Arbeidsmarktverkenning wijst uit: Vaak zwakke positie voor werknemers en zzp’ers in cultuursector

Om een beter beeld te krijgen van de gevolgen van de economische crisis en bezuinigingen heeft de Raad voor Cultuur (RvC) in zijn Agenda Cultuur 2017 – 2020 en verder aangekondigd gezamenlijk met de Sociaal-Economische Raad (SER) een verkenning uit te willen voeren naar de arbeidsmarktsituatie in de cultuursector. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft dit initiatief ondersteund. Zij heeft beide raden gevraagd om in de verkenning in elk geval aandacht te schenken aan de gevolgen van de bezuinigingen voor het aantal vaste krachten, zzp’ers, stagiairs en vrijwilligers in de cultuursector.

De raden concluderen dat de arbeidsmarktsituatie in de cultuursector zorgwekkend is. De combinatie van dalende werkgelegenheid, een relatief hoge kans op werkloosheid, lage en dalende inkomens, een slechte onderhandelingspositie voor werknemers en zzp’ers, het vaak niet verzekerd zijn voor inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid en een geringe pensioenopbouw, maakt de positie van werkenden kwetsbaar.

Veel trends en knelpunten op de Nederlandse arbeidsmarkt zijn in de cultuursector uitvergroot zichtbaar. Deze verkenning is daarom niet alleen relevant voor de sector zelf, maar ook voor de economie als geheel.

 

Arbeidsmarktverkenning wijst het volgende uit:

Wie in de cultuursector werkt, heeft vaak een zwakke arbeidsmarkt- en inkomenspositie. Dit is een belangrijke conclusie van een verkenning die de Raad voor Cultuur en de Sociaal- Economische Raad gezamenlijk hebben uitgevoerd. Deze conclusie geldt voor mensen die in loondienst werken, maar zeker ook voor zelfstandigen. Het aantal zzp’ers is in de periode 2009 tot en met 2013 met 20,4 % toegenomen tot bijna 106.000. De gemiddelde toename van het aantal zzp’ers in de Nederlandse economie was in dezelfde periode 9,6%.

Ontwikkelingen arbeidsmarkt cultuursector
Werknemers in de cultuursector zijn vaak uit noodzaak zelfstandig geworden. Daardoor leven zij in onzekerheid over de continuïteit van hun werk en omdat de tarieven voor zelfstandigen onder druk staan, verdienen zij aanzienlijk minder. Het werken als zelfstandige leidt vaak tot het vervallen van betaling bij arbeidsongeschiktheid, omdat verzekeringen hiervoor buiten het financiële bereik van veel zelfstandigen liggen. Vanwege het over het algemeen lage inkomen zorgen zelfstandigen vaak ook niet voor een pensioenvoorziening.

In 2013 verdienden zzp’ers in de cultuursector gemiddeld € 21.908,- . Dit is ruim tienduizend euro lager dan het modaal bruto-inkomen in dat jaar (€ 32.500 ). Beeldend kunstenaars verdienden in 2013 gemiddeld €13.990,- , muzikanten € 16.400, schrijvers € 20.500, filmmakers € 21.500,- en acteurs € 26.900,-

Omdat de vraag naar betaalde arbeid is afgenomen, is de concurrentie tussen werkenden in de sector groot, waardoor vaak voor zeer lage tarieven wordt gewerkt. Soms werkt men zelfs gratis, alleen maar om het eigen beroep te kunnen uitoefenen en in de hoop op betaalde werkzaamheden in de toekomst.

Minder loondienst, meer zelfstandigheid
Het aantal banen voor werknemers in de cultuursector is met 12,3% afgenomen (gemiddelde in Nederland: 2,5%). Tegelijk is het aantal tijdelijke banen toegenomen. Door deze daling en de toename van het aantal zelfstandigen in de sector vindt er een verschuiving plaats van loondienst naar zelfstandigheid. Dit komt over de hele linie van de cultuursector voor.
Eind 2013 was 42% van de beroepsbeoefenaren in de cultuursector zelfstandig. Het gemiddelde in de Nederlandse economie was op dat moment 16%. Vooral kunstenaars zijn veelal zelfstandig (gemiddeld 60%) met als opvallende uitschieter de groep beeldende kunstenaars (90%). Voor een deel van de zelfstandigen is er geen duidelijke werkgever aan te wijzen. Daarnaast is er een grote groep zelfstandigen die zich genoodzaakt ziet deze weg op te gaan, omdat zij hun beroep niet (meer) in loondienst kunnen uitoefenen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere vertalers, scenarioschrijvers en muziekdocenten.

Hybride beroepspraktijk en vrijwilligers
Zeker wanneer de inkomenspositie kwetsbaar is, worden – indien mogelijk – zelfstandige werkzaamheden en werkzaamheden buiten de sector in dienstverband gecombineerd. In 2011 gold dit voor 7% van de Nederlandse beroepsbevolking. In de cultuursector is het aantal combinatiebanen 17%. Opvallend is ook dat naast de verschuiving van vaste naar flexibele banen in bepaalde sectoren meer stagiairs en vrijwilligers worden ingeschakeld. Zo is het aantal vrijwilligers en stagiairs in musea tussen 2005 en 2013 met 82% toegenomen.

De verkenning is uitgevoerd door een gezamenlijke commissie van de SER en de Raad voor Cultuur onder leiding van SER-Kroonlid Evert Verhulp. Hierbij heeft de commissie gebruikgemaakt van onderzoeksgegevens en literatuur en zijn er vier rondetafelgesprekken georganiseerd met personen en organisaties uit – of betrokken bij – de cultuursector.

Mariëtte Hamer: “Het beeld dat uit deze verkenning komt, geeft mij reden tot bezorgdheid over de positie van werkenden in deze sector.”

Joop Daalmeijer: “De financiële positie van vooral freelancers in de cultuursector is treurig. Wij willen graag meedenken over oplossingen om de sector te ondersteunen.”

 

Nieuwsbericht SER

Author: DDG

Share This Post On

1 Comment

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.