Wat doet de DDG eigenlijk? Deel 1

Een kennismaking met de nieuwe algemeen secretaris Juliette Jansen. Per 1 maart trad zij in dienst van de DDG. Juliette heeft met name een festivalachtergrond. Zo heeft zij 15 jaar voor het filmfestival Rotterdam gewerkt en de laatste jaren op projectbasis bij Cinekid en het Nederlands Film Festival. Voor het IFFR heeft ze zich bezig gehouden met distributie, filmeducatie en programmering. Casper Verbrugge schuift aan. Hij heeft afscheid genomen als algemeen secretaris maar blijft als adviseur verbonden aan de DDG. Deel 1 van een kijkje achter de schermen.

Wat hebben simpele leden zoals ik aan de DDG? Naast korting op verzekeringen, juridische spreekuur en de ledenavonden? Wat doet een algemeen secretaris zoal?

Juliette: Dat is het in de gaten houden van beleidsontwikkelingen die direct van invloed zijn op het gemiddelde DDG-lid. Concrete voorbeelden zijn natuurlijk het beleid van het Filmfonds en de omroepen. De DDG zorgt er voor dat er regelmatig besprekingen zijn met andere partijen; dat er brieven over uitgaan en ook dat er input vanuit de leden komt. Bijvoorbeeld d.m.v. de focusgroep documentaire en de focusgroep fictie. Die input sluizen we door naar het Fonds en de omroepen.

Je hebt het over focusgroepen documentaire en fictie. Ik heb daar tot voor kort nooit iets over op de site gelezen.

Juliette: Dat kan kloppen, want die focusgroep fictie is begin december vorig jaar begonnen en deze is pas 2 keer bij elkaar gekomen. Daar kan nog beter verslag van gedaan worden. Net zo goed als van de focusgroep documentaire. Die laatste focusgroep heeft in april een presentatie over de inkomenspositie van de documentairemakers gegeven in de zogeheten Werkgroep Documentaire. Dat is een al lang bestaande werkgroep, waar de producenten, omroepen en fondsen in zitten. Die presentatie leidde uiteindelijk tot verhoging van de honoraria van regisseurs. We hebben dat net voor de zomer in een apart nieuwsbericht gemeld. Als er sprake is van onbekendheid van de leden met wat de DDG nu precies doet, kan dat dus ook gewoon door slecht lezen komen.

Je hebt het over de input van leden, maar als die niet van het bestaan van de focusgroepen op de hoogte zijn…

Juliette: Die focusgroepen werden wel breed uitgezet. Voor de focusgroep fictie zijn wel 25 regisseurs uitgenodigd. Die zijn dan zoveel mogelijk aanwezig  bij de bijeenkomsten.  Verder hebben zich een aantal leden aangemeld op de Algemene Ledenvergadering. Daar komen dit soort zaken aan de orde. Wat mij betreft zouden leden wel in iets grotere getale naar die ALV mogen komen. Ik heb daar bijv. ook het beleidsplan voor het komend jaar gepresenteerd. Dat zijn ook de momenten waarop een lid van zich kan laten horen.

Maar er is niet een algemene oproep aan leden geweest, zodat ze kunnen deelnemen?

Juliette: Nee. Dat komt ook omdat je in de focusgroep fictie wel een zekere mate van ervaring moet hebben. Wil input naar het Filmfonds zin hebben, dan moet iemand wel enige ervaring met het maken van speelfilms hebben. Als je het breed uit gaat zetten, is het misschien niet werkbaar. Maar dat wil niet zeggen dat mensen zich niet kunnen aanmelden.

Als ik het goed begrijp lobbyen en vergaderen jullie veel met wat heet in die kringen de ‘grote spelers in het veld’.

Casper: Ik zei altijd: ‘Ik ben eigenlijk de buitendienst van de DDG’. Want de DDG heeft natuurlijk enorm veel contacten met andere organisaties. En het is natuurlijk voor een relatief kleine vereniging belangrijk dat je je eigen stem laat horen in organisaties die dingen doen die te maken hebben met het beleid in de AV-sector.

Met wie vergaderen jullie zoal?

Casper: PAM is natuurlijk heel belangrijk. Die probeert het ingewikkelde dossier van auteursrechten voor de makers te behartigen. Verder zijn daar Platform Makers, de Federatie Auteursrechtbelangen, de Taskforce Anti-Piraterij, Kunsten’ 92 en uiteraard VEVAM. Met VEVAM zijn we het contact aan het intensiveren, dat is heel belangrijk. Verder heb je dan nog het Filmfonds en de omroepen. En er is regelmatig contact met EYE en Beeld & Geluid.

Laten we beginnen met het Filmfonds.dsc05603

Juliette: In principe spreken we elkaar 2 keer per jaar; het voor- en het najaarsoverleg. Dat is alleen met de DDG. En verder vergaderen we nog eens 2 keer per jaar maar dan samen met het Netwerk Scenarioschrijvers en de Filmproducenten Nederland (FPN).

