Regisseur John Appel: ‘Ik wilde voor deze film, anders dan bij mijn eerdere films, echt een compositie hebben, net als bij een speelfilm.’ De componist Wouter van Bemmel zag dat wel zitten: ‘Een compositie schrijven is toch wat anders dan wat muziekjes maken om onder het beeld te leggen. Dat is natuurlijk fantastisch om te doen’.
De samenwerking
John: ‘The Player is helemaal opgebouwd als een speelfilm: het is één grote constructie. Er zit niet vanzelf een ontwikkeling in het verhaal maar in de montage hebben we die gemaakt, gecomponeerd. In de film voer ik drie mannen op die ik gebruik als bouwstenen voor een groter verhaal, om zo in de ziel van de gokker te komen. Zij zelf kennen geen grote ontwikkeling. Ik gebruik ze om mijn verhaal te vertellen. Omdat de montage een compositie was, moest de muziek dat ook zijn: een compositie met een ontwikkeling. Het idee om geen muziek te gebruiken en alleen te kijken waar het nodig was, hebben we meteen verworpen. Dat was geen optie voor ons.’
Toen John per mail contact zocht met Wouter zat de film al op slot en was er haast geboden. Wouter maakte dan niet uit. ‘Ik geloof dat ik John terug mailde dat ik het een eer vond om met hem te werken.’ Wouter lacht er bij. ‘Echt waar hoor. We hadden al samengewerkt bij The Last Victory en dat was ook al laat in het proces, maar ja, dat was ook heel leuk geweest. Dus ik wilde er wel induiken.’
De inzet
De duik leverde veertig minuten aan filmmuziek op. Wouter: ‘Dat is echt een lap. John wilde geen zware, emotionele film maken. Het moest een film worden over zijn vader en niet over John die het over zijn vader heeft. Het moest dus allemaal niet over de top maar ook wat speels hebben.’ Wouter viel meteen voor de film. ‘De film had zonder muziek al een hele sterke structuur. Het idee dat je naar zijn vader keek door die drie losse portretten werkte al goed.’ Maar natuurlijk kon muziek nog heel veel toevoegen.
John: ‘De film wordt soms aangeduid als ‘de gokfilm’ of ‘de film over mijn vader’. Maar het is geen van beiden. De film probeert in de menselijke geest te kruipen en dat doen we aan de hand van mijn herinneringen aan mijn vader.’ Volgens Wouter is dat precies waar muziek goed in is: een onderwerp boven zichzelf uittillen naar iets abstracters. Wouter: ‘Muziek maakt dat je naar mensen kijkt als door een vergrootglas. Door de juiste muziek in te zetten, overstijgt de film hun persoonlijke verhaal en wordt het een universeler verhaal, een verhaal over menselijk handelen en gedrag, over de menselijke ziel. Je kijkt dan niet langer naar de personages, maar vertelt door hen veel meer over de wereld waarin we leven.’ Dat is precies ook wat John zegt over zijn drie personages: ‘Het gaat in deze film niet over die mannen. Samen zijn ze een persoon in een veel abstractere, universele vertelling.’
Aan het werk
Als Wouter een film binnenkrijgt, bekijkt hij deze in eerste instantie vaak maar een keer. ‘Ik wil dan even vasthouden aan die eerste indruk. Dat geeft al een gevoel en daarna is de muziek er eigenlijk al.’ Wouter lacht even maar gaat dan toch verder: ‘Dat klinkt erg pathetisch ja, maar ja, eigenlijk werkt het voor mij wel zo. En als ik dan ga componeren, ga ik zoeken naar wat er al is, maar wat alleen nog geen vorm heeft. Vaak schrik ik dan van wat ik hoor, dan klinkt het zo bekend, alsof ik het al eerder geschreven heb, maar dat is dan niet zo. Het is gewoon dat ik dan terug hoor wat ik al eerder voelde. Die ervaring van de eerste keer kijken, die kleur, dat gevoel, dat zet ik dan om in muziek. Ik hoor ook meteen als het fout is, dan denk ik nee, nee, die kant moet het helemaal niet op.’
Wouter van Bemmel
Nadat Wouter de film een keer had gekeken, vluchtte hij weg op zijn gebruikelijke wijze. ‘Sporten, harddisks back-uppen, veel racefietsen, dat soort gedoe. En maar om de hete brij heen draaien’. Maar toen hij er eindelijk voor ging zitten, kwam er in een dag een eerste compositie uit.
Het begin van die compositie is eigenlijk meteen gebleven. Wouter : ‘Het begin stond er al snel maar toen; wat moesten we de rest van de anderhalf uur doen?’ Het was duidelijk dat hij en John naar melancholie toe wilden. De ontwikkeling daarvan was echter een ingewikkelde puzzel. De opbouw moest helemaal kloppen. Wouter: ‘Als de melancholie te snel kwam, dan gaven we teveel weg, maar soms als ik te kleine stappen nam kwam het ook niet uit. En zo hebben we samen gezocht naar de juiste toon op de juiste plek in het verhaal.’
John: ‘We hebben het Wouter wel zwaar gemaakt. We hadden, voordat hij erbij kwam, al gemonteerd met bestaande muziek - en bij deze film heb ik gedurende anderhalf jaar af en toe gedraaid en tussendoor gemonteerd - dus Wouter moest over de muziek heen komen waar wij heel lang mee hadden gewerkt en die we ook goed vonden natuurlijk.’
Maar Wouter bleef nieuw materiaal aanleveren. ‘Tot het werkte zoals we wilden, tot het klopte. En natuurlijk krijg je als het af is weer allemaal commentaar. Maar ja, zo gaat dat, zo hoort dat ook.Sommige mensen vinden het goed andere niet. Dat hoort ook wel een beetje bij ons vak.’
















