Impact, Outreach en Engagement: een distributie model voor de toekomst? 

Op 11 september woonde ik de door het IDFA en het Filmfonds georganiseerde Outreach workshop bij.  Deze workshop werd geleid door BRITDOC in de persoon van Beadie Finzi. Aan de workshop namen 7 teams van producenten en makers deel met zeer verschillende documentaire plannen. Ikzelf was een van de ongeveer 50 toehoorders. Hieronder volgt een verslag van deze dag. Een dag die eindigde met de vraag of het distributie model dat BRITDOC hanteert in de nabije toekomst ook toegepast kan worden in Nederland. Het antwoord hierop is nog niet gegeven, maar het zal zeker komende tijd onderwerp van gesprek zijn.

 

beadie finzi 3

Beadie Finzi

BRITDOC

Om ten volle te begrijpen wat BRITDOC is en doet, raad ik jullie aan de website te raadplegen (http://britdoc.org), maar kort samengevat is BRITDOC een non profit-organisatie, nauw verbonden met het Britse Channel 4, die zich bezig houdt met alle takken van de filmsport: zowel de productie/ financiering/ fondsenwerving als distributie van de documentaire.  BRITDOC streeft ernaar een wereldwijd netwerk op te bouwen, met als doel filmmakers en documentaires te ondersteunen, nieuwe vormen van financiering te ontwikkelen en wereldwijd nieuw publiek te zoeken voor documentaires. De organisatie werkt met onafhankelijke documentairemakers en is internationaal georiënteerd. De mensen die er werken hebben allemaal een film achtergrond. Beadie is zelf bijvoorbeeld filmmaakster en ook uitvoerend producente. Ze zetten de maker en diens film voorop.

 

Distributiemodel voor de toekomst?

BRITDOC is opgericht na de enorme cultuurbezuinigingen in Groot Brittannië.
Volgens Baedie kunnen  we ons in Nederland gelukkig prijzen met het geld dat nog beschikbaar is voor de productie van documentaires. In Groot Brittannië is in 10 jaar tijd alles wegbezuinigd. Hoe de toekomst in Nederland voor de documentaire (en de “artistieke” speelfilm) er uit gaat zien weten we nog niet. Maar stel dat de geldkraan ook hier steeds verder wordt dichtgedraaid, dan zou de manier van werken van BRITDOC wellicht tot voorbeeld kunnen dienen van hoe ook de Nederlandse (documentaire) makers in de toekomst hun films moeten gaan financieren en hoe ze die films  aan de man moeten gaan brengen. In het model van BRITDOC lijken financiering en distributie meer met elkaar vervlochten dan bij ons.

 

De oude tijden zijn voorbijbritdoc foto 4 jk

Het oude Europese model van distributie van de documentaire was heel goed en degelijk. Een film werd uitgebracht, draaide in de bioscoop, op festivals en werd tenslotte op televisie uitgezonden. Maar die tijd is voorbij. De bezoekersaantallen in de bioscopen lopen terug, televisiestations wankelen en neigen naar de wat makkelijker verteerbare films, distributeurs branden hun handen niet meer aan films die mogelijk te weinig publiek trekken.  Dat klinkt allemaal rampzalig, maar tijden veranderen nu eenmaal. We zitten in een overgangsperiode. Leuk of niet. In de toekomst (en die lijkt al begonnen te zijn) moeten en kunnen zowel de makers, als de producenten en distributeurs op zoek naar nieuwe manieren om meer publiek te zoeken voor hun documentaires. Wellicht is het juist ook een positieve tijd. De distributiemarkt van de documentaires is dan misschien deels ingestort maar dat ligt niet aan de kwaliteit van de documentaires. Die is van hoog niveau. Er is een groot potentieel publiek dat nog steeds hongerig is naar goede documentaires. Het is alleen zaak die twee weer bij elkaar te brengen. Om te voorkomen dat er in de toekomst alleen brave films gemaakt mogen worden, moet je als maker het heft in eigen handen nemen. Wees een filmmaker/activist. Aldus Beadie.

 

Ecosysteem

De belangrijkste vraag is: Hoe creëer je een zo goed mogelijk ecosysteem voor je film?
Een filmmaker besteedt vaak jaren aan het maken van een film en dan is één uitzending op televisie of een paar festivalvertoningen niet altijd bevredigend. En een paar weken draaien in een nagenoeg lege filmzaal zet ook geen zoden aan de dijk.
Als  je een groter publiek wilt hebben moet je op zoek gaan naar niet-traditionele partners. Dus niet alleen de distributeur en de televisie als afzetkanaal zien.
Je moet goed nadenken wie je potentiële publiek is, hoe je dat kunt bereiken en wie je daarvoor allemaal kunt activeren. Deze vraag moet je jezelf niet pas stellen als de film bijna klaar is, maar al vroeg in het productieproces.

