Op de Set: Boven is het stil

Nanouk Leopold pakt het met haar nieuwe project anders aan dan in haar vorige films; Îles flottantes, Guernsey, Wolfsbergen en Brownian Movement. Boven is het stil wordt haar eerste boekverfilming met bovendien alleen maar mannen in de hoofdrol. Het bevalt haar: “Ze zijn veel groter.” De Gazet ging op visite.

De personages van Nanouk Leopold zijn veelal zwijgzame Einzelgängers, maar dit keer is de complete set afgelegen. Het groene weidelandschap is afgebakend met ranke bomen en wordt onderbroken door smalle slootjes. In de verte staat een rokende fabriek. We zijn bij een boerderij in Nieuw Namen (Zeeuws-Vlaanderen), al speelt de roman Boven is het stil (van Gerbrand Bakker) zich af in het Noord-Hollandse Waterland. Leopold, over haar hoofdpersoon: “Helmer gaat zijn huis niet uit. Eén keer naar de pont, om iemand op te halen, en verder blijft hij in die wereld van zijn eigen erf. Ik wilde dat alleen-zijn visueel benadrukken. Dat je heel ver kunt kijken, zonder dat je overal Amsterdam ziet.”

Boven is het stil vertelt het verhaal van de oudere boer Helmer (Jeroen Willems), die zijn vader (Henri Garcin) naar de bovenverdieping van zijn boerderij heeftverplaatst om hem uit het zicht te hebben. Ook besluit hij de rest van zijn huis anders in te richten. Dagelijks komt de melkrijder (Wim Opbrouck) langs. Op den duur haalt Helmer Henk (Martijn Lakemeier) in huis om bij hem te komen werken. Henk verstoort de boel. Dit is de eerste keer dat Leopold een scenario voor een boekverfilming schreef: “Het was in opdracht van Stienette (Bosklopper, de producent – LvZ) en aanvankelijk zou ik het ook niet zelf regisseren. Het enige wat we afspraken was, dat als ik er toevallig verliefd op zou worden, ik de film zelf mocht maken. Maar ik denk niet dat ze verwacht had dat ik het zou doen, omdat hij zo verschilt van mijn andere films.” Ze vond de bewerking eerst lastig. “Ik moest het boek echt in stukken hakken om er een scenario van te maken. Zo maak je iets stuk van iemand anders en dat voelt wel grof. Ik merkte dat je bij film alles platter moet maken en uitvergroten, terwijl ik juist altijd zo subtiel probeer te zijn. Leuke scènes zoals het veranderen van Helmers huis bijvoorbeeld, daar zijn er in het boek vijftien van. Maar in film moet je die terugbrengen tot een stuk of drie: een klok verslepen, planten uit de kamer halen en het tapijt wegtrekken. Als er dan nog zo’n scène komt, denkt de kijker: waar gaat dit heen?”

 

 

Vandaag wordt een scène gedraaid waarin de melkrijder de jonge Henk voor het eerst te zien krijgt. Willems, Opbrouck en Lakemeier vermaken zich tijdens het wachten prima. Ze doen kippen, koeien en schapen na en Lakemeier sluit af met een Kung Fu-sprong. Vervolgens stapt Opbrouck in een zilveren melkwagen en beginnen de opnames. Hij rijdt de set op en stapt uit, Willems roert in een emmer met melk, Lakemeier rookt een sigaret. Ze praten nauwelijks. Opbrouck: “We hebben korte zinnen, die zo stug zijn dat het daarna altijd doodvalt. Dat vind ik mooi. Er is geen woord te veel. Nanouk houdt van die ongemakkelijke stiltes en draait de scènes non-stop, zodat ze vanzelf ontstaan.” Maar het wordt geen longtakecinema. Leopold: “Nee, dat denk ik niet. Sterker nog, ik vermoed dat deze veel sneller gemonteerd wordt dan mijn vorige films. Maar het levert denk wel hetzelfde gevoel: het eindeloos iemand observeren.” Ze giechelt. “Ik dacht in het begin: ik ben iets heel anders aan het doen dan hiervoor. Maar toen keek ik van een afstand en zag ik zo’n man in zijn eentje in een kamer. Tja, zo anders is dat ook weer niet dan een vrouw alleen op haar kamer, als in mijn andere films. Het is nu daarentegen heel romantisch. En erotisch ook.” Daar is Opbrouck het mee eens. “Die romantiek zit in verschillende aspecten van de film. Als je zorgt voor iemand anders, of het nu voor een dier is of voor een neef, of – zoals nu – voor een oudere vader is, dan hangt daar een zweem van verliefdheid omheen. Het speelt tussen de melkrijder en Helmer, maar ik zou de lijn van vader en zoon door die zorgzaamheid eigenlijk romantischer willen noemen.”

Willems maakt met zijn telefoon foto’s van de journalisten en later van Lakemeier, die hem op zijn beurt tegelijk fotografeert. Ondertussen wordt aan Opbrouck uitgelegd hoe hij de slang van de melkwagen moet aansluiten. “Dat is nogal complex; ik dacht dat het veel ambachtelijker was,” lacht hij. “Hetzelfde geldt voor koeien melken,” vertelt Lakemeier later. “Dat lijkt gemakkelijk, met die automatische dingen op die uiers, maar er mag geen lucht bijkomen als de melktank die melk opzuigt. De slangen moeten dus geknikt zijn, totdat ze aan die uiers hangen. Dat was wel even oefenen.”

De koeien zijn overigens niet ter plaatse. Die scènes worden in Domburg opgenomen. Op deze locatie is speciaal een boom geplant en in de schuur zijn melkstellen geïnstalleerd. De boerderij is ingericht met een beige leren bank, en ter decoratie Delftsblauwe bordjes en een glas met zee-egels en schelpen. Aan het plafond hangt een plakkerige vliegenvanger en op de gang staan een kist aardappelen en een extra paar laarzen. Leopold meent dat ze in deze film alles “veel meer laat gebeuren. We spreken eigenlijk niets meer af en repeteren niks. We doen het gewoon. Zo ontstaan er gekke dingen. Op een gegeven moment wordt er een bed gebracht en de bezorgers hebben modder aan hun schoenen. Dan zie je Helmer kijken van oh, oh…” “…de camera blijft lopen, terwijl de scène op papier al lang is afgelopen, ” vult schrijver Gerbrand Bakker aan. “En Jeroen Willems, ja die moet dan doorspelen. Die ging het dus maar schoonmaken en dat werd een geslaagde scène. Zo is Nanouk ook wel een beetje. Die schrijft wel een script, maar ach, niets staat nog vast, haha. Tijdens het draaien denkt ze dan: we zijn zo lekker bezig.”

Author: DDG

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.