in 2022 echt mijn steun en toeverlaat geweest. Ook Maarten Treurniet, destijds voorzitter van VEVAM, heeft enorm zijn nek uitgestoken voor het behoud van VEVAM als organisatie voor de regisseurs en intensief bijgestaan.”
Esmé Lammers
“Sylvia is ongelooflijk secuur. Voor haarzelf waarschijnlijk op het gekmakende af. Het maakt haar wel enorm betrouwbaar.”
Het ontplofte Kabelcollectief
Veruit de grootste bron van incasso van VEVAM, ook vandaag de dag, bestaat uit de kabelgelden (BMS). Dat zijn de auteursrechtelijke vergoedingen die kabelbedrijven/tv-aanbieders per abonnee betalen aan de CBO’s, die dat dan weer verder verdelen onder de rechthebbenden. Dat gebeurde binnen het Kabelcollectief, waarin CBO’s van makers en producenten onder leiding van Buma met de kabelbedrijven onderhandelden. Oorspronkelijk werd aan VEVAM via AGICOA alleen uitgekeerd voor Nederlandse producties, waardoor er claims waren van buitenlandse zusterorganisaties voor hun regisseurs. Ook regisseurs van omroepprogramma’s ontvingen nooit kabelgelden. “Dat wilde ik toen ook meteen goed gaan regelen, dat alle regisseurs een vergoeding konden krijgen. Dat we wederkerigheidscontracten konden afsluiten en dat wij voor de buitenlandse regisseurs konden innen, maar Nederlandse regisseurs ook wat terug zouden zien van uitzendingen in het buitenland. Dat is gelukt.”
Niet lang na het zelfstandig worden van VEVAM viel dit Kabelcollectief uit elkaar. De producenten sloten zich aan bij RODAP, waarbinnen de kabelbedrijven, distributeurs en omroepen zich verenigd hadden. Nu zaten de producenten dus aan de andere kant van de onderhandelingstafel.
“Eeuwig zonde was dat, en volgens mij vinden inmiddels veel producenten dat zelf ook. Producenten van speelfilms en documentaires krijgen bij mijn weten nog steeds veel lagere kabelvergoedingen dan de televisieproducenten, omdat er, anders dan bij ons, op basis van kijkcijfers wordt uitgekeerd. Het is de opportunistische keuze van een paar grote televisieproducenten geweest waardoor alle producenten en hun makers tegenover elkaar kwamen te staan.”
Na het uiteenvallen van het Kabelcollectief eind 2012 stopten de kabelexploitanten met het betalen van gelden aan de filmmakers en werd VEVAM enorm onder druk gezet om met een veel lagere vergoeding akkoord te gaan. Jarenlang kon VEVAM bijna niets uitkeren. Pas toen in er in 2015 een overeenkomst kwam tussen RODAP en de organisaties van regisseurs, schrijvers en acteurs, kon VEVAM weer goede uitkeringen aan regisseurs doen.
Stella van Voorst
“Sylvia is een beetje een cowboy, trouw, vasthoudend, een lange adem, en ze doet alles voor de goede zaak.”
Video on demand
Bij die overeenkomst werden meteen ook afspraken gemaakt over vergoedingen voor video on demand (VOD), streaming van filmwerken. Dit gebeurde op ‘vrijwillige’ basis en dat bleek in de praktijk niet te werken. Op dit punt moest de wet worden verbeterd, het recht op vergoeding moet net als bij kabelvergoedingen verplicht collectief geregeld worden. Hier is de Nederlandse wetgever vooralsnog niet in meegegaan. “Dit moet ook eigenlijk in Europees verband worden opgelost. We hoopten met internationale makersorganisaties video on demand net als kabelgeld onder verplicht collectief beheer te krijgen. Maar in de Europese richtlijn hierover is dat onder invloed van grote mediabedrijven (denk aan Google, Amazon) afgezwakt tot een regeling die lokaal moet worden ingevuld. “We werden weer gedwongen om hierover onderling afspraken te maken. Dat zijn jaren van eindeloze onderhandelingen geweest waar we nauwelijks een stap verder kwamen. Zonder wettelijke basis sta je gewoon zwak. Bovendien hadden we geen data over het aanbod en kijkgedrag van de streamers. Het was onderhandelen met een blinddoek om en je handen op de rug.”
