Improviseren is niet zomaar dingen zeggen en hopen dat het goed komt

Acht regisseurs sloten zich samen met Mijke de Jong in de eerste week van september vijf dagen lang op in de Q-Factory om zich onder te dompelen in spelregie. Het begon met een voorstelrondje. Hier bleek al snel dat meerdere deelnemers tijdens hun opleiding überhaupt geen spelregie hadden gehad of dat uit pure noodzaak zelf hadden geïnitieerd en georganiseerd.

Of de regisseurs nu wel of niet spelregie hadden gehad; vastlopen doen ze allemaal weleens. De een is op zoek naar minder afstandelijk spel en wil de kijker meer raken. De ander draait een scène vijftien keer zonder goed te weten waarom. Een derde mist soms de connectie tussen acteur en tegenspeler en gaat dat vervolgens technisch oplossen. Weer een ander bereidt zich heel goed voor en zorgt dat alles van tevoren vast staat, maar mist daardoor vrijheid en spontaniteit tijdens de opnames. Of een regisseur zit vast aan een heel klassiek idee van hoe een script eruit moet zien. En dan zijn er nog de hoge verwachtingen van publiek of fondsen. Spelregie, makkelijk is het niet.

Mijke de Jong, in 1983 afgestudeerd aan de Filmacademie, heeft zelf ook geen les gehad in regie. Ze is begonnen als documentairemaker en heeft RegieAct gedaan. Geloofwaardigheid en waarachtigheid zijn voor haar het belangrijkst en acteurs moeten wat haar betreft de grootste vrijheid krijgen. Voorheen was ze op de set vooral bezig met het creëren van het juiste moment. Nu draait alles om gelaagdheid: mensen zeggen a, bedoelen niet b, maar eigenlijk c. Als je veel zegt, zeg je weinig en als je weinig zegt zeg je veel.

TUSSENSTAND ALS VOORBEELD

Tijdens de workshop komen allerlei algemene tips & tricks voorbij, maar de rode draad tijdens de dagen is improvisatie. Ter voorbereiding heeft iedereen de film Tussenstand (Mijke de Jong, 2007) bekeken. In deze film vecht het gescheiden echtpaar Roos (Elsie de Brauw) en Martin (Marcel Musters) hun ruzie uit in een restaurant, terwijl hun puberzoon zich steeds meer afzondert.

Het scenario van Tussenstand schreef de Jong met Jolein Laarman. Toen het af was hebben ze het opzij geschoven en vervangen door een werkplan (niet meer dan vier A4-tjes) die per scène omschrijft waar het over gaat. In dit plan staat enkel de karakteromschrijvingen en het doel van de scène. Vervolgens trokken regisseur en acteurs zich terug in een huisje om urenlang over de karakters te praten, ruzies te repeteren en bepaalde mechanismen eigen te maken om dat alles vervolgens tijdens improvisaties weer helemaal los te laten.

Op de set van Tussenstand wordt er één scène per dag opgenomen: drie keer de hele scène (8 minuten) op de een en daarna drie keer op de ander. Om 13.00 uur stoppen ze ermee. Alles draait om het mechanisme van aantrekken en afstoten, ego, praten en niet luisteren, met zichzelf bezig zijn en reageren vanuit angst. De ene kijker vindt de vrouw irritant de ander juist die man. En dan hebben we nog de jongen die van al dat gedoe de dupe is.

De Jong vertelt dat acteurs zo vaak vastzitten in hun hoofd: ‘ik zie acteurs hun tekst denken’. Ze doet er alles aan haar acteurs terug in het moment te krijgen. Dat een cameraman wil dat de acteur bij het kruisje uitkomt en in het licht komt te staan helpt dan niet mee. Dat een geluidsman geen gepraat van figuratie wil of klikkende hakken ook niet. Want juist die zintuiglijke prikkels kunnen zo belangrijk zijn. De techniek heeft gevolgen voor de dynamiek van het spel.

