Wat doet de DDG eigenlijk? Deel 2

Wat hebben simpele leden zoals ik aan de DDG? Naast korting op verzekeringen, het juridische spreekuur en de ledenavonden? Wat doet de DDG nu eigenlijk? Een gesprek met Juliette Jansen, algemeen secretaris DDG tot 1 mei, en haar voorganger Casper Verbrugge.

Na deel 1 over het Filmfonds, nu deel 2 over onder andere het NPO-fonds en de omroepen, diversiteit en de financiële positie van documentairemakers. Een kijkje achter de schermen bij de DDG.

Door: Peter Dop

 

Hoe is de verhouding van de DDG met de publieke omroepen?

Juliette: Ik heb een paar keer met ze te maken gehad. De DDG heeft sinds 2015 een focusgroep documentaire.  Er was een bijeenkomst op initiatief van het Filmfonds, van de sectorbrede werkgroep documentaire o.l.v. Oscar van der Kroon,  eindredacteur NTR. Ik ben daar met een aantal documentairemakers naar toe geweest. We kregen daar de kans om de inkomenspositie van de documentairemakers onder de aandacht te brengen; dat was heel prettig. Het viel ook goed. Er zaten belangrijke partijen, o.a. de VPRO, NTR, NPO, DPN, Filmfonds en Cobo. Om maar aan te geven wat je hebt aan je lidmaatschap van de DDG.

Inkomenspositie?

De aanleiding was de groei van het aantal eenpitters, regisseurs die hun eigen film produceren. Er bestaan zorgen over de financiële gezondheid van sommige eenpitters. Omroepen gaven aan daar wel eens last van te hebben. Daarbij ging het veel over ‘wat hebben we nu voor budget, hoe kunnen we het beste samenwerken en ervoor zorgen dat de kwaliteit goed blijft?’ Zowel zakelijk als artistiek. Een van de aanwezige makers zei: ‘Ik heb echt nog nooit meegemaakt dat er tijdens zo’n bijeenkomst zo openlijk wordt gesproken door de mensen die over de budgetten gaan!’ Het werd tegen mijn verwachting in heel concreet. Steven Huismans (Mediafonds) was daarbij en zei: ‘Ik zie al jaren dat de dagprijs van de regisseurs op op €400 staat en die moet omhoog.’’ Iedereen was ervan doordrongen dat er wat moet gebeuren. Het resultaat van deze meeting is dat er per documentaire rond de €5.000 extra vrij wordt gemaakt  t.b.v. het honorarium van de regisseur. Er zullen wel minder producties gemaakt worden (die tendens was er al), maar wel met hogere budgetten. Hier is in de zomernieuwsbrief van vorig jaar uitgebreid over bericht.

Is dat wat we willen? Als de consequentie is, dat er minder films gemaakt gaan worden?

Juliette: Er is natuurlijk enorm bezuinigd, dus de budgetten van de omroepen zijn ook kleiner geworden. Je kunt beter een gezonde sector hebben met regisseurs die er een redelijke boterham aan kunnen verdienen, dan heel veel mensen die noodgedwongen moeten rondkomen van een minimuminkomen dat ze halen uit het maken van hun films. Wat vind jij, Casper?

Casper: Ik ben het er eigenlijk wel mee eens. Weet je, ieder jaar studeren er weer veel regisseurs af aan de Filmacademie en je vraagt je af hoe dat moet. Het is niet alleen het probleem van regisseurs of van de AV-sector, maar je ziet het over de hele kunstensector. Dat het aanbod van mensen ongelooflijk veel groter is dan de vraag. En mensen zijn bereid om in hun onderhoud desnoods te voorzien via bijbanen. En dat maakt de kunstensector, als je het economisch bekijkt, heel anders dan andere sectoren. Als er te veel glazenwassers zijn en de markt is verzadigd, gaan die glazenwassers andere dingen doen. Dat gebeurt niet in de kunsten. Dus die mensen blijven beschikbaar omdat ze nu eenmaal een drang hebben om te scheppen en genoegen nemen met heel weinig inkomsten.

