Amerikaanse steden, New York voorop, hadden de primeur, Rotterdam volgde jaren daarna en tenslotte dacht Amsterdam: we moesten ook maar es aan een filmcommissioner denken (initiatief van D66, gevoed vanuit zakenleven en filmwereld). Begin dit jaar was het zover: de aanstelling van een functionaris, die niet alleen een centrale rol zou vervullen bij het regelen van locatievergunningen voor filmopnamen, maar ook moest zorgen voor promotie van de stad als locatie voor speelfilm of documentaire, de zogenaamde citymarketing. Gazets “Stand van zaken” is dus nieuwsgierig hoe het de filmcoördinator Simon Brester, vanaf februari jongstleden opererend vanuit het evenementenbureau van de gemeente, in zijn nieuwe baan vergaat en of alles op rolletjes loopt.
In Amsterdam Zuid is voor het plaatsen van een “object” op de openbare weg een vergunning vereist. Een filmstatief wordt beschouwd als een object. Wil je dus op statief voor je documentaire een shot maken van het Concertgebouw vanaf het Museumplein, dan heb je daar dus officieel een vergunning voor nodig. In andere stadsdelen geldt die regeling niet. Oud locatiescout Simon Brester noemt dit absurde voorbeeld om aan te geven hoe belangrijk het is om voor vergunningen voor filmopnamen in de gemeente een centraal beleid te ontwikkelen. Het is één van zijn voorgenomen taken. Zijn missie omschrijft hij als “het bewust maken van gemeentelijke diensten, organisaties, politie en burgers van het feit, dat filmopnamen in de stad onderdeel zijn van het normale dagelijkse leven en niet bezigheden van een stel duurbetaalde excentriekelingen”.
Aan de wirwar van regelingen, die in elk stadsdeel weer anders zijn, wil hij een eind maken. Dus gaat zijn tijd voorlopig zitten in het inventariseren van al die verschillende regels en het kennismaken met diensten en ambtenaren die te maken hebben met filmen op locatie. Het uiteindelijke doel is het vervangen van vergunningen door meldingen. Met een digitaal aanmeldingsformulier moet in de toekomst kunnen worden volstaan. Als er dan aanleiding voor is kan dan altijd nog vanuit het centrale meldpunt contact met de productie worden opgenomen vanwege speciale voorzieningen etc. Soms zal dan ook duidelijk worden dat een bepaalde buurt of straat overbelast is door allerlei activiteiten die daar al plaatvinden, zodat nader contact gewenst is. Ook met grotere instellingen zoals Schiphol vindt overleg plaats om het filmen op dat soort locaties makkelijker te maken. Practische zaken als vaste stroompunten op gewilde filmlocaties en vrijstelling van parkeerbelasting voor crewvoertuigen (soms duizenden euro’s), staan eveneens op Bresters wensenlijstje. Wat natuurlijk op ons eigen verlanglijstje staat, een Amsterdams Filmfonds zoals ook Rotterdam dat heeft, kunnen we gevoegelijk afvoeren. Zeker in de zware tijden, die ons te wachten staan zal het een utopische gedachte blijven. Wel ziet Brester mogelijkheden om Amsterdam als filmstad meer op de kaart te zetten, omdat gebleken is dat het veelvuldig voorkomen van een stad als locatie in een film het toerisme naar die plek bevordert. Beelden van de huldiging van het Nederlands elftal, die de wereld overgingen hadden een plotselinge toeloop van Braziliaanse filmploegen tot gevolg. En het gebruikmaken van locale filmfaciliteiten zal dan weer vergemakkelijkt worden door de uitgave van een Engelstalige Amsterdamse productiegids.
Het wordt duidelijk, dat Bresters activiteiten zich op dit moment voornamelijk in een oriëntatie- en opbouwfase bevinden. Ondanks de niet al te snel draaiende ambtelijke molens, hoopt hij voor het einde van het jaar een functionerend Amsterdamse filmbureau op poten te hebben. Hij benadrukt tot slot, dat de politieke wil er is en dat de verantwoordelijke wethouder voor honderd procent achter het initiatief staat. Suggesties zijn trouwens welkom bij s.brester@amsterdam.nl














