Filmmakers van Morgen: Zara Dwinger

Zara Dwinger (1990) is de tweede jonge filmmaker die geïnterviewd wordt in de serie Filmmakers van Morgen. In haar films houdt zij zich met name bezig met identiteitsconflicten. Haar korte subtiele films LIV en afstudeerfilm SIRENE gaan hierover. SIRENE werd onder meer geselecteerd voor het korte filmfestival in Clermont Ferrand. Binnenkort gaat zij de NTR Kort film YULIA EN JULIET draaien.

Wat is de laatste goede film die je hebt gezien?

Call me by your name van Luca Guadagnino  over een liefdesrelatie tussen twee mannen. Hij is tegelijkertijd bezig met een meisje die hij daar ontmoet. Een film over de ontdekking van je seksualiteit.  Het speelt zich af tijdens een broeierige zomer in Italië. Erg goed gespeeld, er zat weinig verhaal in, maar het blijft boeien. The Florida Project van de Amerikaan Sean Baker vind ik ook erg goed over de relatie tussen een 8-jarig meisje en haar down and out moeder.

Voordat ik naar de Filmacademie in Amsterdam ging studeerde ik antropologie. Ik heb dit drie jaar gestudeerd. Ik vond het interessant, maar mijn hart lag ergens anders, daarom ben ik ermee gestopt.’

Daarna ging je naar de Filmacademie?

‘Vanaf mijn veertiende ongeveer keek ik veel films. We hadden zelf geen dvd’s thuis, alleen enkele als Mr Bean of Austin Powers, dat soort komedies. Ik vroeg mijn vader waarom we zo weinig films in huis hadden. Vervolgens hebben we samen in korte tijd onder anderen via Marktplaats honderden films aangeschaft. Er zaten goede films tussen van de oude Italiaanse meesters als Fellini, Visconti en Pasolini.’

Wat boeit jou in film?

‘Je wordt meegesleept naar een andere wereld. Je bent een voyeur, je kunt meekijken in andermans leven. Als filmmaker vind ik het mooi dat alle disciplines worden gecombineerd als acteren, fotografie, geluid, muziek en het verhalen vertellen. Ik las als kind vaak en hield van verhalen. Het samen iets maken vind ik fijn.’

Jouw korte films Liv en Sirene gaan over de zoektocht naar identiteit. Dat is het centrale thema.

‘Liv gaat over een tienermeisje, wiens ouders gaan scheiden net in de tijd dat ze voor het eerst verliefd wordt. Sirene is het verhaal van een jongen van een jaar of 15 die een stoere motorvrienden club heeft, maar door het contact met een meisje een verborgen kant van zichzelf ontdekt. Ik merk dat de tienertijd vaak terugkomt en daar komen bepaalde thema’s uit voort. Mijn eigen pubertijd was erg heftig, het is een  bepalende tijd. Toen ik twaalf/dertien was heb ik intens gepuberd en erg geworsteld met mezelf. Toch was dat niet alleen maar negatief. Ik grijp vaak terug op deze periode omdat het een tijd was met veel verwarring. De periode tussen kind en volwassene in is een heel intense tijd.’

Mijn nieuwe film Yulia en Juliet gaat over een liefde tussen twee meisjes in een gesloten jeugdinstelling. Ik heb research gedaan om te weten hoe het is om daar te zijn en je als jongere zo ongelukkig te voelen.’

Je hebt te maken met verhevigde emoties, het onderwerp heeft een urgentie.

‘Ja dat is zo, ik vind het interessant om de emoties op scherp te zetten. In onze Nederlandse cultuur moet alles vooral normaal en nuchter zijn. Het mooie van film is dat je de werkelijkheid kunt uitvergroten.’

Toch probeer  je er wel humor en luchtigheid in te houden.

‘Ik probeer het wel wat relativerend te houden, wil ook liever geen film maken die alleen maar slecht afloopt. Dat kan ik mijn personages niet aandoen. Ik probeer wel altijd wat hoop te houden. In het echte leven zijn zaken toch ook niet zwart-wit. Hoe kun je een dramatisch verhaal vertellen met wat lucht erin, dat is de uitdaging. In Sirene zit meer drama dan in Liv, maar ik probeer er altijd wat humor in te brengen.’

