editie 2010/2

De vrije artistieke producties onder druk

OP DE PLANK OF IS ER NOG HOOP?

28-06-2010 - Het is een steeds vaker voorkomend geluid. Een project ontvangt een realiseringsbijdrage van het Filmfonds, maar vindt geen omroep en loopt zodoende de CoBO-gelden mis. Is er sprake van een toenemend aantal? Betreft dat vooral de artistieke film, die toch al vaak afhankelijk is van participatie van de omroepen? Wat betekent dat voor het project? Dreigen die projecten op de plank te belanden of is er nog hoop? En wat betekent dit voor de makers in kwestie? Onlangs werd een door een omroep gesteund filmproject teruggefloten door een netmanager. Betekent dit dat de zendercoördinatoren het nu wel een beetje gehad hebben met die artistieke film?
Door: Peter Dop

Het lijkt er op dat het voor met name de artistieke film steeds lastiger wordt een publieke omroep te vinden. In 2009 is door het Filmfonds aan een zestal projecten realisering toegekend, zonder dat men er in slaagde er een omroep bij te betrekken. Een enkele keer komt zo'n project toch tot realisatie. Low budget. Het hangt dan af van de inventiviteit van de makers. Regisseur en producent participeren met een (groot) deel van hun salaris. Cast en crew idem. Of dure scènes worden geschrapt. Maar ook dat is lastiger dan voorheen. Het geld van het Filmfonds wordt gezien als staatssteun. Voor films onder de twee miljoen, en dat zijn de meeste artistieke films, mag dat percentage maar 75% zijn. Die resterende 25% komt dan vaak van de participatie van de makers. De omroepen hebben een commitment om 18 speelfilms per jaar te coproduceren of te cofinancieren. Dat is inclusief een tweetal Telescoopfilms. Zes van de 18 zijn artistieke films, te weten de Oversteekfilms. De vrije ('artistieke') producties vallen daar dus buiten. De vrije keuze is kortom beperkt en daarnaast moeten omroepen zichzelf profileren. Die profilering is ook een reden om een project niet te willen hebben. Als een film dan toch nog gemaakt wordt, zonder omroep, kan een omroep alsnog de uitzendrechten kopen. De film heeft daar niets aan, want voor het maken zijn de CoBO-gelden misgelopen.

Om de cijfers compleet te maken: in 2000 werden er slechts 14 door het fonds gesteunde speelfilms uitgebracht. In 2009 waren dat er al 33, een behoorlijke toename in die negen jaar tijd dus. Negen van die 33 werden gerealiseerd zonder publieke omroep. En: in 2009 ontvingen, naast de zes Oversteekfilms, nog eens zeven artistieke projecten realisering van het fonds. Fondsvoorlichter Jonathan Mees: 'De omroepen maken steeds veiliger keuzes. We doen al een extra inspanning voor films die niet door een omroep ondersteund zijn. Dat was ook één van de redenen dat we de maximale bijdrage bij het Filmfonds hebben losgelaten, in navolging van de oproep van de minister aan fonds en omroep. Het zou natuurlijk mooi zijn als de omroepen bereid zijn meer films te ondersteunen dan afgesproken. Daarover zullen wij zeker met hen in gesprek blijven. Het aantal titels dat de omroep steunt is niet meegegroeid met het productievolume. Dat productievolume is in tien jaar tijd verdubbeld'.

