Nieuw DDG-lid: Martijn Schroevers – “Het vak van TV-regisseur is in de loop der tijden totaal veranderd.”

Martijn Schroevers begon als freelance cameraman, werkte sinds 1984 als editor in dienst van de NOS en de NOB en is sinds 1989 freelance regisseur. Hij maakte films voor Discovery, Ivo Niehe en EMS Films. Op dit moment werkt hij aan onder andere The Laws of Silence en This is Holland, een filmtheater vlakbij EYE.

“Mijn eerste grote televisieklus was Countdown van Veronica. Met die klus viel ik met mijn neus in de boter. Ik heb er al mijn jeugdhelden ontmoet: Paul McCartney, Janet Jackson, Phil Collins, Eric Clapton, noem maar op. Zij kwamen allemaal bij ons in de studio, iets wat je je nu niet meer kunt voorstellen. In mijn montagetijd deed ik pop-programma’s met Douwe Jan Kroeske, Zomerrock en Pinkpop. Voor een deel schakelde en monteerde ik dat en voor een deel heb ik het geregisseerd. Het regisseren deed ik omdat ik dat leuk vond en omdat ik dat graag wilde, zij gaven mij daar de mogelijkheid voor. Ik had dus al wat ervaring voordat ik bij Countdown begon. En zo rol je daar dan in.

Countdown was voor een deel gewoon een trucje: vast 1, scherp 2, mooi 3… 4. Dat is hoe ik het altijd omschrijf. Een geoliede machine met cameramensen, geluidsmensen, belichters, presentatoren, make-up etc. Dan ben je als regisseur meer degene die het motortje aan de gang moet houden en af en toe creatieve impulsen moet geven: ‘Nu gaan we het een keertje helemaal anders doen’.

Daarna heb ik veel bij Ivo Niehe gewerkt. Veel gemaakt voor goede doelen ook: Plan, Hartstichting, Nierstichting en in dat kader veel reizen gemaakt naar verre oorden. Al heel snel werkte ik samen met Ton Okkersen van EMS Films, die De Nieuwe Wildernis heeft gemaakt en Holland, Natuur in de Delta. Bij EMS heb ik heel veel internationale documentaires gemaakt. Daar is bijna nooit iets van te zien geweest in Nederland, maar wij zijn voor Discovery de hele wereld over geweest. Met thema’s als handelsroutes, dokters, kastelen, paleizen en bodemschatten. Dat was in de tijd dat Discovery nog geïnteresseerd was in de wereld, zeg maar.

Discovery is totaal niet meer wat het toen was. In de Clinton-tijd was het open en geïnteresseerd. Wij kwamen dan bijvoorbeeld met het idee om films te maken over bodemschatten van over de hele wereld en dan zeiden de mensen van Discovery: ‘Prima, ga maar doen’. En dan kregen we geld en konden we dat gaan maken. Maar daarna kwam 9/11 en Bush en is de Amerikaanse samenleving een hele tijd in zichzelf gekeerd geweest. En dus ging Discovery ineens programma’s maken over de helden van 9/11 en over de Amerikaanse brandweer en de politie en niet meer over de zijde-route en de kastelen in Europa. Dat boeide ze ineens allemaal niet meer.”

IMG_3407_bewerkt_facebook

“Het vak van televisie-regisseur is in de loop der tijden totaal veranderd. Toen ik bij de NOS werkte was de regisseur leading. De grote, bekende regisseurs initieerden programma’s en waren echt in control. Tegenwoordig zijn het de producenten die in control zijn. Bij televisie is het initiatief en het geld dus sterk verschoven van regisseur richting producent. Bij film is die beweging grappig genoeg tegenovergesteld. Rob Houwer en Matthijs van Heiningen waren als producent degene die bepaalden welke film er werd gemaakt, waarover die ging en wie er in speelden. Zij kozen de regisseur. Tegenwoordig zijn de speelfilmregisseurs veel meer de auteurs van de films dan de producenten. Nu Youtube steeds een grotere rol speelt, zullen de makers steeds vaker een leidende rol krijgen. Het is ook veel logischer dat de regisseur de vader of moeder van het idee is dan de producent.”

