Het plafond hangt aan kabels, het spel is een omgekeerd mikado: de sloper zoekt met een tang tussen alle kabels de juiste en slaat toe met een knip die zoveel mogelijk plafondplaten in een keer omlaag laat storten.
Op het terras van de Brakke Grond hoorde ik van dit project: de optiebeurs aan het Rokin, het gebouw met het torentje met de gouden bal, ontwerp van de architect Cees Dam, wordt getransformeerd tot een krantengebouw, de nieuwe zetel van NRC-Handelsblad. Ik zei dat ik altijd geboeid ben geweest door het vermogen van architecten om in een bestaand gebouw een heel ander gebouw te zien. En ik zei dat het leuk zou zijn om de transformatie van het gebouw vast te leggen.
Bij het enthousiaste groepje op het terras dat de bouwplannen besprak, een architect en een aantal mensen van de krant, zat ook een man die zei: laten we maar ‘s kijken of daar een budget voor is.
Later vroeg hij me hoeveel ik daarvoor nodig had en ik noemde twee bedragen: een bedrag voor als ik alles in m’n eentje zou doen en een bedrag voor als ik mensen kon inhuren.
Nu en dan vindt een sloper onder de vloer een bankbiljet. Verloren? Verstopt? Vergeten? Geen wonder, na de optiebeurs, waar gehandeld werd in illusies en verwachtingen, het grootste gokhuis van het land, was in dit gebouw een bank gevestigd.
Ook in het plafond liggen schatten verborgen. De platen bevatten koperaders. Meanders van koperbuis worden onder de zwarte isolatiedekens te voorschijn getrokken. In een hoek ontstaat een enorme koperberg. Dit was het koelsysteem voor al die verhitte koppen van handelaren.

De krant, de eigenaar van het gebouw en de stad Amsterdam waren geïnteresseerd. Ik ging mijn plan voorleggen aan de mensen die de stad Amsterdam moeten promoten. Ken je het project 1012? Ken je het project de Rode Loper? De portier van het gebouw vroeg me: kom je geld brengen of geld halen? Geld halen , zei ik. Hij begon uitbundig te lachen: dan wens ik je veel succes!
Voor het bedrag dat ik tenslotte bij elkaar kreeg kan ik mensen inhuren, maar moet ik ook een deel zelf doen. Heb ik een producent nodig, vroeg ik me af. Maar ik zag al voor me dat een producent me direct onder curatele zou stellen.
Nu is er niemand die me belet om elke dag even te gaan kijken. Mijn apparatuur past in een rolkoffer, ik wandel naar de tram die me naar het Rokin brengt. De slopers begroeten me: ha, daar is de fotograaf! De camera lijkt dan ook op een fototoestel.
Ik leg vast hoe enorme bundels kabels worden blootgelegd. Ze kronkelen over de betonnen vloeren en ook uit het plafond springen kabels te voorschijn. Ze moeten stuk voor stuk worden geknipt, want ze zijn taai als navelstrengen, gelooid door al het dataverkeer.

Branders en slijpschijven geven een schitterend vuurwerk. De slopers passen goed op mij, als ik te dichtbij kom sturen ze me naar achteren.
Geluid is lastig. Vaak staat een radio aan op volle sterkte. Ik draai wel ‘s stiekem het volume omlaag en dat wordt niet meteen opgemerkt omdat de slijpschijven, de branders en de andere werktuigen ook een oorverdovende herrie maken. Geluidsmensen zijn er goed in om hele bouwplaatsen stil te leggen, maar ja, dan valt er hier weinig meer te filmen. Nu en dan leg ik een mooie klink of klank vast, het project vraagt om een abstract geluidsbeeld.
Is dat het hele verhaal? Strippen, slopen en bouwen? Nee, ik wil ook iets tonen uit het verleden, de geest van het gebouw, een beeld van de beurshandelaren in hun nissen, de plek waar ze miljoenen wonnen of verloren.
En ik bedacht dat het mooi zou zijn als in het kale, uitgeklede gebouw een eenmalig event zou plaatsvinden, een vampierbal om 12 uur ‘s nachts, een uitbundig feest met een modeshow. De volgende dag zouden de sporen dan weer uitgewist zijn en de sloop zou doorgaan.

Dit idee had ik als producent van mezelf verworpen als te ambitieus. (Te duur, bedoelde ik.) Maar de krant vierde de verschijning van een nieuwe luxe bijlage met een feestelijke presentatie voor de adverteerders, inclusief modeshow, op de half gestripte parterre van het gebouw.
En zo kreeg ik ineens mijn eenmalige feest.