Heeft dat zin?

Juliette: Dat heeft zeker zin.

O ja?

Juliette: Natuurlijk. Maar vanzelf gaat het niet. Het blijft belangrijk continu te hameren op onze positie als creatieve spil. De focusgroep fictie heeft vergaderd om mij en het bestuur input te geven. Dat leverde veel aanbevelingen op, waarmee wij dan weer met het Fonds zijn gaan praten. Bijvoorbeeld dat de regisseurs met een scenarioschrijver een aanvraag moeten kunnen doen. Dat er meer budget moet komen voor declarabele dagen in de voorbereidingstijd. Dat zijn concrete zaken. We vinden ook dat geld voor talentontwikkeling niet alleen naar de jonge makers, maar ook naar de wat ervaren makers moet gaan. Dat is allemaal besproken met het Fonds. En dan is het een kwestie van de vinger aan de pols houden. Dat je over een half jaar weer checkt of er daadwerkelijk iets mee is gebeurd.

Casper: Kijk, zij kunnen ook niet zonder input van makers zomaar in het luchtledige hun beleid maken.

Is dat zo? Kan het Filmfonds niet zonder input van de regisseurs?

Casper: Zo werken ze niet. Natuurlijk willen zij een fonds zijn dat aansluiting zoekt bij de verschillende partijen in het veld, zoals dat heet. Dat willen ze wel in ieder geval. Het is niet zo dat zij klakkeloos alles wat wij zeggen overnemen. Maar er zijn wel degelijk ideeën die vanuit de makers komen waarmee het Filmfonds aan de slag gaat.

Wat is er wel overgenomen dan? Wat hebben jullie bereikt? 

Juliette: Allereerst dat er geld in de begroting voor de regisseur kan worden opgenomen voor de ontwikkelingsfase. Dat kon eerst niet en dat hebben wij aangekaart. Dit staat nu in de nieuwe reglementen die per 1 januari van kracht zijn. En makers zijn vaak onbekend met al langer bestaande regelingen, zoals de revolverende middelen. Als een productie het heel goed doet en als naast de andere investeerders ook het Filmfonds wordt terugbetaald, bestaat er de regeling dat het Fonds minimaal 50% van die Fondsinkomsten inzet voor een nieuwe productie van die producent. Als regisseur kun je in je contract laten zetten dat jij ook die nieuwe productie regisseert. Details kan je lezen in het nieuwe financiële protocol van het Fonds pagina 17, artikel 9.1.

Bij de laatste ALV bleek een lid daar al wel gebruik van te maken. En verder wat ik zo juist zei: het zelf met een scenarioschrijver maar zonder producent kunnen aanvragen. Daar is al enige tijd de Vrijplaats voor gereserveerd. Alleen blijkt dat dan nog een onbekende regeling te zijn. Dus daar gaat het Fonds weer wat aan doen. Het is een klein beetje pingpongen. De laatste keer is er uitgebreid gesproken over het consulentschap. Is dat nu een verbetering of niet? Dat is niet altijd het geval. Er is veel onrust op het moment dat een consulent weggaat en je als maker naar een andere consulent moet overstappen.

Die 50% van de revolverende middelen moet je dus zelf uitonderhandelen met je producent? Uitonderhandelen met je producent is bijna een contradictio in terminis. Gaan producenten daarin mee?

Juliette: Nee. Maar daar kan je dus over onderhandelen met de reglementen van het Fonds in je hand.

Casper: Het is een feit dat er problemen zijn tussen regisseurs en producenten. Dat is iets dat uitgebreid binnen het Filmfonds besproken wordt. Keer op keer. Het is heel lastig om te beoordelen wat je er mee opschiet. Wat heb je binnen gehaald? Dat gebeurt niet binnen een maand. Maar het is voortdurend aan de orde.

Juliette: Wat die producenten betreft: we laten blijken dat we van goede wil zijn. DDG-voorzitter Martijn Winkler en ik zijn met de nieuwe voorzitter van de FPN, Marleen Slot en Marjan van der Haar, directeur van de FPN gaan praten over op welke dossiers we goed zouden kunnen samenwerken. Dus we hebben even het auteursrechtendossier terzijde gelegd. We gaan nu met de FPN in het voorjaar een avond organiseren over begrotingen en exploitatie overzichten. Want bij de regisseurs ligt natuurlijk ook verantwoordelijkheid om zelf meer zakelijk inzicht te verwerven. Als je een budget kunt lezen, laat je je ook niet meer van alles wijsmaken. Andere dossiers waarop we nu samenwerken zijn o.a. diversiteit en piraterij.