Cultureel erfgoed

Nog niet zo lang geleden bracht, tijdens een DDG-bijeenkomst, filmmaker Casper Verbrugge de taak van de publieke omroep ter sprake. Ryclef Rienstra adviseerde hem die discussie niet aan te gaan met de omroepen. Het is een oeverloze discussie, verspilde energie, volgens hem. Rienstra: 'Politiek Den Haag heeft zich nooit druk gemaakt over de vraag of de omroep een taak heeft in relatie tot de Nederlandse film. Je kunt het wel als argument gebruiken, maar dan zullen de omroepen onmiddellijk de bal terug kaatsen met 'jongens, we moeten doelgroepen en kijkcijfers bereiken. En we moeten ons profileren.' Want dat profileringsidee is weer enorm opgekomen. 'Dat is onze taak en daarvoor worden we gefinancierd. En als jouw speelfilm daar niet in past, hebben wij geen enkele morele verplichting om jouw plan te steunen, omdat jij deel bent van het cultureel erfgoed'. '

Misschien een wijs advies voor de individuele filmmaker, maar het is de vraag of die discussie niet terecht zou zijn. En wellicht zeer breed gevoerd zou moeten worden. In ieder geval voelen de producenten en regisseurs die ik spreek wel die behoefte. Gevoelig ligt alles wel. Een producent, die zich beklaagt over de cruciale rol van de omroepen omdat zij de toegang tot het CoBO bepalen, schrikt uiteindelijk van zijn eigen woorden als hij ze terugleest en vraagt me zijn bijdrage uit het artikel te halen.

Slecht voor het geloof en vertouwen in de film

Volgens producent Marc Bary (IJswater Films) ligt het probleem ingewikkelder. De oorzaak zit op een hoger niveau. Bary: 'Je hebt te maken met de omroeppolitiek, de zendercoördinatoren, de kleur van de omroepen. Vaak krijg je te horen 'het past niet bij ons'. En die 18 speelfilms die de publieke omroep moet meefinancieren worden alleen gehaald als je de Oversteek meetelt. Ik loop vaker tegen dit probleem aan. De omroep bepaalt nu eenmaal mede wat er gemaakt wordt aan speelfilms. En als ik geen coproducerende omroep voor een bioscoopfilm kan vinden, wordt het heel moeilijk. Maar het is lastig; zij hebben ook te maken met bezuinigingen. Het feit dat je geen CoBO hebt is lastig. Het is niet alleen een kwestie van geld. Het is ook slecht voor het geloof en het vertrouwen in de film.'

Frans van Gestel (IDTV) is producent van het project Nick van Fow Pyng Hu.Van Gestel: 'Nick is extreem uitgesproken. Qua dramaturgie, conflict, plotontwikkeling is het zeer afwijkend. Het is niet iets dat voldoet aan veel conventies. Maar het is uiteindelijk de omroep die bepaalt met wie ze in zee gaan. In die zin is het de vrije marktwerking. Losgekoppeld van wat je van het CoBO moet vinden; dat is weer een andere vraag. Als je puur zegt 'een omroep moet kunnen kiezen', dan kan ik me in mijn geval voorstellen dat een omroep het te extreem vindt. Als het een beetje kan, zeg ik ja tegen zo'n project. We zoeken een beetje geld in het buitenland en gaan hem voor heel weinig geld maken. Daarom zit ik nu bij IDTV. Een groter bedrijf. Ik kan zo meer risico's nemen.'

Schijnzekerheden

Het project Supernova (producent IJswater Films en Revolver) van Tamar van den Dop ontlokte veel enthousiaste reacties bij de omroepen. Van den Dop: 'Het is heel gek. Ze vonden het allemaal mooi en eigenzinnig. Het balanceert op de grens van het absurde. Ze vonden allemaal dat het gemaakt moet worden. Maar de VPRO heeft al hun eigen mensen; de NPS te weinig geld. Bij de anderen paste het niet in hun concept of bij hun identiteit. Gek is dat. Iedereen enthousiast, maar ze zijn blijkbaar ook met handen en voeten gebonden. Het is een soort van buitenaf geredeneer. Het gaat om de buitenkant, targets, kijkersaantallen. Iedereen wil bepaalde zekerheden en denkt die te vinden in formules, in RASscreenings, bepaalde affiches, een titelsong. Het zijn allemaal schijnzekerheden. Het is alsof er een tuin wordt aangelegd, waarvan iedereen wil dat daar precies de rozen staan en daar de berkenboom. En uiteindelijk groeit het dan niet. Of af en toe wel, maar het blijft een soort toevalstreffer.'

