Het spotten van vogels en mensen

In Le Havre van de Finse regisseur Aki Kaurismäki probeert de mislukte schrijver Marcel Marx (gespeeld door André Wilms) als schoenpoetser rond te komen. Zijn vrouw Arletty (Kati Outinen) blijkt ernstig ziek. Dan treft hij een jonge Afrikaanse bootvluchteling (Blondin Miguel) en ontfermt zich over hem.
Boudewijn Koole is de regisseur en Gys Zevenbergen de editor vanKauwboy. De film won in Berlijn twee prijzen: die voor de beste jeugdfilm en die voor het beste debuut.

GZ: In al mijn onwetendheid ken ik Aki Kaurismäki niet. Dus in het begin denk je: waar gaat het heen, gaan we de zwaarte in? Maar ik kom hier heel licht uit.

BK: Ik ook.

GZ: Volgens mij heeft deze man veel vertrouwen in de goedheid van de mens.

BK: Ik kan me heel goed die vorige van hem herinneren, waarin alles totaal mis ging, dus dat weet ik niet.

GZ: Dat weet ik dus ook niet, maar bij deze heb ik het gevoel dat er hoop is.

BK: In zo’n verhaal over bootvluchtelingen zou een links geëngageerde filmmaker er toe neigen om van de Fransen een soort bad guys te maken. Zo’n kleine gemeenschap schilderen we vaak af als fascistoïde.

Gazet: Vreemdelingen hatend.

BK: Maar alle mensen blijken bereid om die Afrikaanse jongen te helpen. Je leest het toch ook wel ‘ns in de krant? Zodra men de vreemdeling werkelijk kent, wil men hem niet meer kwijt. Dan wordt hij de held van het schoolplein en doet iedereen mee om hem te redden. Dat heb ik nog niet zo gezien in films, dat vind ik mooi.

GZ: Ik verwachtte het eerste kwartier dat er een twist zou komen naar een soort narigheid.

BK: In het begin laat een man zijn schoenen poetsen en meteen daarna wordt hij neergeschoten.

Gazet: En de schoenpoetser zegt: gelukkig heeft hij betaald. Dat klinkt nogal cynisch.

GZ: Het is een vrij extreem verteld verhaal. Alles is zo uitvergroot. Het is theater waar je naar zit te kijken.

BK: De film die ik eerder zag is precies hetzelfde, daar zit ook het popbandje in en daar zit het kijken in en de kleuren zijn hetzelfde en de jaren 70 is hetzelfde. En dan vraag ik me af: maakt hij al zijn films zo? Is het één verhaal dat hij steeds opnieuw vertelt? Voor Gys is het zijn eerste film. Kunnen we hier zinnige dingen over zeggen als je niet het hele oeuvre van die man gezien hebt?

Gazet: Zo ingewikkeld is het niet.

GZ: Nee, dat gevoel heb ik ook. Ik dacht nu gaan we cultuur zien en dat is het ook, maar wat fijn dat ik daar zo licht uit kan komen. Aan het eind denk je, maar zijn ongeneselijk zieke vrouw moet dan toch wel dood. Ook niet, nee hoor. Een wonder! En als die jongen straks het Kanaal gaat oversteken, moet er iets mis gaan daar, maar nee. No way.

BK: Ja, je denkt dan toch volgens bepaalde conventies.

GZ: Ik merkte dat ik het verhaal op een rare negatieve manier invulde. Maar het liep steeds anders. Dat vond ik verrassend.

BK: De vluchtelingen komen aan in een zeecontainer en je moet meteen denken aan de Chinezen die in zo’n container opgesloten zaten en dood werden aangetroffen. Op die manier begin je het in je hoofd af te maken. Je verwacht dat de sociaal betrokken filmmaker zoiets laat zien. Maar Kaurismäki gaat juist de andere kant op. Dat vind ik ontzettend verfrissend. Juist nu, in een tijd waarin we elkaar niet meer vertrouwen.

GZ: Toch grappig dat je kunt verrassen door niet te kiezen voor narigheid

Gazet: Kaurismäki heeft wel ‘ns gezegd: Het leven is toch al zo uitzichtloos, vooral voor de mensen waar het over gaat, dat ik ze gewoon een happy end meegeef.

BK: Deze film is ook een soort ode aan de niet succesvolle mens, zoals de schoenpoetser en de vrouw achter de bar; mensen die een beetje pech hebben.

Gazet: De kunst van het overleven.

