Ciné rendez-vous: naar LOCKE van Steven Knight

Op zoek naar de pijn

Hidde en Joggem Simons bezoeken LOCKE van Steven Knight en praten na afloop met Erik van Zuylen en Peter Dop. In Locke volgen we de bouwopzichter Ivan Locke (Tom Hardy), die aan het eind van de dag een groot bouwterrein in Birmingham verlaat en in zijn auto op weg gaat naar Londen, waar zijn liefde voor één nacht op het punt staat te bevallen. Tijdens de autorit belt hij zijn baas om te melden dat hij niet aanwezig kan zijn bij de enorme betonstort die de volgende ochtend zal  worden uitgevoerd, hij belt zijn assistent die de coördinatie van het werk van hem moet overnemen en hij belt zijn vrouw om uit te leggen waarheen hij op weg is. Door zijn keuze om het ‘goede’ te doen en niet in leugens te verzanden, verliest hij in één avond zijn baan, zijn vrouw en zijn huis.

Door: Erik van Zuylen & Peter Dop

 

SONY DSC

Foto: Erik van Zuylen

De broers Hidde en Joggem Simons zijn de regisseurs van Bernard, een  film gebaseerd op de monoloog Olivetti 82 van Eriek Verpale, gespeeld door Thomas Wander.

Joggem: Ik was in het begin, tot de helft ongeveer, echt aangenaam verrast. Ik vond het heel erg mooi. Maar op een gegeven moment begon ik me te storen.

Hidde: Wat vond je storen?

Joggem: Locke zou dan de allerbeste betonregelaar zijn en dan blijkt dat hij de avond van tevoren, terwijl hij een gebouw van 55 verdiepingen gaat bouwen, nog even moet gaan regelen dat de toegangswegen afgezet zijn. Dat hij dat nog moet controleren, dat vond ik niet kloppen. Het is werk wat ik zelf ook doe als productieleider en op het moment dat er zo’n misser in het plot zit, dan stort voor mij een film eigenlijk in. En dat vind ik zonde. Op dat moment valt de hele spanning weg.

Hidde: Bij jou.

Joggem: Bij mij. Ik vond het verder namelijk heel mooi, hoe het geconstrueerd is. Met de telefoongesprekken die elkaar afwisselen. En dat het allemaal samenkwam, de totale ellende in dat ene zinnetje van zijn vrouw: ‘Dit is het. Je bent over de schreef gegaan, alles is kapot’, dat vond ik mooi. Dat is wel iets waar je over nadenkt, bij deze film.

Hidde: Ik vind het knap in elkaar zitten, maar het is niet zo dat het me raakt. Ik zie niet genoeg van zijn kwetsbaarheid terug. Ik vind hem niet persé sympathiek. Nu vind ik niet dat een karakter altijd sympathiek hoeft te zijn, maar er moet wel een reden zijn waarom ik naar iemand wil luisteren en naar hem wil kijken. Hij snijdt wel dingen aan die me zouden kunnen raken, als mens. Hij is een keertje vreemd gegaan en hij wil het goed doen. De pijn die hij doet bij zijn vrouw en kinderen, dat zijn emoties waar ik best in mee kan gaan. Maar het doet het net niet. Voor mij mag een film pijnlijker zijn. Het mag meer schuren. Meer pijn doen. Dat is waar ik naar zoek, personages waarbij het pijn doet, zoals het leven pijn doet.

Joggem: Het hoeft niet naar te zijn, pijn. Het hoeft niet een slecht aflopende film te zijn. Helemaal niet zelfs, zelf houd ik er ook wel van, er moet hoop in zitten, maar het mag wel schuren.

 

 

Locke houdt zijn emoties in bedwang tijdens de telefoongesprekken. Tussendoor spreekt hij zijn vader aan alsof die meerijdt op de achterbank en dan gaat hij enorm te keer en maakt heftige verwijten.

Hidde: Verhaaltechnisch had ik moeite met de rol van de vader. Het lijkt of ze iets willen uitleggen, omdat je dat nodig zou hebben om te kunnen verklaren waarom hij doet wat hij vindt dat hij moet doen. Maar mij haalt dat juist weer weg van hem.

Joggem: Hij wil niet zijn zoals zijn vader. Maar in die vorm had het er niet in hoeven zitten. Een paar kleine zinnetjes waren genoeg geweest. Het past ook niet bij het karakter, dat hij ineens zo doordraait.

Hidde: Eigenlijk zag ik hem te weinig. Vaak kreeg je geen beeld van hoe hij emotioneel reageerde. Je zag teveel andere beelden.

Joggem: Dat stoorde mij ook. In het beeld zag je te vaak out of focus, naar de focus, crossje er doorheen. Dat vond ik teveel een maniertje worden.

Hidde: Ja, ik zag bijna de weg meer dan dat ik hem zag.

Joggem: Je had veel dichter op de huid mogen zitten, bij die man. En langer. We zijn natuurlijk een beetje gekleurd daarin, omdat wij dat zo in onze film hebben gedaan.
Wat de vormgeving betreft, dat is iets waar wij ook heel veel over nagedacht hebben en zelf ook zo mee bezig zijn geweest. Ik trek het maar meteen door naar Bernard. Daar hebben we namelijk in eerste instantie hetzelfde willen doen. Om in de pauzes rust te brengen wilden we ook abstracte beelden gebruiken.

