editie 2010/1

GASTCOLUMN

Ook in Nederland: lange animatiefilms!

26-12-2009 - Drukken Nederlandse regisseurs zich alleen uit in documentaires of live-action films, in tegenstelling tot hun Europese collega’s? Is daar een reden voor? Kunnen wij niet anders?
Door: Willem Thijssen

Het jaar 1983 staat in alle geheugens gegrift en als je iets verder doorvraagt komt bij DDG-leden 1990 een enkele keer aan de orde. Dat zijn de data die men kent voor lange Nederlandse animatiefilms in onze bioscopen. “De Bommelfilm” van Rob Houwer is het meest aanwezig, maar veel mensen denken eerder aan de Oscars voor (de korte films) Anna en Bella (1986) of Father and Daughter (2001). En dat is het dan wel zo’n beetje voor de animatie in ons landje.
Maar het Filmfonds zat niet stil en gaf animatie in 1998 een eigen commissie met een eigen budget. Zo ontstond een Nederlandse animatiewereld, gebaseerd op korte films. Voor lange moest je naar het buitenland. Diverse regisseurs met ambitie deden dat ook, zoals Piet Kroon (o.a. Osmosis Jones) of Rob Stevenhagen (o.a. The Tale of Despereaux). Ook ging talent commercials maken, al dan niet in het buitenland, hoewel de Nederlandse industrie groeide, ook met de hulp van commercials en soms series voor onze (kinder)televisie. De laatste jaren kwam de game-industrie hier sterk op. Nederland excelleert erin en staat op wereldniveau in hoog aanzien. Ook de productie van locale strips stond niet stil.

Maar lange films: ho maar! In 2001 introduceerde de Amerikaanse Academy als eerste een nieuw beeldje, een jaarlijkse Oscar, speciaal voor de beste lange animatiefilm. Inmiddels zijn er wereldwijd permanent zo’n 400 (!) animatie-speelfilms in productie. En wees eerlijk: wat is er aan Avatar nog 'live'? Ook Europa weert zich kranig met tussen de 10% en 20% van het geproduceerde aantal. Dit resulteerde op 12/12 in de eerste uitreiking te Bochum (Dld) van een jaarlijkse animatiefilmprijs van de EFA. Die ging nu naar de Franse productie MIA van de erg actieve studio Folimage. En Nederland dan?

Na
Tom Poes en Beertje Sebastiaan was het lang stil. Sinds 2002 komt er bij de commerciële intendanten of bij de lange speelfilmcommissie af en toe een animatieproject binnen. Een bekende strip als Heinz, bijvoorbeeld, of Pinkeltje nog eens en zelfs een filmversie van VPRO’s The White Cowboy. Ze werden barmhartig bekeken, er is regelmatig ook wel schrijfsubsidie verleend, maar geen enkele film ging in productie. Terwijl men in de korte film commissie zelfs een hoger budget nodig bleek te hebben, maar zich volgens afspraak steeds op de korte 'vrije' film bleef richten. Het Kunstenplan 2009-2012 en de moed van ex-directeur Toine Berbers, brachten het Fonds er in 2009 toe om een aparte intendant voor de animatiefilm aan te stellen. Men koos daarbij voor een DDG-lid, waarmee duidelijk een stap werd gezet in die richting. Animatie is (in principe) erg duur en het is zeker meer een 'producentenzaak' dan de meeste bestaande films. Maar ook de meeste succesvolle “gewone” speelfilms zijn tegenwoordig 'producer-driven', ons land inbegrepen. Ook dat helpt om een animatiefilmindustrie op te bouwen. De belangrijkste taak van de nieuwe intendant is dan ook om kansrijke animatieprojecten van regisseurs (nu werkzaam in het buitenland of hier) te koppelen aan Nederlandse producenten. En om voor interessante projecten van producenten de juiste regisseur te vinden.

Geld zal wel altijd een probleem blijven, dat is bij animatie niet anders. Voor een animatiespeelfilm is in ons land zo’n 3 miljoen Euro bijeen te krijgen, als iedereen meewil. Dat is soms genoeg voor een film, maar erg afhankelijk van het soort animatie en van de stijl van de film. Bij hogere budgetten worden het noodgedwongen coproducties en dat is ook niet zo’n populair 'genre' in Nederland, al zijn de (korte) animatieproducenten dat wel meer gewend. Ook daar ligt een taak voor deze intendant, die zelf € 200.000 per jaar voor ontwikkeling beschikbaar heeft.

Hij heeft geen 'maakgeld', zoals de andere intendanten. Dat moet van de Lange Speelfilm Commissie komen. Zijn geld gaat in eerste instantie naar het maken van animatics: een blauwdruk van de te maken animatiefilm op basis van een opeenvolging van de tekeningen, met hier en daar een noodzakelijke beweging, de (proef)stemmen en soms wat geluiden en/of muziek. Zo krijgt men een goede kijk op het beoogde resultaat, ook qua lengte en vereist budget. Op die manier is tot heden één subsidie verstrekt, namelijk aan Il Luster Producties (vroeger deden ze korte films) voor het peuterproject Trippel, Trappel. Die film hopen we eind 2011 - indien het project realiseringsgeld krijgt - als een eerste animatiefilm in de Nederlandse bioscopen te zien. Dan is de cirkel hier weer rond.


Willem Thijssen,
Animatie intendant Filmfonds / DDG-lid



reageren op artikel | 0 reactie(s):


animatiegastcolumn



gerelateerde artikelen



Je moet inloggen om te kunnen reageren