Coppola’s wensdroom en de digitale revolutie

Verschillende jaaroverzichten sluiten af met een overzicht van de meestverdienende videocreators, de makers die professioneel hun werk op YouTube zetten. De grote sensatie is Ryan Kaji, een achtjarig mollig jongetje uit de V.S. die video’s maakt met de telefoon van zijn moeder. Ryan heeft meer dan 33 miljard views en is een van de best bekeken makers op het videoplatform.

Terwijl ik op mijn telefoon het nieuwsberichtje lees, moet ik onbewust denken aan Coppola’s Apocalypse Now. In een documentaire uit 1991 mijmert Coppola over de moeizame bevalling van zijn meesterwerk, over de zware kanten van het creatieve proces, de rol van studiobazen en de toekomst van cinema. In de documentaire spreekt de cineast de hoop uit dat de opkomst van goedkope videocamera’s de filmindustrie zal openbreken. Dat film eindelijk een kunstvorm zal zijn! Of in de woorden van Coppola zelf: ‘To me, the great hope is that some little fat girl in Ohio is going to be the new Mozart and make a beautiful film with her father’s little camcorder.’

Fast forward naar nu! Dat goedkope videocameraatje zit inmiddels in elke smartphone, dat tegelijkertijd dienstdoet als editstudio en online distributiecentrum. Deze technologische revolutie maakt van iedereen een artist of Youtube creator in het geval van Ryan. Maar deze achtjarige jongen lijkt totaal niet op de gedroomde Mozart van Coppola. Ryan maakt vooral filmpjes waarin hij speelgoed uitpakt. Van bromtollen tot waterpistolen. Iets waarmee hij het afgelopen jaar 26 miljoen dollar verdiende.

De Britse schrijver en criticus Andrew Keen is stellig over de digitale revolutie. Volgens hem zouden een jonge Fassbinder, Wenders of een beginnende Scorsese, het tegenwoordig gewoonweg niet redden. No way! Hun eerste filmexperimenten zouden gewoonweg verzuipen in de immense online oceaan van digitale junk. Keen ziet vooral een platte masturbatieshow waarin iedereen zichzelf probeert te verkopen. Het is het meerkoppige monster van de digitale revolutie. Technologisch staat makers niets in de weg staat om een meesterwerk te maken, terwijl op hetzelfde moment internet wordt gedomineerd door niemendalletjes.

Apocalypse Now stamt uit 1979, de film verkent de absurditeit en dubbele moraal van oorlog. Er is net een nieuwe edit uit gekomen. De legendarische film is berucht om het onheil dat de productie ten deel viel. Zoals een hoofdpersoon die door een hartaanval werd getroffen, een orkaan die de apparatuur vernielde en almaar langer durende opnamen. Coppola vatte de worsteling in een zin samen: ‘My film is not about Vietnam, it is Vietnam.

Het kleine dikke meisje van Coppola komt tegen deze achtergrond tot leven. De wensdroom weerspiegelt de opvatting dat wanneer een filmmaker vrij is van productionele beperkingen, zij of hij cinema tot artistieke hoogten kan stuwen. Deze gedachte steunt op de traditionele romantische conceptie van de kunstenaar als genie; de eenling die zijn artistieke visie najaagt, eigenzinnig is en daarmee vernieuwend. Deze gedachte omarmt de Mozarts, Godards en Tarantino’s. Het zijn rebellen die een cultureel veld vernieuwen, of dit nu in film is, in muziek of iets anders. Het is echter de vraag of deze conceptie van de filmauteur houdbaar is in het internettijdperk.

De digitale renaissance van de afgelopen 20 jaar heeft zichzelf verkocht als een revolt tegen de gevestigde orde en de geldbeluste studio’s, voor de bevrijdende werking van technologie. Het is de bekende slogan van veel protestpartijen: power to the people! Filmmakers, muzikanten en andere creatievelingen zouden eindelijk vrij zijn en de vruchten van hun werk kunnen plukken. Deze revolt begon aanvankelijk hoopvol, maar is eindelijk anders gelopen.

