bestaansonzekerheid:
ondoorzichtelijke subsidieprocedures/ inconsequente criteria van adviescommissies/ onverschilligheid van de omroepen, deze factoren hebben niet alleen consequenties voor het artistieke aangezicht van de NL film, maar ook verstrekkende, dramatische (en nooit als zodanig onderkende) gevolgen voor de fysieke overlevingskansen van de filmmaker. Willekeur in de beoordeling van projecten dreigt zo dus niet alleen een project om zeep te helpen, maar soms een hele loopbaan waarin al heel veel energie, vakmanschap, talent en (overheids-)geld is geinvesteerd. Gedacht zou moeten worden over een fundamenteel andere structuur van het filmvak in NL, waarbij onder het freelance-bestaan (waarop immers de gehele industrie is gebouwd)een financieel-ecomische basis wordt gelegd in de vorm van een soort variabel basisinkomen. Dit op grond van nader vast te stellen criteria. Die criteria zouden bv. op puntenbasis kunnen worden vastgesteld, waarbij punten worden toegekend voor elke geregisseerde speelfilm, gewonnen prijs, aantal bezoekers, aantal jaren actief in het vak, etc.
Ten gevolge van een allerwege op overheidsniveau gedeelde onverschilligheid zal er naar ik vrees een fiks aantal ervaren regisseurs binnenkort afhaken. Jammer van alle toewijding, opgedane ervaring, geinvesteerd kapitaal enz.
DDG forum
| Van: Rudolf van den Berg | 01-01-1970 |
Bestaansonzekerheid |
1 reactie(s): Je moet inloggen om te kunnen reageren
