Effecten digitalisering Nederlandse bioscopen in kaart gebracht

Van 2009 tot 2012 werden de Nederlandse bioscopen en filmtheaters gedigitaliseerd. 35mm-projectoren werden vervangen door digitale projectoren en fysieke film prints door digitale bestanden. Onlangs publiceerde Stichting Filmonderzoek een nieuw onderzoeksrapport, waarin zij de effecten van de digitalisering in kaart bracht. 

Het onderzoek richt zich op bezoekersaantallen van films in de periode 2010 – 2013 en interviews met sleutelfiguren in de branche. Gemeten over de laatste paar jaar is er al een aantal effecten van de digitalisering zichtbaar. De lagere kosten die het maken van een digitale kopie met zich meebrengt, heeft ervoor gezorgd dat onafhankelijke distributeurs meer kopieën in de markt kunnen zetten. Hierdoor is het aanbod aan Nederlandse films en films uit landen buiten de VS gestegen.

Digitalisering heeft programmeren goedkoper en flexibeler gemaakt.  Nederlandse bioscopen en filmtheaters hebben hun bereik weten te vergroten, omdat de openingstijden verruimd zijn en er meer voorstellingen plaats konden vinden.

In 2013 is het aantal titels per zaal gestegen. Bioscoopbezoekers kregen daarmee meer keuze uit verschillende titels, al is de looptijd gedaald; films verdwijnen eerder uit de bioscoop dan voorheen, omdat er plaats gemaakt moet worden voor nieuwe releases.

De digitalisering van de Nederlandse bioscopen en filmtheaters is deels gefinancierd door het zogenaamde Virtual Print Fee-systeem. Deze heffing, kortweg VPF, bestaat uit een bedrag dat een distributeur betaalt voor elke premièrekopie die hij laat maken. Hiermee doet de distributeur een bijdrage aan de aanschaf van digitale apparatuur in filmtheaters. Deze heffing is een financiële drempel die te vergelijken is met de kosten van het maken van een 35mm-print, ondanks dat de kosten bij een digitale kopie aanzienlijk lager zijn (€500 – €700 versus €1000-€1500). Deze drempel heeft er tot nu toe voor gezorgd dat de oude distributiestrategieën grotendeels in stand zijn gebleven.

Toch is er ook reden voor onzekerheid. Zodra de aanschaf van de digitale apparatuur is afbetaald, vervalt de VPF en zullen theaters zelf het onderhoud gaan bekostigen. De levensduur van de nieuwe apparatuur is nog niet duidelijk en wat de kosten voor theaters gaan zijn na afloop van de garantietermijn is ook nog onzeker. Zodra de VPF vervalt, zal ook het verstrekken van meer kopieën goedkoper worden. Distributiestrategieën kunnen dan ingrijpend gaan veranderen. Welke uitkomst dit gaat hebben is ook nog onzeker. Enerzijds kan het zorgen voor meer vrijheid in programmeren en meer premières, maar anderzijds bestaat er ook de kans dat kleinere releases worden ondergesneeuwd in het grote aanbod en dat de diversiteit in kleinere theaters verdwijnt. Volgens de Stichting Filmonderzoek kan verder onderzoek naar toekomstscenario’s hier meer inzicht in geven.

Lees het volledige 36 pagina’s omvattende rapport van Stichting Filmonderzoek.  Of kijk in de Filmkrant.

Foto: Cinema De Balie, grote zaal door Marco Raaphorst, bijgesneden en gebruikt onder Creative Commons licentie.

Author: DDG

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.