Juliette: De ellende is dat mensen akkoord gaan met slechte condities. Op die manier blijf je het in stand houden en is het heel moeilijk die situatie te doorbreken.

Casper: En het vernietigt de onderhandelingspositie. Aangezien de bereidheid er is om voor erg weinig geld te werken en als 1 persoon dat niet accepteert, wordt nummer 2 gevraagd en die wil het dan wel. Het aanbod is zo groot dat je geen positie hebt om iets uit te onderhandelen.

Het is een dilemma. Maar je zou ook kunnen zeggen: ‘hoe meer producties, hoe groter de kans dat er iets bijzonders gebeurt of dat onverwacht talent zich ontwikkelt. De oude ZDF-Arte gedachte: je hebt weinig geld om dure films te maken, dus je draait het om. Je geeft veel makers weinig geld. Zo is Jim Jarmusch bijv. ontdekt en kon hij een van zijn eerste films Stranger than Paradise maken en heeft hij zich kunnen ontwikkelen.

Juliette: Maar dat gebeurt natuurlijk al via het Deltaplan met allerlei potjes voor ontwikkeling van nieuw talent en er zijn lowbudget aanvraagmogelijkheden bij het Filmfonds . Daarnaast zijn er (jonge) makers  die deels hun geld vinden via crowdfunding, maatschappelijke organisaties of sponsors  en die gaan gewoon draaien. Er zijn makers die nooit bij fondsen of omroepen geld aanvragen,  omdat ze het zo’n gedoe vinden.

Ik weet niet of de DDG blij moet zijn met crowdfunding als alternatieve financieringsbron. Iedereen die ik spreek, zegt ‘dat was eens maar nooit weer’. Maar los daarvan: Het ligt heel principieel lijkt me. Of een fatsoenlijk salaris voor de mensen die wat maken, met als consequentie dat anderen minder kansen krijgen. Die laatste groep zijn ook DDG-leden. Of je gaat door op de oude voet, waardoor de pluriformiteit en de nieuwe aanwas veel groter is.  En de DDG is een belangenorganisatie voor alle regisseurs, ook voor hen die minder goed in de markt liggen. Hoort dat dan niet een brede discussie binnen de DDG te zijn? Als een van de belangrijkste zaken waar binnen de DDG dus ook door de leden over gedacht moet worden.

Casper: Eigenlijk wel.

Juliette: Misschien wel , maar dat is inmiddels een achterhaalde discussie door de enorme bezuinigingsronde op cultuur van  4,5 jaar geleden, die nu een klein beetje gerepareerd wordt. De DDG heeft juist aangezwengeld bij de werkgroep documentaire van de omroepen, waar ik het net over had, dat regisseurs beter betaald moeten worden, dus dat er meer geld naar minder films gaat. Als die aanvraagmogelijkheden er maar blijven voor nieuwe makers.

Sinds  1 januari is het Mediafonds ter ziele. Het was vorig jaar  merkwaardig lang stil van de kant van het NPO-fonds. Wat willen ze?

Juliette: Het budget blijft overeind. Maar de werkwijze wordt heel anders. Veel minder adviseurs bijvoorbeeld. Het Mediafonds had er een stuk of 80. Ze hebben nu 3 commissies: drama, documentaire en radio met ieder 8 leden (radio heeft er 6) en nog wat reserveleden. Er kunnen interactieve projecten ingediend worden, alleen als ze gekoppeld zijn aan een lineair uit te zenden productie. Dat is een van de punten waar we op tegen zijn, want je smoort allerlei vernieuwingen in de kiem. Daar was het Mediafonds juist heel sterk in. Dit zullen we echter in Den Haag moeten aankaarten, want dit ligt zo vast in de Mediawet.

We zijn dus terug bij af, n.l. bij de periode voor het Mediafonds, toen er de kritiek was dat het geld naar andere dan artistieke producties ging. De filmmakers wilden het Mediafonds, want in Hilversum zaten maar een paar mensen die op basis van hun eigen smaak en voorkeuren beslisten.

