Vertoning en distributie van artistieke films
De tweede dag staat in het teken van de vraag naar de zichtbaarheid de artistieke film. Zoekt het publiek eigenlijk wel de artistieke film? Zo ja, waar kan hij die vinden? De vraag is of het aanbod van de makers voldoende urgent is en of het ook leidt tot urgentie bij de intermediairs, n.l. de distributeurs en de exploitanten. En dan is er uiteindelijk ook nog een gevoel van urgentie nodig bij het publiek.
Moderator Ryclef Rienstra: ”Het geïnteresseerde publiek hoeft niet groot te zijn. Maar het is er wel degelijk en we moeten het bereiken”. Het panel met distributeurs maakt een wat moedeloze indruk.
Wilco Wolfers (A-film) vindt dat de distributeurs het zichzelf kunnen aanrekenen, dat ze te weinig keuzes gemaakt hebben. “We hebben veel films, die inhoudelijk niet interessant genoeg zijn. Ze zijn niet goed genoeg om onder het publiek te brengen. Dat is de cynische conclusie. We moeten dus naar minder films. Dan hebben wij een groter budget voor de films, die we wel uitbrengen. Of dat dan wil zeggen dat ze weer meer publiek trekken is ook maar de vraag. Bij die artistieke film ga je uit in een stuk of zeven kopieën. Het leeuwendeel van het budget gaat op aan 35 mm en andere hele basale kosten. Heel weinig blijft er over voor de ‘linemarketing’, zeg maar reclame. Met de huidige manier van uitbreng op film, kun je naar mijn mening met de Dutch Angle-films niet veel meer doen dan je nu al doet”.
Maar het woord digitalisering leidt toch tot enig optimisme bij de distributeurs.
Wolfers: “Als ze gedigitaliseerd zijn is het voor ons geen enkel probleem om zo’n film in 15 zalen te proberen. En ze wat langer te laten staan. Digitalisering is een belangrijke voorwaarde. Als je die verschuiving krijgt in de marketingbudgetten is er meer geld voor reclame”.
Hij heeft geen enkel vertrouwen in het uitbrengen van een groep soortgelijke films (ook als ze verspreid zijn onder meerdere distributeurs) onder één label. “Ik denk dat er geen bezoeker meer komt. Een belangrijke oplossing ligt bij de theaters. Maak een aparte flagshipzaal en begin er nu mee. We hebben te maken met een enorme vergrijzing. We zouden nu al moeten beginnen met het inrichten van een aparte zaal in de grote theaters als een zaal voor een soort cross-over artistieke film. Dus
Slumdog Millionaire, maar ook
Het Zusje van Katja. Daar moet je nu al mee beginnen en dan coûte que coûte al die films daar gaan programmeren. Je moet de e-mailadressen van je publiek hebben en zorgen dat je daar een relatie mee gaat opbouwen. Dat je benaderd wordt in de zin van: Mijnheer Wolfers, vorig jaar was u bij die en die film. En nu hebben we in het verlengde daarvan toch iets moois”.
Ouderen met geld te veel, laten we die aanboren
Uitgever
Vic van de Reijt (Nijgh & Van Ditmar) vertelt hoe hij zich met sommige luxe en daardoor relatief dure nostalgisch gerichte producten richt op de doelgroep van vijftig plussers: “Ze hebben veel geld, veel vrije tijd; worden steeds rijker want hun ouders zijn nu pas aan het sterven. De erfenissen komen los, de kinderen zijn de deur uit. Velen zijn op hun 62e met de VUT gegaan. Ze weten van gekkigheid niet wat ze met hun geld moeten doen. Hier ligt een enorm kapitaalkrachtige doelgroep, die door heel Nederland niet serieus genomen wordt”.
Wel door Van de Reijt. Hij is producent en distributeur te gelijk. Een probleem waar hij op stuit is dat hij te maken krijgt met een hoog opgeleid jonge marketing gerichte bevolkingsgroep. Enerzijds de redacteuren van de tv-programma’s en de kranten, anderzijds de boekverkopers. Groepen, die totaal geen kijk hebben op de noden van deze oudere generatie. De kloof is gigantisch. Van een cassette met buigzame reclameplaatjes uit de jaren vijftig, nemen de 400 boekhandelaren ieder slechts één exemplaar af, die in no-time verkocht wordt. Bij de nabestelling ben je al weer zo veel tijd verder en ben je ondertussen je klanten kwijt.
Zijn verhaal sluit aan bij de opmerkingen van
David Deprez (Filmhuis Maastricht): “Bij ons in Maastricht zie je vaak een terugkerende groep mensen. Vaak vrouwen van 45 plus, die hebben besloten er een gezellig uitje van te maken. Als je die mensen niet zou hebben zou het hele fundament onder het hele alternatieve filmcircuit weggeslagen worden. We hebben het over vaak wat ouderen met geld te veel. Dus laten we die inderdaad aanboren”.
