You Suck at Photoshop behoort tot het genre instructiefilmpjes: je ziet onscreen allerlei handelingen uitgevoerd worden en hoort daarbij de stem van de expert. Saaie en langdradige filmpjes meestal, puur voor de geïnteresseerde technofreak. Zo ook deze Donnie Hoyle: met een verveelde zeurstem legt hij wat technieken uit, en laat routineus zien hoe dat in z’n werk gaat. Alleen, na verloop van tijd, begint de betekenis van de filmpjes te kantelen. Donnie geeft terloops steeds meer informatie prijs over zijn privéleven, en verwerkt onbewust heel wat frustraties in zijn uitleg. You Suck at Photoshop verandert geleidelijk in een tragikomische dramaserie, met het personage Donnie Hoyle in de hoofdrol. Een sitcom vermomd als instructiefilm, over het slechte huwelijk van Donnie, de perikelen rond zijn werkloosheid en zijn teleurstellingen in het leven. Het gaat van kwaad tot erger (ruzie, ontslag, overspel)... en de kijker, ondertussen, construeert eigenhandig het levensverhaal van Donnie – tussen de regels door, verstopt achter de uitleg van weer een andere Photoshop-tool.
De eerste aflevering van You Suck at Photoshop heeft inmiddels meer dan 3 miljoen views op YouTube, en de serie won een prestigieuze Webby Award voor de gecombineerde categorieën ‘Best How-To’ en ‘Best Comedy Series’.
Aflevering 1 van You Suck at Photoshop:
De context van het kijken
Online media bieden nieuwe mogelijkheden voor film- en televisiemakers. Natuurlijk is het web een geschikte (en goedkope) plek om bestaand werk onder de aandacht te brengen van een groot publiek via bijvoorbeeld YouTube, uitzendinggemist, blogs, sociale netwerken, etc. Maar het web is meer dan enkel een distributiekanaal, zo bewijst You Suck at Photoshop wel. Het biedt mogelijkheden voor heel nieuwe vertelvormen.
Om Marshall McLuhan te citeren: It is the framework which changes with each new technology and not just the picture within the frame.
De context van het kijken online verandert, en daarmee de betekenis van de getoonde films. Filmpjes staan embedded tussen allerlei andere content, de kijker heeft een versnipperde aandacht – want Twitter staat ook open, een e-mail komt binnen, hij leest tegelijk een blogpost in een ander venster - en de kijker kan op elk moment het filmpje wegklikken, doorspoelen, of doorlinken naar gerelateerde filmpjes. Is deze versnipperde aandacht een verbetering of toevoeging voor traditionele films? Niet per se. Maar biedt deze nieuwe kansen voor makers? Absoluut!
Where The Hell Is Matt? [website] kun je zien als een online documentaireproject, dat na jaren actieve participatie van het publiek, werd wat het nu is geworden:
(ruim 27 miljoen views)
Een dergelijk filmproject kan niet bestaan buiten het online domein. Sterker nog: het is een geheel nieuwe vorm, waarbij activering van het publiek even belangrijk is als het maken van de film.
Een nieuw geluid
In 1927 kwam The Jazz Singer in de bioscopen: de eerste speelfilm met synchroon geluid. De eerste pratende film, kortom, en het filmlandschap was voorgoed veranderd. Geluid betrof niet slechts een toevoeging aan de bestaande vorm van zwijgende films. Het wezenlijke kenmerk van de films was veranderd: de techniek, de vorm én de betekenis. Veel sterren uit de zwijgende films konden hier niet mee omgaan, en stierven roemloos.
Geluid was niet op alle fronten een vooruitgang. Zeker in het begin waren de pratende films niet beter dan de oude zwijgende films: ze waren vaak houterig, weinig visueel en veel minder inventief. Dat was te wijten aan de technische beperkingen, maar vooral ook aan het feit dat filmmakers een nieuwe vorm moesten zoeken. Toch, ondanks die terugval in kwaliteit, bleek de revolutie van geluid onontkoombaar en leidde het tot een nieuwe vorm van cinema die we tot op de dag van vandaag nog ervaren.
Zijn de online media het nieuwe geluid voor de cinema? Gaan we een periode van nieuwe vormen en van ontdekking tegemoet? Ik geloof het wel. En om te voorkomen dat filmmakers net als de sterren van de zwijgende film eenzaam en vergeten achter blijven, moeten ze ermee aan de slag. Cinema is geen museum, maar een middel om publiek te bereiken. En dat publiek is nu online, waar dan ook...
















Het was moeilijk om het stuk uit te lezen, omdat het kijken naar de bijgeleverde films ook altijd er weer voor zorgt dat ik meer online films ga kijken. Dank daar voor! 'Where the hell is Matt?' is lekker vrolijk. Naast dat het nieuwe manier van kijken is, moet je als maker ook nadenken over een nieuwe manier van geld binnen halen om het te maken. Yousuck at Photoshop met als sponsor Photoshop. 'Where the hell is Matt' met als sponsor ... de reisbranche. Ofzo. Ideëen hiervoor?
Mooi artikel, Martijn. De grootste veranderingen zie ik in de distributie van films. Doordat via internet direct contact met publiek mogelijk is krijgen filmmakers kansen die ze nog niet eerder hadden. In de VS (waar mensen minder op subsidie kunnen leunen) zijn inmiddels een paar spectaculaire voorbeelden te vinden. Op www.chailocher.nl publiceren Carlos en ik over deze ontwikkelingen. Ik schreef op www.chailocher.nl al over Robert Greenwald's Outfoxed (http://tinyurl.com/34c6h5h). Maar ook voor kunstzinnige films zijn er mogelijkheden. Eén van mijn favoriete succesverhalen is van Mdot Strange: http://mysteriousdollfilm.blogspot.com/ En kende je de Finnen die hun Star Trek mash up maakten door een groot deel van het werk via internet te 'crowd sourcen'? http://www.starwreck.com/ Of check http://www.thecosmonaut.org/, een inspirerend Spaans project. Hier is een coole 'making of': http://www.vimeo.com/7067888 Overigens geeft één van de specialisten op dit gebied, Jon Reiss, een seminar in Amsterdam, 12 mei. 13 mei adviseert hij filmmakers met projecten. Er zijn nog plaatsen. Zie hier voor info: http://tinyurl.com/3yy4oo7