PD: Is het van invloed op je andere projecten?

Van den Dop: 'Ik heb wel een paar andere plannen liggen, waarvan de vertelstructuur veel te gewaagd is. Ik zie me daarmee al aankomen bij een omroep. 'Dat past niet bij ons en daar is de televisie niet voor'. Televisie is veel meer plotmatig, narratief en human interest. Mijn plannen zijn dan ook veel meer filmisch, cinematografisch. Dan denk ik: 'ja, dat krijg ik toch nooit rond'. Ik zou niet willen dat je nu een verwijtend zuur stukje schrijft. Dat is de oplossing van deze situatie niet. Het is belangrijk dat we gezamenlijk inzien hoe we die rare druk kunnen weghalen, zodat het weer gaat waar het over zou moeten gaan. Het is raar. We zitten allemaal in een soort houdgreep. In een heel krappe vijver. Het is het diffuse waardoor iedereen elkaar gaat aanvallen. Terwijl dat helemaal niet nodig is.'

Fow Pyng Hu: 'We hebben geen omroep. Dat betekent dat als je artistiek wilt, je een plafond hebt. Dat is heel raar. Dan wordt je dus beperkt door wat een omroep aankan. Het is mijn ervaring dat zodra dingen echt interessant beginnen te worden, de onderwerpen of de manier van filmen, het dan allemaal ongeschikt is voor tv. Tenminste dat vinden ze. Dan ben je dus kansloos. Wat heel grappig is, is dat als de NPS en de VPRO films aankopen, ze toch vrij goede keuzes maken. Maar als ze zelf een film moeten steunen, dan zie ik toch dat ze weer teruggrijpen op dingen die het belemmeren. Als je met iets groots bezig bent, wordt men angstig. Dan wil men vastgrijpen aan een soort zekerheid of logica of redelijkheid. Daardoor krijg je die verkramping. Zodra een project buiten de traditionele opvatting komt over hoe drama werkt op tv, wordt zo'n project te ingewikkeld en overheerst de angst dat het publiek het niet leuk vindt. Ik zie veel dingen die kloppen, maar waarvan ik denk 'wat heb je daar nu weer aan?' Dat vind ik ernstiger dan dat je het risico neemt om dingen te laten maken die misschien nét niet kunnen. Is het niet interessanter om een standpunt in te nemen door een aantal projecten te gaan doen die gevaarlijk zijn. Ik kan niet eisen dat een omroep dat soort risico's gaat nemen. Ze moeten natuurlijk gewoon iets voor de tv gaan maken.'

Fow Pyng wijt de afwijzing vooral aan ons landschap en onze cultuur, waar pragmatiek een overheersende rol speelt. 'Nick gaat voor mij echt over cinema. Maar als je daar de redelijkheid op loslaat is het moeilijk er grip op te krijgen. Het gaat me om de mogelijkheid dat je kunt dromen. En als je niet mee wilt dromen en je blijft zeggen hoe het echt zit, dan houdt het op. Ik zeg bijvoorbeeld dat er wolven in het bos zitten. Dan zeg jij: 'Dat is helemaal niet waar, want die wolven zijn uitgestorven. We hebben natuurlijk wel de Veluwe. Daar heb je een beschermd gebied en daar zitten eventueel wolven. Die kennen we, we hebben ze geteld en het zijn er zeventien.' Ik heb daar niets tegen in te brengen als dat zo is. Maar ik heb het over iets anders. Die wolven interesseren me niet. Die redelijkheid zit vastgebakken in onze cultuur.'

