In Zaandam geniet de cast op klapstoeltjes van de zon, terwijl de crew de set bouwt voor de eerste ontmoeting van de hoofdpersonages Eva (Carolien Spoor) en Alex (Dragan Bakema) . “Er komt alleen geen straaltje zon door die pancake,” lacht Spoor tegen Juliette van Ardenne, die haar vriendin Cynthia speelt. Spoor is in deze scène net verhuisd en Bakema stelt zich voor als haar nieuwe buurman. De stoep staat vol opgestapelde dozen, een witte bank zonder kussens, een omgekeerd schilderij met een hond en verschillend gekleurde dekentjes. “Er stond nog iets langwerpigs,” ontdekt de man die de continuïteit bijhoudt. “Een plant?” Hij besluit van wel. De cameraman installeert zich in de achterbak van Eva’s verhuisbusje; de reflectieschermen verminderen de scherpe schaduwen. Boermans: “We zijn als een tierelier door het hele voorbereidingsproces heen gegaan Maar ik zie nu steeds dingen waarvan ik denk, die zijn echt heel tof.”
Claustrofobia gaat over de zesentwintigjarige Eva die verdwijnt en wordt vastgehouden in een kelder. Boermans vermoedt dat dat de reden voor de initiatiefnemers Thed Lenssen en Edvard van ’t Wout is geweest om hem te vragen voor de regie: “Zij hadden een videoclip van mij gezien voor Lange Frans, waar een donker uitgebeelde kelder in voorkomt.” Voor Claustrofobia heeft hij inspiratie gehaald uit Amerikaanse thrillers zoals Hard Candy, American Psycho en Buried. “Buried is net als onze film een conceptfilm, die zich helemaal in een doodskist afspeelt. Hoe houd je die negentig minuten interessant?” Dezelfde uitdaging is aan Boermans met de kelder. “Het is nog best lastig om hem enerzijds emotioneel en anderzijds visueel boeiend te houden. We hebben hem onder het productiekantoor laten bouwen, in de parkeergarage van Thed. Toen zijn we gaan kijken naar de hoekjes waar we iets mee konden doen.” Bakema voegt toe: “We hebben duidelijk tegen elkaar gezegd dat we geen artistieke speelfilm proberen te maken, maar een hele goeie B-film binnen het thrillergenre. Met een aantal goede karakters en een sterk plot. En dat was voor mij als acteur de uitdaging. Bovendien mocht ik het allemaal doen binnen een maand en dat is natuurlijk te gek.”

Voor de opnames beginnen, nemen Bakema, Spoor en Van Ardenne de scène door. Spoor laat iets vallen, Bakema pakt dat voor haar op. Eerst doen ze het zonder props, vervolgens met een verhuisdoos en een rieten rolgordijn. “Het is een beetje weinig als alleen dat gordijn valt,” zegt Spoor, dus dat wordt vervangen door een flinke stapel boeken. “Die doos mag ook wel wat zwaarder,” merkt Boermans op. “Je hoort dat hij niks weegt als je hem neerzet.” Boermans plant zich achter het beeldscherm waarop hij met de cameraman kan meekijken, met een trui over zijn hoofd vanwege het felle licht. “Wacht,” zegt hij. “Heeft ze haar rat niet vast als ze in de volgende scène de trap op loopt?” De Britse opnameleider snelt naar boven om de kooi te halen. Het beestje is wit en heet Dino. “Moet er niet nog wat gekleurds op de achtergrond? Alles is zo wit,” wordt er gevraagd. “Misschien een dekentje?” is het antwoord. Dan wordt het de opnameleider te veel. “Do you want to waste a little more time?” Nu kan het draaien beginnen.
