Dennis Alink: ik heb altijd een creatieve uitlaatklep nodig gehad

Filmmaker en musicus Dennis Alink (1989) werd bekend door het filmprogramma op het Web Midnight Movie Review, waar zijn passie voor film van het scherm spatte. Daarna maakte hij de documentaires Sluizer Speaks over cineast George Sluizer (Spoorloos) en een  over Herman Brood, Unknown Brood. Beide vertoond op het IDFA. Een interview in de serie Filmmakers van Morgen.

 

Wat kan er verbeterd worden in het Nederlandse filmklimaat?

‘Ik geloof dat er niemand in Nederland blij is met het huidige Nederlandse filmklimaat? We moeten af van het idee van veel geld naar weinig films, we moeten gaan investeren in risico’s nemen. De Nederlandse film staat op hetzelfde punt als de Hollywoodfilm eind jaren zestig. Er komt geen publiek voor, artistiek gezien zijn we er ook niet gelukkig mee, slechte kritieken, geen internationaal bereik. Er móet iets veranderen. Maak meer films met kleine budgetten. Geef nieuwe makers de kans om met weinig inmenging films te maken. Als we niet breed gaan investeren en de makers blijven doodslaan met regeltjes dan wordt het niets. Je moet ruimte creëren, lef tonen en filmmakers met een eigen geluid zoeken. Als je voor 2 a 3 miljoen euro tien low-budget films maakt, dan zijn er wellicht enkele pareltjes tussen. Het is nu of nooit: of de Nederlandse film  gaat doodbloeden of het gaat herboren worden.’

 Doe je nog aan het recenseren van films?

‘Met het programma Midnight Movie Review ben ik gestopt, maar regelmatig word ik nog gevraagd om over film te praten voor radio of televisie, bij RTL bijvoorbeeld. Als ik gevraagd word om over cult- of horrorfilms te praten, dan grijp ik dat wel aan. Ik houd van de lichtvoetigheid van dat genre. Ik doe nog wel filmavonden bij de Q Factory in Amsterdam Oost. In september gaan we daar The Wall van Pink Floyd vertonen en we hebben een concert van David Bowie hier laten zien. En films als Dazed and Confused van Richard Linklater, Keep the Lights On van Ira Sachs en Cinema Paradiso van Giuseppe Tornatore. De combinatie van film met muziek spreekt me vooral erg aan.’

Om nog even de filmcriticus te spelen, wat is je opinie over enkele recente films First Reformed van Paul Schrader, over een jonge dominee die worstelt met zijn geloof en zijn leven.

‘Direct in het begin van de film spreekt de setting mij erg aan: een oud afgelegen plaatsje, in Amerika waar je de Hollandse wortels proeft. Een klein menselijk filosofisch drama, in een intieme sfeer, waarin de thematiek bijna kleinburgerlijk wordt gehouden. Het element van de vervreemding van Taxi Driver zit er ook in. Schrader is gefascineerd door een normaal iemand die door zijn eigen isolatie en vervreemding tot een wanhoopsdaad kan komen.’

* Dennis

Ik vond het een mooie ingetogen film, die tegen het einde totaal ontspoort door een poging tot zelfmoord en kitscherige zelfkastijding.

‘Bij zo’n zelfmoord wil iemand niet alleen er niet meer zijn, maar vooral een verlossing van het ondragelijke leed wat er dan is. Ik ben bezig met een film over een rechtszaak tegen de dood, wat nu meer gaat over een documentaire over doodsangst. De oneindigheid van de dood beangstigt me omdat je er geen controle over kunt krijgen.’

*Dennis is momenteel bezig met een film over een bekende kunstenaar, maar ik mag nog niet verklappen over wie de film gaat. Hij ziet de laatste documentaire als de voltooiing van een trilogie. Na de films over George Sluizer en over Herman Brood.*

D.A: ‘Alle drie zijn gepassioneerde mensen en alle drie hebben een verstandhouding tot de dood. George Sluizer leefde tussen de dood, Herman Brood verlangde zijn leven lang naar de dood en in mijn nieuwe film is de hoofdpersoon op de vlucht voor de dood.’ De film komt uit in december/januari.

De tweede film Grace Jones: Bloodlight and Bami van Sofie Fiennes. ‘Een portret achter de schermen van de legendarische popster Grace Jones. Ik vond het wat tegenvallen en veel te lang. Het ontbrak wat mij betreft aan een sterke focus, meer een portret met soms boeiende scenes. Op een gegeven moment kreeg ik verlangen naar een liedje van Grace Jones’.

Nu je eigen films. Sluizer Speaks je eerste lange documentaire. Was het moeilijk deze te  financieren? Je zegt ergens: in de filmwereld  krijg je vaak 100 keer nee en als je geluk hebt 1 of 2 x ja.

‘Heel moeilijk. Ik zat in het derde jaar van de Filmacademie . We konden geen subsidie aanvragen omdat Sluizer ieder moment dood kon gaan. Hij had een slagaderbreuk gehad. Iedere draaidag die we erbij konden pakken was een zegen. De opnames betaalde ik uit eigen zak, door klusjes die ik naast de opleiding deed. Net na het overlijden van George werd de film geselecteerd voor het IDFA. Het Filmfonds kwam toen met een subsidie voor de postproductie van de film. Hij heeft de laatste versie gelukkig nog gezien en hij was er blij mee.’