Casper: Ik blijf het lastig vinden hoe het bestuurlijk in elkaar zit. Uiteindelijk is de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep de baas van het nieuwe NPO-fonds. Dat zou zo niet moeten. Het fonds zou onafhankelijk moeten zijn, maar dat is er gewoon niet uitgesleept.

Juliette: En je moet uiteindelijk toch via de omroepen indienen dus je zit automatisch weer vast aan de smaak van de eindredacteuren die er vaak al heel lang werken. Dat geeft een bepaalde richting en dat is soms wel jammer, hoe capabel ze ook kunnen zijn. In die zin is het wel een stap terug.

Dan kom je op 3 à 4 namen hoogstens. Om die ZDF er maar weer eens bij te slepen: zij werken met een juist uitgebreide redactieraad van 8 mensen met verschillende smaken en voorkeuren om juist zo divers mogelijk te kunnen produceren.

Juliette: Ja, maar ik moet zeggen dat bij die bijeenkomsten bij het Filmfonds, waar ik het zojuist over had, bleek dat de omroepen zelf ook heel erg bezorgd waren over het NPO-fonds. De hoeveelheid werk werd onderschat. Er wordt heel veel knowhow van de adviseurs gevraagd. Dus zij zitten er ook bovenop. De producenten ook. Als buitenproducent moet je met een omroep in zee om in te kunnen dienen. Er waren veel zorgen.

De risicovolle, interessante projecten krijgen het moeilijk, vermoed ik. Vooral nu er een netmanager aan het begin van het traject zit bij de selectie. Netmanagers krijgen nu nog meer macht, dan ze al hadden. Als je niet zo van de mainstream dingen bent als kijker, zou je kunnen zeggen, dan krijg je zware tijden.

Casper: Je moet het, denk ik, anders formuleren. We zullen gewoon echt moeten afwachten hoe het in dat opzicht werkt. Maar de kansen dat het die kant opgaat, liggen er zeker. Je krijgt ook nog een laag genrecoördinatoren nu. Die gaan weer op een andere manier naar projecten kijken. Het wordt wat dat betreft allemaal wel ontzettend geformaliseerd.

Wat is een genrecoördinator nu weer? Dat klinkt wel behoorlijk beroerd.

Casper: Dat zijn mensen die per genre, bijvoorbeeld drama of documentaire, de samenwerking tussen de NPO en de omroepen moeten verbeteren. Je moet maar afwachten hoe dat in de praktijk gaat werken. Het kan zijn dat dit gunstig nieuws is voor ons makers, als dat ertoe leidt dat het nemen van een besluit of een bepaalde productie gemaakt gaat worden veel vlotter verloopt. Juist door de bijdrage van zo’n genrecoördinator. Maar je moet er toch niet aan denken dat naast de Raad van Bestuur met daaronder de directeur televisie en daar dan weer onder de netmanagers, onder dat bouwwerk een laag komt van genrecoördinatoren, die het hele proces om tot een besluit te komen, nog verder vertragen. Maar ik denk wel dat het de oprechte wens is van de NPO om tot een strakker beleid te komen in dat opzicht en zodoende sneller besluiten te kunnen nemen. Dus je moet het niet a priori met argwaan bekijken, denk ik.

Heb je nu uitgelegd wat een genrecoördinator is?

Casper: Het is iemand, die de samenwerking tussen de NPO en de omroepen onderling moet verbeteren.

Oh.

Juliette: Zodat er niet 100 films over vluchtelingen te zien zijn.

Casper: Bijvoorbeeld dat soort dingen. Maar een ander voorbeeld: de NTR en de VPRO zijn verschillende omroepen. Dat spoort ook niet altijd even goed. Die genrecoördinatoren moeten ervoor zorgen dat die omroepen binnen de NPO beter functioneren. Maar ze zijn er nog niet voor zover ik weet. Ze moeten nog aangesteld worden.

Ze lopen een beetje achter?

