Creatieve spil of uitvoerder?

De afgelopen maanden haalt Martin Scorsese fel uit naar superheldenfilms. Volgens de cineast zijn de blockbusters onverteerbaar; ze missen diepgang en reflectie. De Amerikaanse cineast beklaagt zich, net zoals Nederlandse makers, over de inhoudelijke kwaliteit van veel films. Ook in Amerika worden producties steeds meer bepaald door rendement denken in plaats van mensen met een artistieke visie.

Met titels als Spider Man en Captain America overheersen de superheldenfilms wereldwijd de box office, ook in Nederland. De films maken deel uit van de film-franchise van Marvel (Disney). Scorsese’s noemt de superhelden vakkundig gemaakt maar tegelijkertijd typeert hij ze als pretparken. Films die zoals een milkshake of een zakje pistachenootjes even voldoening geven maar niet beklijven.

Deze kritiek wordt hem niet in dank afgenomen; het zou niet van respect getuigen. Tegelijkertijd krijgt Scorsese ook bijval. Zoals o.a. van Terry Gilliam en Todd Phillips. De superhelden in spandex zouden niet alleen plat zijn, maar ook het filmklimaat kannibaliseren. De CEO van Marvel reageert met de opmerking dat Scorsese volgens hem overduidelijk nog nooit een superheldenfilm gezien heeft; anders zou hij niet zo kort door bocht zijn. Ook hij krijgt veel bijval. De opmerkingen van de inmiddels bejaarde cineast worden weggezet als een generatieconflict. Want zijn de superhelden van nu, niet de gangsters en outlaws uit de filmklassiekers? Zijn de Marvel films niet de Taxi Drivers en Raging Bulls van nu?

Het is moeilijk om de kritiek van een oudere generatie niet helemaal los te zien van de tijd die ons inhaalt. Tegelijkertijd positioneert Scorsese met zijn felle uithaal, zijn eigen film The Irishman, als serieus alternatief voor de superhelden. Maar de kritiek is meer dan een verkapte reclame of een generatieconflict. De ophef gaat ook niet over het verschil tussen publieksfilms en meer serieus drama; er zijn nu eenmaal verschillende soorten films. De discussie gaat volgens Richard Brody in de Newyorker vooral over een veranderend filmlandschap. Een verschuiving van losse producties naar series, met ingrijpende gevolgen voor de positie van de regisseur als creatieve spil.

De dominantie van de franchise-films of series, brengen een bepaalde productiewijze met zich mee. Ze wijken af van eenmalige producties doordat ze vorm krijgen in een streng bewaakt ecosysteem. Ze zijn onderdeel van een groter marketingplan; er zijn immers ook games, kleding, speelgoed en soms zelfs themaparken. Deze franchise-manier van produceren, brengt met zich mee dat het gezag van de regisseur ondergedompeld wordt in een netwerk van beslissingen van bovenaf. Er ligt immers een format waar niet van afgeweken mag worden. De regisseur is in deze constructie een uitvoerder of functionaris, net zoals bij televisieseries.

Voor de duidelijkheid, met de regisseur als uitvoerder is natuurlijk niets mis, er zijn veel verschillende soorten makers en films. Cinema balanceert altijd al tussen commercie, propaganda en kunst. Maar met de dominantie van de franchise-films lijkt dit speelveld een nieuwe fase te zijn ingegaan. De regisseur als uitvoerder is een totaal andere rol dan Scorsese voor ogen heeft.

De gelauwerde cineast benadert cinema als een kunstvorm. Films bieden vooral reflectie op wat het betekent om mens te zijn. Ze staan stil bij bredere sociale en politieke problemen, en dragen indirect bij aan het publieke debat. Volgens Scorsese biedt een geslaagde filmproductie de kijker een openbaring; op esthetisch, emotioneel en spiritueel niveau. De functie van een regisseur heeft in deze zienswijze een totaal andere rol dan bij franchise-films. Hij of zij is geen uitvoerder, maar een filmauteur die een eigen stempel op de productie drukt, iemand die het experiment niet schuwt en grenzen opzoekt.