PD: In Nederland kun je niet verdwalen, want je komt altijd weer thuis in zo'n klein land. Toch doen ze het in België wel. Een man verdwaalt in de Ardennen, maakt de meest beestachtige dingen mee en is aan God overgeleverd. Toch is het volstrekt geloofwaardig. België is een kleiner land dan Nederland. Stel, je vertelt hier een verhaal: man is onderweg en raakt 's nachts verdwaald. Komt in een boerderijtje terecht en er gebeuren allerlei beestachtige dingen.

Fow Pyng: 'Dat is niet geloofwaardig. Toch?'

PD: Maar mij heb je. Ik zou dat dolgraag willen zien.

Fow Pyng: 'Nu je het aan mij vertelt, voel ik dat ik al te Nederlands ben. En tegen jou ga roepen: 'ja, maar dat kan toch helemaal niet'. Dus ik heb er zelf ook last van'.

PD: Grappig dat je die term 'ongeloofwaardig' gebruikt. Die heb ik vaker gelezen. Je hebt van die wedstrijden: de Oversteek en zo. Daar zit heel vaak een opdracht bij dat het eigentijds moet zijn of een maatschappelijke relevantie moet hebben. Termen die het al heel snel naar een soort realisme trekken. Misschien is het interessant om in plaats daarvan eens de opdracht te geven: 'Maak het ongeloofwaardige geloofwaardig'.

Fow Pyng: 'Ja. Dat is misschien de essentie van cinema'.

Brede discussie

De direct herkenbare pijn zit hem natuurlijk in de verdeling van de CoBO-gelden. Als het zo is dat de omroepen steeds veiliger keuzes maken, dan is dat kwalijk en zou het op zijn minst ter discussie moeten staan. Bij het Filmfonds zijn er de laatste jaren een paar grote stappen voorwaarts gemaakt als het gaat om de artistieke film. Een stap achteruit van de omroepen is niet wenselijk. Nu de makers van artistieke films het verwijt krijgen van te veel inhoudelijke eenvormigheid (de term huiskamerdrama valt sinds vorig jaar te beluisteren), is het wellicht ook raadzaam de rol van de omroepen in díe discussie te betrekken. Zou het niet heel logisch zijn dat dramaturgen een voorkeur voor drama hebben boven andere genres? Bijna iedereen die ik spreek waarschuwt me er voor een niet te tendentieus artikel te schrijven. Men wil niet met modder gooien. De pijn wordt weliswaar overal gevoeld en de verwijten zijn onvermijdelijk. De vrije producties worden erg gefrustreerd. Maar aan de andere kant is er opmerkelijk veel begrip voor de hoofden drama en dramaturgen in Hilversum. Het probleem wordt als veel omvattender beschouwd. De dramaturgen hebben weer bazen. Daarboven zitten de netmanagers. En daarboven zit een ministerie en 'de politiek'.

Frans van Gestel: 'Uiteindelijk kom je politiek gezien uit op een discussie wat nu de rol is van de publieke omroep. Want dat is waar het uiteindelijk om gaat. En dat is een discussie die te maken heeft met geld, bezuinigingen. Hoe ga je de strijd aan met de commerciëlen of juist niet? Moet je je cultuurgoed beschermen? Dat is een zeer substantiële discussie. Die ook heel breed gedragen zou moeten worden. Die ongetwijfeld gaat oplaaien als de bezuinigingen worden doorgevoerd. Dat zou wel eens in het voordeel kunnen zijn van de cultuurdragers. In tijden van neergang wordt iedereen weer geconfronteerd met waarvoor hij is aangenomen. Er moet meer noodzaak uitspreken. De omroep is niet in het leven geroepen om de strijd met RTL4 aan te gaan.'

Tijd voor een dialoog?

Niet DDG-leden kunnen een reactie per mail versturen naar info@directorsguild.nl. De DDG zorgt dat ervoor dat uw reactie geplaatst wordt. 




reageren op artikel | 0 reactie(s):


artistieke filmFilmfondsNPOomroepen



gerelateerde artikelen


artikelen van deze auteur



Je moet inloggen om te kunnen reageren