Filmmakers van Morgen: Arjen Sinninghe Damsté

Arjen Sinninghe Damsté (1990) is de eerste jonge filmmaker die geïnterviewd wordt in de serie Filmmakers van Morgen. Hij maakte De Nieuwe Man als afstudeerfilm voor de Filmacademie. Deze film leverde hem een Wildcard bij het Filmfonds op. Onlangs maakte hij de korte film The Rogue over een zeldzame dolfijn op het schiereiland Dingle in het zuiden van Ierland. In de film volgt hij enkele Ierse personages die een bijzondere band met de dolfijn hebben. / door Jaap Mees

Je was theatraal performer op de toneelschool in Maastricht. Is dat hetzelfde als acteur?
Arjen: Vanaf mijn 12e tot en met mijn 18e deed ik aan toneel. Ik wilde acteur worden. Tijdens mijn toelating aan de Toneelacademie Maastricht ontdekte ik performance en ging er een wereld voor mij open. Als acteur werk je in Maastricht aan speltechniek die je leert via het spelen van de oude Grieken tot hedendaags repertoire. Als performer werk je niet zo zeer met bestaand repertoire maar ontwikkel je theatrale concepten vanuit persoonlijke fascinaties. Documentaire maken werd gestimuleerd door twee documentairemakers waar ik les van had op de academie.

Als toelatingsfilm voor de Filmacademie maakte je Het Levenslied. In de auto interview je gewone mensen over hun passie voor het levenslied. Het komt oprecht over.
Dat is leuk om te horen, het klopt wel. Volkszangers zijn van grote betekenis in mijn leven. Ik zie hen als herders van de hoop en troost. Na mijn studie in Maastricht wilde ik me verder verdiepen in documentaire en deed ik toelatingsexamen tot de Filmacademie. In het begin was het wel even wennen om de schoolbanken weer in te moeten. In Maastricht was je in zekere zin meer op jezelf aangewezen. Ik ben erg blij met mijn keuze om me verder te specialiseren als documentaire maker. Het heeft me veel focus gegeven. Mijn afstudeerfilm heet De Nieuwe Man en is gemaakt met hulp van producent IJswater en de NTR. Ik was gefascineerd door de veranderlijke rol van de man. Wat betekent mannelijkheid anno nu. Henk heeft de droom om mannen te leren om hun gevoelens te uiten, maar dat blijkt voor Henk zelf ook nog een behoorlijke opgave. Met deze film won ik de Wildcard van het Filmfonds dat geeft ruimte om nu aan een nieuw project te werken.

Hoe kwam je laatste film The Rogue tot stand. Over een dolfijn voor de kust van het schiereiland Dingle in de buurt van Cork?
Dat was een uit de hand gelopen vakantiefilm. Ik trok door Ierland met cameraman Douwe Hennink die ik ken van de Filmacademie. Het oorspronkelijke idee was op zoek te gaan naar lokale hedendaagse helden in kleine Ierse dorpjes. Dat werkte voor geen meter. In een reisgids lazen we over Fungi de ‘bottlenose’ dolfijn die daar sinds 1982 zijn habitat heeft. Dat fascineerde ons direct. We vonden drie personages, een man die dolfijnen excursies per boot organiseerde, een andere man die iedere jaar terugkwam om vanuit een camper de dolfijn te observeren en een vrouw die met depressies kampte en zich door het contact met de dolfijn beter ging voelen. De dolfijn kreeg iets mythisch. Al snel ging het rond dat wij van de Nederlandse televisie waren en dat gaf toegang tot allerlei mensen.

De band die deze mensen met de dolfijn hadden was interessant omdat we voelden dat deze band een belangrijke rol speelde in het leven van deze mensen. Hier wilden we zo integer mogelijk mee omgaan, het mocht geen Man Bijt Hond worden. Het dier krijgt zo iets goddelijks en onbereikbaars.

De kijkers denken dan waarom krijgen we de dolfijn niet te zien?
Ongetwijfeld. De personages projecteren van alles op het dier. Het gaat meer om hoe zij hun ervaring zo levendig mogelijk beschrijven. Het contrast was erg groot tussen de individuen en de massa’s toeristen die naar de dolfijn kwamen kijken per boot. Er zijn maar liefst vijf boten die Fungi tours organiseren. Het is bijna een soort pelgrimsoord. Wij hebben de film in negen dagen gemaakt. Hij duurt 15 minuten en is geselecteerd voor filmfestivals in Dingle en Belfast.

