In Memoriam Pieter Verhoeff

1964: ik ben 18 en net begonnen aan het tweede jaar van de Nederlandse Filmacademie (Toen nog een 2–jarige opleiding), studierichting camera en montage. Samen met de latere NOS-cameraman Fred Mekenkamp waren we de benjamins, wiens collegekaarten vervalst moesten worden omdat we anders geweigerd zouden worden voor films boven de achttien.

De meesten van onze medestudenten waren in de twintig. Toen zagen we de kersverse eerstejaars binnenkomen, ouder dan wijzelf maar de meesten begin twintig. Maar er was er een bij, die duidelijk een stuk ouder was dan de rest: iemand die meer  levenservaring uitstraalde dan de anderen. En dat was Pieter Verhoeff. De rest van jaar werd vooral gedomineerd door het eerste tv-optreden van Boudewijn de Groot (ook een eerstejaars), die bij Willem Duys de banvloek over President Lyndon Johnson mocht uitspreken vanwege zijn Vietnam-beleid. Dat een schoolgenoot in een klap landelijke bekendheid verwierf met de protestsong :”Meneer de President” was het gesprek van de dag. Verder bereidden wij tweedejaars ons voor op het eindexamen en liet de klas van Pieter Verhoeff zich inwijden in het magische filmvak door de wijze lessen dramaturgie en mise-en-scene van onze directeur: de nu vergeten, maar destijds zeer gerespecteerde dr.J.M.L.Peeters.

Een paar jaar later liep ik op een zaterdagavond met de ziel onder de arm rond op het Spui. Ik zat in militaire dienst, had bij de keuring verzuimd psychische gekte te simuleren om S-5 te krijgen en moest er dus aan geloven. Het was m’n vrije weekend en dan hing je op zaterdagavond op het Spui rond in afwachting van de om 24u startende happening van Robert Jasper Grootveld rond het Lieverdje. En daar liep ik Pieter Verhoeff tegen het lijf. In afwachting van het magisch provo-gebeuren rond het Lieverdje gingen we een pilsje drinken in De Oude Herberg in de Voetboogstraat. En toen pas werd me duidelijk, waar die eerste indruk van een student met levenservaring vandaan kwam: Pieter had inderdaad voor hij op de Filmacademie werd toegelaten een beroepsmatig leven achter de rug van een opleiding aan de Sociale Academie en praktisch werk als  “jongerenwerker” zodat hij op de hoogte was van de sociale kaart van Amsterdam, waartoe ook de Famos behoorde, een soort jongeren clubhuis in de Vondelstraat, dat ik goed kende omdat er ook jazzconcerten werden georganiseerd met Louis van Dijk en Willem Breuker. Tijdens die pilsjes bleek ook, dat Pieter een echte Fries uit Lemmer was en ik een geboren en getogen Amsterdammer met slechts een Fries klinkende achternaam.

We gingen na de Filmacademie ieder ons eigen weegs: ik werkte de eerste zes jaar van mijn carrière als cameraman bij het gerenommeerde filmbedrijf Cinecentrum en Pieter trad in dienst bij de VPRO, waar hij meewerkte aan het speelse en spraakmakende programma “Het Gat van Nederland”. Daarna maakte hij  het ene gezichtsbepalende VPRO programma na het andere zoals de eerste Nederlandse fake-documentaire  “Rudi Schokker huilt niet meer”, “De Katvanger” en de autobiografische serie “De Vuurtoren” over zijn jeugd in Lemmer. Hij debuteerde als bioscoopfilm regisseur met “ Het teken van het beest” met de onvergetelijke Gerard Thoolen in de hoofdrol en daarna het eveneens in Friesland spelende “De Dream”. Wat hem als regisseur opvallend maakte was dat hij zowel met beroepsacteurs als amateurs erg goed overweg kon en vaak in een mix van die twee categorieën uitstekende en geloofwaardige  rolvertolkingen wist te bereiken.

We kregen in het voorjaar 1998 erg veel met elkaar te maken  na een vergadering van het Genootschap van Nederlandse Speelfilmmakers (een beroepsvereniging waar iedereen, die een functie in een speelfilm had vervuld lid van kon worden: regisseurs, scenarioschrijvers, editors, geluidsmensen, cameramensen) .

