editie 2009/02

Interview met Doreen Boonekamp

Van Filmfestival naar Filmfonds / 3




Amper bezoekers Je weet dat de beschikbare middelen beperkter zijn dan het aantal projecten dat financiering zoekt. Ik denk dat het daarbij belangrijk is te kiezen voor talentvolle makers die echt kwaliteit leveren en mensen in hun carrière te volgen. Continuïteit is heel belangrijk. Met de groei van het marktaandeel voor de Nederlandse film is er ook een groeiend zakelijk belang voor de sector. Het is belangrijk dat dit succes niet bepaald wordt door twee of drie films, maar dat het totale bezoek aan de Nederlandse film wordt vergroot. Er zijn films die tijdens internationale festivals uitstekend worden bezocht en zelfs met prijzen worden bekroond, maar in onze bioscopen amper bezoekers trekken. Films van talentvolle makers. Doodzonde. Het heeft natuurlijk deels te maken met het beperkte aantal kopieën. Kopieën die pas maanden later ergens gaan draaien, terwijl de publiciteit al weer over is. Ik denk dat de omslag naar digitalisering daarvoor een opening biedt omdat je dan flexibeler kan programmeren. Je kan dan veel meer inspelen op het publiek en doelgerichter een achterban creëren. Zeker bij die kleine films. Ook moeten we nieuwe vormen van communicatie ontwikkelen om gericht een relatie met het publiek op te bouwen. Je zou bijvoorbeeld een database kunnen bouwen waarin mensen aangeven van welke films ze houden. Dan kun je ze vervolgens op de hoogte houden van nieuwe titels die er aan komen. Ook moeten we kijken hoe we de mogelijkheden voor internationale samenwerking kunnen vergroten. Hoe we allianties kunnen sluiten die leiden tot meer coproducties over en weer. Dat is nodig als we de rol van de Nederlandse film nationaal en internationaal willen versterken. Maar je moet realistisch zijn. Als je dat wilt bereiken moet je eerst zelf investeren en jezelf bewijzen, voordat er wat terugkomt. We zijn terecht blij als een Nederlandse film voor een buitenlands festival wordt geselecteerd. Maar ook de coproducties waar Nederlandse producenten bij betrokken zijn doen het vaak goed op internationale podia. Ze geven daarmee blijk van een goede neus met wie ze moeten samenwerken. Dat is niet onbelangrijk. Als je daar goed op inspeelt raken die partijen in de toekomst ook geïnteresseerd om in een hoofdzakelijk Nederlandse productie te stappen. De deur staat open Film is de meest laagdrempelige kunstvorm die er is. Je kunt er op alle mogelijke manieren van genieten. In de bioscoop, op televisie en op je computer. Anderzijds is het natuurlijk ook duur gezien die enorme productiebudgetten. Maar als je het afzet tegen het grote potentiële bereik vallen ook die weer mee. Het zijn uiteindelijk de makers met de cast en crew die er voor moeten zorgen dat ze een goede film maken. Voor het Filmfonds is het belangrijk te weten wat er speelt in het hele filmveld. Dus goed contact houden met alle spelers van de opleidingen en de makers tot en met de distributeurs en vertoners. Natuurlijk horen de regisseurs daar ook bij. De Jan Luykenstraat is geen gesloten bolwerk. Er is een bel en de deur staat open.
Willemien van Aalst volgt Doreen op. - foto's Ger Rakhorst



reageren op artikel | 0 reactie(s):


interviewboonekampnfffonds



gerelateerde artikelen



Je moet inloggen om te kunnen reageren