 

Je bedenkt het idee voor een film, maar schrijft het scenario niet zelf.

‘Tot nu toe klopt dat, maar ik ben er vanaf het begin van het proces wel nauw bij betrokken. Bij Sirene schreef ik soms een scène mee. Bij Yulia en Juliet werk ik met een ervaren scenariste, Jolein Laarman. Het uitgangspunt, het zaadje komt van mij, daarna ga je het samen ontwikkelen.

Op de Filmacademie krijgen we geen scenariolessen in de richting regie, maar dat is wel iets waar ik me nu verder in wil ontwikkelen. Op de academie leer je heel goed met acteurs omgaan en dat is superbelangrijk.

Waar gaat Yulia en Juliet over?

‘Het is een hedendaagse vertaling van het verhaal van Romeo en Julia, dat zich afspeelt in een gesloten jeugdinstelling, maar dan tussen twee meisjes. Thema’s zijn liefde, identiteit en je niet op je plek voelen. Twee meisjes die verloren zielen zijn, die elkaar vinden. De instelling staat symbool voor het gevoel vast te zitten in jezelf.’

Wie geven er les in spelregie op de academie?

‘Ties Schenk geeft spelregie lessen een jaar lang. Ook van een andere regisseuse kregen we een jaar lang spelregie. Van Mijke de Jong 2 weken. Daarnaast doet Mart Dominicus  de decoupage. Hij geeft heel veel inhoudelijke lessen, en bovendien coacht hij alle projecten 4 jaar lang. Ook zijn er vele gastdocenten uit de filmpraktijk zoals bijvoorbeeld David Lammers.’

Wat vind je belangrijk bij het film maken?

‘Ik vind het belangrijk dat je als kijker geraakt wordt, dat het iets met je doet. Het liefst moet het herkenbaar zijn, maar ook eigen en origineel. Dat is ongrijpbaar. Ik vind het mooie aan film dat je een eigen wereld kunt neerzetten.

Still uit LIV

Welke filmmakers inspireren jouw? Er is een nieuwe generatie Hollandse filmmakers aan het ontstaan waar jij, Mees Peijnenburg, Ena Sendijarevic en Sam de Jong deel van uitmaken.

‘Alle drie zijn zij vier jaar voor mij afgestudeerd. Zij zijn wel veel verder, ik zie ze toch meer als voorbeelden. Ena maakte net haar eerste lange film, Mees won in 2015 een Gouden Kalf voor de One Night stand film Geen Koningen in ons bloed. Sam de Jong is vooral bekend door zijn speelfilm Prins uit 2015. Het is leuk om films te zien van filmmakers die dicht bij mij staan.’

Welke andere Nederlandse filmmakers vind je goed?

‘Mijke de Jong van films als Layla M. Coco Schrijber van How to Meet a Mermaid. Boudewijn Koole van Kauwboy en Beyond Sleep. Simone van Dusseldorp van Het leven volgens Nino.’

En buitenlandse filmmakers die je inspireren?

‘Xavier Dolan van Mommy, Adrea Arnold van Fishtank. Maar ook Martin Scorsese; ik houd van gangsterfilms. Misschien dat ik ooit nog eens een gangsterfilm met identiteitsconflicten ga maken (lacht). Ik houd zowel van Pathé films als van verstilde of eigenzinnige arthouse, als het je maar kan boeien en raken. Ik heb zes jaar gewerkt bij Het Ketelhuis en heb daar veel films gezien, ook obscure arthouse uit Oost-Europa, die je anders nooit zou zien. Heel inspirerend. Je smaak verandert ook, vroeger was ik een grote Almodovar-fan, nu ren ik niet direct naar de bioscoop om de nieuwste van hem te zien.’

Wat vind je van de Dutch Directors Guild?

Als er een mail verschijnt in mijn mailbox, kijk ik altijd wel even. Ik volg vooral de workshops nauwlettend. Ik ben bijvoorbeeld laatst nog geweest naar een pitch workshop. Regisseur is best een eenzaam vak en het is fijn dat je hier andere regisseurs kunt ontmoeten om mee te sparren en ideeën uit te wisselen. Bij een regisseur moet het allemaal uit jezelf komen. Daarom is het goed dat de DDG er is.

/Jaap Mees

Author: Jaap Mees

zie www.free-spirits-film.eu

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.