Deze vrijplaats die cinema heet, is volgens Scorsese het afgelopen decennium verandert. Het denken in filmseries markeert een verschuiving van originele scripts en filmauteurs naar de marketingafdeling, naar het in kaart brengen van publieksbereik, lucratieve markten en naar het vermijden van risico’s. Films zijn steeds vaker gemaakt om aan een specifieke set van eisen te voldoen. Het is moeilijk om als regisseur hier weerstand aan te bieden en een eigen weg te volgen. Een voorbeeld hiervan geeft Todd Phillips in de Hollywoodreporter. De regisseur van de Joker vertelt over de moeizame bevalling van zijn film, de gesprekken met de studio gingen op een gegeven moment over de verkoop van Joker-pyjama’s, of de regisseur hier rekening mee kon houden.

Deze manier van produceren heeft tot gevolg dat vernieuwing en experiment (nog meer) naar de marge worden verdrongen. Terwijl dit juist de handelsmerken zijn van een filmauteur. In dit commerciële ecosysteem is een eigenzinnige regisseur riskant en ongewenst. Het publiek kan niet geconfronteerd worden met allerlei onhandige openbaringen, gelaagdheden of experimenten. Het gevolg is dat het beschikbare geld in grotere producties wordt gestoken en kleinere risicovolle producties worden vermeden.

Deze verschuiving is in zekere zin ook zichtbaar in Nederland. Voor de duidelijkheid het filmklimaat hier is natuurlijk niet te vergelijken met die in de V.S., maar er zijn enkele overeenkomsten. Het symposium ‘Waar leggen we de lat?’ van afgelopen jaar, liet zien dat de Nederlandse fictiefilm door makers veel te braaf wordt gevonden. Het ontbreekt aan avontuur en lef. In een enquête wordt aangeven dat er de afgelopen tien jaar slechts zes fictiefilms zijn gemaakt die de moeite waard zijn. De toenemende invloed van doelgroep- en rendement denken wordt door veel regisseurs als een van de obstakels genoemd. Het artistieke beleid wordt te veel door hokjes denken bepaald. In deze constellatie verwordt een film tot een product dat een afgebakend doel moet dienen.

Deze verschuiving van lef en experiment naar een spreadsheet, is juist datgene waar regisseurs ook Scorsese en Todd zich tegen verzetten. Ook zij vragen zich indirect af waar we de artistieke lat leggen.
Dit betekent niet dat er geen uitdagende films of series worden gemaakt. Een ontwikkeling is b.v. dat streamingdiensten zich als serieuze producenten ontpoppen, zo is Scorsese’s nieuwste film een Netflix productie. Het is een open vraag of dit structureel ruimte zal bieden aan gewaagdere en meer experimentele producties.

En recent won Bong Joon-ho de Oscar voor beste film. De Zuid Koreaanse film Parasite lijkt het soort film dat Scorsese voor ogen staat. De film is eigengereid, biedt verdieping en becommentarieert een bredere problematiek, in dit geval sociale ongelijkheid. Maar het is de vraag of deze eerste niet-Amerikaanse Oscarwinnaar een uitzondering is en de neergang van de filmauteur juist bevestigt.


(Foto Captain America van Randychiu – https://www.flickr.com/photos/randychiu/5587363715/, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=15548109)

Author: Prosper de Roos

Prosper de Roos (filosoof & programmamaker) schrijft artikelen en essays, en maakt producties voor podcast, internet en TV. Zijn werk is genomineerd voor Prix Europa, TopTen Cologne international Film & Television Conference, SXSW en Best of IDFA on tour. Met de VPRO Plots-makers was hij winnaar van de Jan Kassies Award en de Zilveren Reissmicrofoon.

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.