Claustrofobia onderscheidt zich onder andere van andere films door de volledige online release. Theo van Gogh deed dat als eerst met 06/05 in 2004, maar die film was daarna nog te zien in de bioscoop. Bij Claustrofobia is het nog onduidelijk of hij ook op het witte doek zal verschijnen. “Op dit moment hebben we nog geen distributeur, en ik weet niet of dat nog gaat gebeuren. We hebben daar specifiek voor gekozen, zodat we de vrijheid hadden om zelf keuzes te maken met betrekking tot de cast en om niet in de vertragingsmolen terecht te komen,” vertelt Boermans. “Maar ik vind dat we het echt goed doen met de middelen die we hebben en de voorbereidingstijd die we niet hadden. Ik sluit het dus niet uit, maar nu richten we ons echt op de internetrelease.” Daar heeft hij ook het volste vertrouwen in. “Ik denk dat dat de toekomst is van film in Nederland of überhaupt van film. Het Amerikaanse online filmverhuurbedrijf Netflix bijvoorbeeld heeft er inmiddels zo veel geld mee verdiend dat ze zelf films kunnen financieren. Wat wij doen is daar niet mee te vergelijken, maar het is hetzelfde concept in het klein. Ik denk dat dat de nieuwe vorm van distributie wordt. Als je moet wachten op het Filmfonds, ben je vijf of zes jaar verder. Nu zoek je er partijen bij om je film te financieren, die op hun beurt exposure krijgen in de film.” Eén van de geldschieters bij Claustrofobia is de Maag- darm- en leverstichting, wat op zijn minst opmerkelijk is bij een film over orgaanroof. “Ik vroeg tijdens de production meeting of ze het script wel hadden gelezen. Dat was zo, werd mij verteld,” herinnert Boermans zich gniffelend. “Ik dacht nog, het zal mij benieuwen, maar toen ze op de set kwamen en een stuk van het ruwe materiaal hadden gezien waren ze helemaal overstag.”
Als alles en iedereen wordt verplaatst voor de tegenshots, wordt Bakema bijgeschminkt door een Engels meisje in een felgekleurde legging. Hij heeft net een sigaret opgestoken wanneer het draaien weer begint en geeft die brandend in bewaring bij de costumière. Steeds als de camera even uit is, rent hij terug om een trekje te nemen. Boermans geeft hem tussendoor aanwijzingen als: “nu een tikkeltje meer vriendelijkheid,” en dan weer: “kun je hem nu wat eviler spelen?” Later legt hij uit waarom: “We hebben maar één dag repetitietijd gehad, dus je weet niet hoe deze scène in het verhaal past.” Plotseling heeft een groep van buurtjongens zich rond de set verzameld. Ze zijn een jaar of twaalf en kijken geboeid. Eén van hen houdt een neppistool vast. Later stelt Bakema zich voor. Ze vragen of hij ook een pistool heeft in de film en geven aan dat ze politieman willen worden. “Wie speel jij?” vraagt de brutaalste. “Dan moet je de film maar kijken,” antwoordt Bakema.

Binnen wordt een nieuwe set opgebouwd met twee beeldschermen, een toetsenbord met joystick en een rookmachine. “Die heeft gezorgd dat opeens vier rookmelders in het gebouw afgingen. Wij hadden de onze van het plafond gerukt, maar de rook ging onder de kieren door,” lacht de regisseur. Tijdens het draaien geeft hij aanwijzingen hoe en wanneer Bakema de joystick moet bewegen en het toetsenbord moet gebruiken. Het is verder muisstil en echt eng. Boermans legt uit hoe hij zo’n scène spannend maakt. “Omdat het een genrescript is, verwacht je een bepaalde visualisering. Je moet niet te lang hetzelfde beeld laten staan en de shots moeten lekker op elkaar aansluiten. Ik ben ook blij dat we een slider hebben, dat is een soort lichtgewicht dolly. Zo kun je details accentueren en er emotie in leggen. Met die techniek proberen we toch de miljoenenfilms te benaderen.” Hoe het project verder ook uitpakt, de regisseur is in elk geval blij dat hij voor zijn dertigste een speelfilm heeft kunnen maken. “Ik heb nu wel die vingeroefening gehad en ik weet nu dat ik het wel kan. Het beste advies dat ik ooit heb gekregen was op de filmschool in Amerika. Daar werd me gezegd: als je de kans hebt om een film te maken, doe het, regisseer hem. En dat heb ik nu gedaan. Nu gaan we gewoon nog dertig jaar door.”