Cijfers over b.v. Spotify laten zien dat minder dan 2 procent van de makers het niveau van een minimumloon haalt, meer dan 98% niet. Op Youtube is het niet veel anders. Gemiddeld haal je met een miljoen views een omzet van rond de 2000 euro, waarvan 45% naar de internetgiant gaat. Deze schatting is gebaseerd op de vooronderstelling dat je regelmatig nieuwe video’s online zet. Een eenmalige film past niet in dit digitaal ecosysteem.

De digitale revolutie die een artistieke bevrijding beloofde, lijkt een hardere economische realiteit te herbergen. Het dwingt aankomende makers om op zoek te gaan naar clicks. Dit ondernemerschap verdringt artistieke drijfveren zoals criticus Andrew Keen verwoordt. Deze nadruk op kassuccessen werkt hiermee middelmatigheid in de hand, een artistiek werk dient immers vooral de verkoop van online reclame. Wat er verloren gaat is diversiteit, experimenteerdrift en diepgang. Dat levert gewoonweg niet genoeg kijkers op. Wat wel werkt zijn speelgoed uitpakkende kinderen, trucjes met basketballen, fancy make-up dingen en game reviews, niet een nieuwe Mozart.

Om eerlijk te zijn is Youtube naast portal natuurlijk ook een distributiemethode; niets weerhoudt de maker om zijn artistiek werk online te zetten en zelf een publiek te zoeken. Veel makers besteden dan ook idioot veel tijd aan publiciteit om te overleven. De statistische realiteit is dat minder dan 2% het maar nét redt. De vraag is of de gedroomde Mozart van Coppola, überhaupt wel aan componeren zou toekomen tijdens de noodzakelijk jacht op clicks.

Hiermee wil ik niet suggereren dat er geen uitzonderlijke werken op internet te vinden zijn, maar het is de vraag of internet een vruchtbare voedingsbodem is. Een genie als Fellini of Park Chan-wook zijn het resultaat van jarenlange artistieke arbeid. Een filmauteur groeit in het experiment, falen en het opnieuw proberen. Een persoonlijke stijl wordt zichtbaar door het zich af zetten tegen dat wat er is, tegen werken van voorgangers. Een meesterwerk ontstaat niet in een vacuüm, maar krijgt vorm tegen de achtergrond van een cultureel landschap. Het zijn juist deze zaken, die artistieke arbeid en dat culturele landschap, die in de digitale revolutie ondersneeuwen of vervlakken.

Dit betekent niet dat het creatieve genie helemaal dood is. De eenling die zijn artistieke visie najaagt functioneert als neoliberaal romantisch ideaalbeeld binnen de creatieve industrie. Waar succes individuele verdiensten zijn en falen persoonlijke tekortkomingen. De kurk waarop de culturele sector drijft is de belofte dat iedereen de nieuwe Ryan Kaji kan zijn. Oftewel het volgende virale succesverhaal. Elke revolutie eet zijn eigen kinderen op.

Voetnoot: de genoemde verdiensten van een YouTube Video zijn een gemiddelde schatting voor een miljoen views per maand. Dat zijn rond de 32500 views per dag. Het bedrag dat Google uiteindelijk uitkeert varieert en is afhankelijk van verschillende factoren. Dit houdt in dat sommige kanalen meer verdienen, zoals Ryan Kaji, en andere kanalen minder.

Door: Prosper de Roos

Author: Prosper de Roos

Prosper de Roos (filosoof & programmamaker) schrijft artikelen en essays, en maakt producties voor podcast, internet en TV. Zijn werk is genomineerd voor Prix Europa, TopTen Cologne international Film & Television Conference, SXSW en Best of IDFA on tour. Met de VPRO Plots-makers was hij winnaar van de Jan Kassies Award en de Zilveren Reissmicrofoon.

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.