Hidde: Nog wel abstracter dan hier, want hier had het nog wel een functie.

Joggem: Ja, het zicht op de weg. Wij zochten ook naar zoiets.

 

Wat voor beelden?

Joggem: Wij hadden in ons geval een rennend iemand.

Hidde: Een rennende Bernard.

Joggem: Een rennende Bernard waar we ook  abstract mee om konden gaan. Zodat het ook wel zou slaan op de film.

Hidde: Zijn gedachten. Zijn mind die aan het twisten was. Die onrust in zijn hoofd wilden we daarmee visualiseren. Maar uiteindelijk hebben we de keus gemaakt om dat niet te doen.

 

Heb je het ook niet gedraaid?

Hidde: Nou, we stonden op het punt het te draaien en toen zijn we een eerste montage gaan maken.

Joggem: We hadden al wel proefopnames gemaakt die we op de montage konden leggen.

Hidde: Maar we vonden het te gekunsteld worden. Het was niet persé een meerwaarde voor het verhaal. We gingen het bijna doen omdat men vond dat het filmisch moest zijn. Maar filmisch om het filmisch, daar geloofden we niet in.

Joggem:  Bernard is voor mij wel echt een uitzonderingsfilm. Die zijn we gaan maken omdat ik geraakt werd door het stuk, door de monoloog, en het staat eigenlijk bijna voor alles wat ik normaal niet zou doen.

 

Wie van jullie vond het eerst dat het gemaakt moest worden?

Hidde: Dat was Joggem. Ik had hem meegenomen omdat ik gegrepen was. Een ervaring in het theater is anders dan een filmervaring. Maar Joggem vroeg zich af of je in film ook zo gepakt kon worden.

Joggem: Ik was gewoon nieuwsgierig of het kon. Theater is vluchtig, dat is ook wel het mooie, maar het is weg op het moment dat je de zaal uitloopt. Ik vond dat zonde. Door het op film vast te leggen kan je het op elk moment terugkijken, ook over 100 jaar.

Hidde: Maar het moest geen registratie worden.

Joggem: Nee, want dan krijg je het beleven niet. Film en theater vragen wel om twee verschillende manieren van aanpak.

Hidde: Het zijn hele simpele dingen die in het theater werken. We accepteren het als publiek wanneer hij direct tegen ons praat. In film werkt dat niet zo.
En als hij in het theater over iemand praat, dat zet hij die figuur echt neer. Voor film wilden we dichter bij de realiteit blijven. Dus ik zei: ‘Ik wil dat je vertelt over je moeder, niet dat je haar uitbeeldt’. Het fijne was dat hij haar zo groot heeft gespeeld, dus hij had wel een heel duidelijk beeld van haar. Dus ook al mag hij haar niet meer uitbeelden, je ziet in hoe hij vertelt, wel de beleving van zijn moeder. Maar het is een hele andere speelvorm.

 

Bernard spreekt niet tot het publiek, hij spreekt iemand aan. Wie is die iemand? Is het steeds dezelfde, of elke keer een ander?

Joggem: Voor de acteur eigenlijk elke keer een ander.

Hidde: Het begint met één iemand. Hij heeft één iemand tegenover zich en hij weet wie dat is. Maar gedurende zijn verhalen verandert het. In zijn gevoel zit soms zijn zusje tegenover hem en soms zit zijn moeder tegenover hem, ondanks dat er fysiek iemand anders zit. Wanneer hij iets vertelt over zijn zusje en dan ziet hij in zijn hoofd zijn zusje. Maar fysiek was het één persoon.Het is niet zo dat je niet zou mogen weten wie dat is, maar ook niet dat je het moet weten. Maar we vinden niet dat je de film vanuit dat perspectief zou moeten zien.

Joggem: Je mag de film bekijken zoals je wilt.

Hidde: Dat geldt ook voor de locatie. Waar het zich afspeelt, is eenzelfde soort vraag. We hebben een hele set gebouwd die je in de film niet meer terugziet, want we hebben hem zo goed als zwart gemaakt.. Met hele kleine details waar het is, maar dat zie je niet meer, eigenlijk. Voor het verhaal vonden we dat niet meer relevant.

Joggem: Hetzelfde met beelden die we eroverheen legden, we hebben steeds meer weggegooid.

Hidde: Het is wel relevant voor het draaien geweest. Ik ben heel blij met de art director, Jeroen Echter, die de hele set gebouwd heeft. Dat is voor mij, voor het spel essentieel geweest. Omdat voor Thomas, of voor Bernard, hoe je het wilt zien, het zo ontzettend duidelijk was waar hij was en wat hij daar deed, waardoor hij zijn focus goed kon leggen.

Ik zat tegenover hem, uiteindelijk. Ik was het lijk, ik was ook fysiek daarheen gesleept door Thomas. Soms vertelde hij zijn verhaal tegen mij.

 


BERNARD

 

Author: DDG

Share This Post On

Commentaar, vraag, of antwoord? Draag bij!