Ik vond het een goede film, zowel inhoudelijk met mooie anekdotes, scherpe interviews en treffende beelden. De film over Herman Brood ook, hoewel ik geen Brood fan ben, bleef ik geboeid kijken. Wat een trieste eenzame man was Herman Brood, van jongsaf aan eigenlijk?

‘Als kind had hij al een gevoel dat hij er niet bij hoort en er niet helemaal mocht zijn. Hij probeert er mee te leven.’

Zijn zus zegt in jouw film dat hij eerder dood zou zijn gegaan als hij geen drugs had gebruikt.

‘Ik denk dat we ook een heel eenzijdig beeld van drugs hebben. Je moet door een depressie heen om je zelf te kunnen ontwikkelen. Soms is in balans blijven de beste manier om je te handhaven en als daar dan drank of drugs bij helpen. Ik vind het erg lastig om daar moreel een oordeel over te geven, want het leven voor hem was ondragelijk zonder drugs. Dan ligt zelfmoord ook erg op de loer. Dat is uiteindelijk ook gebeurd. ‘Live fast, die young’, was hem op het lijf geschreven. Voor zijn gevoel kon hij pas dood als hij een echt schitterend nummer had geschreven. Hij vond niet dat hij dat had bereikt, ik denk van wel.’

Je komt erg gedreven en bijna on-Hollands gepassioneerd over. Waar komt dat vandaan?

‘Ik weet nog toen ik acht jaar was ik op de radio hoorde dat George Lucas en Steven Spielberg ontevreden waren over een script. Toen kroop ik achter mijn computer om een script te gaan schrijven. Spielberg vond ik erg leuk, later kwam er Tim Burton bij en keek ik met name veel cabaret. Ik wilde eigenlijk cabaretier worden. Ik keek veel naar Youp van ‘t Hek en Freek de Jonge. Ik heb op school geacteerd en stukjes geschreven voor cabaret, ik heb altijd een creatieve uitlaatklep nodig gehad.’

George Sluizer

Nog even terug naar George Sluizer, heb je hem echt leren kennen? Hij zat vol kleurrijke anekdotes  Hij kende veel bekende makers als Spielberg en Antonioni persoonlijk.

‘Voordat ik die documentaire maakte, haalde ik veel informatie uit archieven. Door zijn verhalen over al die filmfiguren kwamen ze tot leven en werden ze menselijker. Wat zeggen die anekdotes over Sluizer en over de filmindustrie. Er zit een gekte in de filmindustrie die de mens tot waanzin drijft.

Sluizer kwam op mijn pad toen ik zijn film Homeland op het IDFA zag. Deze man heeft Spoorloos gemaakt, die moet ik hebben. Je moet ook klaar staan als er iets naar je toe komt. Ik moet  wel iets van mezelf in een nieuw project kunnen herkennen.

Sluizer zegt in de film mijn liefde voor film komt eerst en dan die voor mijn vrouw en kinderen. In zijn ogen is elke filmmaker egocentrisch. Die scène vond ik verschrikkelijk om terug te zien. Ik wil zelf niet zo worden. Dat is totaal mislukt (lacht), ik vind mezelf erger dan George!’

Sluizer ging helemaal zijn eigen weg en maakte de films die hij wilde maken. Dat bewonder ik. Hij had veel zelfvertrouwen.

‘Ik denk dat dat een van de belangrijkste dingen is om films te kunnen maken. Er zit een bepaalde mate van hoogmoed in anders kun je het niet dragen. Je moet zoveel mensen aansturen. Hoogmoed in de zin van een blind vertrouwen, wat er ook gebeurd ik ga die film maken. Het doet me denken aan Lars von Trier, in Nymfomaniac zegt hij als je een omelet wilt maken moet je een paar eieren  breken. In zijn laatste film vergelijkt hij een seriemoordenaar met het werk van een kunstenaar. Een combinatie van iets creëren en destructiviteit.’

 Je bent een vrij obsessieve filmmaker

‘Laatst was ik op de fiets aan het nadenken hoe ik het innerlijk conflict van Jaco de bassist in een van mijn films kon verbeelden. Hij speelt in mijn documentaire Goin’ Rectal bij de NPO eerder dit jaar vertoond. Bij een groen licht op het Leidseplein stond ik stil, mensen kwamen naar mij toe en zeiden: ‘jij bent er niet hè’. Ik doe ook zeer intensieve research, zodat ik 99 % zeker weet welke kant het personage opgaat. Ik wil wel zo veel mogelijk controle.’

Wie zijn je favoriete filmmakers?

Stanley Kubrick, Bob Fosse, Ingmar Bergman, Tarkovski, Orson Welles, Fassbinder, Wenders, Herzog, Lars von Trier en Murnau. Laatst zag ik de Avondmaalgasten van Bergman nog eens over een  dominee die worstelt met zijn geloof. Prachtig. First Reformed is daardoor geïnspireerd.’

Ik las dat je een filmcrew ziet als een muziekband, als één instrument stokt, neemt een ander het over.

‘Daar ben ik heilig van overtuigd. Ik werk met dezelfde cameraman en meestal dezelfde geluidsman. Je weet precies wat je aan elkaar hebt. Bovendien moet je ook de juiste sfeer op de set creëren met  concentratie, discipline en ontspannenheid. De film heeft altijd gelijk, leerde ik op de Filmacademie. Dat is wat we allemaal moeten doen, iedereen moet in dienst van de film staan en er het beste uithalen. Bij het maken wordt je geconfronteerd met het beste en het slechtste van jezelf.’

-Jaap Mees-

Author: Jaap Mees

zie www.free-spirits-film.eu

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.