Je liep stage bij de NTR en ontwikkelde daar onder meer het programma NPO Focus. Wat is dat precies?
Het is een soort encyclopedie van kennis. Het is een samenwerking van de omroepen met de NPO. Een online platform dat antwoord geeft op de vragen over cultuur, politiek, wetenschap, economie en geschiedenis. Actuele verhalen met beeld en geluid uit 65 jaar omroepgeschiedenis.

Ook maakte je de film De Liefhebbende Zoon, waar ging die over?
Dat is een derdejaars film van de Filmacademie. Die gaat over mijn opa die in het Nederlandse leger in Indonesië diende tijdens de koloniale oorlog. Het raakt aan thema’s als hoe gaan wij om met het kolonialisme. Hij was officier. Hij gaat er heen als idealist en keer terug naar Nederland met schaamte. Hij schreef brieven vanuit Indonesië naar huis in dagboekvorm. De film ging aan ene kant over mijn moeder, oom en tante die een stukje geschiedenis ontdekken van hun vader, anderzijds probeer ik ook antwoord te geven op hoe we om moeten gaan met onze koloniale geschiedenis.

Wat vind je van het Nederlandse filmklimaat? Als je net van de Filmacademie komt, dan kun je geen subsidie aanvragen zonder producent. Dat lijkt me moeilijk als je alleen maar korte films hebt gemaakt.
Dat is zo, maar toch heb je als jonge documentaire maker best veel mogelijkheden, zoals Teledoc Campus, Kids&Docs en de IDFA Workshop. Ook producenten zijn in mijn beleving goed bereikbaar voor jonge makers. Ik heb het idee dat je als je bij een producent aanklopt met een goed idee en weinig ervaring, ze wel voor dat idee openstaan.

Welke andere documentairemakers inspireren jou?
Met name makers als Michiel van Erp en Hans Heinen. Zijn films Rex Gildo, de val van een Schlagerkoning en Lisdoonvarna Lourdes of love (over een match-make festival in Ierland) maakte grote indruk op mij. Daarnaast vond ik de series Lang Leve en Op Avontuur van Michiel van Erp bijzondere inkijkjes in ons alledaagse leven dat wonderbaarlijk genoeg verrassender kan zijn dan we normaal gesproken denken. De vormkeuzes van beide makers spreken me erg aan, maar ook hun manier van interviewen vind ik bijzonder. Het voelt aan alsof ze soms gewoon onder het genot van een bakkie koffie met hun onderwerpen spreken, in die onbevangenheid tonen de personages echt iets van zichzelf.

En andere buitenlandse filmmakers?
Errol Morris van The Thin Blue Line. Verder ben ik niet zo gericht op buitenlandse filmmakers. Ik ben niet zo makervast, denk ik.

Ik las in de Filmkrant dat jouw werk een avontuur moet zijn, voor jezelf en voor de kijker. Vind je dat nog steeds?
Ik denk dat nog steeds wel, maar ik vind vooral dat je jezelf moet blijven uitdagen en met je creativiteit over grenzen heen moet gaan. Soms moet je daarvoor initiatieven nemen die niet per se leuk zijn om te doen. Door dingen aan te pakken die je nooit eerder gedaan hebt. Dat kan ook zijn je eigen familieleden interviewen bijvoorbeeld. Belangrijk vind ik: waar zijn mijn visuele en inhoudelijke uitdagingen?

Het valt me op dat je het vaak hebt over een goed verhaal vertellen.
Inhoud is wat mij betreft leidend. Ik moet weten wat ik ga vertellen. Daarbij  moet je wel oppassen dat je niet vergeet open te staan voor bijzondere momenten die zich aandienen.

Hoe deed je dat bij The Rogue?
De kernvraag was wat gaan de personages doen als de dolfijn er niet meer is. Waar gaat het verlies over?

Wat fascineert je in film?
Ik wil graag in het leven van iemand anders terecht komen. Dat heb ik nooit zo gelinkt aan fictie. Mijn films zijn vaak portretten.

Wat vind je van de DDG?
Ik ben pas lid geworden. Ik herinner me nog een event met de vraag hoe zit een contract in elkaar. Het is belangrijk dat er een belangenvereniging is die de regisseurs representeren. Het is een nogal complex vak met vele praktische, juridische en creatieve kanten.

 

Author: Jaap Mees

zie www.free-spirits-film.eu

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!