 

Impact, Outreach, Engagement.

Impact, Outreach en Engagement *: 3 woorden die gaan over de strategie van de filmmaker om zijn publiek te betrekken bij de film.
Die strategie bestaat uit een aantal concrete stappen: Eerst moet je definiëren wie de belangrijkste mensen zijn die je film moeten gaan zien.  Daarnaast moet je omschrijven wat je met je film wilt bereiken. Wil je een mentaliteitsverandering teweeg brengen? Een gedragsverandering? Of wil je mensen bij elkaar brengen? Deze vragen kun je nog niet helemaal aan het begin van een project beantwoorden. Vaak weet je als maker pas halverwege de filmproductie wat je in handen hebt.

* (Vrij vertaald: Invloed/Effect, Bereik, Betrokkenheid. Ik hanteer in het artikel voor het gemak de Engelse termen )

BRITDOC neemt soms jaren de tijd om het juiste publiek te vinden voor een film en stelt daarvoor een heel team samen, dat zich bezighoudt met een bij de film passende campagne.  Om dat te kunnen bekostigen zoekt BRITDOC naar fondsen, organisaties en individuen die geld willen steken in de campagne om de film uit te brengen.
Dat stelt ze in staat om over een langere periode een team aan het werk te houden dat de film promoot en op zoek gaat naar vertoningsmogelijkheden. Het gaat hier om fikse budgetten, die in een enkel geval zelfs hoger liggen dan het productiebudget. Om maar een voorbeeld te noemen: Het productiebudget van The Invisible War, een film over seksueel misbruik in het leger in de VS  was 450.000 $ en het campagnebudget was nog eens 400.000 $ daar bovenop.  Hiermee kun je ook als maker en producent betaald worden en mensen inhuren om het campagnewerk te doen.

Dit distributiemodel heet de Impact Campaign, en een belangrijke rol hierin is weggelegd voor de Impact Producer. Het is een ander woord voor campagne leider, een functie die tussen distributeur, producent, maker, activist inzit. Of misschien van allemaal een beetje heeft. In de nabije toekomst is het goed mogelijk dat de producent zo’n impact producer inhuurt, die zorgt voor de financiering en de uitwerking van de campagne. De “Independent Impact Producer” is een nieuw beroep.

Op de website van BRITDOC staan in de impact guide veel voorbeelden van films die al gemaakt zijn, inclusief de begrotingen en het campagne budget :  http://impactguide.org.

 

De Impact Campaign in het kort

De tijd die een “klassieke” distributeur nodig heeft nadat een film af is voor een  theaterrelease is  meestal maximaal 8 maanden tot 1 jaar. Als je een campagne naar het voorbeeld van BRITDOC wilt opzetten, moet je daar veel meer tijd voor nemen. Een filmproductie duurt gemiddeld 2 tot 4 jaar.  De Impact Campaign duurt wel tussen de 1 en de 3 jaar. Dus je moet hier tijdig in het productieproces mee beginnen.  Als je het goed plant, staat de campagne op poten als je film klaar is.

Waarom kost het zo veel tijd?
Het campagneteam zal veel tijd moeten besteden om mensen warm te laten lopen voor je film.  Door de organisaties, fondsen en filantropen die mee willen werken er in een vroeg stadium bij te betrekken geef je ze de tijd die ze nodig hebben: om geld vrij te maken, publiciteit te genereren, intern te vergaderen. Je kunt je voorstellen dat een grote organisatie als bv Natuurmonumenten niet in een paar maanden een campagne lanceert of geld kan vrijmaken. Je kunt ze een distributie tijdlijn laten zien en die met ze overleggen. Wat hebben ze nodig om goed te kunnen werken?
Het helpt ook om ze tijdens het productieproces al bij de film te betrekken. Je kunt ze een keer een ruwe versie laten zien. Vaak vinden mensen het ook interessant om iets van het proces van het maken van een film te zien; de regisseur en editor in actie bijvoorbeeld. Bij impact distributie wordt ook de distributeur al bij de plannen betrokken.
Wat BRITDOC óók doet, is na afloop evalueren wat de film heeft gedaan. Wat was het effect, hoeveel mensen hebben de film gezien? Wat was het succes van de film? Deze rapportage wordt in een aantrekkelijke vorm gegoten, een korte film of trailer, een mooi vormgegeven PDF. Dat sluit het project af, laat zien dat je een goed verhaal hebt en het kan meehelpen om een volgende film te financieren. Dat gebeurt in Nederland eigenlijk zelden.