Heb je in je loopbaan een specialiteit gehad?

“Nee, ik ben altijd heel erg allround geweest en heb heel veel verschillende dingen gedaan. Ik heb kinderprogramma’s gemaakt, onder andere voor de VPRO, en daarnaast heb ik veel opdrachtfilms gemaakt, zoals bij Signum. Ik heb een hele brede interesse en ik vind het ook leuk om heel verschillende dingen te doen. Als ik een jaar lang alleen maar kinderprogramma’s zou maken zou ik er gek van worden. En van alleen maar opdrachtwerk word je zeker gek, want dan heb je steeds met opdrachtgevers te maken. Ik heb me dus nooit heel sterk geprofileerd op een specifiek terrein. Dat geeft heel veel vrijheid: als het ene even wat minder loopt, dan pak je het andere weer op. Het heeft me altijd erg geholpen om het hoofd boven water te houden als freelancer. Als je mij googelt dan kom je de programma’s die ik maakte voor Discovery tegen in het Russisch en in het Chinees. Mijn Discovery-films zijn bekeken door meer dan 30 miljoen mensen. Heel succesvol dus, maar dat succes is niet bekend in Nederland.”

Waarom ben je zelf gaan produceren?

“Op die manier is het makkelijker om genoeg geld te verdienen, zeker in de opdracht-sfeer. Op dit moment produceer ik het meeste wat ik maak zelf en werk ik alleen nog met EMS Films als externe producent. De dagprijzen voor regisseurs waren toen ik begon veel hoger dan wat ze nu zijn. Die prijzen zijn in een soort vrije val terecht gekomen en dat is heel onterecht. Dat is ook een van de redenen waarom ik lid ben geworden van de DDG. Je moet met z’n allen toch sterk staan en een soort vakbond hebben, anders wordt er steeds meer van afgesnoept, met name door de omroepen.

Het hele speelveld is veranderd. In het veld waar ik nu werk zou ik – als ik niet zelf zou produceren – geen droog brood meer kunnen verdienen en zou ik bij omroepen en productiemaatschappijen moeten bedelen om werk. Ik zie collega’s die dat doen en die worden daar niet gelukkig van. Ik heb al lang geleden gezien dat dat geen heilzame weg is. Afgelopen jaren heb ik vooral veel opdrachtfilms gemaakt. Zo maak ik alles voor de Onderzoeksraad voor Veiligheid, dus ook in het kader van de MH17 en nu over het kraanongeval in Alphen aan den Rijn. Het is een prachtige opdrachtgever om mooie dingen voor te produceren en financieel een beetje zekerheid te hebben, maar nu wil ik naast het opdrachtwerk ook wel weer eens wat anders.

Samen met anderen heb ik een aantal documentaires gemaakt. Bijvoorbeeld Tapz voor de VPRO, een portret van Ruud de Wild voor de AVRO en een film over de Wagenstraat in Den Haag (NTR), waar het hele multi-culti-verhaal in één straat samenkomt. En ik heb nu zoiets van: oké, ik ben wat ouder, ik heb een hoop ervaring, ik weet hoe ik een film moet maken, ik weet hoe ik een verhaal moet vertellen, dus nu is het tijd om me op de internationale documentaire te storten. Daar heb ik nu ook de tijd voor. Mijn kinderen zijn wat ouder nu en dus kan ik weer eens naar het buitenland en een paar weken wegblijven als het moet. En ik heb allerlei expertises die handig zijn: ik kan zelf draaien en ik ben editor geweest. Niet dat ik het noodzakelijkerwijs wil doen, maar als het moet, kan het.”