Casper: Er zijn grote problemen bij de NPO. Om te beginnen is er door Den Haag hard in het budget gesneden. Daarnaast wordt er constant aan de poten van het stelsel gezaagd door met name de PVV, maar ook, zij het in mindere mate, door de VVD. Dan is er het probleem van de vergrijzing: jongeren kijken niet en gaan dat waarschijnlijk ook niet meer doen. En of dat allemaal niet genoeg is, lukt het ook niet om met VOD (Video On Demand) aan de weg te timmeren, terwijl dat juist de distributie van de toekomst is. Steeds minder mensen kijken naar of hebben überhaupt een televisie. Kortom, Hilversum zal flink aan de paracetamol zitten om deze hoofdpijn kwesties op te lossen.

Wat gaan ze nu concreet doen?

Casper: Wat veranderd is, is dat er nu een mogelijkheid is voor producenten om direct bij de NPO aan te kloppen met een project.

Juliette: Oké. Je hebt dus het NPO-fonds en daarnaast is er nog een pot geld.

Casper: Er is, wat zij noemen geld op schema. Maar dat NPO-fonds staat daar helemaal los van. De bedoeling is, dat je als producent rechtstreeks naar de NPO kunt stappen om een project aan te zwengelen. Dat is een eis vanuit de Mediawet. Ik weet niet of dat al geïmplementeerd is. Zo’n producent kan ook zoiets zijn als een organisatie, ik noem maar wat, het Wereldnatuurfonds bijvoorbeeld. Dus je passeert dan de omroepen.

Juliette: De ontwikkeling van documentaires loopt nu gelukkig via de commissies. Dat hebben we bereikt, want dat hadden ze er aanvankelijk uitgesloopt.

We wisten lang niet wat ze met het NPO-fonds gingen doen. Dat was verontrustend, toch?

Juliette: Ja, maar nadat de DDG een brandbrief had gestuurd, is er een belangrijke en constructieve sectormeeting geweest in november. Daar zijn veel  issues aangekaart en werd er door het net aangetreden bureau goed geluisterd. Een van onze grootste zorgen was dat de ontwikkelingsaanvragen voor documentaire niet via de adviescommissie zouden gaan, maar dat is nu gelukkig al veranderd. Op de site staat inmiddels veel informatie; er is een protocol gepubliceerd, indiendata etc. Dan zie je wat er onder culturele producties wordt verstaan. Er staat bijvoorbeeld ook cabaret bij. Reportages vallen er dan weer niet onder.

Casper: Maar hoe zit het dan met zoiets als Zembla?

Juliette: Nee, dat is  journalistiek en dat valt er niet onder.

Casper: Dat zien ze dus niet als documentaire, dus …

Hilversum gaat van nu af aan wat AV betreft bepalen wat cultuur is…

Casper: Maar dat was natuurlijk altijd al zo.

Juliette: Maar hoe toekomstbestendig is het hele omroepsysteem? De werking ervan valt in het buitenland niet uit te leggen. De jeugd kijkt bijna al niet meer blijkt uit onderzoek.  Het online kijken wordt alleen maar meer.  Ik zie een compleet ander, meer hybride financieringsmodel in de toekomst ontstaan. Nu worden veel producties al bijvoorbeeld door commerciële partijen als KPN, Videoland gefinancierd. Ook andere platforms als VICE en de Correspondent financieren producties. Dus dat gaat er totaal anders uitzien, wat misschien ook wel goed zou zijn.

Casper: Ik denk dat ze het wel door hebben. Dat verklaart ook dat ze in een constante crisis zitten. Er is ooit een historische fout gemaakt, n.l. dat reclame werd toegestaan op onze publieke zenders. Dat maakt de Nederlandse publieke omroep tot de meest commerciële van heel Europa. Ze zijn de concurrentie met de commerciëlen aangegaan en dat is rampzalig geweest. Dat heeft ervoor gezorgd dat er een enorme druk op projecten en producties is gekomen, want die moeten mee concurreren met commerciële programma’s. Kijkcijfers werden dus maatgevend voor wat er gebeurt. En netmanagers en nu dus genrecoördinatoren. Die moeten ervoor zorgen dat er in godsnaam mensen blijven kijken naar die publieke omroep. Maar dat dat een aflopende zaak is, is duidelijk.

