editie 2010/1

INTERVIEW MET JOHN APPEL EN WOUTER VAN BEMMEL

De compositie van The Player / 2

Door: Chris Westendorp


Twee muziekfragmenten 1. de opening Met Wouter ga ik mee naar zijn studio boven in zijn huis. Daar luisteren we naar de compositie voor de opening van de film. Het fragment bestaat uit drie delen. Terwijl we luisteren, praat Wouter mee. ‘Het eerste deel is ongrijpbaar, heeft geen ritme. Daarmee wilde ik de film helemaal opengooien, alles moest daarna mogelijk zijn’, zegt Wouter . Hij moest daarbij aansluiten bij de eerste tekst van de film, ook al vrij ongrijpbare tekst van Multatuli: Misschien is zelfs niets geheel waar en zelfs dat niet Terwijl we verder luisteren, steekt Wouter zijn vinger in de lucht. ‘En hier zien we de brief van John's vader. Hier moest het beklemmender worden, maar ook dat ongrijpbare behouden.’ Hij is even stil. ‘En hier hoor je voor het eerst het verslavingspatroon, in een 7/9 maat. Hoor je hoe de loopjes van de klavecimbel over elkaar heen vallen, verkluwen? Er zit dreiging in waardoor je je gaat afvragen of het wel goed gaat komen’.
John: ‘Aan het begin wilde we de thema’s voor de film uitzetten zodat deze later terug konden komen. Deze moesten kunnen mee ontwikkelen met het verhaal. Die thema’s hoor je hier terug. ’ Als de muziek even stil is, komt in de film de titel in beeld. Wouter: ‘En na de titel wilde ik voelbaar maken dat de film niet over gokkers gaat maar over de vader.’ De film toont dan juist de wereld van de gokkers. Wouter praat enthousiast verder. ‘Daarom is het hier anders, het heeft iets vergevingsgezinds vind je niet?’ Ik luister mee en denk dat ik hoor wat hij bedoelt. Maar het woord vergevingsgezind gaat er bij John niet in. ‘Dat is echt een woord voor Wouter. Voor mij veel te katholiek en moraliserend. Ik zou het eerder mild noemen, of tragi-bewonderend, zo is de blik hier op mijn vader. Die term bestaat niet maar toch is het wel zoiets.’ Dit laatste deel had Wouter oorspronkelijk geschreven voor het einde van de film, maar het kreeg een plaats aan het begin van de film. ‘Dat is altijd gek zoals het gaat. En achteraf klopt het natuurlijk allemaal precies, maar tijdens het maken ben je je maar voor zo’n 40% bewust van wat je doet’, lacht Wouter. 2. De wals Dan luisteren we naar een walsje. In de film wordt het gebruikt als de vader voor het eerst echt, met foto, geďntroduceerd wordt voor zijn rijtjeshuis. John: ‘Dat walsje was voor ons echt een verrassing, dat komt echt van Wouter. Maar we waren er erg blij mee. Het heeft de speelsheid en lichtheid die de film daar moest hebben.’
Wouter : ‘Het is een ľ maat. heel klassiek. Dat maakt dat het iets heeft van een motortje. Het leven gaat door, dat gevoel, het gaat door wat er ook gebeurt. Dat heeft die maatsoort echt in zich. Toen ik het walsje voor het eerst hoorde, gingen mijn haren ervan overeind staan. Ik kreeg er zelf kippenvel van’. Wouter lacht even om zichzelf, maar praat al snel weer gedreven verder: ‘Dat is het mooie van documentaires. Als John mij niet had gevraagd voor deze film, had ik met absolute zekerheid nooit dit walsje geschreven. Dat is toch enig dat het er nu toch is?’ Wouter: computers versus muzikanten Voor The Player heeft Wouter alle muziek op zijn computer gemaakt. Hij is er echter van overtuigd dat als het gespeeld zou zijn door echte muzikanten, het nog meer zou aankomen. ‘De lucht, het gevoel dat zij zouden meegeven, is echt geweldig. Daar ben ik van overtuigd.’ Voor deze film was dat door de grote tijdsdruk niet mogelijk. Maar ook zonder tijdsdruk kiezen veel regisseurs voor muziek uit de computer. Wouter begrijpt dat wel. ‘Computers bieden een enorme vrijheid. Nu konden we doorzoeken tot vlak voor de premičre, maar als het met muzikanten opgenomen was, waren we natuurlijk veel minder flexibel geweest’. Desondanks zweert Wouter bij het geluid van echte muzikanten. ‘Het is toch prachtig als ik noten schrijf en de soundmixer de opnames begeleidt, zodat je vanaf dat moment al samen werkt aan de kleur van de film?’ Wat volgens Wouter te weinig mensen weten is dat het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten subsidie geeft voor dergelijke opnames. ‘Wouter Conijn was laatst een half uurtje binnen op het open spreekuur en toen hij naar buiten kwam had hij 3.000 euro voor muzikanten geregeld’. Als het aan Wouter ligt, zouden veel meer mensen daar gebruik van moeten maken. ‘Ik zou bijvoorbeeld heel graag een keer iets willen laten inspelen door het Amsterdam Sinfonietta. Daar werk ik nu al vaak mee samen. Dat is een orkest van vierentwintig strijkers en klinkt echt schitterend.’ Er kan zoveel meer Volgens Wouter kan hij al een gevoel krijgen van de kleur en ritme voor een film op basis van een script of filmplan. ‘Ja, nu komen we wel een beetje bij mijn stokpaardje. Het zou echt fantastisch zijn om als componist eerder bij een film betrokken te zijn. Zoals ik net al zei over die opnames samen met een geluidmixer. Ik ben ervan overtuigd dat dat, zo nu en dan, wat geweldigs oplevert. Of stel dat ik vast wat muziek maak op basis van het script. Dan zou dat weer gebruikt kunnen worden bij de opnames of bij de montage. En zo kan alles dan op elkaar gaan inwerken, heel open. Dat zou ik echt fantastisch vinden. Ja. Er kan zoveel meer.’ Het gaat Wouter echt aan het hart dat er, naar zijn idee, te weinig regisseurs en producenten al bij aanvang van een project met muziek bezig zijn. Maar Wouter heeft meer ideeën. ‘Er zijn zoveel geweldige dingen om te doen. Waarom niet een keer een compositie maken met alleen een basgitaar? Dat heb ik eens voor mezelf gedaan en dat was echt fantastisch! Of een keer een score maken door die direct live in te spelen met wat muzikanten en een flesje wijn. Dat moet toch ook wat prachtigs opleveren.’ Wouter vreest alleen dat er maar weinig filmmakers zijn die dat aandurven. ‘Ze hebben vaak haast en niet de tijd om zoiets uit te proberen. Als ze eerder over muziek zouden nadenken, zou er veel meer mogelijk zijn dan nu. Daar ben ik van overtuigd.’ Zie ook de website van Wouter van Bemmel:



reageren op artikel | 0 reactie(s):


muziekappelbemmelidfa




Je moet inloggen om te kunnen reageren