The laws of Silence

“Ik vond dat ik eens moest werken aan mijn netwerk en me eens moest verdiepen in de fondsen en de festivals en wie er op dit moment bij de omroepen over de documentaires gaan. Daar had ik eigenlijk geen benul van. Dus heb ik contact gezocht met Jan van den Berg, een collega van mij die 300 meter verderop woont. Hij maakt ook al heel lang films. Ik heb Jan geholpen met zijn project waar hij nu mee bezig is: Silent Land, dat is de opvolger van Silent Snow. Ik kan hem helpen, want ik ben technisch vaardig en ik ken de laatste ontwikkelingen op het gebied van techniek. Hij kan mij helpen, want hij heeft veel meer een netwerk bij de omroepen en de festivals en dat soort dingen. Op die manier kunnen we nuttig zijn voor elkaar.

Op hetzelfde moment dat ik contact opnam met Jan met het idee om eens wat samen te gaan doen, kwam Lenny Schouten op ons pad. Zij is antropoloog en heeft een aantal jaren in Colombia gewoond. In dat land is zij betrokken geraakt bij de vrouwenstrijd, met name met het thema verkrachtingen. Er zijn namelijk miljoenen vrouwen verkracht in Colombia als gevolg van een conflict dat daar al 60 jaar aan de gang is. Zij heeft daar een boek over geschreven en wil er nu ook een film over maken. Zij kwam bij Jan en bij mij terecht en toen hebben we met z’n drieën bedacht dat dat een goed onderwerp is. Maar hoe pak je dat aan? Is het wel een film? De enige manier om daar achter te komen was door naar Colombia te gaan.

Toen ik de eerste keer naar Colombia vertrok, was ik daar nog nooit geweest en had ik geen flauw idee van het Colombiaanse conflict. Dat hoeft ook helemaal niet, maar daardoor is die film – zoals zoveel films en vooral documentaires denk ik – een hele ontdekkingstocht. Met betrekking tot wat er aan de hand is en het verhaal dat je wilt vertellen. Je probeert de brei te ordenen. Dus je moet niet zomaar wat rommelen in de marge, je moet wel een verhaal vertellen.”

 

SYNOPSIS

The Laws of Silence is een film over seksueel geweld in conflictgebieden. We volgen een beroemd journaliste in haar strijd om dit onderwerp uit de taboesferen te halen. Haar werk wordt niet door iedereen gewaardeerd en brengt haar en haar omgeving in gevaar. Tot hoever gaat ze door om slachtoffers een stem te geven en wat zijn haar beweegredenen hiervoor?

“We zijn heel lang op zoek geweest naar onze hoofdpersoon Jineth Bedoya Lima, in Colombia een celebrity. Als je haar volgt kom je vanzelf op allerlei plekken waar interessante dingen gebeuren. Maar ze is daardoor als hoofdpersoon niet kwetsbaar genoeg. Ze is een te sterke vrouw; te veel ook een karaktertje. Het kan niet alleen maar over haar gaan, dus zijn we ook op zoek gegaan naar de andere kant van het verhaal. En om daar een tweede hoofdpersoon bij te vinden was niet zo makkelijk. Niet in de minste plaats omdat mensen simpelweg bang zijn om met ons te praten; het ligt allemaal heel gevoelig. Maar goed, daar zijn we zo langzamerhand wel in geslaagd. Vervolgens moet je bedenken hoe je die verhalen zo door elkaar gaat vlechten dat je uitkomt bij een heldere film. Het zal nog moeten blijken hoe dat allemaal gaat, maar dat is het proces waar we nu inzitten.

Lenny is erg goed in het regelen van allerlei potjes en fondsen. Het is gelukt een budget los te krijgen en dus zijn we in het najaar van 2014 naar Colombia gegaan. Toen hebben we van de beelden die we daar hebben opgenomen een fundraising trailer gemaakt. En dat gaat heel erg goed. Dus in no-time zit ik met hen middenin een documentaire-productie. Ik doe camera, Jan doet geluid en Lenny interviewt, want zij spreekt vloeiend Spaans. Op die manier kunnen we heel makkelijk met z’n drieën bewegen. Het wordt een internationale documentaire; we zijn met Nederlandse omroepen in gesprek, maar ook met landen als Zweden, Noorwegen en Canada. Het is een verhaal waar overal interesse voor is.