Er is nu eindelijk een akkoord in zicht, waarbij de streamers een hogere vergoeding moeten gaan betalen aan de filmmakers. Er is ook overeenstemming over een voorlopige verdeling, waarbij ook de nieuwe makersgroepen, verenigd in FAIR meedelen. De komende jaren wordt deze verdeling geëvalueerd en moet duidelijk worden of deze ook redelijk is en standhoudt.
“Als je het mij vraagt, dan vind ik eigenlijk dat regisseurs zelf moeten kunnen beschikken over hun auteursrechten en dat zij de mogelijkheid hebben om die rechten bij hun eigen collectieve rechtenorganisatie onder te brengen. De regisseur is met de schrijver dé auteur van een filmwerk, en ik vind het volkomen onjuist dat die rechten op basis van de Nederlandse Auteurswet automatisch bij de producent liggen. Maar zie dat maar eens terug te draaien. Ik heb overigens inmiddels wel enige consideratie met producenten, want die moeten ook dealen met grote partijen als omroepen en inmiddels dus de streamingsdiensten. Ze zitten in de tang daar. En dat gaat niet zomaar veranderen.”
Peter Dop
“Ook op zaterdagavond laat of zondagochtend kreeg je meteen antwoord op je mail.”
Wat is voor jou een reden geweest om dit werk te blijven doen?
“Weet je, anderen in de branche hebben een batterij juristen ter beschikking. Ik voelde heel erg de behoefte om als jurist echt voor de belangen van makers op te komen. En beter collectief dan dat iedere regisseur zijn eigen jurist moet inhuren, dat is onbetaalbaar. Het is voor regisseurs, op een enkeling na, ook lastig om juridische zaken te doorgronden en contracten goed te begrijpen. Goede collectieve overeenkomsten met omroepen, streamers en producenten zijn ontzettend belangrijk. Het is wel eens lastig als regisseurs dat zelf niet in de gaten hebben. De beroepsgroep heeft de neiging om stronteigenwijs te zijn. Maar goed, dat is misschien ook creatief-eigen.
Ik heb het ook altijd belangrijk gevonden dat regisseurs betrokken zijn bij wat VEVAM doet. Het bestuur van VEVAM bestaat grotendeels uit regisseurs die VEVAM controleren maar ook naar buiten toe kunnen uitdragen wat VEVAM doet. Ik ben wel steeds meer overtuigd geraakt dat de filmwereld hele lelijke kanten heeft. Dat zie je ook bij regisseurs die zich hebben ingezet om de positie van regisseurs te verbeteren en die daardoor persoonlijk zijn afgestraft. Ook actieve bestuursleden van VEVAM en DDG. Soms zelfs letterlijk met dreigement van gevolgen voor hun beroepspraktijk. Blacklisting bestaat, er wordt op de man gespeeld. Verschrikkelijk vind ik dat.“
Startgeld
“Ik ben wel trots op wat VEVAM geworden is. Jaarlijks incasseren we nu bijna tien miljoen voor regisseurs, dat is een substantieel bedrag. Maar het is niet vanzelfsprekend dat dat zo blijft, het blijft knokken. En als je kijkt naar de omvang van de markt, zou het zeker nog meer mogen zijn.
Als CBO mag je een deel van je gelden inhouden voor activiteiten die de beroepsgroep ondersteunen. Van oudsher ondersteunt het VEVAM Fonds de vakvereniging (DDG), juridische ondersteuning, maar ook educatieprogramma’s. We kunnen met die gelden de belangen van de beroepsgroep op allerlei manieren versterken. Op een gegeven moment zijn we ook een aantal regisseursprijzen ter beschikking gaan stellen. Aanvankelijk konden individuele regisseurs geen beroep doen op het VEVAM Fonds. Maar ik wilde graag kijken naar andere mogelijkheden om regisseurs financieel iets extra’s te bieden. En toen kwam Hans Bosscher met zijn idee van ‘seed money’ voor de eerste fase van ontwikkeling van een filmplan en daaruit is uiteindelijk de Startgeldregeling ontstaan. Per jaar helpen we zo’n 40 à 50 regisseurs bij de eerste ontwikkeling van een filmplan. Daar ben ik echt trots op.”
Martijn Winkler
“Sylvia heeft regisseurs niet alleen begrepen, ze heeft ons werk al die jaren mogelijk gemaakt.”
