Deze woorden sprak voormalig directeur van de Amerikaanse Federal Reserve Alan Greenspan tegen de BBC begin september [Bekijk 't]. Even afgezien van het saillante detail dat Greenspan pertinent niet de hand in eigen boezem steekt, maar de schuld van de crisis eenvoudigweg bij ‘menselijk gedrag’ legt, maakt hij wel een aardig punt.
Om te beginnen leven we nu in turbulente en unieke tijden: deze crisis is een once in a lifetime ervaring. De wereld is in versnelling: het is nu of nooit, we staan voor grootse en fundamentele veranderingen op economisch, maatschappelijk en politiek gebied.
En ten tweede raakt deze periode aan iets primairs: humanity, de menselijkheid. Het is de aard van mensen om te creëren en weer te vernietigen (of zelfs: creatie ís vernietiging – het nieuwe vervangt het oude). Het roept existentiële vragen op: wat drijft de mens?
Met een regisseursoog bezien levert deze context van crisis een rijkdom aan vragen en observaties op. Hoe verhoudt ‘de mensheid’ zich tot een individu, dat ongevraagd deelnemer wordt van deze crisis? Wat gebeurt er met gewone mensen in buitengewone omstandigheden? Hoe veranderen de verhoudingen tussen geliefden, vrienden, collega’s onder economische tegenslagen? Een rijke voedingsbodem voor nieuwe, relevante en prangende films zou je zeggen. Een kans om de artistieke film noodzaak te geven, om op meer directe wijze een band met het publiek op te bouwen.
Ook als we deze vragen naar een breder perspectief trekken, verschijnen noodzaak en kans aan de horizon: welke verhalen kunnen, willen, moeten we nu vertellen? Cinema als spiegel van de maatschappij, of juist als commentaar, of voorbeeld, of provocatie. Zijn dat niet de rollen die de artistieke film bij uitstek op zich moet nemen? Zeker in een periode van transitie en onrust? Op het Edinburgh International Film Festival deze zomer, riep een Britse producent op tot engagement; cinema moet zich in deze donkere tijden laten horen: “We have a duty to ensure our chosen medium is a force for good in an ever more complex world.” [Lees het artikel]
(Even terzijde: Wat is het, dat deze geluiden in Groot-Brittannië veelvuldig klinken, maar het debat in Nederland uitblijft? Natuurlijk heeft de Britse cinema een sterkere sociaal-maatschappelijke traditie. Maar toch... misschien voelen we de crisis hier nog niet voldoende. Of staan we als filmmakers er te hoog boven...)


De vraag is nu of deze crisis eerder een nieuwe Walker Evans zal voortbrengen, of juist een Leni Riefenstahl. Gelukkig hoeven we het dit keer niet uit de geschiedenisboekjes te vernemen. We staan er zelf midden in.
En zo komen we weer terug bij Alan Greenspan. It’s human nature, de geschiedenis herhaalt zich, maar dan met andere ingrediënten. Tendensen van toen, zien we nu ook weer ontstaan. In de politiek en in de media (de ‘kopvoddentaks’ van Wilders als uitgesproken voorbeeld). De artistieke film staat hierbij niet in de zijlijn.
Welke films willen wij nu maken?









