Over poëzie en geloof

Het zijn verwarrende tijden. La douce France is even ver weg. Het is met de nodige ambivalentie dat ik alle steunbetuigingen beschouw. Acht jaar geleden maakte ik de film Wacht op mij, galg, over een politiek-cultureel festival dat jaarlijks in het Turkse bergdorp Banaz wordt gehouden ter ere van de alevitische dichter en volksheld Pir Sultan Abdal. Volgens overlevering werd Pir Sultan Abdal zo’n 350 jaar geleden opgehangen in Sivas, vanwege zijn verzet tegen een strenge interpretatie van de islam.  

/ door John Albert Jansen

 

Het alevitisme stelt tegenover het religieuze geweld en het moslimfundamentalisme een humanistische interpretatie van de islam. Alevieten zien zichzelf in de eerste plaats als burger en democraat en dan pas als gelovige. Om daarvan te getuigen wordt in 1993 besloten het festival voor één keer te verplaatsen naar de provinciehoofdstad Sivas, waar Pir Sultan Abdal ter dood werd veroordeeld. In het Madimak-hotel in het centrum van Sivas komt die dag de fine fleur van de alevitische gemeenschap bijeen. Elders in de stad verzamelt zich een fanatieke groep moslimfundamentalisten die, opgezweept door plaatselijke imams, naar het hotel trekken.

Het hotel vat vlam en zevenendertig mensen, waaronder bekende alevitische zangers en schrijvers en elf kinderen, vinden er de dood. ‘Wacht op mij, galg’ is een film over muziek en verzet, over fundamentalisme en vrijzinnigheid tegen de achtergrond van een van de eerste fundamentalistische aanslagen in Turkije. ‘Wij hebben geen kogels, geen vuur om de mensen in brand te steken. Ons enige wapen zijn de liederen,’ zegt een van de hoofdpersonen.

De film zou vertoond worden op een festival in Nederland, maar na protest en lichte dreiging van de rechtsextremistische Mili Görüs-beweging blies de programmeur, die zich ‘cultuurmanager’ noemde, onmiddellijk de aftocht en werd de film van het programma gehaald. Het was een klein voorval, maar ik merkte wat er in de nasleep van de moord op Theo van Gogh aan de hand was: men haalde de schouders op of wilde er niet van weten. Ofwel, de innerlijke censuur komt op kousenvoeten en nestelt zich bijna ongemerkt in hoofden en harten en redactieburelen.

In de nasleep van de gebeurtenissen in Parijs trekt de Nederlandse journalistiek nu een grote broek aan door zich voor even ‘Charlie’ te noemen. Me dunkt, haar past enige bescheidenheid. In de praktijk lijkt ze me gemiddeld genomen vaak kritieklozer, volgzamer en meer geneigd tot zelfcensuur. Dus weinig Charlie.

Naar mijn idee is verzet tegen extremisme een en ondeelbaar.In Nederland loopt een politicus rond die al meer dan een decennium lang zwaar beveiligd moet worden. Het lijkt me wat dat betreft dan ook van tweeën een: ik ben Charlie, maar dan ook: ik ben Geert.

Ja, het zijn verwarrende tijden. Veertig jaar geleden werd West-Europa opgeschrikt door de Baader-Meinhofgroep. Aanslagen geïnitieerd door bourgeoiskinderen en in naam van die andere ideologie die streefde naar wereldheerschappij, het communisme. Ik maak me sterk dat enkele cartoonisten van Charlie Hebdo daarmee in hun tijd sympathiseerden. Er schuilt dan ook enige ironie in het feit dat zij nu het slachtoffer zijn. Waarbij je je kunt voorstellen dat de gedepriveerde kinderen uit de Parijse banlieus meer redenen hebben zich achtergesteld te voelen dan zij in hun tijd.

We worden omringd door fanatici, en de nadruk op kleur en religie en etniciteit zorgt ervoor dat iedereen zich verschanst in de eigen cel en het eigen gelijk. Toch is er in wezen geen verschil tussen een centrumdemocraat die roept ‘Nederland blank’, een imam die in de moskee roept dat alle westerlingen varkens zijn of een ander die ‘black is beautiful’ roept en alles herleidt tot de slavernij. Er zijn overal rattenvangers. Ik ben me daar ook terdege van bewust omdat mijn zoon een puber is en half Surinaams.

Een van mijn geliefde dichters Herman de Coninck zei ooit: ik heb er een kwart seconde over nagedacht om communist te worden, maar ik las poëzie. Voor ‘communist’ kunt u naar believen invullen ‘islamist’, ‘fascist’ of voor mijn part ook ‘atheïst’. Ik wens iedereen meer poëzie toe en minder geloof.

 

Foto:  Banaz, standbeeld Pir Sultan Abdal

 

 

Author: John Albert Jansen

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.