IMPROVISEREN

Improviseren is hartstikke leuk, maar we hebben het hier niet over live toneel: er moet uiteindelijk een film gemonteerd worden. En dus moet er gezocht worden naar een balans tussen spontane improvisatie enerzijds en acteren langs vooraf vastgestelde stations, zodat je in de montage niet compleet vastloopt. De Jong: ‘Ik zal nooit zeggen dat een acteur tijdens een bepaalde zin een kopje op moet pakken. In de montage geeft dat beperkingen, maar dat gepuzzel weegt op tegen wat het qua spel oplevert.’

De Jong: ‘Vaak wordt er in repetities veel nadruk gelegd op de dialoog. Communicatie bestaat uit veel meer. Een groot deel van  je spel haal je uit het contact met je tegenspeler. Ik ben meer van de rol en het karakter bouwen en van daaruit werken. Je moet ervoor zorgen dat je met je acteurs een ondergrond hebt. Hoewel acteurs natuurlijk hun teksten moeten kennen, repeteer ik ze bijna nooit. En ik let erop dat acteurs niet anticiperen.’ De Jong is ervan overtuigd dat hoe meer je benoemt, een gebaar bijvoorbeeld, hoe meer het in een acteurs hoofd gaat zitten. Ze werkt daarom liever met globale uitgangspunten: Marcel ontwijkt, Elsie wil de hele tijd haar gelijk halen. Ze vervolgt: ‘Een personage is aan het begin blanco en samen met de acteur vul je de lege ruimte in. Alles wat je erin stopt komt er weer uit. Zo wordt het waarachtig. Het komt uit een vat van beelden en zo krijgt het een ziel. Het gaat om het ontwikkelen van je eigen code. Op den duur ontdek je dat je met je acteurs iets op kunt bouwen en dat je improvisatie kunt gebruiken bij het repeteren. Hoe meer controle ik kan loslaten op de set hoe meer ik in mijn kracht zit en hoe mooier de dingen zijn die gebeuren.’ Ze beseft dat ze inmiddels wel een potje kan breken bij het Filmfonds en dat het als beginner veel moeilijker is om buiten de gebaande paden te treden: ‘Toch is het essentieel om je eigen stem te vinden. Dan maar met vrienden voor een dubbeltje een film maken of te vuur en te zwaard je werkwijze verdedigen bij het Filmfonds.’

Op maandag en dinsdag wordt er vooral gepraat. De Jong vertelt over de totstandkoming van haar film Tussenstand en plenair wordt een scène uit die film bekeken en geanalyseerd. ’s Middags schetsen de deelnemers alvast de scènes die woensdag en donderdag zullen worden opgenomen. Ook komen die middag de acteurs de scènes doornemen en hun karakters vormgeven en doorgronden. Dat doen de teams (1 regisseur, 2 acteurs) ieder afzonderlijk. Doel is om als regisseur met de acteurs op één lijn te komen: dit past wel bij het karakter, dat niet.

De Jong: ‘Acteurs hebben soms de neiging om te veel door te vragen over het waarom van de tekst. Het gevaar bestaat dat je dan te veel gaat psychologiseren. Je kunt ook té gedetailleerd ingaan op het karakter van de acteur. Bedenk goed wat je wel en niet uit wil leggen. Belangrijk is dat zodra een acteur de rol begrijpt je niet verder gaat praten, maar het gaat doen. Kortom: je moet de tekst en het karakter analyseren, maar er ook voor zorgen dat alle kennis daarna weer onbewust wordt gemaakt.’

DE PRAKTIJK

Woensdag en donderdag worden de voorbereide scènes in steeds anderhalf uur opgenomen. De technische middelen zijn beperkt en de mise-en-scènes worden zo simpel mogelijk gehouden.

KIJKEN EN EVALUEREN

Vrijdag, zaterdag en zondag hebben de regisseurs de tijd gehad om hun scènes te monteren. Maandag is de dag dat alle scènes plenair bekeken worden en er wordt nagepraat.  De ene acteur geeft aan het fijn te vinden om onderzoek te doen naar het karakter en om dat gezamenlijk te doen een blijk van vertrouwen is. Een ander geeft aan te hebben gemerkt dat hij te veel gedachtes en opdrachten mee nam in de scène. Een derde laat weten dat het passeren van te veel stationnetjes ten koste gaat van het vrij kunnen spelen. Een vierde laat weten zich aan het eind van de dag af te vragen of wat hij deed nu goed was of niet. En dat hij het wel fijn vond om af en toe te horen dat het goed ging. Weer een ander vertelt: het is fijn om in een scène een keer de grenzen op te zoeken van groot spelen om daarna weer gas terug te kunnen nemen en te doseren.