Als maker en producent  moet je voor je aan zo’n campagne begint wel goed nadenken hoeveel tijd je er in wilt steken (fulltime, parttime, hoeveel jaar?). Denk na over hoeveel  tijd je nodig hebt voor een campagne. En over welke middelen en vaardigheden je zelf kunt inbrengen en wat je uit wilt besteden. Wat heel belangrijk is om je te realiseren: al het geld is gekleurd. Dus jij moet als maker zorgen dat je je grenzen bewaakt  als het om de inhoud gaat.

 

Waarom zouden deze organisaties met documentairemakers willen werken?

Niet alleen is er een groot publiek voor documentaires, ze zijn om verschillende redenen ook aantrekkelijk voor veel organisaties.
Onafhankelijke documentaires hebben veel invloed en ze hebben status. Er zijn veel box office hits. Media en journalistiek zijn in crisis. Mensen hebben  minder vertrouwen in de nieuws berichtgeving. Kranten en tijdschriften houden met moeite het hoofd boven water en er komen steeds minder degelijke informatieve televisie programma’s. Filmmakers worden gezien als onafhankelijk en minder oppervlakkig. Bovendien brengt een film allerlei bijkomende nuttige zaken mee, zoals discussies en events die mensen samenbrengen. Het doet een  “Buzz” ontstaat door online content en apps. Het zorgt ervoor dat mensen samenwerken en dat de verschillende partners elkaar ontmoeten. NGO’s, fondsen en makers komen met elkaar in contact.

 

ping pongEen voorbeeld van een campagne: Ping-Pong

Beadie geeft een voorbeeld van een succesvolle campagne voor de documentaire Ping-Pong, over het wereldkampioenschap tafeltennis voor 80 plussers in Mongolië. De film begon als een bescheiden plan voor een korte, kleine film, maar werd uiteindelijk een lange documentaire die het heel goed heeft gedaan en door heel veel mensen is gezien. (http://britdoc.org/real_films/britdoc_directory/ping-pong)
Hij werd uitgezonden op Channel 4 op een gunstig moment, namelijk  in de tijd dat de Olympische spelen plaatsvonden in Engeland. Daarnaast hadden de makers testvertoningen gehouden in  verzorgingshuizen. Er kwamen heel veel positieve en  emotionele reacties. De film inspireerde veel oudere mensen om zelf ook tafeltennis te gaan spelen. Het bleek ook nog eens dat de sport goed was voor het evenwicht van ouderen en goed tegen dementie. Dus startten de makers de campagne: breng de Ping Pong tafel naar het bejaardentehuis. Ze legden contact met allerlei organisaties die met ouderen en tafeltennis te maken hadden: The Ping Pong Association, AGE UK. Ze maakten een pakket, waarin een dvd van de film zat, maar ook een tafeltennis setje.  Ze lieten de film aan sportleraren zien en zo werden ook kinderen enthousiast gemaakt. Het effect was overweldigend: de film was 2 tot 3 jaar in roulatie. Zo zijn er veel andere voorbeelden te noemen van geslaagde impact campagnes.

Natuurlijk zijn er ook campagnes die niet lukken. Soms omdat er niet genoeg geld bij elkaar gekregen was. Dat is heel frustrerend. Meestal zijn het de makers die daarover klagen. Die hebben er dan veel tijd en energie ingestoken en niet het gehoopte resultaat gekregen. Een andere oorzaak voor mislukking is een slecht onderbouwde strategie, en een onduidelijk verhaal naar de potentiële financiers toe. En als derde oorzaak: een slecht team. Bijvoorbeeld door de slechte relatie tussen regisseur en producent, of tussen de impact producer en distributeur.

 

Maar nu de Nederlandse situatie

Het blijkt nog niet zo eenvoudig om het geschetste model van BRITDOC op de Nederlandse situatie toe te passen. Er komen een aantal kritische opmerkingen uit de zaal:

  • In Nederland worden de meeste documentaires nog gefinancierd met geld van de Nederlandse Publieke Omroep, het Mediafonds en het Filmfonds.  De NPO heeft de vertoningsrechten op de Nederlandse documentaires. Dat maakt het voor producenten niet makkelijk en dus onaantrekkelijk om met een outreach campagne aan de slag te gaan. Zo zet de omroep een film vaak op uitzending gemist. En als je film maanden of jaren op uitzending gemist te zien is, is dat niet aantrekkelijk voor een eventuele outreach campagne. Of het tijdspad van een outreach campagne duurt voor een omroep te lang. Die wil niet zo lang wachten met uitzenden. Ook kan de financiering door NGO’s of andere fondsen in NL botsen met de voorwaarden van de omroepen, zowel over de uitzendrechten als over de opbrengsten van de distributie.
  • Het is ook niet zo eenvoudig om een buitenlandse afzetmarkt te vinden voor niet Engelstalige films. Een Nederlands gesproken en Engels ondertitelde film raak je niet makkelijk kwijt. Beadie beaamt dat, maar stelt ook dat als de film echt goed, hij wel vertoond zal worden.
  • In andere landen waar de overheidssteun aan film niet (meer) bestaat worden documentaires al jaren gefinancierd met behulp van fondsen, beurzen van internationale festivals, allerlei soorten organisaties, NGO’s, crowdfunding en filantropen. Maar in Nederland zijn er nog niet veel andere fondsen en organisaties en filantropen die in film willen investeren. Het geld uit die hoek gaat vooralsnog richting kunst, onderwijs en gezondheidszorg.
    BRITDOC probeert ook Nederlandse organisaties, fondsen en filantropen enthousiast te maken om in documentaires te gaan investeren. Zowel voor de productie als voor de impact campagne. Dat is een proces dat heel langzaam gaat.
  • Het kost een producent enorm veel tijd om een aanvraag te doen en je bent een van de duizenden die een aanvraag doet bij zo’n fonds. Dus dat is niet erg aantrekkelijk.
    Het op deze manier financieren wordt volgens Beadie ook in Nederland de toekomst, want de overheidssteun zal, als de ontwikkelingen zo doorgaan, volgens haar steeds minder worden. Het is dus zaak om voorbereid te zijn op de toekomst en de fondsen in binnen-en buitenland goed te leren kennen, zodat je weet wat hun “smaak” is, en je geen tijd verspilt aan het aanvragen bij het verkeerde fonds.
  • Ondanks dat er interesse is voor is voor deze nieuwe manieren van financiering en distributie, willen de meeste Nederlandse makers heel graag dat de overheidssteun voor film behouden blijft. Het kan wel zijn dat dat in andere landen niet meer bestaat, maar dat betekent nog niet dat je het Nederlandse systeem zomaar op moet geven. Er is angst en ook weerzin dat door het outreach systeem te omarmen, je beleidsmakers het signaal geeft dat reguliere subsidie niet meer nodig is. Met als gevolg dat dan de NGO’s en maatschappelijke fondsen de inhoud van de documentaires gaan bepalen. En dat dat allemaal sociaal maatschappelijke films moeten zijn.
  • Want, en dat is een interessante vraag,  hoe werkt het Impact Outreach  Engagement model voor  films die geen sociaal maatschappelijk probleem behandelen? Alle films die  BRITDOC steunt zijn zogenaamde “social issue films”: over pesten, milieuvervuiling, politiek. Hoe zet je een impact campagne op voor een film die meer filosofisch van karakter is, die niet een maatschappelijk probleem behandelt? Een documentaire over een kunstenaar, een egodocument of een essayfilm?Beadi moet het antwoord hierop schuldig blijven. Er zal een aparte toolkit voor bedacht moeten worden. Bij sommige onderwerpen ziet ze ook wel weer raakvlakken met maatschappelijke organisaties. Zo zou je een documentaire over een kunstenaar met psychische problemen, mogelijke toch ook aan organisaties uit de geestelijke gezondheidszorg kunnen linken. Een autobiografische film zou wellicht zijn voordeel kunnen doen door van de regisseur een soort mediapersoonlijkheid te maken. Kortom: volgens Beadi is het wel minder eenvoudig, maar haar boodschap is: wees creatief.

 

De Nederlandse toekomst

Het Nederlandse Filmfonds is erg enthousiast over de benadering van BRITDOC. De manier van werken en denken over het publieksbereik sluit goed aan bij het doel dat het Filmfonds zich stelt. Er zijn weliswaar nog allerlei haken en ogen in de regelgeving bij omroepen en fondsen die moeten worden opgelost. Ook qua financiering is het nog niet zo ver. Maar waarschijnlijk zullen een aantal distributeurs, waaronder Cinema Delicatessen, zich in de nabije toekomst meer ontwikkelen in de richting van Impact Producer. Er zullen ook nieuwe bedrijven naar model van BRITDOC ontstaan. Een aantal grotere distributeurs zullen, net als nu, af en toe een film in het theater uitbrengen.

Er zijn, ondanks wat scepsis onder de aanwezigen, na afloop ook veel positieve reacties te horen.  Want ook al is het niet voor elke film makkelijk toepasbaar, het outreach model inspireert in elk geval om met andere ogen naar een project te kijken.  En het levert genoeg stof om over na te denken en om over verder te praten.

 

 / Stella van Voorst van Beest

Met dank aan Alex Pitstra, Jan van den Berg, Reinette van de Stadt

 

 

 

Author: Stella van Voorst van Beest

Documentaire regisseur en editor

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.