BK: Dat kan, maar hij maakt er een soort theatrale ode van. Daar vind ik hem een meester in. Het zat in die eerdere film en in deze ook, dat je denkt wow hoe krijg je die sfeer zo gevangen. Hij laat je voelen hoe het is om steeds net ernaast te zitten. Het zit in alles, waardoor je er heel dicht bij komt.

GZ: Wat trouwens wel maf is, want hij doet het heel kunstmatig. Hij geeft ze allemaal rare poses mee. De schoenpoetser kijkt op een speciale manier naar alle schoenen die voorbij komen. Dat wordt precies zo overgenomen door zijn Koreaanse collega, en daarna ook door de Afrikaanse vluchteling. Raar formalistisch eigenlijk. En verhoogt dat nou de menselijkheid? Op een vreemde manier lijkt dat wel zo.

BK: Het is een vorm waar je je aan moet overgeven, daar dwingt hij je toe. Als je dat niet verdraagt, dan haak je af.

Gazet: Die kunstmatigheid zit ook in de art direction. Het beeld van de jaren 70.

GZ: Ja, wat dat tijdselement betreft, ik had het gevoel bij deze film dat het mij hielp om terug te schakelen, om mezelf een iets rustiger kijkritme toe te staan.

BK: Al die elementen: de art direction, het theatrale, het ritme, het kijken, alles bij elkaar opgeteld maakt dat er een andere wereld van. Hij kan daardoor abstracter gaan vertellen, en bij de kijker associaties oproepen die minder te maken hebben met het simpele hier en nu. De toeschouwer wordt geprikkeld om oog te hebben voor universelere thema’s.

 

Gazet: Laten we het over Kauwboy hebben en jullie samenwerking.

BK: De oorsprong van dit verhaal is dat ik zelf zo’n dier had toen ik jong was.

Gazet Je had een kauw?

BK: Ik had een kraai die naar m’n raam toe kwam vliegen, toen ik ongeveer zo oud was als Jojo in de film. Het was het zolderraam en daar hoorde ik een keer van die tiktiktiktik dingetjes op het zinken dak. Dat waren die voetjes. Er zat een kraai en die was door iemand anders al tam gemaakt. Mijn vader had kippen dus ik ging kippenvoer geven. Met een spiegeltje lokken en voeren en op een gegeven moment wist hij hoe laat ik thuiskwam van school en dan kwam hij altijd naar het raam vliegen. Gys heeft ook een vogel gehad.

GZ: Ik was al iets ouder. Ik heb een kauwtje gehad dat ik uit het nest heb gehaald. Het was zo’n kaal lelijk ding met een paar van die pennen. Die mocht ik zelf laten opgroeien en opvoeden. Maar net zoals in de film gebeurt: na een jaar heeft de kat van de buren hem opgegeten. Dat is dus ook een dramatisch einde van de kauw.

BK: In het proces van het film maken kwam ik steeds vooral mannen tegen die kauwen hebben gehad. Jij niet?

EvZ: Ik heb nooit een kauw gehad.

PD: Ik heb wel een keer per ongeluk een mus doodgeschoten. Ik dacht ik mik op dat ding en ik mis hem toch.

GZ: Jij ook al? Dat is toch een naar gevoel? Ik schoot een keer op een merel die kwam aanzweven. Poef. Ik dacht gatverdamme, lul!

EvZ: Nu we toch bezig zijn met bekentenissen: ik heb een keer op de fiets een duif doodgereden. Ik reed voor de gein op hem af en hij ging niet opzij.

BK: Natuurlijke selectie is dat, uiteindelijk. Die kraai van mij daar was ik heel trots op dat hij naar me toe kwam als ik hem floot. Ik stond op straat met een groepje vrienden. De kraai zat op het dak van zo’n nieuwbouwwijk jaren 70, waar ik opgroeide. Ik floot hem en toen kwam hij aanvliegen en een vriendje van mij kwam eraan op zijn fiets en SLENG schoot hij ertussen.

Gazet: Dus wat in de film gebeurt, komt uit je eigen leven.

BK: Ja, ongeveer. De praktijk is: ze vliegen weg of ze gaan dood. Het kan niet, een tamme vogel in het wild houden. Dan moet je hem in een hok zetten. Een van de twee.

Gazet En hoe ga je met je acteurs om?