Collectief en individu
“Misschien dat regisseurs die nu beginnen VEVAM zien als een soort anoniem administratiekantoor waarvan ze van tijd tot tijd iets krijgen overgemaakt. Een soort extraatje voor de vakantie. Maar dat is eigenlijk niet goed. Het is een recht om als maker met je werk verbonden te blijven. Om te weten wat ermee gebeurt maar ook om mee te blijven delen in de opbrengsten.
We zien soms regisseurs die zich melden omdat ze na faillissementen of overnames van hun producent niet eens weten wie de rechten van hun film bezit. Of dat een film de hele wereld over trekt zonder dat de regisseur dat weet en er ook geen vergoeding voor geregeld is. En ik begrijp best wel dat een exploitant of producent niet iedereen die meewerkt aan een film moet bereiken voordat ze iets kunnen doen met een film. Maar de regisseur vind ik, die moet als hoofdmaker daarop de uitzondering zijn. Absoluut.”
Afscheid
“Terugkijkend zie ik hoe belangrijk het was om met de juiste partners samen te werken. Ik ben nog steeds blij dat we voor Cedar hebben gekozen. Zeker toen alle CBO’s onder wettelijk toezicht kwamen te staan en je dus aan allerlei regels moet voldoen, is het fijn dat Cedar dat voor alle aangesloten CBO’s kan ondersteunen. En de samenwerking met Lira is in de loop der jaren heel sterk geworden. We hebben echt samen kunnen knokken voor de hoofdmakers van de film. Dat betekent niet dat we niet met andere medemakers samen willen werken. We moeten met elkaar de exploitanten van filmwerken, grote marktpartijen, zien te bewegen alle makers billijk te vergoeden. Dat betekent dat er voor andere makers moet worden bijbetaald, de ‘taart’ moet vergroot worden. Bij kabelgeld gaat het bijvoorbeeld om 25-30 cent per abonnee per maand, abonnementen waarvoor de consument iedere maand tot wel 90 euro betaalt! Het kan niet zo zijn dat de hoofdfilmmakers een deel van hun zwaarbevochten vergoedingen moeten afstaan voor andere makers, in een markt waar genoeg geld wordt verdiend. De meeste regisseurs hebben het bepaald niet breed.
Ik had graag voor mijn opvolger een verlenging van het kabelcontract geregeld, dan zijn in ieder geval de hoofdinkomsten (BMS) weer voor een aantal jaren gegarandeerd. Maar we zitten nog midden in die onderhandelingen en die moet ik loslaten. Wat betreft de deal over video on demand is er ook nog juridische fijnslijperij nodig en vervolgens een complexe uitvoering in de praktijk, voordat de vergoedingen echt op gang kunnen komen.
VEVAM is voor mij echt zo’n ontzettend groot deel van mijn leven geweest. Het zijn jaren die me niet in de kouwe kleren zijn gaan zitten. Dus aan de ene kant ben ik blij om te stoppen, ik heb ook heel erg veel zin in even niets. En wie weet wat er zich daarna aandient.”
Regisseurs over Sylvia
Sander Jansen (oud-voorzitter bestuur VEVAM)
“Sylvia’s grote kracht ligt in haar vermogen om op twee verschillende niveaus te opereren. Enerzijds beheerst ze de harde, zakelijke kant van haar vak: het juridische vakgebied van auteurscontractenrecht en de onderhandelingen met grote internationale partijen. Anderzijds weet ze door haar menselijke, empathische kant echt contact te maken met de regisseurs die ze vertegenwoordigt. Ze combineert deze menselijke betrokkenheid met een onverschrokken, doelgerichte aanpak waarbij ze steeds het eindresultaat voor ogen houdt.”
Esmé Lammers (oud-bestuurslid DDG/VEVAM en bestuurslid Thuiskopie)
“Als ik aan Sylvia denk dan is het eerste dat me te binnen schiet: Wat is ze ongelooflijk secuur. Voor haarzelf waarschijnlijk op het gekmakende af. Het maakt haar wel enorm betrouwbaar. Als je haar iets vraagt, krijg je een eerlijk en doordacht antwoord. En als ze het niet weet, zegt ze dat ook. En dan is er nog een andere eigenschap. Je kunt het koppigheid noemen, maar ik omschrijf het liever als: niet te stoppen. Sylvia kan luisteren, maar als ze niet overtuigd is, gaat ze door. Net zo lang tot de klus ‘geklaard’ is. En helaas is dat zelden het geval. Door die eigenschappen heeft ze ondanks alle tegenwerking, VEVAM uit het slop getrokken en is ze van onschatbare waarde voor regisseurs. Dat was geen toeval, maar karakter. We gaan haar echt missen.”
