Work in Progress

Deze zomer maakte ik voor de Filmkrant een zomerserie over de regisseurs die afstudeerden aan de Nederlandse Filmacademie en nu doe ik mee aan een workshop filmkritiek in het EYE, over de Nederlandse filmgeschiedenis. Eerder dit jaar kon ik met de internationale organisatie NISI MASA mee naar het filmfestival in Cannes, waar ik schreef over de jonge garde; de shorts en de films in de Camera d’Or-competitie. Ik begeef me tussen jonge filmmakers en journalisten als ikzelf en ben onder de indruk van de passie en doelbewustheid. Maar ik raak verstrikt in existentiële vragen: wat heeft het voor zin en waar doen we het voor. En toch.

Ik heb wilde fantasieën over een guerrilla van jonge mensen. Van ons twintigers wordt aangenomen dat we in constante staat van crisis verkeren. Lamgeslagen door de overdaad aan keuzes en die hijgende bankencrisis in onze nek; we kunnen het ook niet helpen, lijkt de gedachte. Maar als we nu voor een carrière in cinema  kiezen, hetzij als maker of als criticus, hebben we al een keuze gemaakt. We durven een specifieke toekomst voor ogen te hebben. We moeten dus wel opmerkelijk en ambitieus zijn.

Wij zullen een poging doen om Generatie Y (die navelstaarders, die lui en vertroeteld zijn en alleen maar aan zichzelf denken) een ander gezicht te geven. We zullen een nieuwe visie op filmcultuur creëren. We zullen verbazen door onze creativiteit, vrijgevochtenheid en onorthodoxe aanpak.

Maar niets van dat alles, merkte ik in Cannes. Voor zulke romantiek is in het doolhof van balies en tassencontroles überhaupt geen tijd. NISI MASA zet zich in voor jonge, Europese professionals binnen de filmindustrie (zowel makers als filmcritici) en ze zijn zelf ook jong en internationaal. Ze organiseren onder andere workshops op grote filmfestivals als Venetië en San Sebastian. Festivalverslagen schrijven is een geweldig initiatief, want het geeft jonge mensen de kans om die festivals te bezoeken. Maar als er al journalisten zijn van Variety en The Guardian, wie gaat onze stukken dan nog in godsnaam lezen? En als niemand ziet wat je schrijft, waarvoor doe je het dan? Is dat zelfontplooiing of masturbatie? Hoe kun je jezelf onderscheiden? Hoe wek je als jonge criticus de belangstelling in een zee van journalisten?

Dezelfde vraag kun je stellen over het werk van jonge filmmakers. De alumni van de Filmacademie hebben grote dromen: een verfilming van het Iraanse eposShāhnāmehet langste gedicht ooit; een speelfilm over de Armeense genocide; een rectificatie, over de ellenbogen, knieën, haren, en uitgelopen lippenstift die in cinema altijd worden weggepoetst. Ik interviewde er twaalf in totaal en ze hebben bijzondere, uiteenlopende stijlen. En toch proberen ze allemaal reëel te blijven. Misschien dat ze eerst vooral reclamefilmpjes zullen maken. Want hoe kunnen ze opvallen tussen al die andere hemelbestormers als hun daverende succes nog moet komen?

Wellicht loop ik op de zaken vooruit en moeten we gewoon op onze beurt wachten. De tijd zal het leren.

Maar we zijn in opkomst, ik voel het. Tijdens Cannes’ filmfestival sta ik in de rij voor de animatiefilm The Congress van Ari Folman, die die waanzinnige geanimeerde documentaire Waltz with Bashir maakte. Het regent en ik heb geleerd dat ik om te netwerken altijd mijn paraplu moet aanbieden. Zo begin ik een gesprek met een Fransman van een jaar of vijfenzestig. Wat aangenaam begint, mondt uit in een gewichtige monoloog, waarin hij zijn belangrijke rol in cultuureducatie benadrukt.

Voor en achter me raak ik aan de praat met talloze interessante jongelingen die het heft in eigen hand willen nemen en hun voordeel doen met die rij. De programmeur van een horrorfestival vindt daar ter plekke een jonge horrormaker. Een groep Italianen deelt de ervaringen van het productiebedrijfje dat ze opzetten in Londen. Wachten verzekert je in Cannes niet van een plek en dat blijkt, want we komen allemaal niet binnen en gaan wat drinken. De veteraan neemt ons mee naar een bar in een viersterrenhotel. Hij gaat in het midden zitten. Je merkt dat hij gewend is de aandacht te krijgen, maar die krijgt hij niet. We hebben genoeg aan elkaar.

Bij de workshop die ik nu volg, merk ik ook dat het borrelt en rommelt. Veel cinefieler dan deze journalisten krijg je ze niet. Samen ontdekken we Adriaan Ditvoorsts surreële fantasie, Jan de Bonts strelende camera, de charmante platte tongval van Matthieu van Eysden en de Sinterklaashumor in Fons Rademakers’Makkers staakt uw wild geraas uit 1960. We beseffen dat we onze eigen cinema moeten herwaarderen om onze filmtaal te kunnen begrijpen. Dan denk ik aan Edvard van ’t Wout, die Nederlandse producent die blijft zoeken naar alternatieve financieringsmogelijkheden. Gewoon, omdat hij twee films per jaar wil maken. En zijn medestander Bobby Boermans, die voor alle technologieën openstaat en zo met APP iets helemaal nieuws creëerde.

Bertold Brecht schreef in zijn Driestuiveropera:

Denn die einen sind im Dunkeln
Und die andern sind im Licht
Und man siehet die im Lichte
Die im Dunkeln sieht man nicht

Hij maakt een vergelijking tussen het glansrijke leven van de rijke en machtige mens en de donkere wereld van de armen. Veel films gaan nu óf over de glamour en het groteske leven van de elite óf over de straatarme onderklasse. Maar Brecht vertelt ook over ons. Wij durven onze nek uit te steken en zijn bezig uit de schaduw te stappen. Ik denk aan Rineke Dijkstra’s video The Krazy House. Op die vier-kanaals videoprojectie zien we vijf jongeren die een voor een dansen op hun favoriete song. Ze vergeten schaamte of gêne. Ze laten ons meekijken, maar dansen voor zichzelf. Wacht maar. We komen eraan.

Author: Laura van Zuylen

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!