Vier ontevreden leden van deze club dronken op een mooie voorjaarsdag een glas na afloop op de stoep van The Movies: Pieter Verhoeff, Ger Poppelaars, Gerrard Verhage en ondergetekende. Al snel waren we het erover eens, dat het GNS een krachteloze, ten dode opgeschreven club was geworden en het tijd werd, dat er een specifieke belangenvereniging voor fictie-regisseurs moest komen, maar dan een echt gilde. Dit bleek niet zomaar een ideetje te zijn, dat iedereen weer snel vergat, maar een levensvatbare gedachte, die het volgende halfjaar werd uitgewerkt in hilarische bijeenkomsten in Arti et Amicitiae, zodat tijdens het Filmfestival Utrecht in september 1998 de officiële oprichtingsvergadering kon plaatsvinden. Een bijeenkomst waar tot onze verrassing en grote vreugde iedereen op af gekomen was. Vooruitlopend op de gedachte, dat we internationaal aansluiting in de filmwereld moesten vinden, schroomden we niet de eigen taal te verloochenen en zag op dat moment  de Dutch Directors Guild het leven.

Vier DDG oprichters op een rij: Pieter Verhoeff, Gerrard Verhage, Hans Hylkema, Ger Poppelaars

Tegen Pieter zeiden we: jij bent de nestor van ons vieren, dus jij moet de eerste voorzitter worden. Pieter stribbelde tegen: ik heb ooit in het bestuur van de Christelijke Jongerenvereniging van Lemmer gezeten en daarna gedacht: eens maar nooit weer. Maar hij zwichtte op voorwaarde, dat Hanneke, zijn vrouw hem als secretaresse terzijde mocht staan.  

Daar waren we alleen maar blij mee en we konden met een startsubsidie van het toenmalige VEVAM/SEKAM (onder leiding van Wim Verstappen) in een zolderkamertje van het Filmfonds aan de Jan Luijckenstraat aan de gang. Die eerste jaren waren een pionierstijd en zoals bij elk pionierswerk leverde zo’n semi-amateuristische periode veel plezier op met uitdagende ideeën zoals het voornemen een standaard-contract te realiseren. Met behulp van een mediajurist kwam  er zeker een concept, maar ik geloof, dat het bulderende gelach van de producenten ons zo’n beetje in de andere hoek van de kamer deed belanden: wat dachten we wel wie we waren! Het filmlandschap is inmiddels sterk veranderd, maar het standaard contract is er nog steeds niet.

Na een paar jaar onder Pieters bezielende voorzitterschap waarin de DDG op aandringen van een aantal documentaire-makers haar exclusiviteit opzij zette en een algemene regisseursvereniging werd, nam ik het voorzitterschap daarna van hem over.

Een half jaar geleden bij de viering van twintig jaar DDG in de Schiller Brasserie zaten we met een glas rode wijn herinneringen op te halen. Daarom was de schok des te groter toen ik nietsvermoedend op Witte Donderdag in mijn huisje in Friesland naar het Journaal keek en daar plotseling beeldvullend het portret van Pieter zag verschijnen, onmiddellijk gevolgd door de tekst, dat hij de avond ervoor gestorven was. Ik ging naar buiten om het goed tot me te laten doordringen, liep de dijk op, keek uit over de Waddenzee en zag langzaam een rode bal  achter de kim omlaag  zakken. Daar ga je, Pieter, dacht ik. Die zon kwam de volgende ochtend  gewoon weer op, maar Pieter Verhoeff is niet meer.

Nog wel kunnen we naar al die mooie en interessante films van hem kijken. Laten we dat doen en hem op die manier eren.

Hans Hylkema

Author: Hans Hylkema

Share This Post On

3 Comments

  1. Hans, Wat schreef je hier een prachtige dichtbij tekst! Dank je.

    Post a Reply
  2. Hallo Hans, een mooi geschreven bericht. Met veel liefde geschreven.
    Ik mocht een paar keer met hem werken o.a. in het teken van het beest.
    We kwamen elkaar nog wel eens tegen.
    En dan plotseling het bericht dat hij dood is.
    Ik hoop dat alle mooie dingen die nu over hem gezegd worden ook bij zijn leven zijn gezegd.
    Met liefdevolle groeten,
    Hans MiV

    Post a Reply
  3. Beste Hans,

    Hoe staat het met de plannen voor de film over Renate Rubinstein en Simon Carmiggelt?

    Groet,

    Coba Mug

    Post a Reply

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.