Een regisseur vertelt dat de waarde van het script in zijn ogen juist gestegen is. Dat het voor hem het beste werkt om vanuit het script en binnen kaders te improviseren. Een ander is van mening dat er een balans moet zijn tussen verdichting enerzijds en de tijd nemen voor je scène in dienst van de geloofwaardigheid anderzijds. Kort gezegd: een mooie scène neerzetten vs. filmpje spelen.

Alex Pitstra over de workshop:

De workshop met Mijke heeft me in eerste instantie hernieuwd vertrouwen gegeven in mijn eigen vermogens als regisseur. Daarnaast ben ik me bewuster geworden van de kracht die improvisatie kan hebben om geloofwaardige dialoogscènes te construeren. Doordat je bij improvisatie meer los durft te laten, meer het moment durft te voelen, kun je echt gaan spelen en ontstaan er mooie dingen. De voorbereiding is hierbij cruciaal en zit hem vooral in het creëren van een subwereld van feiten, verhalen en beelden, waar de acteur uit kan putten tijdens de improvisatie. Het ontwikkelen van een (emotionele) route van gesprekspunten of handelingen is voor de acteurs daarbij een fijne houvast. Het nadeel van op deze manier werken is dat het lastiger is om de dialogen te ‘verdichten’; je pakt veel ruis mee, het wordt wat wolliger. Bovendien is het meer werk in de montage om een scène in elkaar te puzzelen.
Voordeel is dat de gesprekken realistischer aanvoelen, met halve zinnen, omwegen, zijpaden en versprekingen, en dat je meer gebruik maakt van de creativiteit van je acteurs. Ik heb ook weer eens mogen voelen wat het krachtenveld is waarin je als regisseur opereert. Dit gaat vooral om onderling vertrouwen, werkelijk contact maken, luisteren en voorbereiding. Acteurs zijn ook bang en onzeker, maar wanneer je samen de verbinding durft aan te gaan en elkaar begrijpt, kun je tot prachtige scènes komen. Kortom, ik vond het erg leerzaam en ben zeer dankbaar dat ik heb mogen deelnemen aan deze workshop.

Martijn Winkler over de workshop:

De 5 dagen hebben mij inzicht in spelregie en in acteren gegeven. Het onderzoeken van bepaalde vrijheden in spel en scène om tot waarachtigheid te komen, en hoe dat te sturen. Het heeft mij beter leren begrijpen wat acteurs in hun spel kan helpen, en wat niet, en daarnaast mij ook meer zekerheid gegeven in mijn eigen methodiek en aanpak op de set. Dat kwam niet enkel van mijn eigen oefeningen, maar ook door naar de andere deelnemers te kijken en hun proces te observeren. Tenslotte heeft het mij ook kennismaking met veel andere getalenteerde regisseurs en acteurs opgeleverd, dat mij creatief inspireerde en ook sociaal erg leuk was/is.

Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden over de workshop:

Heel kort gezegd kregen we inzicht hoe je acteurs een groter aandeel in je film kan geven, hoe je ze vertrouwen kan geven en samen kan bouwen aan een waarachtiger personage en de relaties die dat personage heeft. Het verschafte inzicht in wat je zelf op voorhand wil weten en wat je nodig hebt om dat ook weer los te laten zodat je je nog kan laten verassen door wat anderen met zich mee brengen. Wat ons betreft erg waardevolle lessen!

Kijken en lezen (heb je tips? mail ze ons!)

Judith Weston

http://www.judithweston.com/books-judith-weston

Sidney Lumet – Making Movies

Michael Caine – Acting in Film: An Actor’s Take on Movie Making

 

Deze workshop is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van het Nederlands Filmfonds.

Author: Sander Houwen

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!