Netty van Hoorn |
De FASSBINDERaffaire "HET VUIL DE STAD EN DE DOOD'Inhoud: HET VUIL, DE STAD EN DE DOOD - De Fassbinder-affaire In 1987 onstond een rel over de opvoering van een toneelstuk van de roemruchte Duitse (film)regisseur Rainer Werner Fassbinder, dat door joodse organisaties als anti-semitisch werd bestempeld. Er was maar één besloten voorstelling die leidde tot een debat over vrijheid van meningsuiting versus anti-semitisme. De zaak eindigde met de 'zelfontvoering' van acteur Jules Croiset. Er moet een hoop gebeuren voor een toneelstuk in Nederland een affaire wordt. Toneelgroep Centrum - inmiddels opgeheven en opgegaan in Toneelgroep Amsterdam - heeft er twee op haar naam staan. Toen in een stuk van de klassiek-Romeinse schrijver Plautus, De Smoeshaan, iets te nadrukkelijk met mannelijke geslachtsdelen werd gemanipuleerd, verbood de burgemeester van Haarlem de voorstelling. Elders werd de produktie een groot succes. Amsterdam heeft er nog een goedlopende gelijknamige theaterkroeg aan overgehouden. Toen ongeveer in dezelfde tijd - midden jaren zestig - in een stuk van de Engelse schrijver Bond, Gered, een baby in een kinderwagen door jongeren werd gestenigd, sprak menigeen daar schande over. De voorstelling was indertijd een theaterhit. De problemen met een theaterstuk beginnen pas echt ernstig te worden wanneer het over de Tweede Wereldoorlog en de joden gaat. Tegen het eind van de jaren zestig ontstond er commotie rond het stuk De Plaatsbekleder, over de rol van Paus Pius XII en zijn weigering in het openbaar de jodenvervolging door de nazi's af te wijzen. Maar dat stuk, geschreven door Rolf Hochhuth, is in ieder geval nog gespeeld. Dat kon in 1987 niet met Het vuil, de stad en de dood, geschreven door de in 1982 overleden Rainer Werner Fassbinder. Het stuk stamt uit 1975 en speelt zich af in de onderste lagen van een Duitse industriestad, laten we zeggen: Frankfurt. Het centrale personage is Roma B., een hoer. Maar om haar gaat het conflict niet. Zij belandt in hogere kringen van de stad en ontmoet daar het personage waar alle conflicten rond het stuk om zijn ontstaan: A., die 'de rijke jood' wordt genoemd. Hij doet als makelaar goede zaken. Hij is de schaamlap van het naoorlogse, steenrijke Duitse 'Wirtschaftswunder'. Zijn meedogenloosheid is een tweede natuur geworden. Over zichzelf zegt hij: "Ik kan mij er onmogelijk iets van aantrekken als kinderen huilen of oude mensen, gebrekkigen lijden. Ik heb ook geen andere keus. En het woedend gekrijs van sommigen, daar luister ik gewoon niet naar. Wat moet ik anders?" Ziedaar het probleem: een joodse zakenman, met goede contacten in de top van een Duitse industriestad, bovendien ogenschijnlijk ook nog gewetenloos. Daar ligt de eerste bron van woede over het stuk. Zo'n portret van een joodse zakenman ligt dicht in de buurt van de karikaturen die de nazi's ooit van joden maakten: de sjacheraar, de winstwoekeraar. De tijdbom stond op springen. En het stuk van Fassbinder gooit er nog een tweede handgranaat bovenop. Over A., 'de rijke jood', worden een aantal stevige uitspraken gedaan. Zo loopt er in Het vuil, de stad en de dood een neo-nazi rond, Hans von Gluck, die over de joodse makelaar het volgende zegt: "Schuld heeft de jood omdat die ons schuldig maakt, want hij is hier. Was hij gebleven waar hij vandaan kwam of hadden ze hem vergast, dan zou ik nu beter kunnen slapen. Ze hebben hem vergeten te vergassen. Dat is geen grap, zeggen mijn gedachten. En ik wrijf in mijn handen als ik voorstel hoe hij geen adem meer krijgt in de gaskamer." Aangename teksten zijn dit niet. Maar neo-nazi's hebben ook geen patent op aangename teksten. Desondanks begon bij deze citaten de affaire rond het stuk van Fassbinder. Iedereen citeerde eerst die passages. Het complete stuk, de context van deze uitspraken, werd vergeten. De meeste tegenstanders gaven ook ruiterlijk toe het stuk nooit gelezen te hebben. In 1985 wordt in Frankfurt de opvoering van het stuk verhinderd. In 1986 organiseert centrum De Balie in Amsterdam een openbare lezing van de tekst, met discussie na afloop. Aspirant-regisseur Johan Doesburg vindt vervolgens dat het stuk gespeeld moet worden. De première zal in het najaar van 1987 plaatsvinden. Die opvoering wordt verhinderd door een conglomeraat van mensen dat zegt te spreken namens 'de joodse gemeenschap'. De voorstelling gaat niet door. Maandenlang worden de krantenkolommen, de tv- en radioprogramma's beheerst door wat de Fassbinder-affaire is gaan heten. Netty van Hoorn (regie en interviews) en Henneke Hagen (research) hebben over die affaire een indringende film gemaakt, waarin voor- en tegenstanders aan het woord komen, waaronder de regisseur Johan Doesburg (op dit moment mede-artistiek leider van Het Nationale Toneel in Den Haag). Eén persoon vestigde als geducht tegenstander van het stuk speciale aandacht op zich: de acteur Jules Croiset. Toen de voorstelling al afgelast was, ontvoerde hij zichzelf, een reality-drama waarin Croiset figureert als slachtoffer van een neo-nazistische groep. Alles in scène gezet door Croiset zelf. Ook hieraan besteedt de documentaire uitgebreid aandacht, overigens zonder Croiset zelf aan het woord te laten. Hij wenste niet nog eens met de affaire geconfronteerd te worden. Aan het slot van de film sluit Johan Doesburg een opvoering van Het vuil, de stad en de dood nog steeds niet uit. Iedereen is welkom. Voor half geld. Het is een ijdele wensdroom. Het stuk zal voorlopig niet gespeeld worden. Onlangs is in Berlijn nog een poging gedaan. Alleen de aankondiging was al voldoende voor heftig verzet. De voorstelling is afgeblazen. De discussie over antisemitisme kan klaarblijkelijk alleen in politiek-correct jargon worden gevoerd. De Affaire: aflevering 8 Uitzenddatum: vrijdag 5 februari 1999 Regie: Netty van Hoorn Research: Henneke Hagen |
|



