editie 2010/1

OPLEIDING

Frederick Wiseman – selfmade director

20-12-2009 - Frederick Wiseman was 37 jaar oud, toen hij zijn eerste film maakte: Titicut Follies. Sinds dat bejubelde debuut, maakte hij bijna jaarlijks wel een nieuwe film, en doet dat nu nog steeds – op 80 jarige leeftijd. Op het afgelopen IDFA ontving hij dan ook voor zijn oeuvre en voor zijn nog immer actieve regiewerk, de ‘Living Legend Award’.
Door: Martijn Winkler

Wiseman geldt als voorbeeld en proponent van een hele school aan documentairemakers, en veel van zijn films gelden als klassiekers in de documentaire filmgeschiedenis. Vóór 1967, was Wiseman afgestudeerd als advocaat en werkte enkele jaren aan gerenommeerde universiteiten als docent rechten. Op het moment dat hij Titicut Follies ging draaien, had hij niet tot nauwelijks ervaring met filmmaken. En belangrijker nog: hij had er geen enkele opleiding voor doorlopen. Dat geeft te denken over de noodzaak van onderwijs voor regisseurs. Is die noodzaak er eigenlijk wel? Trailer van ‘La Danse’: de nieuwste film van Wiseman Filmonderwijs biedt studenten technische en vakmatige handvatten om in hun beroep toe te kunnen passen. Het biedt bovendien een context waarin docenten en (oud-) filmmakers hun ervaringen en werkwijzen delen met de studenten. In korte tijd krijgen studenten een rijk palet aangeboden, waaruit ze zelf hun stijl en aanpak kunnen destilleren. Onmisbaar om succesvol aan de slag te kunnen gaan. Maar... filmonderwijs creëert ook een bepaald SOORT filmmakers. Makers die allen dezelfde taal spreken, zogezegd, binnen eenzelfde systeem denken en werken. As you sow so shall you reap. Als het gaat om vernieuwing, om uniciteit in het totaalaanbod, vallen vaak filmmakers op die buiten dit onderwijspad zijn getreden. Het is immers gemakkelijker om heilige huisjes omver te gooien, als je niet eens weet dat het heilige huisjes zijn. Wetenschap verkregen door onderwijs kan belemmerend werken.
Wiseman kwam op zijn onderwerp voor Titicut Follies, doordat hij met zijn rechtenstudenten deze psychiatrische TBS-instelling bezocht als praktijkonderzoek. Vanuit zijn achtergrond als advocaat keek hij - met enig sardonisch genoegen toch wel - naar de complexe vraagstukken die zich daar afspeelde. Cipiers, psychiaters en patiënten gevangen in een web van bureaucratische regels en bandeloosheid, van goede bedoelingen en wreedheid. Het was onmogelijk om eenvoudig te stellen wie ‘goed’ of wie ‘fout’ was. Ieder had eigen motieven die – tot op zekere hoogte – goed te begrijpen waren. Het formuleren van een mening over deze complexe wereld is een actieve, maar ook arbitraire daad. Er valt immers evenveel te zeggen over de tegenovergestelde mening van een ander. Wisemans film toont deze complexiteit in alle grilligheid en maakt het de kijker niet makkelijk: je blijft constant je mening over de getoonde scènes (her)overwegen. Stelt de psychiater duidelijke grenzen voor een verwarde patiënt? Of heeft de patiënt gelijk en is de psychiater onnodig wreed? De film kent geen duidelijke personages; veelal zien we iemand slechts een keer in een scène langskomen. De film kent geen interviews. Is volledig handheld gedraaid, rauw en direct. Er is geen muziek. De kijker krijgt op geen enkel moment uitleg of achtergrondinformatie. En de mening van de maker wordt nergens op directe wijze duidelijk. Deze kenmerken zijn nu niet opzienbarend. Maar in 1967 was dat wel het geval. De film was op al deze fronten grensverleggend. Was Wiseman bewust bezig om bestaande filmische conventies te doorbreken? Nee. Hij wilde simpelweg de complexiteit van de situatie laten zien. Zonder opsmuk. Want dat was wat hem interesseerde. En zo bracht hij met zijn achtergrond als advocaat een nieuwe filmtaal op de voorgrond. Er zijn meer voorbeelden van grensverleggende regisseurs die geen filmopleiding hebben doorlopen: Michelangelo Antonioni studeerde economie, David Lynch beeldende kunst, Harmony Korine doorliep slechts de middelbare school (en deed een opleiding als tapdanser)... Zo zijn er veel meer namen te noemen. Wat opvalt aan al deze namen, is de volstrekt eigenzinnige en herkenbare stijl die ze voeren. Dit zijn geen genrefilmers, niet mensen die binnen een bestaand format aan de slag kunnen. Hun gebrek aan regietraining resulteert in een signatuur die ver van het gewone afstaat. Trailer voor Gummo van Harmony Korine Wat je wel ziet is dat elementen van hun stijl, van hun oorspronkelijkheid, overgenomen worden door andere regisseurs en uiteindelijk opgenomen worden in opleidingen en curricula. Dat is de invloed van de avant-garde op mainstream cultuur kun je zeggen. Maar het geeft ook aan dat onderwijs blijkbaar altijd achter de tijd aan loopt. Het leert studenten iets dat tot dat moment relevant was, maar inmiddels alweer achterhaald. Voor kennisopleidingen is dat geen bezwaar; kennis uit het verleden vormt de basis voor ontwikkelingen in de toekomst. Maar kunstopleidingen, zoals een regieopleiding? Willen we oorspronkelijke makers opleiden, of makers van films van gisteren? Desgevraagd * geeft Wiseman aan niets in filmonderwijs te zien. Ja, voor het opbouwen van een netwerk wellicht. Maar dat kan ook op een andere manier. Toch begrijpt hij wel dat mensen nu kiezen voor filmonderwijs, voordat ze aan de slag gaan. 'In mijn studententijd had je ook nog niet veel opties om regie te studeren. Tegenwoordig zijn er zoveel verschillende opleidingen en mogelijkheden. Er is veel keus en aanbod. Investeerders of subsidiënten verwachten ook dat je een dergelijke educatie hebt doorlopen. Het is daardoor een vanzelfsprekendheid geworden dat je eerst studeert voor regisseur, voordat je regisseur bent. Maar ik voel me geen regisseur. Ik maak films.' [* Tijdens het afgelopen IDFA begeleidde ik Wiseman bij zijn verschillende Q&A’s, interviews en masterclass.]



reageren op artikel | 0 reactie(s):







Je moet inloggen om te kunnen reageren