BK: Je merkt dat als je veel repeteert, dan gaat de sjeu eruit. Het hoofd van de acteur werkt niet meer want hij kent de zin die hij moet gaan zeggen en er komt iets onechts in. Dat is een probleem waar je mee te maken krijgt als je je film in shot tegenshot gaat opnemen. Kaumasmaki denkt: dan maak ik het extra theatraal, dan weten we wat de deal is.

Gazet: Of je gebruikt geen shot tegenshot.

BK: Of je doet het zoals Haneke, de gebroeders Dardenne, Mijke de Jong die zeggen: ik creëer een situatie en die leg ik vast. Er is een magisch moment, dat ga ik maken. Zoals Mijke zegt: het licht moet erop aangepast worden, ik wil alleen maar echt, echt, ik zoek echt. Zoals je in het theater werkt, en dat wordt geregistreerd met een camera en daar wil je bij zijn. Dat heb ik wel uitgeprobeerd, ook met Gys. De drie drama dingen die ik gemaakt heb, hebben we samen gedaan. In de eerste probeerde ik zoveel mogelijk in één shot vangen.

GZ: Dat was in Trage Liefde.

Gazet: En hoe werkte dat?

BK: Sommige situaties lenen zich ervoor. Je moet ontzettend je choreografie gaan aanpassen, je moet je art direction erop aanpassen. Je moet alles gaan aanpassen. Waar de gebroeders Dardenne meesters in zijn en dat haal je nooit meer in, zoals zij het doen.

Gazet: Probeer je dan de actie in één shot te draaien waarin je wel kan snijden om een scène te maken?

GZ: Nee, liever niet snijden, in eerste instantie.

BK: Je bedenkt van te voren hoelang het duurt en zo stel je hem helemaal samen.

GZ: En dat was mooi bedacht. Maar dan maak je een heleboel niet mee van wat er moet gebeuren in die scène. Ik had dan de neiging om gelijk in te grijpen, terwijl jij zei: probeer dat nou zo weinig mogelijk te doen. Dat is ook spannend. Ook in de film van Aki Kaurismäki zie je af en toe niet de tegenkant, je ziet niet het geweld in de kamer. Je hoort dat en je hebt een shot. Dat was daar ook. Hoeveel kun je weglaten terwijl je het niet mist? Moet je het in het geluid laten horen, of hoe moet je het doen?

Het spannende van onze samenwerking, we hebben nu drie films samen gedaan, is om te zoeken naar: wat is die andere taal , wat moeten we niet laten zien. Hoe subtiel ga je de dramatische ontwikkeling maken, hoeveel laten we weg?

BK: Ik wil eigenlijk alleen draaien wat in de film komt. Ik weet precies welk stuk van de scène ik in close wil en dat stuk daar vandaan en dat van die kant en dan is het klaar. Het heeft een vrij groot risico, veel mensen met wie ik werk vinden dat eng. Ik kom dan met vrij weinig aan bij Gys en die zit dan met zijn handen in het haar als het er niet tussen zit. Hij denkt: god, het is niet gelukt . Maar dan redden we het toch weer, hoop ik, ook al ontbreekt er iets. Ik wil zo efficiënt mogelijk draaien om tijd te winnen in de montage.

Gazet: Jouw ervaring is dat je dan eigenlijk al klaar bent, omdat je weet wat je wil?

BK: Nee, helemaal niet.

GZ: Niet dat hij het niet weet, maar het is niet zo uitgesproken.

BK: Wat voor mij het film maken interessant maakt is het niet weten.

Gazet: In welk stadium weet je niet? Je hebt een scenario en per dag heb je een draaiplan?

BK: Ja. Uiteraard.

GZ: Maar ook daarin neem je je vrijheid. Ik zie materiaal komen wat niet in het scenario staat. Op een gegeven moment staan het jongetje en het meisje iets te doen in een tuin. En tot verbazing van de opnameleider gaat de focus ineens naar zo’n soort improvisatie, naar wat die kinderen in die tuin staan te doen.

BK: Ik zoek naar de ideale vorm. Er zijn dingen die beter werken als je ze ensceneert. En er zijn andere dingen die vanzelf moeten komen. Bij Kauwboy waren mijn twee acteurs, het meisje en de jongen, echt verliefd aan het worden. Briljant verliefd, zonde om daar geen gebruik van te maken. Ze gingen vuurtje stoken, ze gingen zwemmen, met verf kliederen, rennen. En om iets van die chemie te pakken moet je documentair draaien.

Het is dan best ingewikkeld om die hele trein van zo’n speelfilm daarin mee te nemen.

Author: DDG

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!