
Das Leben der Anderen vertelt een prachtig verhaal over Wiesler, een Stasi-officier, die niet alleen gevangen zit in een systeem, maar vooral in zichzelf en die zich daar op een bijzondere manier uit bevrijdt. Juist zulke sterk gesloten personages waaronder toch een sterk gevoelsleven schuil gaat (zoals Anthony Hopkins in Shadowlands of Albert Finney in The Browning Version) kunnen mij vaak bijzonder ontroeren.
De compositie van het scenario en de regie van Das Leben der Anderen zijn zo strak dat je aanvankelijk het idee krijgt, dat er bijna geen ruimte is voor gevoel. Het ingehouden spel, de sobere vormgeving, strakke kadrering en trefzekere camerabewegingen sluiten je in, als de DDR zijn onderdanen. Maar juist op die manier grijpt de film je bij de strot en wordt je in het hoofdpersonage gezogen.
En dan staat het verhaal opeens stil en krijgt Wiesler wondermooie muziek te horen. Het is het omslagpunt van de film en deze scène was ook het uitgangspunt voor het scenario. Die muziek maakt iets in hem los. Hij gaat naar huis en er stapt een jongetje bij hem in de lift.
“U zit toch bij de Stasi?”
“Wie zegt dat?”
“Mijn vader.”
“Hoe heet ...'
En dan stokt Wiesler. Hij kan niet meer doorvragen. Hij is onomkeerbaar veranderd. En bij mij (ook na vier keer kijken) biggelen de tranen over de wangen.
Uiteindelijk zal dat nog een paar keer gebeuren in deze film, vooral helemaal aan het einde, nota bene bij een insert! Als de hoofdpersoon ziet dat de door hem vervolgde toneelschrijver na de wende zijn eerste boek aan hem (HGWXX/7) heeft opgedragen, gaat er een scheut opgekropte emotie door je heen: het is allemaal niet voor niets geweest, het is niet onopgemerkt gebleven... En voor het eerst zien we een glimlach op het gezicht van Wiesler.
En daarmee is Das Leben der Anderen uiteindelijk een heel positieve film, die de onmenselijkheid van een systeem aan de kaak stelt, maar je tegelijkertijd doet geloven in de mogelijkheid van verandering en van inspiratie door de kracht van muziek.

op de set van Bernhard, Schavuit van Oranje met Eric Schneider. Foto: Leyla Everaers
Waar ik dan weer niet jaloers op ben: Met zo’n debuutfilm kun je jezelf natuurlijk nooit meer overtreffen...















