Nothing Personal van Urszula Antoniak gaat met een grote vanzelfsprekendheid af op zo’n 60.000 bezoekers. Waarschijnlijk nog wel iets meer. De film is goed uitgebracht door Cinema Delicatessen, vooral digitaal, in alle grote steden en nog een beetje daarbuiten. En dat terwijl niet één ‘klassieke’ distributeur zich eraan durfde of kon verbinden. Een mooie reeks goed opgebouwde prijzen, eerst het buitenland, Locarno, en daarna Utrecht hebben de film een ideale steun in de rug gegeven. En het is natuurlijk een mooie film met een aansprekende cast in een verhaal dat de verbeelding van de toeschouwer prikkelt en stimuleert om dit door te vertellen.

Foto: Cinema Delicatessen
Maar het is een uitzondering. Andere arthousefilms volgen – niet omdat zij minder mooi of aansprekend zijn - op grote afstand. Ten onrechte vind ik, maar het geeft wel te denken. Vooral voor de toekomst.
De Oversteek, het project waar Nothing Personal deel van uitmaakt, biedt in het samenspel van de Fondsen met de Publieke Omroep een prachtig platform aan jonge makers. Korte lijnen, snelle procedures, een strak ontwikkeltraject en een helder financierings en productieschema.
Maar ook dit is uitzonderlijk want ook hier volgen andere arthousefilms op grote afstand. Als ze al kunnen volgen, want de plaats voor arthousefilm op de openbare netten is beperkt. Ten onrechte vind ik, maar het geeft wel te denken. Vooral voor de toekomst.
De arthousefilm heeft het niet alleen in Nederland moeilijk. Het is een internationale tendens. Klassieke distributiekanalen staan onder druk en leveren niet langer de noodzakelijke financiële garanties op. Distributeurs en sales-agents stappen steeds vaker pas na realisering in een project. De arthousefilm is in binnen en buitenland vooral tijdens festivals te zien en wordt alleen dan druk bezocht. Televisiestations trekken zich, onder druk van de kijkcijfers en andere commerciële belangen, meer en meer terug uit ontwikkeling en financiering.
Cross over en main stream films hebben hier minder last van. Zij bestaan bij de gratie van een groot publiek. Gegeven de omstandigheden is het misschien wel te begrijpen maar het is niet iets om je bij neer te leggen. Om de arthousefilm, in het bijzonder de Nederlandse film, steviger op de kaart te zetten zullen er de komende jaren fundamenteel een paar dingen moeten veranderen.
In ieder geval accepteren dat de omstandigheden en de omgeving aan het veranderen zijn. Dus zoeken naar nieuwe distributiekanalen, andere financieringsmodellen, internationale samenwerking en uitwisseling. Met name extra aandacht voor internationale samenwerking op alle niveaus – cast, crew, ontwikkeling en productie -kan de kwaliteit en exposure van de Nederlandse film misschien net die duw geven waardoor de door velen gedroomde en nagejaagde illusie van selectie voor een hoofdprogramma van een groot festival dichterbij komt. Maar hopelijk wel altijd met een publiek in het achterhoofd, doelgericht van welke omvang dan ook. Altijd met films en verhalen die er toe doen, in een filmtaal die over grenzen heen kijkt. Veel om rekening mee te houden.

Frank Peijnenburg is de nieuwe artistiek intendant van het FilmFonds, als opvolger van Jan Eilander.
Goede, bijzondere, mooie, belangrijke, betrokken, meeslepende verhalen en vertellingen onttrekken zich weer aan alles. Het is maar goed dat het daar allemaal mee moet beginnen.