Ook Deprez ziet de oplossing in de digitalisering: “Heel Limburg is trots op Eugenie Jansen met
Calimuco. Trots omdat ze in Maastricht is geboren. Maar we waren het slechtst bezochte theater. We hebben die film lang na de release gehad, omdat we in de tweede run zitten. Als je nu een distributeur belt met een te gek plan, is er geen ruimte om daar iets mee te doen”.
Ryclef Rienstra houdt een pleidooi voor meer initiatief en samenwerking. “De vraag is hoe actief je bent. Bij Amazon of Bol.com bouw je als klant een profiel op. De leverancier voert een actief beleid vanuit de boeken, die iemand in de loop der tijd heeft aangeschaft. In de trant van: u heeft toen dat boek gekocht. Wist u dat anderen, die ook dat boek gekocht hebben, nu dit boek gekocht hebben? Dat bestaat voor zover ik weet niet in de film”.
Producent
Digna Sinke valt hem bij. Een film van haar trok in Amsterdam vier bezoekers, op Schiermonnikoog eenentachtig. “Ik heb gemerkt dat ze daar een heel goede indeling van hun publiek hebben en heel goed weten wie daar zitten. Ze hebben een adressenlijst van vrienden van historische films of wat dan ook. Ze sturen die mensen een mailtje. Er draait nu zo'n soort film met dit en dat onderwerp”.
Rienstra roept vooral de distributeurs op tot samenwerking. “Die films worden niet zomaar in één dag gemaakt. Dus je weet wat er in de pijplijn zit. Je weet ook wanneer de festivals van Cannes, Locarno, Rotterdam en Berlijn zijn, waar die films wel eens aandacht zouden kunnen krijgen. Je weet wanneer ze geproduceerd worden. Je weet wanneer ze klaar zijn voor vertoning. Het is denkbaar dat voor dit soort films iets tot stand gebracht wordt door samenwerking van exploitanten en distributeurs. Dat je zegt: we ruimen er plaats voor in en geven het speciale aandacht. Er zitten ook makers bij die bij latere films wel naar het grotere publiek doorstoten. Dus je investeert ook nog in de toekomst”.
Een lelijk meisje en een oude vrouw die piano speelt
Producent
Petra Goedings is enthousiast over Rienstra’s idee van samenwerking: “Voordat je met labels gaat beginnen, moet je bij de basis beginnen en dat is de wil. Wil je het tot een succes maken, dan heb je elkaar nodig. Dat betekent dat de exploitanten, de distributeurs en de producenten moeten willen samenwerken. Die samenwerking is er nu helemaal niet. Ik geef een klein voorbeeld uit Duitsland. De film
Vier minuten is een film met een lelijk randgroepmeisje en een oude vrouw, die piano speelt. Niet aantrekkelijk om voor naar de bioscoop te gaan.
Niemand zag er wat in. Een kleine distributeur pikt de film op. Wat hadden de producenten bedacht? Alle muziekscholen van Duitsland werd gevraagd een muziekstuk te componeren. Elke avond werd zo’n muziekstuk uitgevoerd voorafgaand aan de filmvoorstelling. Dat werd dan gespeeld in de locale bioscoop. Elke avond een andere. En aan het einde van de week werd de winnende compositie uitgekozen. Uiteindelijk heeft de film 10 miljoen boxoffice gedaan en was het een van de top tien films in Duitsland. Dat soort dingen zou ik heel graag met de exploitanten en distributeurs creatief willen bedenken. De basis is: ben je gedreven er een succes van te maken? Dat commitment moeten we eerst met elkaar afspreken.”
De conclusie: Het toverwoord is toch marketing. Hoe breng je je films over op het Nederlandse publiek? We hebben nu eenmaal te maken met een waanzinnige competitie. We moeten ons onderscheiden. Daar moeten we moeite voor doen.
Aan tafel
Rienstra concludeert dat de woorden geloof, hoop en liefde hier regelmatig zijn gevallen. Dat is belangrijk. We belanden nu in een nieuwe fase, die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt. De toekomstige digitalisering is een majeure stap omdat het de flexibiliteit van de vertoningen en de bereikbaarheid enorm vergroot. “Ik vind Dutch Angle een interessant initiatief. Het is aan de makers of ze zich kunnen vinden onder zo’n label. Het is aan de distributeurs om te bedenken of ze iets speciaals kunnen doen met dat label. Ik zou de distributeurs willen vragen of ze bereid zijn om aan tafel te gaan zitten. Bijvoorbeeld met het festival dat eventueel een productionele rol daarin zou kunnen spelen. En aan tafel met de exploitanten om te kijken of het mogelijk is om onder dat label iets te doen”.