Juliette: Maar laten we niet vergeten dat vooralsnog de publieke omroepen nog wel steeds broodheer zijn van vele mooie kwaliteitsproducties als Schuldig, De Zaak Menten, Ramses etc.

Maar er is ook een hele lijst bagger op te noemen. Waarom moest dat Mediafonds ook al weer zo nodig afgeschaft worden?

Casper: Het Mediafonds kreeg zijn geld van OCW en uit de Sterinkomsten. En dat is wegbezuinigd door Zijlstra c.s. Toen dat nieuws de DDG bereikte, zijn we echt van leer getrokken met de bezetting van het Mediafonds. Het verzet is toen heel snel gedempt doordat de NPO met dat aanbod kwam. Er is toen door velen gedacht: ‘we vinden het niet leuk, maar misschien is dit dan een oplossing’.

Die NPO was er wel heel snel bij, hè?

Casper: Ontzettend snel

Verdacht snel?

Casper: Dat kan ik niet beoordelen.             

Diversiteit is een hot item.

Juliette: Het Filmfonds heeft de DDG vorig jaar gevraagd daarin de lead te nemen. Om met de sector in beraad te gaan teneinde tot praktische voorstellen te komen om de diversiteit te bevorderen. Daar is flink over vergaderd met ACT, het Netwerk Scenarioschrijvers en de FPN in verschillende samenstellingen. We hebben ook nog een paar grotere meetings gehad, waarbij we nog veel meer andere producenten hebben uitgenodigd. RTL zat er, maar ook allerlei acteurs en schrijvers. Vruchtbare en energieke discussies. We zijn eigenlijk tot heel goede voorstellen en adviezen aan het Filmfonds gekomen, voorstellen die ook uitvoerbaar zijn.

Ik ken weinig Surinaamse of Noord-Afrikaanse filmmakers.

Juliette: Dat is de kern. De Nederlandse film is totaal niet divers, terwijl de samenleving dat wel is. Ze zijn er wel, maar het punt is dat je ze moet leren kennen. Bij een van die meetings was een Turkse producent aanwezig. Een filmmaker zei tegen hem: ‘Als ik een zwarte cameraman wil, waar vind ik die dan?’ Antwoord: ‘Ja, die melden zich allemaal bij mij’. Er is dus een enorme segregatie. Dat zie je in de hele samenleving, maar dat moet je voor zijn. Een Turkse omroep of een partij van Turkse ex-PvdA’ers, dat moet je volgens mij helemaal niet willen. Maar het gebeurt wel. Wat wij als DDG daaraan gaan doen, is ons netwerk en ledenbestand uitbreiden. Dat je ook letterlijk mensen gaat aanschrijven. ‘Je hebt films gemaakt, wil je lid worden?’ Je moet ze opzoeken en erbij halen, want uit zichzelf komen ze niet. Want wij zijn ook best een witte makersclub, om het even kort door de bocht te formuleren. Daar gaan we nu dus aan werken. Maar houd er ook rekening mee in je scripts, opdat er geen clichés in komen. Laat iemand meelezen. Er zijn heel veel van dit soort aanbevelingen gedaan.

Je zou wensen dat er veel meer donkere producenten zijn. Een Surinaamse producent levert eerder een Surinaamse film op.

Juliette: Je moet eigenlijk terug naar de opleidingen. Die zijn nu heel erg bezig met hun aannamebeleid. Alleen begint het al eerder. De gemiddelde allochtone jongere krijgt van huis uit meestal niet mee dat regisseren een beroep is, wat je moet ambiëren, waar je geld mee kunt verdienen. Arts of advocaat wordt gezien als een echt beroep, maar filmmaker? Dus is o.a. de Filmacademie heel actief bezig ervoor te zorgen dat je op school al in aanraking komt met artistieke beroepen. Dat is in het algemeen heel lang totaal niet gestimuleerd. Het zal een lang proces worden.

