Ik ben zo’n liefhebber van de (in mijn ogen noodzakelijke en onvermijdelijke) technische vooruitgang en toen de eindredacteur van dit onvolprezen magazine mij vroeg na te denken over een aantal artikelen onder de titel 2K-4K was er onmiddellijk enthousiasme. Want je gaat toch weer ieder jaar op die IBC in de op dat moment technisch (en speciaal ingerichte) beste bioscoop ter wereld zitten om te kijken naar de door de nieuwste digitale 4K-projectoren getoonde ontwikkelingen van de RED (al over de twintig camera’s in Nederland geleverd) en van ARRI met de bijbehorende complexe post-workflows. En je volgt op de conferentie zoveel mogelijk de sessies over de weer vernieuwde hard- en software met nog meer mogelijkheden dan tot nu toe. Totdat je op een presentatie van een IBM-manager stuit die een wat andere toonzetting heeft en wijst op de problematiek van de almaar groeiende stroom data die ergens, maar waar, moet worden opgeslagen. En juist dat lijkt me een goed onderwerp om de reeks 2K/4K mee te beginnen, staan we er wel bij stil wat we aan het doen zijn met de steeds maar weer ‘verbeterende’ digitalisering?
De Digitale Tsunami
Laten we onze blik eens richten op een niet direct voor de hand liggend onderdeel, de digitale archivering van audiovisueel materiaal. Film bestaat ruim 100 jaar en is, in zijn analoge vorm, dankzij een reeks van technische standaarden wereldwijd relatief simpel toepasbaar. Een drager, een lamp en een lens. Een filmarchief vertegenwoordigt een historische, antropologische, culturele en economische waarde. Mits goed geconserveerd en correct opgeslagen is een analoge filmdrager 75-100 jaar bruikbaar. Dan over naar de digitale wereld, hieronder een overzicht van de geldende normen en waarden, waaruit blijkt dat 35mm film en 4K digitaal elkaar in kwaliteit niet veel ontlopen. Willen we dus de kwaliteit van 35mm film, dan lijken we te moeten kiezen voor 4K digital cinema. Maar wat zijn de gevolgen hiervan?

Binnen de 4K kwaliteitsnorm heeft één 4K filmbeeldje een gemiddelde grootte van 53MB. Bij 24 beelden per seconde en 2 uur (speelfilm) lengte is de totale bestandsgrootte van een digitale master ruim 8 TB (Terabyte, 10 tot de 9e macht). Amerikaanse producties hebben, niet ongebruikelijk, wel een 40 digitale masters die tot een 250 digitale formaten leiden voor de wereldwijde distributie in alle denkbare vormen – van projectie tot download en VoD. De totale opslagcapaciteit van een speelfilm kan daardoor over de Petabyte grens (10 tot de 12e macht) heen gaan. Een dergelijke omvangrijke file stelt in een archief hoge eisen aan de netwerksnelheid en is niet eenvoudig te verplaatsen. En vraagt om bijzondere apparatuur, software plus speciaal opgeleid personeel voor de handling. Dit alles is, kortom, iets anders dan een stapel filmblikken in een klimaatgecontroleerde ruimte. Waarbij ook bedacht moet worden dat de huidige digitale opslagsystemen, veelal robots, morgen verouderd kunnen zijn, waarbij ook de software en/of het format verdwijnt en plaats maakt voor nieuwe vormen. U hoeft niet al te ver terug te gaan in uw eigen ‘digitale historie’ om daar enige voorbeelden van te vinden. Dit alles betekent dat de opgeslagen file dan ook met regelmaat naar een nieuwe drager of format moet worden overgezet (liefst foutloos), de migratie, om continue toegang te garanderen. Schijven zijn voor opslag van deze grootte ongeschikt (een DVD heeft een gemiddelde life span van 15 jaar) en dit dient dan ook te gebeuren op tape, nu veelal LTO. In de praktijk blijkt dat het kopieerproces naar nieuwere media iedere 3-5 jaar dient plaats te vinden en dat leidt al heel snel tot een praktisch probleem. Het bestand wordt steeds maar groter en vraagt steeds meer opslagcapaciteit, wat weer leidt tot steeds hogere kosten.
Een Amerikaans onderzoek uit 2006 dat nog steeds als leidraad geldt, stelt vast dat de opslagkosten voor 1 Terabyte jaarlijks $500 bedragen. De opslagkosten voor één ‘digital master’ van een speelfilm van 2 uur - die zoals we eerder zagen een grootte heeft van 8,4 TB - is ruim $4200. En dan is één kopie toch ook maar weer erg weinig (en risicovol) en bovendien ‘groeit’ de file steeds meer door de migratie naar nieuwe en andere dragers waardoor de opslagkosten uiteindelijk oplopen tot waarden die aanmerkelijk hoger zijn dan die van de klassieke, analoge opslag. Deze situatie geldt overigens niet alleen voor de audiovisuele media, alle instanties waar breedschalig wordt gedigitaliseerd zoals de wetenschap, gezondheidszorg en overheid hebben hiermee te maken. Natuurlijk wordt er driftig gezocht naar technische oplossing die de relatieve eenvoud van het analoge fotochemisch procedé benaderen. Verliesloze compressie kan een oplossing bieden, JPEG2000 gaat hierin al ver, maar zijn de hiervoor noodzakelijke codecs over 100 jaar nog bruikbaar? U weet wel beter. Niet voor niets komt soms in de vele discussies over het archiveren van media de stelling naar voren dat het ook heel verstandig is ook de betreffende apparatuur(hardware) op te slaan, evenals de bijbehorende handleiding.
Samenvattend stellen een aantal deskundigen dat ‘digitaal archiveren’ van een omvangrijke speelfilmproductie een factor 10 tot 12 duurder kan worden dan ‘analoog archiveren’, zeker bij geheel digitaal gedraaide projecten. Natuurlijk wordt er door een aantal IT-bedrijven als Sun, IBM en anderen gezocht naar oplossingen voor deze digitale zondvloed die, zoals gezegd, niet alleen en uitsluitend in de verbeeldingsindustrie optreedt.
Volgende keer: in december start James Camerons Avatar wereldwijd. Alleen al in Amerika uitgebracht in 2100 3D theaters en 1200 2D. Dan lijkt het aardig om het over projectie in 2K en 4K te gaan hebben.
Bronnen: Kodak, IBM, NY Times, Academy

