Vorig jaar heb ik deelgenomen aan de workshop van Sigrid Dyekjær en haar compagnon Freddy Neumann: Taking the lead and ownership of your film. Dat vond ik een fantastische bijeenkomst, heel inspirerend. Maak het, doe het, ga ervoor, maar hou het vooral in eigen hand. Na zo’n workshop voel je je weer helemaal jong. Je maakt weer een stap en leert nieuwe dingen. Dat is ook iets waar dat DDG-lidmaatschap een beetje bijhoort. Ik voel me bijna weer een soort filmstudent. Dat je weer allerlei nieuwe dingen aan het ontdekken bent. Wat namelijk heel goed is, is dat iedereen wordt doorgezaagd over hoe goed zijn of haar plan nou eigenlijk is. En hoe goed heb je erover nagedacht? We hadden helaas niet deze nieuwe film als casus, maar Jan van den Bergs andere film. Dat is jammer, want dat waar we nu mee bezig zijn was een veel geschikter project geweest voor zo’n workshop. Maar wel goed om te zien hoe andermans projecten werden doorgezaagd en hoe stevig zij dan in hun schoenen stonden over waar zij mee bezig waren. Dat was voor mij al een openbaring om bij te zijn. Heel erg leuk om mee te maken en ook heel leerzaam.”

Taking_the_lead

“Wat ik tijdens de workshop geleerd heb gaat heel erg over die lead and ownership. Dat moet je heel letterlijk nemen. Het is jouw film, dus bewaak dat. Laat het niet overnemen door iemand anders of door omroepen. Iedereen is meer dan welkom om bij te dragen aan je film natuurlijk, want je moet je film ook naar buiten brengen en hoe meer mensen ambassadeur zijn hoe beter het is. Maar je moet het heel dicht bij jezelf houden. Dat is iets wat me heel erg is bijgebleven.”

Tot slot: This is Holland

“Als alles volgens planning verloopt opent in 2017 This Is Holland, een nieuwe toeristenattractie naast EYE, in Amsterdam-Noord. Het is een soort iMax-theater in een rond gebouw waar een film van 6 a 7 minuten vertoond gaat worden over Nederland, met beelden van onder andere Amsterdam, Rotterdam, Kinderdijk, Afsluitdijk, de Deltawerken en het rivierenlandschap. Samen met Ton Okkerse werk ik aan de productie ervan. Het doek houdt aan de bovenkant op waar je het verwacht, beneden loopt het scherm door. Je hangt dus in stoeltjes boven het scherm en zo vlieg je als een soort Peter Pann door Nederland. De film wordt dan ook opgenomen met een helikopter. Op dit moment ben ik research-vluchten aan het maken met een Cessna.

Dit concept bestaat al in Canada, Japan, China en VS en vanaf volgend jaar dus ook hier. We zijn anderhalf jaar bezig geweest met de techniek. Het scherm, de projectie en de stoeltjes komen uit Taiwan, dus daar ben ik in november 2014 al eens naartoe geweest om te kijken. En dan merk je heel goed hoe snel de technische mogelijkheden veranderen. Zo was 4K twee jaar geleden iets bijzonders, maar is het nu redelijk normaal. De moeder van de film die we voor This Is Holland maken is Soarin‘, een film die te zien is in DisneyWorld. Die film is geschoten met 70mm Imax-camera’s, waarbij je met één filmcassette slechts 90 seconden kunt filmen; daarna moet je landen om de cassette te vervangen. De film voor This is Holland wordt op 6K opgenomen en in 4K geprojecteerd. Dat is nog best ingewikkeld, want slechts 20% van het beeld zit boven de horizon. We hebben speciale mounts moeten maken om het goed te kunnen filmen en ervoor te zorgen dat de camera’s gestabiliseerd aan de heli hangen. Eén grote uitzoekerij is het en heel leuk om te doen.”

Author: Sander Houwen

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!