Het aanbod van Nederlandse films lijkt erg op elkaar. Qua thematiek is de Nederlandse film, ook de artistieke film, behoorlijk in zichzelf gekeerd. Dat heeft er volgens mij mee te maken dat de mensen die naar film- en andere kunstacademies gaan, veelal afkomstig zijn uit een gegoede middenklasse. Zodat je ook die middenklasseproblematiek verteld ziet worden. Stel je bent blank en je bent een kansloze werkloze. Of op een andere manier buitengesloten. Die verhalen hebben we ook nauwelijks. In andere landen zie je dat soort thematiek wel, dwars door alle genres heen. Die segregatie zit niet alleen tussen zwart en wit; die zit ook tussen wit en wit. En die tweedeling wordt alleen maar steeds groter, zoals de laatste tijd blijkt.

Casper: Op een gegeven moment was er weer een ronde Telefilm. Telefilm moet altijd een thema hebben. Waar kwamen ze mee? Romantische komedie. Dan denk je: ‘ja, dan zit het natuurlijk ook niet mee’.

Casper, wat is nu jouw positie als ex-algemeen secretaris in de DDG?

Casper: Ik sta een beetje aan de zijlijn. Maar mijn contact met de DDG blijft gewoon bestaan. Af en toe zijn er vragen, die mijn kant op komen. We hebben nu een bredere opzet, dan we ooit hadden. Die wordt ook strategisch goed benut. Zo proberen we als kleine club overal in organisaties onze stem te laten horen. Juliette zit tot haar vertrek bijvoorbeeld in het Platform Makers-bestuur, dat allerlei makersverenigingen vertegenwoordigt, ik zit op voordracht van de DDG in het VEVAM-bestuur. Van daaruit heb ik voortdurend contact met Martijn en tot voor kort met Juliette. We proberen het DDG en VEVAM beleid echt volledig op elkaar af te stemmen, zodat we naar buiten toe één duidelijke regisseursstem laten klinken. Op allerlei terreinen wordt de band tussen DDG en VEVAM steeds intensiever. Regisseurs profiteren daar nu al daadwerkelijk van, zoals bijvoorbeeld met het nieuwe DirectorsNL-fonds.

Juliette: Ons werk is niet direct zichtbaar. Afgezien van de ledenavonden, seminars en workshops zijn het lange termijn dossiers zoals de strijd tegen illegaal downloaden, een betere contractpraktijk en een goed fondsen– en omroepenbeleid.

Casper: Het is druk. Maar wat je nu precies doet, is heel moeilijk zichtbaar te maken aan leden. We hebben het nu niet over auteursrechten gehad, maar vergeet niet dat er enorm veel tijd en energie naar dat dossier uitgaat. Alleen al de aanloop naar de Wet Auteurscontractenrecht samen met VEVAM in PAM  is echt een veldslag geweest.

Juliette: De afgelopen DDG awards zijn samen met VEVAM georganiseerd en de avond had een nieuwe, andere naam: DIRECTORSNL Awards. We zijn een gezamenlijke website gestart, een soort portal voor regie in Nederland: DIRECTORS.NL. Van daaruit linken we naar beide organisaties. Een eerste concrete stap in samenwerking, die wellicht opbouwt naar meer. We zien wel een model voor ons à la Directors UK, een hele krachtige organisatie die op komt voor de belangen van Engelse regisseurs. Maar ook dat is iets wat niet een, twee, drie te realiseren is.

Verder staan er veel belangrijke zaken op de rol voor dit jaar; we gaan samen met de VEVAM en het Contractenbureau een onderzoek doen naar verbetering van de contractpraktijk voor regisseurs.

Het Filmfonds zet een traject in werking waarbij er gebouwd gaat worden aan een nieuw opdrachtcontract, hier is de DDG uiteraard nauw bij betrokken. Ook op het diversiteitsdossier zullen wij weer flink van ons laten horen. Tot slot wil ik de leden oproepen mee te werken aan een nieuw inkomensonderzoek dat wij in verband met de tussentijdse evaluatie van de Wet Auteurscontractenrecht gaan uitvoeren. Erg belangrijk voor de lobby onder andere om VOD-vergoedingen ook in deze wet verankerd te krijgen, dus doe mee!

Heb je deel 1 van dit artikel nog niet gelezen, kijk dan hier.

Author: Peter Dop

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!