editie 2011/2

– de nieuwe reglementen van het Filmfonds

Ze zijn er!

14-10-2011 - Ze zijn er! De nieuwe reglementen van het Filmfonds. Meer dan een jaar is er over gesproken en gepuzzeld. En nu zijn ze in werking gegaan.

Wat maakt die nieuwe reglementen mij wat uit, zullen velen misschien denken. Maar in de reglementen ligt het beleid van het Filmfonds besloten. Wie er mag aanvragen, onder welke voorwaarden en welke bedragen ermee gemoeid zijn. Het gaat hier dus om zaken die regisseurs direct raken.

Door: Chris Westendorp

Bij het uitkomen van de nieuwe reglementen van het Filmfonds waren er meteen sombere geluiden te horen onder regisseurs. De reglementen zouden voordeliger zijn voor producenten dan voor regisseurs, werd gezegd. Ik was benieuwd geraakt door deze reacties en besloot daarom langs te gaan bij ‘de bron’ om te kijken of dat waar was. Zo ging ik in september met een stapel fris geprinte reglementen onder mijn arm langs bij het Filmfonds. Ik had een afspraak met Jonathan Mees, de communicatieman van het fonds, en George van Breemen, hoofd financiën.

Jonathan Mees en George van Breemen heb ik wat bekende punten voorgelegd. Hoe werken de nieuwe reglementen uit voor regisseurs op deze punten? Ook heb ik hen om advies gevraagd. Hoe, dachten zij, kunnen regisseurs de nieuwe regels naar hun hand zetten?  Hieronder bespreek ik deze vragen, zonder overigens de illusie te koesteren dat ik de reglementen volledig bespreek.

De nieuwe opzet

Allereerst wat over de nieuwe opzet. De grootste verandering is dat de hele opzet van de reglementen is veranderd. Er is nu een algemeen reglement dat voor alle soorten aanvragen telt. Daaronder vallen de zogenaamde deelreglementen, zoals voor ontwikkeling, realisatie en distributie. In die deelreglementen staan verschillende uitwerkingen voor de verschillende categorieën die het fonds hanteert: speelfilm, documentaire, experimentele film en animatie. Tenslotte is er het Financieel en Productioneel Protocol. Volgens de site: ‘Hierin staat beschreven met welke financiële en productionele voorschriften en verplichtingen aanvragers en ontvangers van subsidie rekening dienen te houden.’

George van Breemen: ‘Het aantal reglementen is sterk teruggebracht en formuleringen en criteria zijn nu zo helder mogelijk verwoord. Het is de bedoeling dat de reglementen nu weer een aantal jaar meegaan, we hebben er meer dan een jaar over gedaan om ze te herstructureren en te verduidelijken. De reglementen zijn nu in orde. Maar reglementen zijn nu eenmaal niet statisch, dat kan ook niet in een steeds veranderend werkveld en staan dus open voor aanpassingen. Daarom zitten we ook een paar keer per jaar met de belangenverenigingen aan tafel.’ 

Wie mogen er aanvragen?

Volgens de reglementen richt het Filmfonds zich nog steeds met name tot producenten, enkele uitzonderingen daargelaten. Regisseurs kunnen zelf maar op een aantal plekken terecht voor eigen aanvragen.


De eisen aan de aanvragers zijn vastgesteld in de deelreglementen. Wat betreft de ‘aanvraag voor ontwikkeling’ is er alleen voor de experimentele film ruimte voor regisseurs om een aanvraag te doen. Voor de andere categorieën moet de aanvraag worden gedaan door een productiemaatschappijen, vertegenwoordigd door een producent.

Bij de aanvraag voor realisering, worden de eisen beschreven waaraan de producent moeten voldoen. In algemene termen uitgedrukt staat er dat een producent binnen een categorie minstens twee producties gerealiseerd moet hebben. In de categorie speelfilm dus minstens twee speelfilms met een bioscoopuitbreng en in de categorie documentaire minstens twee documentaires met een bioscoopuitbreng of landelijke TV uitzending.
GvB: ‘In de categorieën animatie en experimentele films kan weer wel, tot een bepaald budget, worden afgeweken van de eis dat een aanvrager een productiemaatschappij is.’
Dat betekent dat bij een productiebudget onder 25.000 euro beginnende regisseurs, beginnende producenten of ervaren regisseurs wel voor realisering kunnen aanvragen.
 
De zogenaamde ervaringseis ligt duidelijk in de lijn die het Filmfonds in 2009 gekozen heeft: werken met minder, maar met ‘ervaren’ producenten.
Sommige regisseurs vrezen dat ze daardoor uit minder producenten kunnen kiezen waardoor hun onderhandelingsruimte met producenten wordt verkleind. Mees vraagt zich dat af. Volgens hem is de poel met producenten waaruit gekozen kan worden nog steeds groot.





reageren op artikel | 0 reactie(s):






artikelen van deze auteur



Je moet inloggen om te kunnen reageren