
Maar het Filmfonds zat niet stil en gaf animatie in 1998 een eigen commissie met een eigen budget. Zo ontstond een Nederlandse animatiewereld, gebaseerd op korte films. Voor lange moest je naar het buitenland. Diverse regisseurs met ambitie deden dat ook, zoals Piet Kroon (o.a. Osmosis Jones) of Rob Stevenhagen (o.a. The Tale of Despereaux). Ook ging talent commercials maken, al dan niet in het buitenland, hoewel de Nederlandse industrie groeide, ook met de hulp van commercials en soms series voor onze (kinder)televisie. De laatste jaren kwam de game-industrie hier sterk op. Nederland excelleert erin en staat op wereldniveau in hoog aanzien. Ook de productie van locale strips stond niet stil.
Maar lange films: ho maar! In 2001 introduceerde de Amerikaanse Academy als eerste een nieuw beeldje, een jaarlijkse Oscar, speciaal voor de beste lange animatiefilm. Inmiddels zijn er wereldwijd permanent zo’n 400 (!) animatie-speelfilms in productie. En wees eerlijk: wat is er aan Avatar nog 'live'? Ook Europa weert zich kranig met tussen de 10% en 20% van het geproduceerde aantal. Dit resulteerde op 12/12 in de eerste uitreiking te Bochum (Dld) van een jaarlijkse animatiefilmprijs van de EFA. Die ging nu naar de Franse productie MIA van de erg actieve studio Folimage. En Nederland dan?
Na

Geld zal wel altijd een probleem blijven, dat is bij animatie niet anders. Voor een animatiespeelfilm is in ons land zo’n 3 miljoen Euro bijeen te krijgen, als iedereen meewil. Dat is soms genoeg voor een film, maar erg afhankelijk van het soort animatie en van de stijl van de film. Bij hogere budgetten worden het noodgedwongen coproducties en dat is ook niet zo’n populair 'genre' in Nederland, al zijn de (korte) animatieproducenten dat wel meer gewend. Ook daar ligt een taak voor deze intendant, die zelf € 200.000 per jaar voor ontwikkeling beschikbaar heeft.
Hij heeft geen 'maakgeld', zoals de andere intendanten. Dat moet van de Lange Speelfilm Commissie komen. Zijn geld gaat in eerste instantie naar het maken van animatics: een blauwdruk van de te maken animatiefilm op basis van een opeenvolging van de tekeningen, met hier en daar een noodzakelijke beweging, de (proef)stemmen en soms wat geluiden en/of muziek. Zo krijgt men een goede kijk op het beoogde resultaat, ook qua lengte en vereist budget. Op die manier is tot heden één subsidie verstrekt, namelijk aan Il Luster Producties (vroeger deden ze korte films) voor het peuterproject Trippel, Trappel. Die film hopen we eind 2011 - indien het project realiseringsgeld krijgt - als een eerste animatiefilm in de Nederlandse bioscopen te zien. Dan is de cirkel hier weer rond.


Willem Thijssen,
Animatie intendant Filmfonds / DDG-lid
