Stella van Voorst (oud-bestuurslid DDG, bestuurslid VEVAM/VEVAM Fonds)
“Eigenlijk is Sylvia een beetje een cowboy, maar niet lonely. Ze heeft een hond, een kleine, en is close met haar gezin. Haar kracht: ze heeft gevoel voor humor. Ze is trouw, vasthoudend, een lange adem, en doet alles voor de goede zaak, in dit geval de regisseur. Ze laat zich niet dwarsbomen en je moet haar niet tegen je hebben…”
Peter Dop (oud-bestuurslid VEVAM, VEVAM Fonds en DDG)
“Ik ken weinig mensen die zo toegewijd zijn als het om het werk gaat. Ook als je op tijdstippen mailde of appte, waarvan een ander zou zeggen ”val me niet lastig”, dus zondagochtend vroeg of zaterdagavond laat, kreeg je meteen antwoord. Alles stond in het kader van de ‘GROTE ZAAK’. De strijd met de RODAP, een strijd waarin ze bleef geloven ondanks de uitputtingstaktiek van die RODAP-boeven van iets toezeggen en dan weer intrekken of niet te accepteren voorwaarden stellen. Ze bleef volhouden ook al dacht je op een afstand te weten dat het nooit wat zou worden. Wat ze niet kon en misschien ook niet graag wilde, was delegeren. Dat hoorde er misschien ook wel bij, immers als je het zelf doet, weet je ook meteen dat het goed gedaan is. Een tweede Sylvia gaan we niet vinden.”
Martijn Winkler (voorzitter DDG)
“Ik ken Sylvia inmiddels bijna tien jaar, vanaf het begin van mijn eerste voorzitterschap bij DDG. Het waren onzekere tijden, er moesten veel moeilijke beslissingen worden genomen en de druk op Sylvia was immens. Maar waar ze altijd in uitblonk, was haar directheid. Ze wond er geen doekjes om, je weet bij haar altijd precies waar je aan toe bent. Tegelijkertijd, ondanks die zakelijkheid, zag je dat ze alles uit de kast haalde om ondanks alle tegenslag toch het beste voor regisseurs te bereiken, en om DDG te blijven ondersteunen.
Sylvia is jurist van opleiding, met een ijzeren discipline en scherpe strategische blik. Maar in hart en ziel is ze ‘one of us’. Ze begrijpt de pijn en de passie van makers, het makershart, en zet zich volledig in om dat te voeden of te beschermen. Waar veel juristen bedenkelijk wegkijken als een regisseur weer voor niks werkt, een slecht contract tekent of emotioneel reageert in plaats van zakelijk, zie ik bij Sylvia altijd die kleine glimlach. Een mengeling van trots en geamuseerdheid. Ze geniet van onze gekke, irrationele, artistieke leefwereld.
Sylvia heeft regisseurs niet alleen begrepen, ze heeft ons werk al die jaren mogelijk gemaakt. Die combinatie van krachten is uitzonderlijk. En daar mogen we haar voor altijd dankbaar voor zijn.”
Begrippen
- BMS: Basic Media Services, kabel-/uitzendvergoedingen inclusief gratis UG
- Cedar: dienstencentrum voor CBO’s als VEVAM en Lira, Thuiskopie, Reprorecht, etc.
- CBO: collectieve beheersorganisatie die auteursrechtvergoedingen int en uitkeert aan aangeslotenen
- EMS: Extra Media Services, video on demand/streaming
- FAIR: CBO van overige filmmakers
- Kabelcollectief: inmiddels opgeheven organisatie van makers en producenten om de kabelvergoedingen te innen en verdelen
- Lira: CBO van schrijvers (tekstmakers)
- Norma: CBO van acteurs/uitvoerende kunstenaars
- RODAP: Vereniging van producenten, omroepen en distributeurs
- Sekam en StopNL: CBO’s van producenten
- Thuiskopie: CBO die de wettelijke thuiskopieheffing bij fabrikanten en importeurs van gegevensdragers incasseert en verdeelt onder auteursrechthebbenden
- VEVAM: CBO van film/tv-regisseurs
- Videma: CBO voor openbare tv-uitzending

Tekst: Suzanne Raes (VEVAM/DDG)
Beeld: Foto van Sylvia Brandsteder door Jenneke Boeijink