Casper: Maar ook auteursrechten. Het Filmfonds steunt nu bijvoorbeeld de wens van de regisseurs om de voorlopige clausule in je contract te laten opnemen. Het Fonds was bereid om ook daadwerkelijk te gaan controleren of die clausule er in staat. Die clausule is een afspraak tussen de PAM-partijen en de RoDAP-keten. Die tijdelijke clausule is overeengekomen omdat er op dit moment nog geen volledige overeenstemming bestaat over de vergoedingen over Video on Demand (VOD). Die clausule zegt zoveel als ‘hiermee binden de partijen zich om zich te houden aan de afspraken die nog gemaakt gaan worden’. Dus de bedoeling is dat nog dit jaar via arbitrage (op een andere manier was het niet mogelijk) de vergoeding voor VOD wordt vastgesteld, die exploitanten via VEVAM aan de regisseurs zullen moeten gaan betalen, het zgn. vrijwillig collectief beheer. Regisseurs, scenarioschrijvers en acteurs zullen binnenkort worden geïnformeerd over de praktische uitwerking van die afspraak op hun contracten. Het is heel belangrijk dat het Filmfonds hieraan meewerkt.

Een paar jaar terug was er een filmtop. De drukst bezette Nederlandse regisseur Paul Verhoeven werd als enige filmmaker uitgenodigd. Die kon dus niet. Als vervanger werd Simon Perry, ex-hoofd van de
Irish Film Board, uitgenodigd. Aardige man, maar geen Nederlander en bekend als film-bobo, niet zo zeer als filmmaker. Jullie, de DDG, mochten thuis blijven. Is dat niet een beetje raar? En hoe verkoopt het Fonds zoiets aan de DDG?

Casper: Het loopt dus niet altijd zoals we willen. Dat is absoluut een feit.

Word je wel serieus genomen als DDG?

Casper: Nou ja, wij vinden dat dat destijds wel wat meer had gekund. Dat overleg waar jij op doelt, ging over de cashrebateregeling. Er is absoluut overleg over geweest tussen DDG en Filmfonds. Het Filmfonds heeft zich vervolgens opgesteld als vertegenwoordiger van ook de regisseurs. Wij vonden dat onvoldoende en teleurstellend en hebben dat ook te berde gebracht.

Wat zei het Fonds toen?

Casper: Dat zij ons representeerden.

Dan zou je denken dat het zelfde geldt voor de producenten en dat die er dan ook niet bij aanwezig hoefden te zijn.

Casper: Ja. Het was het allereerste overleg. Later is er opnieuw overleg geweest en daar waren we wel degelijk bij.

Juliette: Zo werden we onlangs gebeld door Doreen Boonekamp, directeur van het Fonds over een hoorzitting in de Tweede Kamer waar bijna alleen maar producenten voor waren uitgenodigd. Daar hebben we toen samen met Netwerk een brief over gestuurd naar de Kamer. De makerslobby moet blijkbaar verbeterd worden, daar gaan we komend jaar hard aan werken. Ook zijn er nu gesprekken over de invulling van het bedrag dat OC&W ter beschikking stelt aan het Fonds voor verbetering van de arbeidsmarktpositie van filmprofessionals. Maar verder… Ik kijk nog een beetje als buitenstaander in deze functie (hoewel ik al heel lang werk in de filmsector) en het verbaast me dat makers niet zo veel bij de zaak betrokken worden als zou moeten.

Het standaardcontract. Dat was een van de redenen 15 jaar geleden om de DDG op te richten. Dat is er ook gekomen, maar de producenten hadden er geen trek in. Nu komt Bussemaker met geld om er voor te zorgen dat we met elkaar een keer tot zo’n standaardcontract kunnen komen. Is iedereen af van een hele hoop gezeur. Dat geld gaat naar het Filmfonds. Er van uitgaande dat het Filmfonds echt boven de partijen staat, dan is dat op zich niet zo raar. Alleen: de juridisch adviseur van het Fonds is tegelijkertijd penningmeester van STOP.nl, de rechtenorganisatie van de producenten. En hij treedt op als jurist van RODAP, de vereniging van kabelaars, omroepen en producenten.

Casper: Ja, en daarnaast is hij de advocaat van de belangenorganisatie van de filmproducenten, de FPN.

Is dat niet onhandig? Temeer omdat er een gigantische kloof lijkt te bestaan als het gaat om auteursrechten. Is dat geen belangenverstrengeling?

Juliette: Die bewuste jurist wordt geen onderdeel van het juridisch team m.b.t. dit dossier, er wordt iemand anders genoemd door het Fonds en ze zeiden mij dat de juristen bij beide partijen goed moeten liggen. Dit wordt een van de belangrijkste dossiers voor het komend jaar.

 

Deel II van het interview is 11 maart 2017 verschenen en gaat over o.a het NPO-fonds en de omroepen. Daarin blikken Juliette en Casper ook nog kort vooruit naar de DDG activiteiten in 2017.

 

Author: Peter Dop

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!